Dinsdag 22/06/2021

'Wij gokken eigenlijk op liefde'

Steve Lacy en Roswell Rudd treden vrijdag in de Antwerpse Luchtbal op met een programma rond de muziek van Herbie Nichols. Sopraansaxofonist Lacy is natuurlijk een bekende naam, maar kenners kijken vooral uit naar Roswell Rudd, een trombonist uit Sharon, Connecticut, die in de jaren zestig een reputatie opbouwde in de free-beweging, daarna jarenlang een schaduwbestaan leidde, maar nu blijkbaar helemaal terug is.

Rudd toert door Europa en krijgt aanbiedingen bij de vleet, een beetje tot zijn eigen verbazing. ""Ik geef meer concerten dan ooit, dat had ik vijf of tien jaar geleden niet voor mogelijk gehouden," zegt hij in een telefoongesprek. Vijf of tien jaar geleden zat Rudd dan ook niet meteen in een zetel. In het boek Bebop And Nothingness van Francis Davis is te lezen hoe Rudd in een afgelegen toeristisch oord zijn brood verdiende in een ordinair balorkest. In de jaren negentig is het tij uiteindelijk gekeerd en zoals velen ervaart Rudd dat er vandaag weer oprechte belangstelling bestaat voor creatieve jazz.

Rudd: "Kijk eens naar de populariteit van Sun Ra vandaag. Er is blijkbaar een hernieuwde interesse voor wat er in de jaren zestig is gebeurd in onze muziek. Via verbeterde heruitgaven van de muziek uit de jaren zestig hebben jonge luisteraars en jonge muzikanten opnieuw aandacht gekregen voor de free-jazz en zijn vertakkingen. Ik pluk daar zelf ook de vruchten van.

"Natuurlijk zullen er altijd conservatieve krachten aanwezig blijven in de jazz. Maar in de jaren tachtig hebben we met de neoklassieke en neobop-trends gezien dat een hele generatie bijna moedwillig de jazz van de jaren zestig ging verloochenen. Vrije improvisatie werd uit de erfenis geschrapt. Voor hen evolueerde de muziek van Miles Davis naar Wynton Marsalis, zonder tussenperiode. Terwijl er natuurlijk een enorme geschiedenis tussen zit. Er was een sterke negatieve beeldvorming, met name door Wynton Marsalis, en dat heeft een sterke uitwerking gehad op veel mensen. De muziek van Ornette Coleman, Albert Ayler en zelfs Coltrane is in de verdrukking geraakt. Goed, Coltrane was okee tot aan A Love Supreme, maar wat daarna kwam werd zonder meer onder de mat geveegd. Niemand van de neoboppers wilde respect opbrengen voor de laatste twee jaren van Coltrane."

Intussen heeft Rudd niet stilgezeten. Speelde hij niet in het openbaar, dan is hij toch altijd blijven repeteren en studeren. "Ik heb wel eens een andere hoed opgezet om te overleven. Maar muziek is mijn religie en mijn therapie. Ik moét elke dag spelen, los van wat dan ook. Het feit dat ik het nu ook meer in het publiek kan doen is het enige wat veranderd is. Privé speel ik elke dag: oefenen, repeteren, blazen. Ik moet. Zonder dat zou ik spiritueel en fysiek niet gezond zijn. Maar de situatie verbetert en dat is mooi. In de Verenigde Staten is het nog steeds hard hoor. Zonder overheidssteun lukt het eigenlijk nauwelijks. Maar we doen wat we kunnen. We hangen vooral van onze eigen ondernemingszin af. We produceren zelf onze concerten en we gokken eigenlijk op liefde. Dat houdt ons recht."

In die positievere conjunctuur is één droom van Rudd intussen ook al waarheid geworden: het New York Art Quartet met Rudd, Reggie Workman, Milford Graves, John Tchicai en dichter Amiri Baraka is herenigd. Er zou zelfs al een plaatopname gemaakt zijn. Met Steve Lacy heeft Rudd een lange gemeenschappelijke weg afgelegd waaraan nu weer een verlengstuk komt. Met hem deelt hij de passie voor de muziek van Thelonious Monk en Herbie Nichols. De laatste wordt wel eens beschouwd als een 'minder excentrieke' Monk, maar Rudd weet beter, want hij heeft jarenlang met de vroeg gestorven Nichols gewerkt.

"Monk wordt nu stilaan beschouwd als de grootste Amerikaanse componist van deze eeuw. Werken met zijn composities, ze steeds beter begrijpen, dat is een blijvende opgave. Telkens ik met Steve samenkom, merken we dat we beter van nul herbeginnen. En het wordt steeds beter, na zoveel jaren maken we nog altijd vorderingen. Met Herbie Nichols heb ik natuurlijk zelf gewerkt. Ik heb met hem nog in Dixieland- en swingorkesten gespeeld. Heel erg mainstream, want het was in de jaren vijftig nu eenmaal makkelijker om mainstreamconcerten te boeken. Maar dat was alleen de zichtbare kant van Nichols' medaille. Nichols was een complete muzikant en een heel flexibel man die zich makkelijk aan diverse situaties kon aanpassen. Dat was misschien een vergiftigd geschenk, want als hij niet zo veelzijdig geweest was, zou hij wellicht veel meer impact gehad hebben als individu. Want er was een tweede Nichols, de man die met ons kleine sessies speelde: heel avontuurlijk, vol verbeelding, echt uniek. Die persoonlijke trekken verdwenen op de achtergrond als hij met typische pick-up bands optrad omdat hij dan de nobele taak op zich nam om elk lid van de groep beter te doen klinken.

"Ik heb vorig jaar eindelijk enkele opnamen kunnen maken van deze verborgen kant van Nichols (het gaat om twee prachtige cd's op het CIMP-label getiteld 'The Unheard Herbie Nichols', DW). Daarin weerklinkt het echte temperament van Nichols. Want hij kon even onthutsend, hoekig, anders en wonderbaarlijk zijn als bijvoorbeeld Thelonious Monk, Billy Strayhorn of Bud Powell. Maar dat zou je nooit vermoeden als je hem hoort met de Dixieland Stompers of zo."

Overigens is Roswell Rudd altijd erg in Dixieland geïnteresseerd geweest. Dat lijkt een contradictie omdat het toch het retrogenre bij uitstek is. Rudd: "De sleutel ligt in collectieve improvisatie. Dat is een basisvaardigheid als je New Orleans- jazz of Dixieland wil spelen. Die vaardigheid stelde me in staat om nadien met iedereen te spelen. Alleen in bebop lukte dat niet omdat je daar vooral een opeenvolging van solo's krijgt en nauwelijks een simultaan verhaal van meerdere muzikanten. Daarom voel ik me ook meer verwant met mensen zoals Albert Ayler, Archie Shepp of zelfs Carla Bley, die componeert vanuit een sterk gevoel voor interactie en communicatie tussen de muzikanten. Lacy had een gelijkaardige ervaring met Dixieland en collectieve improvisatie. Van daaruit hebben we samen Monk geïnterpreteerd en misschien hebben we die muziek daardoor ook een nieuwe betekenis geschonken."

Didier Wijnants

Het kwartet van Steve Lacy en Roswell Rudd treedt op vrijdag 25 juni op in het Cultureel Centrum Luchtbal in Antwerpen. Info: 03/543.90.30

'Jonge muzikanten hebben opnieuw aandacht voor de free-jazz en zijn vertakkingen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234