Maandag 21/10/2019

Wie zoet is leest lekkers

Straks meert hij weer aan, de stoomboot van de goede Sint, volgestouwd met GameBoys, PlayStations en Teletubbies. Maar in een donker hoekje liggen hopelijk ook weer wat boeken, van het soort dat je vlinders in de buik doet krijgen lang voor er van verliefdheid sprake is. We vroegen vier van onze huisrecensenten de Sint een handje te helpen bij zijn keuze. Maar ook zwarte Piet lieten we niet in de kou staan; er zijn namelijk ook boeken die voor kinderen wel als straf bedoeld lijken - en waar je als bewuste ouder dus het best met een wijde boog omheen loopt. Opvallend is dat er een niet te dempen kloof blijkt te gapen tussen wat kinderen graag lezen en wat volwassenen vinden dat ze zouden moeten lezen. We proberen bescheiden een bruggetje te slaan.

door Jean-Paul Mulders

'Absolute afraders zijn er zoveel dat ik het schuw namen te noemen," zegt Bert Van Molle, die voor deze krant meestal boekjes voor de kleinsten bespreekt, 5 tot 9 jaar zeg maar. "Kauwgom, weetjewel: je kunt het telkens opnieuw in je mond stoppen en elke keer krijgt het wat minder smaak. Variaties op altijd weer datzelfde thema: kinderen die bang zijn voor iets, die problemen hebben thuis..."

Wat er voor hem dan wel in de zak van Sinterklaas terecht mag komen? Vijfde zijn (Ploegsma, vanaf 3 jaar) van Ernst Jandl bijvoorbeeld, volgens Van Molle een meesterwerkje van beknoptheid: er staan maximaal 20 woorden in, maar de combinatie van plaatjes en woorden is zo suggestief dat het boekje niet méér woorden nodig heeft. Of het pas verschenen Ozo heppie van Joke van Leeuwen (Querido, vanaf 8 jaar). "Poëzie op kindermaat geschreven, zonder te betuttelen, zonder banaal of onnozel te zijn." Als klassieker stipt Van Molle Toen de wereld nog jong was van Jürg Schubiger aan (Ludion, vanaf 8 jaar), een leesboek met heel bizarre prenten. Een kosmologie in een notendop, scheppingsverhaal van dingen en dieren, van mensen en planeten en volgens de recensent een heel apart boek. Een aanrader voor dezelfde leeftijdsklasse vindt hij ook Ze sliepen nog van Toon Tellegen (Querido), verhalende filosofie voor kinderen, en Tekenwereld van Stef van Dijk (Leopold): een verhaal dat uit tekeningen vertrekt en samen met die tekeningen almaar barokker wordt.

Ook Aimée de Jaeger heeft weinig problemen om boeken te noemen die volgens haar absoluut niet schoorsteensgewijs aan huis moeten worden geleverd. "Alles van Marc De Bel," kreunt ze als antwoord op de vraag welke boeken je stoute kinderen in de schoen kunt draaien. "Dat schrijft maar raak hé, dat denkt dat het kan schrijven omdat dat voor de klas heeft gestaan en daar verhaaltjes vertelde. Ach, je merkt dat ik hem spontaan 'dat' noem. Ik vind De Bel een grote oplichter voor de jeugd. Kinderen van acht, negen jaar oud laten zich door hem inpakken maar eigenlijk heeft de man helemaal niets te vertellen, en zijn uitgeverij (Davidsfonds) maakt er een gigantisch commercieel circus van. (zucht) Gebrek aan smaak verkoopt, dat weten we al langer. Zulke praktijken zouden strafbaar moeten zijn."

Wat voor de Jaeger dan wel een wortel en een raap waard is? Anansi's web (Leopold) van de Nederlandse schrijfster Lydia Rood vindt ze zonder meer een enorme aanrader voor al wie in de leeftijdscategorie van de 11-, 12-jarigen vertoeft. "Ik vind dat Rood een heel goed beeld geeft van wat de multiculturele samenleving is en kan zijn als we met z'n allen maar een beetje ons best doen. Heel ingeleefd, beeldrijk geschreven vanuit beide gezichtspunten en met een hoopvol - wat niet wil zeggen naïef - slot."

Nog voor "lieve, goede, toffe kinderen en hun ouders" vindt ze de Zweedse schrijver Peter Pohl. Het boekje Jan, mijn vriend bijvoorbeeld, waarvan vorig jaar bij Querido een heruitgave verscheen en dat volgens De Jaeger tijd en ruimte overstijgt. "Net als alles van Peter Pohl, trouwens. Alleen de Nederlandse vertaling stoorde mij een beetje, omdat er nogal wat ergerlijke germanismen doorheen kronkelen. Ik vermoed dat dat komt doordat ze de Duitse uitgave als vertrekpunt hebben genomen. Maar de inhoud blijft ongelofelijk sterk."

