Dinsdag 20/10/2020

Tour de France

Wie zorgt er eigenlijk voor dat Chris Froome ongeloofwaardig overkomt?

De Britse wielrenner Chris Froome is alweer opgejaagd wild.Beeld GETTY

Kan men wielrennen herleiden tot grafieken, waarden en eenheden? Data zijn steeds belangrijker in het peloton. In de huidige Tour de France weet iedere renner precies hoe lang hij met welke hartslag welk wattage kan trappen. Sommige media lijken de gegevens echter vooral te gebruiken om te zien of een wielrenner - lees geletruidrager Chris Froome - nog geloofwaardig is. Marije Randewijk over het pleidooi voor een 'vermogenspolitie' in de Tour de France.

Er was een maand verstreken na de slotetappe van de Tour de France 2013 en de vraag of we het nou wel goed hadden gedaan werd steeds prangender. "Mooie winnaar hè", zeiden de mensen. "Eindelijk gaat het de goede kant op." Of: "De crisis is voorbij."

De Tour de France had in de ogen van velen met Chris Froome weer een geloofwaardige winnaar gekregen. Dat veroorzaakte, na alle schandalen van de laatste jaren met als hoogtepunt die rond zevenvoudig winnaar Lance Armstrong een zucht van verlichting. De Franse ronde is in de zomer een razendpopulair tijdverdrijf, ook onder niet-wielerliefhebbers, en een ondergang van het evenement is dus ongewenst.

Het wrong. Wie had dat beeld geschapen? Hadden we daar zelf aan bijgedragen?

Ja, was de conclusie van de hoofdredacteur toen ik hem zei dat ik Chris Froome helemaal niet zo'n geloofwaardige winnaar had gevonden. Waarom heb je dat dan niet opgeschreven, riposteerde hij onmiddellijk.

Waarom stijgt hartslag Froome nauwelijks?

Columnist Hans Vandeweghe bekeek het 'verboden' filmpje over geletruidrager Chris Froome.

Geen bewijs voor vals spel

Het antwoord was simpel. Omdat ik totaal geen bewijs had voor eventueel vals spel, alleen wat vermoedens die zich op basis van dertien jaar Tourervaring in mijn hoofd hadden genesteld, en omdat Froome de schijn van het verleden tegen zich had. Maar wantrouwen kun je niet ventileren zonder duidelijke aanwijzingen. Ik kon niet bewijzen dat Froome fraudeerde, zoals ik ook niet kon bewijzen dat hij dat niet deed.

Dat was de hele Tour het probleem geweest. Lang werd geloofd dat de dopingcontroles de schuld en onschuld van de renners aantoonden. Dat bleek een gotspe in het Armstrong-tijdperk. En dat is nog altijd zo.

Een maand geleden stuurde Chris Froome, tijdens een trainingskamp op Tenerife, nog de volgende tweet de wereld in: 'Drie Tourfavorieten trainen op El Teide (Froome, Contador en Nibali, red.) en geen enkele out-of-competitioncontrole de laatste twee weken. Erg teleurstellend.'

Dopingcontroles dragen niet meer bij aan de geloofwaardigheid van de geletruidrager. Ze zijn bovendien duur, omslachtig en weinig effectief. Er zal altijd een nieuw middel zijn dat nog niet is op te sporen.

Hoe dan het vertrouwen van de cynicus terug te winnen?

Beeld BELGA

Wetenschappers mengen zich in de discussie

Wetenschappers boden in 2013 in de Tour een uitweg. Ze mengden zich volop in de discussie, met name via de sociale media. En vooral nadat Chris Froome, de uiteindelijke winnaar, in de klim naar Ax-3-Domaines de recordtijden benaderde van Roberto Laiseka en Lance Armstrong uit de Tour van 2001, twee renners uit het dopingtijdperk. Hoe kon dat?

Ze grepen terug naar de basiswetten van de fysica om de kracht te berekenen die nodig is om met een bepaalde snelheid een col op te rijden. De klimtijd van Froome op Ax-3-Domaines alleen was niet genoeg voor een oordeel over de geleverde prestatie; die houdt immers geen rekening met de tactiek, de omgeving en het koersverloop tijdens de etappe.

De wetenschappers stelden de simpele vraag: is de prestatie fysiologisch te verklaren? Platter uitgedrukt: is de prestatie menselijk of niet?

Het vermogen van de renner, vergelijkbaar met de pk's van een auto, staat daarin centraal. Iedere renner duwt met een bepaalde kracht op de pedalen, een vermogen dat wordt uitgedrukt in watt. Via het crankstel van de fiets wordt bij elke trap precies gemeten hoeveel kracht de renner levert, bij welke hartslag, snelheid en trapfrequentie. De renner kan het aflezen op een computertje dat aan zijn stuur is bevestigd.

