Vrijdag 22/01/2021

'Wij doen dit voor de acteurs van morgen'

Zijn ze te duur voor de theatergezelschappen en worden ze daarom vervangen door goedkope jonge collega's? Zijn ze te ouderwets voor het moderne theater? Of is er iets anders aan de hand? Feit is dat steeds meer oudere acteurs niet meer aan de bak komen. De coryfeeën van het Vlaamse theaterventileren vandaag voor het eerst openlijk hun ongenoegen. De Morgen trok naar theaterdirecties en vakbonden voor een reactie. Een opmerkelijke reeks in drie afleveringen, op de vooravond van het Theaterfestival en van de nieuwe CAO-onderhandelingen in de sector van de podiumkunsten.

Munkzwalm / Eigen berichtgeving

Wilfried Eetezonne / Jan De Smet

Jef Demedts (65) ontvangt ons op zijn veranda. Zelf neemt hij plaats in een schommelstoel. Zijn dossier ligt op tafel, daarnaast staat een kopje koffie. Na het interview spreekt hij vol trots over zijn tuin. Kortom, het gewone beeld van iemand op rust. Demedts heeft zowat bij alle grote gezelschappen gespeeld en in allerlei televisieprogramma's. Hij stond ook aan de andere kant als directeur van het NTG (wat nu het Publiekstheater Gent is geworden). Zelf zegt hij dat hij nog een van de weinige anciens is die zijn seizoen volledig vol krijgt. Maar dat gezapige gepensioneerde beeld staat haaks op de strijdlust van de acteur Demedts als het gaat over het werkgelegenheidsprobleem bij oudere acteurs en eigenlijk bij acteurs van alle leeftijden. Hij was het die de vakbonden wakker schudde en de knuppel in het hoenderhok gooide. "Ik heb het voorbije anderhalf jaar vijf Shakespeares gezien. Stukken met gemiddeld vijftien à twintig personages. Die stukken worden hier bezet door zeven à acht acteurs. Allemaal jonge acteurs. Vanwege een artistieke ingeving of een vernieuwing? Nee, vanwege de centen. Het uitbuiten van de acteurs is vreselijk geworden en in de hele sector is er geen enkele sociale reflex meer. Allemaal vanwege de lonen."

De oorzaak daarvoor ligt volgens u onder andere bij de decreten. Was het vroeger dan zoveel beter?

Demedts: "Vóór de decreten waren de acteurs vrijbuiters. Je kreeg een loon volgens het goeddunken van de directeur. De maand januari was de spannendste maand, want dan moest je bij de directeur komen om te horen wat je te wachten stond in het volgende seizoen. Het was toen zelfs zo dat je loonsverlaging kon krijgen. Ik weet nog goed dat Greta Lens en Cyriel van Gent dat kregen, omdat ze een aantal weken ziek waren, dus kregen ze zoveel loon minder.

"In 1975 kwam het eerste decreet. Ik vergeet nooit het gejuich van de Vlaamse intelligentsia. Eindelijk zou de acteur een behoorlijk loon krijgen. Gedaan met armoede! Het gejuich was zelfs sterker buiten dan binnen het theater. "De laatste theaterdecreten zijn niet alleen vreselijk betuttelend, ze hebben ook alles stelselmatig afgekalfd. Bij het eerste decreet van 1975 was er bijvoorbeeld een uitvoeringsbesluit dat stelde hoeveel artistieke medewerkers een gezelschap moest of mocht aannemen: dramaturgen, acteurs, decorateurs maar niet de directie. Voor het NTG waren dat op een bepaald moment 32 gesubsidieerde artistieke ambten. Daarnaast had je de werkingssubsidie. Dat was dus tegelijk een artistieke appreciatie en een beschermde sociale reflex.

"In het decreet van 1993 spreekt men niet meer van een 'gezelschap' maar van een 'organisatie' die moet beschikken over 'een aantal beroepskrachten' en kansen moet geven aan 'jonge kunstenaars'. Allemaal zaken waarvoor de subsidies worden gegeven. De theaterdirecteuren worden dus bijvoorbeeld, volgens het decreet, ook beoordeeld op de keuze van hun medewerkers. Dus zegt een directeur: 'Ik ga die Demedts niet engageren, want dat is geen vernieuwing en dan pakken ze mijn subsidie af.' Vergeet niet dat we al ruim tien à vijftien jaar in de absolute kramp van de vernieuwing leven. Ga je Tsjechov regisseren? Dan ga je er toch iets mee doen, zeker?"

