Maandag 19/04/2021

Wiegende stemmen

'Luceberts stem is een instrument in staat tot alle denkbare en ondenkbare nuances, meer dan met woorden valt aan te geven'

Er moet een opname bestaan van Guillaume Apollinaire (1880-1918), waarin de dichter pathetisch, bijna zingend reciteert: "Sous le pont Mirabeau coule la Seine et nos amours faut-il qu'il m'en souvienne". Ik heb het zelf nooit gehoord, maar iemand die het wel ooit beluisterde, beschreef het als heel empathisch, met grote uithalen, een beetje zoals Sarah Bernhardt. Ja, zoiets wil ik best wel eens horen van een dichter.

Poëzie-voorleesavonden zijn, hoewel meestal gewoon vervelend, soms wel eens leuk om mee te maken, maar het eenmalig beluisteren van gedichten geeft toch maar een fractie bloot van wat poëzie zou moeten zijn. Gedichten zijn nu eenmaal geen luisterliedjes.

Verre van mij ook om romantisch te doen over literaire stemmen - ik heb al te vaak gezwoegd op interviews met murmelende schrijvers om er toch iets leesbaars van te maken. Interviewbandjes bewaren doe ik dan ook nooit, een zeldzame keer dat ik daartoe wel in de verleiding kwam, lag dat aan de hoestaanvallen en de sardonische lachjes van Willem Frederik Hermans.

Maar verder deel ik allerminst het verlangen dat Henk Hofland en Tom Rooduijn beschrijven in de inleiding op Dwars door puinstof heen (Bas Lubberhuizen, 1997), een boek met interviewfragmenten over de naoorlogse literatuur met speciale aandacht voor de Vijftigers: "Wat zou het mooi zijn geweest als er in de tijd van de Tachtigers al bruikbare geluidsapparatuur was geweest. Niet alleen hadden we dan geweten hoe de stemmen van Kloos, Van Deyssel en hun vrienden klonken; we hadden ze ook buiten de beperkte grenzen van de literatuur gekend. Misschien had er wel eens een microfoon in het huis van Willem Witsen gestaan, was er een opname geweest van Verlaines aankomst op het Amsterdamse Centraal Station en de ontvangst die Kloos hem daar heeft bereid. (...) Hoe waardevol was het geweest als we Vestdijk, Boudier-Bakker, Ter Braak, Du Perron en A.A.M. Stols ook zouden kunnen horen? Was ons oordeel over hun werk daardoor veranderd? Misschien waren we in onze opvattingen verrassend bevestigd; misschien was door hun stem, hun woordkeus ons beeld veranderd."

Bij het boek stak een cd, waarop fragmenten uit de interviews met de Vijftigers staan. Je hoort Lucebert, Campert, Claus en co, soms zoekend en mompelend, dan weer pertinent of grappend uitleggen wat ze in het boek veel resoluter en krachtiger in de mond is gelegd. Voor aspirant-interviewmakers kan het boeiend materiaal zijn om het verschil tussen een gesprek in de ether en op papier duidelijk te maken. Maar verder bieden de gespreksflarden weinig extra, tenzij misschien de aarzelingen en de hoe dan ook niet beschrijfbare ironie. Helaas bevat ons klavier geen ironieteken, we moeten ons behelpen met (lacht) en (zucht).

Interessanter op de cd zijn de drie gedichten, voorgelezen door Hans Andreus, Paul Rodenko en Jan Elburg, de in de tijd van de opname al ontvallen Vijftigers. Vooral Andreus, met een wat gecrispeerde stem die me overeen leek te stemmen met het beeld dat de biografie van Jan van der Vegt over de dichter van het licht liet zien.

