Vrijdag 27/11/2020

'Wij hebben Afrika nooit echt verlaten'

Op de slotdag van Jazz Middelheim speelt een van de grootste pianisten van de Afro-Amerikaanse cultuur. Deels letterlijk: de boomlange Randy Weston kan nergens binnen zonder zich te bukken en onder zijn gespreide handen lijkt een Bösendorfer bijna een speelgoedpiano. Maar hij is vooral een onsterfelijk muzikant met een warm en genereus hart voor zwarte muziek, diepgeworteld in de blues en in Afrika.

Ongelooflijk: op zijn 85ste lijkt Randy Weston alsmaar jonger en vitaler te worden. Hij speelt nog met dezelfde kalme doortastendheid als in de jaren 50 en 60, een zeldzame souplesse en mentale rust. Een grote toewijding ook want zijn muziek ademt geen greintje zelfzucht of demonstratiedrang. Ter illustratie: zijn concert op Jazz Middelheim is helemaal gewijd aan het werk van James Reese Europe (1880-1919), een vergeten pionier van de Afro-Amerikaanse muziek. Waarom was hij zo belangrijk?

Randy Weston: "James Reese Europe was de eerste Afro-Amerikaan ooit in Carnegie Hall in New York. Hij stond er in 1913 met een orkest van 150 muzikanten, allemaal Afro-Amerikanen en Afro-Puertoricanen. Die man was buitengewoon. Hij organiseerde de Clef Club, een ontmoetingsclub voor Afro-Amerikaanse zangers, muzikanten en entertainers. Hij richtte de eerste Afro-Amerikaanse muzikantenvereniging op en runde liefst 7 verschillende orkesten. Hij was dienstbaar aan de zwarte gemeenschap met benefieten voor armen, kinderen en gehandicapten.

"Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hem gevraagd een orkest naar Europa te brengen, om in Frankrijk de gifgasslachtoffers op te monteren. Dat was de eerste keer dat de Afro-Amerikaanse muziek naar Europa kwam, nog voor het jazz genoemd werd. Hij speelde in verschillende sanatoria en kuuroorden in Frankrijk, in Aix-les-Bains, Chambéry, Parijs. Zo bracht hij weer licht in de geesten. Een historische figuur, ik wilde al heel lang een hommage aan hem brengen."

Maar in de jazzgemeenschap kent niemand hem nog?

"Inderdaad. Eigenlijk is dat onbegrijpelijk. Want hij heeft de zwarte muziek opgetild naar een hoger, meer gesofisticeerd niveau, noodzakelijk om het te kunnen beschouwen als kunst. In die zin is het een prelude op het werk van Ellington. Vreemd genoeg genoot hij in zijn tijd wel degelijk erkenning, maar hij is vroeg gestorven en zijn naam is in vergetelheid geraakt."

Gebruikt u sommige van zijn stukken en melodieën in uw project?

"Ik gebruik slechts een klein beetje materiaal van die periode, zoals 'Memphis Blues' van W.C. Handy en wat stukken van Europe zelf. Maar het gros is van mij, composities waarmee ik de geest van dat tijdperk probeer te vatten. Ook in de orkestratie: we gebruiken banjo en tuba. En we tonen aan hoe groots die muziek was aan het begin van de 20ste eeuw. Je moet goed beseffen dat Europe slechts twee generaties verwijderd was van de slavernij. Mysterieus toch, hoe die generatie het Europese instrumentarium heeft opgepikt en daarmee een gesofisticeerd muziekgenre als jazz heeft gecreëerd.

"Dat kun je pas goed begrijpen als je teruggaat tot de bronnen, de Afrikaanse roots van onze muziek, ons erfgoed. Afrikaanse muziek is even oud als Afrika zelf. Kijk naar de oud-Egyptische samenleving en de Nubische cultuur, 7.000 jaar geleden. Kijk naar waar de muziek is gebracht: Brazilië, Cuba, Verenigde Staten. Die voorouderlijke herinnering is in de muziek bewaard gebleven, net als de vaardigheid om het te vertalen naar trombones, trompetten, elektronica, noem maar op. Onze voorouders werden uit Afrika ontvoerd, maar alles waar we mee in contact kwamen, hebben we omgezet in muziek."

Was het een manier van overleven?

"Ja, maar nog meer een manier van leven. Muziek is gecreëerd als een helende kracht, een manier om in contact te blijven met het universum. Het is de oudste taal die we hebben."

U bent opgegroeid in Brooklyn. Wanneer is het bij u beginnen te dagen dat Afrika uw bakermat was? Die gedachte was immers niet evident.

"Dat kwam door mijn vader, die heeft me er altijd op gewezen dat ik mijn voorouders moest respecteren. Hij zei: als onze voorouders uit Afrika ontvoerd zijn en naar Amerika gebracht, dan zijn wij in essentie een Afrikaans volk. Hij heeft me gestimuleerd om de Afrikaanse beschaving van voor het kolonialisme en de slavernij te bestuderen. Als jongen ben ik naar de bibliotheek gegaan om boeken te lezen over de oude beschavingen aan de Nijl, oude Afrikaanse beschavingen zoals Songhai, Ghana, Mali en Egypte."

Hoe bent u ertoe gekomen om piano te spelen? Het was geen eigen keuze?