Andere toppers volgens De Jaeger zijn de boekjes van de Nederlandse schrijfster Karlijn Stoffels: Mosje en Reizele (Querido), de "ontieglijk aangrijpende" lotgevallen van twee kinderen in het getto van Warschau, en Stiefland (Querido), waarin het thema van de multiculturaliteit opnieuw aan bod komt. "Een beetje tragisch maar toch vol humor. Klein vrouwtje, die Karlijn Stoffels, maar een grote schrijfster!"

"Klassiekers blijven heerlijk suikergoed om aan kinderen te schenken," vindt Annemie Leysen. "Gelukkig zijn er heel wat tijdloze prentenboeken voor bloedjes vanaf 4. Ik denk bijvoorbeeld aan Max en de Maximonsters van Maurice Sendak (al in 1968, de tijd dat de dieren nog spraken, voor het eerst bij Lemniscaat verschenen). Een vaste waarde door de buitengewone illustraties en het herkenbare verhaal over heibel en verzoening. Nog zo'n klassiek prentenboek is Alle verhalen van kikker en pad van de Amerikaanse auteur-illustrator Arnold Lobel , dat vorig jaar bij Ploegsma in prachtige linnen band heruitgegeven is.

Andere bijbels die volgens Leysen in elke kinderboekenkast thuishoren: Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt (Querido, 1971, vanaf 5 jaar), dat al talloze keren werd herdrukt maar nog steeds niet gedateerd is, en vertederend en onweerstaanbaar geestig blijft. Om De wind in de wilgen van Kenneth Grahame maar niet te vergeten: heerlijke dierenverhalen met geestige pentekeningen van Ernest H. Shepard. Fascinerend is wel dat dit boekje in Groot-Brittannië voor het eerst in... 1908 verscheen en dus al door onze (over)grootouders kon worden gelezen. Onlangs verscheen, eveneens bij Ploegsma, een luxe-editie. Grahame leidt dan weer naar meesterverteller Toon Tellegen, die hij ongetwijfeld inspireerde. Van hem is er Misschien wisten zij alles, een verzamelbundel met al zijn dierenverhalen. Onuitputtelijk leesplezier gegarandeerd (Querido, te savoureren door gehemelten vanaf een jaar of 9).

Hoe verkikkerd op klassiekers Leysen ook is, ook recenter jaren bieden volgens onze recensente een rijke oogst aan kinderboeken die een strikje op hun buik verdienen. Het prachtige nieuwe prentenboek van Harrie Geelen, bijvoorbeeld: Het boek van Jan (Querido, vanaf 5 jaar). Filosofie op kindermaat, ontwapenend en geestig. "Alles van Joke van Leeuwen," mijmert ze verder. "Humor, ontroering en taalvirtuositeit, telkens weer... Iep in het bijzonder (Querido, 1996, 8 jaar en ouder). Bart Moeyaerts meesterwerkje Blote handen (Querido, 1995, 12+), of het nieuwe Broere (Querido, voor iedereen vanaf 12 jaar en veel ouder). Uiteraard ook Het is de liefde die we niet begrijpen. De onvolprezen Guus Kuijer maakte in 1999 dan weer een geslaagde comeback met zijn Voor altijd samen (alweer Querido): een geestig en ontroerend tijdsbeeld van de wereld waarin kinderen van vandaag het moeten zien te redden. De twee volgende deeltjes zijn voor mij overigens al even geslaagd: Het is fijn om er te zijn en Het geluk komt als de donder. Zeer bijzonder vond ik ook Mijn zus draagt een heuvel op haar rug van Ed Franck, met indrukwekkende illustraties van Tom Schamp (Averbode). Een eigenzinnige benadering van het gehandicaptenprobleem, zuinig en geloofwaardig geschreven. Nog van Vlaamse bodem is Witte pijn van Ina Vandewijer (Davidsfonds/Infodok), dat terecht de prijs Knokke-Heist 2000 kreeg. Een soort bildungsroman waarin een jongen zijn eskimoroots ontdekt, maar dan wel op een originele manier."

Enkele overtuigende 'adolescentenromans' dan, zoals dat heet: Jij, jij en jij van de Zweed Per Nilson (Lemniscaat), waarin drie jonge levens met elkaar verweven raken. "Mooi en zonder melo gedaan," prijst ze. Idem voor Rattenvanger van Karlijn Stoffels (Querido): "Ook hier een geloofwaardige registratie van een puberbestaan zonder overbodige kommer en kwel en met een hoog literair gehalte." Hetzelfde geldt voor de tweede vertaalde roman van de Britse auteur David Almond: De wildernis (Querido). Spanning en mysterie tegen de desolate achtergrond van Noord-Engeland en de koolmijnen. Genomineerd voor de prestigieuze Engelse Whitbreadprijs.