De cd bij de heruitgave van de bloemlezing Vijf 5 tigers (De Bezige Bij, 2000) is in die zin boeiender: de Amsterdamse loot van de experimentelen lezen hun gedichten: Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Bert Schierbeek, Remco Campert (aardig met 'Niet te geloven' en 'Poëzie is een daad') en Lucebert. De opnames werden gemaakt tijdens verschillende afleveringen van Poetry International (tussen 1972 en '89). Alleen al Lucebert horen voorlezen is echt een belevenis, een van de weinige dichters die met zijn voordracht iets toevoegt aan zijn poëzie.

Dat is de ervaring van vele liefhebbers van zijn poëzie. J. Bernlef vertelde bijvoorbeeld over een voordracht van Lucebert in de jaren vijftig: "Die man had een manier van lezen die je volkomen overdonderde. Ik denk niet dat ik het allemaal precies begreep, maar ik vond het verpletterend mooi."

Jaren later zou Cyrille Offermans in een huldebetoog dezelfde fascinatie beschrijven: "een jaar geleden had ik het genoegen dat live mee te maken - wat een sensatie! Het is inderdaad alsof er een god viool speelt op zijn strot. Luceberts stem is een instrument in staat tot alle denkbare en ondenkbare nuances, meer dan met woorden valt aan te geven. Behalve als die woorden van Lucebert zelf zijn."

Hoe het precies ging, probeerde de mij verder onbekende publicist en hoogleraar Theo de Boer te verwoorden na de Utrechtse Nacht van de poëzie in 1985: "Lucebert, zo merkte ik, hoort tot de beste performers in Nederland als het om voordragen van eigen werk gaat (...). Hij stond achter de microfoon een beetje hulpeloos in zijn papieren te rommelen. Maar opeens begon hij, met een wat wiegende stem. Het was echt reciteren, iets tussen lezen en zingen."

Ook de spitsbroeders-Vijftigers waren destijds behoorlijk onder de indruk. Kouwenaar beschreef al meermaals het algemene gevoel nadat Lucebert in kleine kring voor het eerst poëzie had voorgelezen:

"Wij waren daar zeer van onder de indruk. (...) Zijn poëzie was wat ons voor ogen schemerde als een mogelijkheid; wat je met poëzie kon doen. Zo direct. Zo opgewonden. Zo vertederend en ontroerend."

Ook Rudy Kousbroek doet altijd lyrisch over Lucebert: "Hij was een profeet, iemand die stemmen hoort." Van Kousbroek is ook de bekentenis dat hij in 1950 Luceberts gedichten wel al kende, zelfs apprecieerde, maar dat er iets veranderde toen hij ze hem hoorde voordragen: ze werden van duister en ondoorgrondelijk toegankelijk en invoelbaar. "Alles bleef hetzelfde maar het is niet ontoegankelijk meer", schrijft hij in zijn inleiding bij de dubbel-cd Oh oor o hoor (De Bezige Bij) met voordrachten van Lucebert. Een deel van opnamen maakte Kousbroek zelf met een jaren-vijftigbandrecorder, nadat hij en zijn toenmalige vrouw Ethel Portnoy Lucebert meegetroond hadden naar een opnamestudiootje.

Overigens heeft Lucebert nog meer geluidsmateriaal voortgebracht. Bij de bundel De moerasruiter uit het paradijs (1982) was een grammofoonplaat gevoegd waarop de dichter voorleest uit eigen werk.(Helaas ontbrak die bij mijn tweedehands gekocht exemplaar.)

Van Claus - ook een begenadigd voorlezer van eigen werk - bestaan er twee cd's met gedichten. In 1987 verscheen Hugo Claus leest (HKM Records/Uitgeverij CNR-Centerboek), geproduceerd door Hans Kusters, en in 1999 in een productie van Henny Vrienten (die dat ook deed met andere dichterstemmen) Nu Nog, uitgegeven door De Harmonie. Beide cd's eindigen met hetzelfde gedicht: 'Envoi'. Als je de tracks na elkaar laat spelen hoor je op een verontrustende manier de veroudering in de stem van Claus. Daar durf ik wel eens diepzinnige gedachten bij te koesteren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234