"Nee, op mijn 12de was ik al 1,85 meter groot en wilde ik vooral basketbal spelen. Maar mijn vader wilde dat ik piano leerde. Dat paste in de Afro-Amerikaanse cultuur. Kijk, in die tijd hadden de zwarten het erg moeilijk: geen werk, geen geld, armoede. Maar zowat iedereen in de zwarte gemeenschap had een piano in huis. En iedereen moest een artistieke basisopleiding krijgen, dat was gangbare praktijk in onze gemeenschap. Viool, trompet, dans. Pas later heb ik begrepen dat dat vanuit de Afrikaanse beschaving komt. De kunsten zijn onderdeel van het dagelijkse leven."

Hoe ontwikkelde u zelf als jazzmuzikant? De Afrikaanse inspiratie is pas heel geleidelijk gegroeid, niet?

"Het is me pas echt beginnen te dagen toen ik in 1967 zelf naar Afrika ben gegaan. In Nigeria en Senegal zag ik dezelfde gezichten als in Brooklyn of Mississippi. Onze manier van koken, praten, dansen, discussiëren. Toen ging me een licht op. Ik kon fysiek zien dat we Afrika nooit echt achter ons hadden gelaten."

En hoe heeft zich dat in de muziek genesteld?

"In de blues, wellicht de oudste muziekvorm van de wereld. De Amerikaanse blues komt rechtstreeks van de Nigerdelta in West-Afrika. Je hoort de blues doorheen de traditionele Afrikaanse talen en instrumenten. Mijn grote voorbeelden zeiden altijd: als je jazz wilt spelen, dan moet je de blues kunnen spelen, en je moet het voor een vrouw kunnen spelen. Daarmee bedoelden ze: je moet emotie en gevoel in de muziek leggen, het mag geen kille formule worden.

"Alle jazzgroten waren meesters van de blues. Ze konden een verhaal vertellen met de blues. Coleman Hawkins, Roy Eldridge, Dizzy Gillespie, Charlie Parker, Duke Ellington, Thelonious Monk. Ze hebben allemaal een nieuwe manier van musiceren gecreëerd, maar ze hebben ook allemaal de bluestraditie bewaard, ze hebben nooit de swing van onze muziek weggesmeten."

Het levensverhaal van een trage groeier

Randy Weston is met zijn 2,05 meter wellicht een van de grootste jazzberoemdheden, maar muzikaal was hij een trage groeier. Zijn verhaal is nu te lezen in de autobiografie African Rhythms, opgetekend en geredigeerd door Willard Jenkins.

Daarin vertelt Weston hoe hij met de paplepel het sterke zwarte bewustzijn meekreeg. Zijn vader wees hem op het Afrikaanse erfgoed, zijn moeder leerde hem de zwarte kerk kennen. Met zijn vrienden ontdekte hij de kracht van de jazz. Weston groeide in de jaren 40 op in Brooklyn, in de vriendenkring van Max Roach, toen drummer bij Charlie Parker en Miles Davis. Hij leerde er ook de donkere kanten van het jazzleven kennen, maar kon tijdig ontsnappen aan de negatieve spiraal van een beginnende heroïneverslaving.

Als pianist was Thelonious Monk zijn grote voorbeeld. Monk nodigde Weston thuis uit voor 'pianolessen', in werkelijkheid urenlange solosessies van de meester. Zelf maakte Weston langzaam naam in het jazzmilieu, eerst met zijn composities Little Niles en Hi Fly. Zijn focus op de Afrikaanse sensibiliteit en erfenis is heel geleidelijk gegroeid, een langzaam proces dat in het boek bladzijde na bladzijde meer vorm krijgt.

Voorts ook te zien op Jazz Middelheim

De 'onvermijdelijke Toots Thielemans' is niet alleen de peter van het Jazz Middelheim, hij zorgt er ook al jaren steevast voor een emotioneel hoogtepunt. Ook nu komt hij nog eens van over de plas samen met Kenny Werner, Oscar Castro-Neves en Airto Moreira. Dat is vrijdag, aan het slot van een volledig Belgisch gekleurde dag met Trio Grande + Matthew Bourne en het Brussels Jazz Orchestra met stilist Bert Joris.

Zaterdag een heel ander verhaal, getekend John Zorn: altijd een onwaarschijnlijke belevenis. Zorn laat eerst pianist Uri Caine en het vocaal kwartet Mycale aanrukken, daarna komt hij zelf met het kamerensemble Bar Kokhba en het weergaloze Masada Sextet. Zorn zelf speelt om middernacht in Antwerpen nog een exclusief concert op kerkorgel, maar dat is al uitverkocht.

Dag drie is nogal hybride met twee geriskeerde acts en twee sure kills. Dave Douglas, trompettist bij Masada, presenteert het resultaat van een project met studenten van het Antwerps conservatorium. Gitarist Marc Ribot gaat een onuitgegeven maar veelbelovende dialoog aan met Allen Toussaint. Lady Linn en Jamie Cullum komen die dag ten slotte handgeklap oprapen.

En dan is er de slotdag, een mozaïek met pianist Omar Sosa, een 'free music all stars' rond Fred Van Hove, de grote en grootse Randy Weston en het Liberation Music Orchestra van Charlie Haden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234