Zondag 13/06/2021

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is Rilatine

Wie zoet is krijgt lekkers, dat is bekend, maar wat moet de goedheiligman in moderne tijden met stoute kinderen aan? Hugo Matthysen adviseert.

Iemand vertelde mij over een heftige discussie met een Hollandse mevrouw. Waar het om draaide was: "Wat die Belgische Sint doet is helemaal fout. Zomaar even komen vertellen dat er dit jaar geen stoute kinderen zijn. Pedagogisch totaal onverantwoord, want stoute kinderen bestaan nu eenmaal!" Er kwam verder nog wat 'besodemieterd' en 'is die Sint nou helemààl!' aan te pas. Toen ik dat hoorde dacht ik: ja, daar zit misschien wel wat in. Het opent interessante vertelperspectieven. Volgend jaar kan de Sint, op het balkon van het Antwerpse stadhuis, misschien het volgende zeggen: "Ik ga nu even in mijn boek kijken. Oei! Wat zie ik? Zwarte Piet, zeg dat het niet waar is. Er zijn dit jaar maar liefst achtendertig stoute kinderen. Achtendertig! Ik ga geen namen noemen, maar de kinderen weten goed genoeg over wie het gaat!" Wees maar zeker dat menig kind dan schuldbewust in het ijle zal beginnen staren, en nog een week lang met hangende schouders zal rondlopen. Het is een truuk die zo oud is als de straat. Ongeveer even oud als de katholieke kerk dus.

Eén van de vele voordelen van een katholieke opvoeding is dat je daar zulke technieken leert. Toen een priester ons met enige wellust in zijn stem seksuele voorlichting gaf in de tweede middelbare klas, zei hij op het einde van de lessenreeks haast terloops: "O ja, er is nog één ding dat we niet hebben besproken: de zonde van de zelfbevrediging. Maar ik geloof niet dat er in deze klas één jongen zit die tot dergelijke laaghartige, weerzinwekkende dingen in staat is! Handelingen die van een mens nog minder dan een beest maken, want een beest heeft geen geweten!" Daarna liet de man een stilte vallen, waarbij hij zijn blik over de aanwezige dertienjarigen liet dwalen. Als dertienjarigen één hobby hebben, dan is het wel dat. En als je een geestelijke bent, dan is geestelijke terreur natuurlijk een kolfje naar je hand. Daarbij vergeleken was de leraar biologie maar niks. De sukkel moest in dezelfde periode raar genoeg ook de voortplanting behandelen. Hij begon zijn les met de woorden: "Vandaag gaan we het hebben over de voortplanting van het konijn." Bij het woord 'konijn' kreeg hij al een kleur. Hij had nochtans een vrouw en kinderen. Maar het moest nog 1970 worden.

We zijn al stevig afgedwaald, zult u zeggen. Maar u vergist zich, het gaat om die geestelijke terreur. Toen de Sint dit jaar zijn grote boek opensloeg om de Grote Vraag te beantwoorden (zijn er dit jaar stoute kinderen?), was er een kleintje dat vanop de eerste rij met een fijn stemmetje riep: 'Ik ben braaf geweest!' En het hoera-geroep dat opstijgt na de mededeling dat er dus géén stoute kinderen waren, komt uit de grond van het hart. Ook dat van de volwassenen, die meevoelen met hun kroost. Ik heb al vaak hoera-geroep en andere toejuichingen gehoord, maar nooit met die emotionele diepgang. Ik kan mij wel voorstellen dat de vreugdekreten bij de bevrijding van de Chileense mijnwerkers vorig jaar vergelijkbaar waren, maar daar was ik niet bij, dus daar ga ik geen oordeel over vellen. Moet de Sint al die lieve kindertjes platbombarderen met koude feiten over jeugdig wangedrag? Ik denk van niet.

En trouwens, als er nu toch stoute kinderen zouden zijn, hoe zou de Sint die dan moeten straffen? Met de roe? Geen hond die nog weet wat dat is. Er zijn nog slechts twee roeden in omloop: de gordijnroe, en de traploperroe. Moet je dan tegen je kind zeggen: "Als je stout bent krijg je zo'n lange dikke bezemsteel waar je gordijnen aan kan ophangen, en als je héél stout bent krijg je daar nog eens een koperen staaf van vijftig centimeter bovenop, en als je jarenlang stout blijft kan je op den duur een traploper op zijn plaats houden met je collectie!"?