Beeld REUTERS

Niet benen, maar de cijfers

Het is tegenwoordig zijn gids. Niet de benen, maar de cijfers op de teller vertellen hem hoe hij zich voelt. De blik van Chris Froome is op z'n fiets zelden naar voren gericht en bijna altijd naar beneden. Hij is de vermogensmaniak, het is de basis van de trainingsleer van zijn ploeg, Team Sky. Zelf vindt Froome dat overigens wel meevallen. 'Ik kijk alleen maar naar mijn stuur om mijn rug te ontlasten', zegt hij.

Vermogen is een objectief gegeven. Dat maakt het een nauwkeurige manier om inspanningen te meten. Een hartslag is bijvoorbeeld slechts een indirecte maat voor de inspanningsintensiteit, het vertelt hoe je lichaam belast wordt, maar dat is maar zijdelings gerelateerd aan hoe hard je trapt.

Er is echter een probleem. Renners weigeren hun vermogensgegevens openbaar te maken, zeker in een wedstrijd als de Tour de France. Alleen zijzelf en hun trainers hebben er toegang toe.

Dus moeten de wetenschappers het doen met de gegevens die beschikbaar zijn en op basis daarvan een schatting maken. Daarbij gebruikmakend van de prestaties van de toppers van vroeger. Vooral van diegenen uit de hoogtijdagen van het doping(epo)tijdperk.

Beeld TDW

Geloofwaardigheid

De Fransman Antoine Vayer, oud-trainer van de eens omstreden wielerploeg van Festina, beoordeelde in 2013 voor de Tour de France alle voormalige Tourkampioenen op hun geloofwaardigheid door hun prestaties in de bergen nauwgezet te analyseren. Hij bundelde zijn bevindingen in een boekje.

Vayer (@festinaboy) liet de berekeningen maken door Fréderic Portoleau, een onderzoeksingenieur werkzaam in de aeronautica. Dat daarin de focus ligt op de beklimmingen komt doordat de windfactor daar het minst van invloed is. En het gaat ook alleen om de slotklim in een etappe (bij voorkeur langer dan een half uur durend), omdat de renners op de voorgaande cols niet altijd tot het uiterste gaan.

De lengte van de col, het stijgingspercentage, de benodigde tijd, het gewicht van een renner en zijn fiets, de wind en het asfalt worden meegewogen in het getal dat het aantal geleverde watt per kilogram indiceert. Hoe meer vermogen er wordt geleverd, hoe ongeloofwaardiger iemand is. Prestaties van 410 watt kregen van Vayer in zijn boekje de kleur geel. Vanaf 430 watt stond voor oranje. En wie 450 watt of meer scoorde, was een 'mutant', zeg maar een fraudeur.

Ter vergelijking: 250 watt, het vermogen van een ezel die een kar trekt, wordt als regulier beschouwd voor de gemiddelde mens; 800 watt is nodig om een wasmachine te laten draaien.

Het 'spel' van Vayer leverde een prachtig kleurenpalet op, met vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain aan het einde van het spectrum in het dieprood. Bij dopingvrije renners wordt een vermogen tussen 5,9 en 6,1 watt/kg op een col van buitencategorie aanvaardbaar geacht, hoewel de wetenschappers over dat cijfer zelf ook van mening verschillen. Een goed getrainde fietser komt op zo'n 4 watt/kg uit. In de Tour kom je dan elke bergrit buiten de tijd binnen.

Beeld AFP
Beeld AFP

Beklimming Froome 'frauduleus'

Het was Vayer die de prestatie van Froome in de beklimming naar Ax-3-Domaines, tijdens de achtste etappe, "frauduleus" noemde. Volgens het model van Vayer reed Froome er met een vermogen van 447 watt naar boven, 6,39 watt per kilogram. Het was volgens hem veel meer dan van Froome gewoon was. In de Tour van 2012, die werd gewonnen door zijn ploeggenoot Bradley Wiggins, duwde hij volgens Vayer 415 watt gemiddeld. Dus was Froome plotseling "dopingverdacht".

Niet veel wetenschappers volgen de Fransman in diens verregaande conclusie. "Aanvaardbaar, maar wel aan de hoge kant", luidde het oordeel van Ross Tucker (@Scienceofsport), een sportwetenschapper werkzaam aan de universiteit van Kaapstad over de cijfers van Froome. Hij is gespecialiseerd in het onderwerp. Tucker deelt zijn bevindingen uitgebreid met de wereld op sportsscientists.com. "Er is geen formule die aantoont dat X gelijk staat aan doping en Y gelijk is aan geen doping."