Leysen rondt haar lijstje af met een nieuwe poëziebloemlezing, samengesteld door Jan van Coillie en aardig geïllustreerd door Klaas Verplancke: De dichter is een tovenaar (Averbode). "Altijd handig als overzicht van recentere kinder- en jeugdpoëzie."

Om compleet van over je nek te gaan vindt Annemie Leysen dan weer de reeks Stoere meiden (De Eekhoorn): vijf boeken die in amper een jaar bij elkaar zijn geschreven door ene Henriëtte Kan Hemmink, over een meidenvoetbalelftal en de entourage daarvan. "Ik wist niet dat zo'n onzin nog kon worden uitgegeven. Ik wist zelfs niet dat zo'n onzin nog bestond."

'Sommige auteurs zijn gewoon zo goed dat ik hun hele oeuvre wel zou willen aanraden," zegt Belle Kuijken met een enthousiasme dat past bij haar naam. "Voor kinderen van een jaar of tien: Martha Heesen, Joke van Leeuwen, Guus Kuijer of Rindert Kromhout. Van de eerste De vloek van Cornelia bijvoorbeeld, een intrigerend boek over een meisje dat gefascineerd raakt door de vorige bewoners van haar nieuwe huis. Of van Guus Kuijer alle verhalen van Polleke. Kuijer schreef jarenlang niets meer, maar herbegon in 1999 met nieuwe energie. De drie boeken over het meisje Polleke kun je allemaal achter elkaar lezen. En dan nog ga je met spijt het laatste boek dichtslaan."

Aan te prijzen vertaald werk, dan, volgens Kuijken: Mijn kleine hond baasje van de Deen Thomas Winding (Leopold) of Brieven aan mijn vader van de Japanner Kazumi Yumoto (Querido), een heel ontroerend en tegelijk grappig verhaal over verlies en geloof. Of het absoluut pakkende brievenboek Brieven van mijn broertje van de Fransman Chris Donner (Querido). Voor iets ouderen: Bart Moeyaerts zinderende Het is de liefde die we niet begrijpen of Oorlogje spelen van de Amerikaanse Carolyn Coman (ook allebei Querido): "Het zijn boeken die helemaal niet vrolijk zijn. Maar ze zijn origineel, nemen een jonge lezer heel erg au sérieux, laten ook een volwassen lezer niet los. Niet alles is duidelijk, er blijft veel ruimte over voor interpretatie. Moeyaert en Coman moet je minstens twee keer lezen en dan nog is het beeld niet scherp. Net goed, lijkt me, wat stof voor discussie. "Een van melancholie doortrokken beeld van de jaren vijftig in Vlaanderen vind je dan weer in een groot deel van het oeuvre van Henri van Daele, de Vlaamse veelschrijver die op de achterflap steevast met pijp wordt afgebeeld. Van Daele is bezig aan een reeks stevige filmische jeugdromans (De club van het slakkenzout, Balthasar, Ti, om er maar enkele te noemen). Lees vooral Dikke Idde, een heerlijk verhaal over een spijbelaar die heel wat in z'n mars heeft. Van Daele verplaatst zich moeiteloos naar z'n eigen jongensjaren, een beetje in de stijl van Het verdriet van België." Van Daele wordt uitgegeven door Lannoo.

Griezelen doet Belle Kuijken het liefst met De schaduw van Skellig van David Almond (Querido), een schrijver die, na jarenlang verhalen voor volwassenen gepubliceerd te hebben, als jeugdauteur een tweede adem heeft gevonden en internationaal bejubeld wordt. "Schitterende scènes waarbij je haren recht overeind gaan staan, afgewisseld met zeer ontroerende fragmenten uit het zielenleven van een jongen. De schaduw van Skellig kreeg niet voor niets de Whitbread Prize voor het beste kinderboek van 1999."

Voor gespierde Sinten die zich aan deze karrenvracht boeken nog geen hernia hebben getild, doen we er graag zelf nog een homemade tip bij: op 1 december ligt het eerste kinderboek van Geertrui Daem in de winkel (The House of Books, "voorlezen vanaf 7 j., zelf lezen vanaf 9"): Troetel. Geschiedenis van een verloren knuffelbeer. Het verhaal gaat over een knuffelbeer die per ongeluk in een Londense hotelkamer wordt achtergelaten en op z'n eentje de weg naar huis moet zien te vinden. Troetel groeide uit een toneelstuk dat Daem, gestimuleerd door de vele leuke reacties die ze daarop kreeg, tot een boek heeft omgewerkt. Hetzelfde procédé dus dat ze destijds volgde voor haar debuut Boniface. Nog even wachten nu om te zien of Troetel voor het jonge volkje net zo'n revelatie wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234