Overigens is het woord stout niet meer van deze tijd. Ik denk niet dat je daar bij een schoolpsycholoog mee moet afkomen. Kinderen zijn hyperactief, ze hebben concentratieproblemen, gedragsstoornissen, ze kunnen niet met gezag omgaan. Of ze kunnen hun gevoelens niet uiten en lijden aan opgekropte boosheid. Moet de boodschap dan zijn: wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is Rilatine? Om te beginnen is dat moeilijk zingbaar, want Rilatine heeft twee lettergrepen meer dan 'de roe'. En het stigmatiseert kinderen die Rilatine slikken: ze worden voor stout versleten. Terwijl ze net niét stout zijn, want ze slikken Rilatine! Nee, de Sint zou zich op erg glad ijs begeven als hij daar over zou beginnen. En dan heb je nog ouders die de homeopatische godsdienst aanhangen. Voor hun kinderen moet de mededeling dan luiden: wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is een Bachbloesemtherapie. Als we aannemen dat de doelgroep pakweg twee tot zeven jaar oud is, lijkt mij dat allemaal veel te ingewikkeld.

Het is ook onpraktisch. De kinderen zouden dan voorafgaand aan het Sinterklaasbezoek een briefje meekrijgen, waarop de ouders moeten aanduiden of ze voor de klassieke geneeskunde zijn, of voor de alternatieve. Als de Sint dan op school komt worden de kinderen in twee groepen verdeeld, die elk een andere versie van de stoomboot zingen... Alsof de leerkrachten al niet genoeg rompslomp aan hun hoofd hebben.

Laat ons het maar bij die roe houden, al zijn er heel wat kinderen die denken dat het een eigennaam is: Deroe. Wie stout is mag volgens hen bezoek verwachten van een zekere Deroe: ongetwijfeld een nare, wat oudere man met een voornaam die geen slechtheid doet vermoeden, want dat maakt het alleen nog maar erger. Bert Deroe. Thomas Deroe. Hendrik Deroe. Ik heb net even gegoogeld, kwestie van geen Vlaamse Deroes tegen het hoofd te stoten, en in Amerika lopen er een paar rond. Bij ons niet. Er bestaat zelfs een Deroe Technologies Group in Tennessee. Dat is eigenlijk goed nieuws voor de kinderen. Die kerels gaan nooit helemaal van de US naar hier komen om wat kinderen die rijp zijn voor de Bachbloesemtherapie te komen treiteren, die hebben namelijk een bedrijf te runnen.

Vroeger hadden wij onze eigen Vlaamse versie van Bert Deroe - die dus eerder James of Robert zal heten. Wij hadden de Bietebauw. 'Kleine, kleine stouterik! Durft gij moeder tergen? Wacht, ik zal hem roep, ik! Uit de zwarte bergen!' dat zongen kinderen voor hun moeder, en dat kwam ongetwijfeld aan. In het eerste leerjaar kregen wij naast lezen en rekenen ook onderricht over de levenswijze van Moorke Pek. Dat was een gemeen zwart ventje dat in de hel woonde en langs een tunnel naar boven kon. Zijn geheime wapen was een anker met een lang touw. Als je stout was (ander gedrag was nog niet uitgevonden) kwam Moorke Pek 's nachts in je slaapkamer. Hij sloeg het anker in je buik, en met dat lange touw trokken de duivels je dan de hel in. Moorke Pek sloeg zich daarbij op de knieën van de pret, en zijn akelig gelach weerklonk tot aan eenzame hoeven aan verre steenwegen. Vergeleken bij deze twee afgrondelijke griezels zijn de Deroes gewoon lachwekkende sukkels.

Het is tijd om conclusies vast te knopen aan deze bescheiden studie. Ik zou zeggen: misschien moet de Sint maar blijven volhouden dat er geen stoute kinderen zijn. Om het simpel te houden. En laat die roe ook maar voor wat hij is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234