Maar als Froome in de Tour een hoger vermogen trapt dan wat gemiddeld aanvaardbaar wordt geacht, en een tijd produceert die hem in het gezelschap plaatst van bekende dopinggebruikers, dan moet de sport zich vragen stellen over die prestaties, vindt hij. Hij ergert zich aan de in zichzelf gekeerde blik van de wielersport.

Geloof in exceptioneel talent

Dokters, wetenschappers, wielerliefhebbers van over de hele wereld vonden elkaar in 2013 op Twitter en Facebook voor een levendige discussie en wisselden gegevens uit. Hun conclusies waren niet altijd dezelfde. Ook al omdat de gehanteerde methoden niet altijd dezelfde zijn.

Sceptici voeren aan dat het, door de afwezigheid van de precieze getallen, maar om een schatting gaat. Het aantal variabelen zou te groot zijn voor een betrouwbare conclusie. "De cijfers voeden de zucht naar sensatie", zei Edward Coyle, professor in de bewegingswetenschap aan de universiteit van Austin, Texas in The New York Times.

Bovendien wordt er te weinig rekening gehouden met het voortschrijden van de tijd. De mens evolueert, het materiaal ook. Ruimte voor het geloof in exceptioneel talent is er niet. De waarden liggen vast.

Beeld AFP
Beeld BELGA

"Nooit met 100 procent overtuiging dat iemand doping heeft gebruikt"

"Het is pseudowetenschap", oordeelde de ploeg van Froome na de berekeningen op Ax-3-Domaines. "Vroeger zeiden ze: "Ik ben nooit positief bevonden." Nu is dit hun verdediging", zegt Ross Tucker. Toen aan het einde van de Tour de vermogens van een aantal renners openbaar werden, bleek de marge van afwijking tussen de 1 en 3 procent te liggen. "Of dat aanvaardbaar is? Dat hangt af van wat je wilt concluderen. Je kunt nooit met 100 procent overtuiging beweren dat iemand doping heeft gebruikt. Nog niet. Deze manier van naar de sport kijken lokt geen oordeel uit, maar plaatst vraagtekens."

Tucker vindt dat de sport die ongemakkelijke vragen nodig heeft om het imago op te poetsen. De sport heeft altijd gevraagd om vertrouwen, maar is de beloften nooit nagekomen. "Dus kom maar op met die data. Ze helpen mee bouwen aan meer geloofwaardigheid en bevorderen de openheid."

Beeld ANP

"Vermogenspolitie"

De introductie van het biologisch paspoort in 2008 heeft al veel veranderd, concluderen de meeste wetenschappers. De klimtijden en de vermogens zijn gezakt, wat leidt tot voorzichtig optimisme. Maar juist daarom moeten prestaties die doen terugdenken aan het dopingtijdperk van voor 2008 onderzocht worden.

Waarom willen de ploegen dan de data van hun renners niet vrijgeven? Niet alleen de vermogensgetallen, maar ook de gegevens uit hun bloedpaspoort. Het is in die combinatie dat volgens velen de bestrijding van het dopingprobleem ligt. "Dat men ons de mond kan snoeren door ons de gegevens te onthouden, is naïef en voedt slechts de verdachtmakingen", aldus Tucker. "Als je het stilzwijgen niet doorbreekt, gaan mensen hun eigen waarheid creëeren. De sport heeft de mond vol van transparantie, maar komt die belofte niet na."

Een panel van experts, zeg maar een "vermogenspolitie", zou volgens hem prima in staat zijn om de gegevens te analyseren. Niet binnen een paar uur na aankomst van een etappe, maar na de Tour. "Dan kunnen die waakhonden de "pseudowetenschappers" uitleggen wat het verschil is tussen gissingen en waardevolle gegevens", zegt Tucker met enig cynisme. "Ze kunnen het publiek, de cynici, de media en de wereld het verhaal vertellen waar zij in geloven."

Bedrijfsgeheim

Zo'n instantie bestaat nu (nog) niet. Het is een stap waar de wielersport, (gedwongen) innovator in de bestrijding van het dopingprobleem, nog lang niet aan toe is. Volgens de renners zelf is het vrijgeven van de data alsof ze de concurrentie hun bedrijfsgeheim doorspelen. Andere renners zouden er immers hun trainingsmethoden uit kunnen achterhalen.

Onzin, vindt Tucker. Alsof renners nog niet weten welk vermogen nodig is om te winnen op Alpe d'Huez. "Het is niet dat Alberto Contador plotseling het licht ziet als hij hoort dat Froome een vermogen van 6 watt/kg levert als die van hem wegrijdt. Dat wist hij allang, alleen wij niet."