Jonge acteurs kregen vroeger te weinig kansen. Er moest een inhaalbeweging komen.

"Dat is juist. Bij de vroegere repertoiregezelschappen waren er ook misstanden. Er moest meer doorstroming geweest zijn. Het freelance werk van nu bijvoorbeeld is iets fris. Die traditie bestond nauwelijks en de theaterdirecteuren durfden te weinig te stimuleren of te vernieuwen.

"Maar kijk vandaag ook eens naar de acteurs jonger dan vijftig. Hoeveel moeten er niet noodgedwongen hun seizoen financieel gezond maken door mee te doen aan spelletjes en presentaties? Ook hele goede acteurs. Allemaal mensen die normaal tot aan hun nek in het theaterwerk zouden moeten zitten. Hoeveel acteurs werken nog twaalf maanden door en hoeveel maanden staan ze in het stempellokaal? Daar bestaan geen cijfers over. Het wordt niet eens onderzocht.

"Een bestaand voorbeeld: een goed acteur met drie studerende kinderen. Hij kan drie maanden hier spelen, een maandje daar. En ondertussen? Stempelen. Dat is geen oude acteur. De jonge acteurs staan ook op straat of vullen hun tijd met allerlei tv-spelletjes. Wat voor pensioentje zullen zij krijgen? Ik doe dit niet enkel voor ons, maar ook voor de oudere acteurs van morgen.

"Nog een bestaand voorbeeld: een actrice werkte 25 jaar bij een gezelschap. Op de maand af dat ze vijfentwintig jaar in dienst was, mocht ze definitief opstappen. Na haar laatste voorstelling mocht ze zich gewoon afschminken en naar huis vertrekken. Niets. Geen bloemetje, geen woord van dank. Niets. Een gouden handdruk? Voor een acteur? Kom nou.

"Terwijl ik als directeur verplicht werd heren op de NTG-scène in de bloemen te zetten omdat ze 25 jaar in de raad van beheer zaten. Minister Frank Vandenbroucke (Sociale Zaken, SP - nvdr) moet dringend voortmaken met een degelijk sociaal statuut voor de kunstenaar.

"Achter alle ontslagen bij KVS, KNS en NTG zat geen enkele artistieke reflex. Geen enkele. Het ging louter om de loonlasten. Dat staat de jongeren ook te wachten. Volgend seizoen heeft het Publiekstheater twee vast geëngageerde acteurs. De KVS nog vier. Alstublieft zeg. Die lonenproblematiek beïnvloedt ook de keuze van de stukken. Je ziet meer en meer monologen en dialogen of grote Shakespeare-drama's met twee man en een paardenkop op het toneel."

De keuze van een acteur ligt toch bij de regisseur, niet bij de directie.

"Dat is niet waar. Tegen de regisseur zeggen ze natuurlijk wie ze kunnen betalen. Bovendien wordt er nu niet altijd correct betaald. Er is een aantal theaters, en niet de kleinsten, die regelmatig proberen de repetitieperiodes niet uit te betalen. Ik kan namen noemen van belangrijke acteurs die dat aanvaarden. Men zwicht daarvoor en zo maakt men de markt kapot. Dat zijn vooroorlogse situaties.

'Momenteel is de CAO als volgt opgesteld. Wat vroeger een eersteplansacteur verdiende, heeft men laten vallen. Want men gaat er nu vanuit dat het loon van een goede acteur een kwestie van vraag en aanbod is. Het hoogste vastgelegde barema nu komt overeen met wat vroeger een toptweedeplansacteur kreeg. Het gevolg is dat theaterdirecteuren zeggen: jij krijgt van mij het hoogste CAO-barema. Zodanig dat ze die mensen betalen als tweedeplansacteur. Als je dan protesteert omdat je in feite een eersteplansacteur bent, kun je gaan."

Misschien zijn oudere acteurs niet flexibel genoeg om in de nieuwe structuren te werken?