En dat de wetenschap de onvoorspelbaarheid en daarmee de schoonheid van de sport doodt, gelooft hij ook niet. De 100 meter sprint is ook niet saai, terwijl je de eindtijd met een afwijking van amper 1 procent goed kunt voorspellen.

Dave Brailsford, manager van de ploeg van Froome, was er vorig jaar niettemin duidelijk in. Een te groot risico vond hij het in eerste instantie, om de geheimen van zijn kopman vrij te geven. Zelf bekeken ze na elke etappe de gegevens. En dagelijks waren er afwijkingen. Brailsford: "Er zijn maar weinig mensen die de cijfers correct kunnen interpreteren. Sommige mensen zullen schreeuwen bij de lichtste afwijking." Geen toestemming om de cijfers openbaar te maken De Brit opperde dat het wereldantidopingagentschap (WADA) misschien toegang zou moeten krijgen tot de fysiologische data van de geletruidrager. In een mail aan de Volkskrant reageerde die instantie onmiddellijk afwijzend: "Het is niet in ons mandaat om zulke specifieke verzoeken van ploegen of individuen te accepteren."

Uiteindelijk kwamen de gegevens, of een deel daarvan, terecht op de burelen van de Franse krant L'Équipe. De krant kreeg gegevens over vermogen, gewicht en klimtijden, gemeten op achttien cols in totaal: van de Sierra Nevada in de Vuelta van 2011 tot de Mont Ventoux in de Tour van 2013.

L'Équipe kreeg geen toestemming om de cijfers openbaar te maken. Alleen de conclusies waren geschikt voor publicatie.

De sportkrant ging te rade bij de Franse biomechanicus en fysioloog Fred Grappe. Die concludeerde: er zit geen enkele afwijking in het gemiddelde en maximale vermogen dat Froome sinds twee jaar laat optekenen, wel beschikt hij over een uitzonderlijke zuurstofopnamecapaciteit.

Tot een vergelijkbare conclusie kwam de Britse journalist David Walsh, die een jaar lang in het spoor van de Sky-ploeg vertoefde. Walsh werd bekend als de man die bijdroeg aan de ontmaskering van Lance Armstrong. Froome had de Tour in 2013 schoon gewonnen en binnen het team is geen sprake van een dopingcultuur, oordeelde hij.

Nu begint de catch 22 opnieuw. De geletruidrager is opgejaagd wild. Opnieuw zijn heel wat wenkbrauwen gefronst na Froomes indrukwekkende machtsgreep gisteren in de eerste bergetappe. Ook zouden hackers deze week hebben geprobeerd de trainingsgegevens van Froome uit de computers van Team Sky te "stelen" om aan te tonen dat de Brit verboden middelen tot zich neemt.

Froome heeft laten weten iets meer respect te willen krijgen voor zijn prestaties op de racefiets. "Ik benadruk opnieuw dat ik een schone renner ben en geen doping gebruik", zei de geletruidrager. "Ik snap de twijfels en de vragen wel, want deze sport heeft een geschiedenis met doping, ook met voorgaande winnaars, maar aan de andere kant moet er ook een zekere mate van respect zijn."

Daarnaast legde Froome nogmaals uit dat de hackers niets hebben aan de trainingsgegevens. "Zonder de juiste context heb je er niets aan."

Intussen heeft Tucker de profielen van de bergetappes van deze Tour weer klaarstaan. "De wereld kijkt naar de Tour en zal de prestaties meten op de cols. En ze zal, als men haar de waarheid blijft onthouden, uiteindelijk haar eigen waarheid creëren."

Dit is een licht bewerkte en geactualiseerde versie van een artikel dat eerder op 7 juli 2014 in de Volkskrant verscheen.

Kilo's tellen

Geen renner die aan deze Tour de France bezig is met ook maar een grammetje overgewicht, zeker de klassementsrenners niet. Wielrenners gaan ver in hun streven kilo's te verliezen.

Bekijk de grafieken op Cycling Power Lab en je begrijpt waarom. Daar worden het geschatte vermogen van een renner van 64 kilogram tegenover dat van een renner van 70 kilogram geplaatst in de beklimming van Ax-3-Domaines. Als beide renners bergop een vergelijkbaar vermogen leveren, zeg maar gemiddeld 400 watt, is de renner van 64 kilo een minuut eerder bij de finish dan zijn collega.

De geleverde prestatie correspondeert voor de lichtere renner met een vermogen van 6,25 watt/kg, de zwaardere met 5,7 watt/kg. Om in dezelfde tijd boven te komen moet de zwaardere renner dus een vergelijkbaar vermogen leveren van 6,25 watt/kg, wat correspondeert met zo'n 437 watt en dat is volgens sommige geleerden weer een 'bedenkelijke' waarde.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234