"Dat is larie en apekool. Allicht zijn er een paar moeilijke acteurs of oudere acteurs die niet meer geïnteresseerd zijn. Maar is Senne Rouffaer niet meer flexibel? Is Bert André niet meer flexibel? Nand Buyl, Camille Blereau... (Jef Demedts somt een hele lijst op, nvdr). Kom zeg. Je mag aan Lieve Moorthamer vragen wat je wilt op de scène. Jonge regisseurs moeten wel de dialoog met een oudere acteur aan durven te gaan."

Zijn er niet te veel acteurs in Vlaanderen?

"Er is misschien een overaanbod. Dat is weer een ander probleem. Al 25 jaar praat men over het teveel aan toneelscholen en ook dat probleem krijgt maar geen oplossing. Maar als KVS, Publiekstheater Gent en het Toneelhuis elk dertig acteurs hadden met zoals in Engeland een long term contract, dan spreken we over negentig acteurs die voor een aantal seizoenen tenminste vast werk hebben. Ook de minder goede, want het is logisch dat het niet allemaal topacteurs kunnen zijn. Als de kleine gezelschappen tien acteurs in vast verband zouden hebben, dan ben ik er zeker van dat een driehonderdtal acteurs zijn brood zou verdienen."

Dat aantal is voor geen enkel gezelschap financieel haalbaar. De sociale lasten zijn te hoog, de putten te diep en je kunt niet terug naar die oude structuren.

"Een gezelschap met dertig acteurs, noem jij dat een oude structuur? Dat noem ik een internationale structuur. Of wil je zeggen dat dit rijke Vlaanderen plots geen geld meer heeft om zijn acteurs te betalen? Maar de vakbonden moeten ook mee denken en er moet meer doorstroming zijn. Volgens mij is het wel haalbaar. In mijn tijd waren we bij de KVS met 37 vaste acteurs en in Antwerpen met, ik geloof, 44. Denk je dat het toen - alle verhoudingen in acht genomen - anders was met de sociale lasten? Je moet je producties ernaar richten en je geld niet verspillen aan barnumreclames en grote decors. Ik weet wat het is om begrotingen op te stellen en ik heb ervaring met het opstellen van productiebudgetten. Ik zie hoe er soms met geld gesmeten wordt in de sector."

Volgens u gaat er ook te veel geld naar wat u 'de universitaire omkadering van het theater' noemt.

"Dat heb ik niet uitgevonden. Dat las ik vorig jaar in een column in De Standaard. Daarin stond dat de acteur te kwetsbaar is en dat hij moet geleid worden door wat zij noemden: "een universitaire omkadering". Dat is toch om te gieren. De theaterwetenschappers zijn en masse op de markt gekomen en zij zitten in de culturele centra, de raden van beheer, de kabinetten, zogezegde theaterondersteunende instellingen. Noem maar op. Zij zorgen voor zichzelf voor een degelijk maandloon. De 'kwetsbare artiest' zelf mag armoe leiden en denk niet dat ik overdrijf.

"Zij hebben de beoordelingscommissie geclaimd én het zijn zij die de decreten hebben veranderd. Die universitaire omkadering heeft een enorme invloed gehad op het hele sociale en artistieke bewegen van het theater. Ook binnen de administratie van de gezelschappen is de loonlast te zwaar. Zeker in deze tijden van automatisering.

"Trouwens, waarom zijn de lonen van de theaterdirecteuren niet openbaar? In andere gesubsidieerde sectoren, zoals het onderwijs en de ziekenhuizen, zijn al die lonen gekend. Hoeveel een theaterdirecteur en zijn adjuncten en zijn onderdirecteuren en zijn assistenten verdienen mag blijkbaar niet publiekelijk geweten zijn. Wat mij bovendien het meest van al ergert, is dat 95 procent van diegenen die momenteel aan de touwtjes trekken zich overtuigd socialist noemt. Terwijl ze enkel aan hun eigen brood denken."

Jef Demedts: 'Het uitbuiten van acteurs is vreselijk geworden. Er is geen sociale reflex meer'

Speelde en regisseerde bij o.a. NTG, KVS, Raamteater, Theater Yvonne Lex

Was van 1977 tot 1991 directeur bij het NTG

Speelde in talrijke feuilletons van Het Zwaard van Ardoewaan tot Hof van Assisen

Is vanaf 28 oktober te zien in de musical Camelot

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234