Donderdag 15/04/2021

Getuigenis

‘Wie zette mijn naaktfoto’s online?’ Na zeventien jaar gaat Jantine op zoek naar de daders

Jantine Jongebloed Beeld Eva Roefs
Jantine JongebloedBeeld Eva Roefs

Zestien was Jantine Jongebloed toen blootfoto’s van haar op school rondgingen en op een website belandden. Zeventien jaar later gaat ze op onderzoek uit en zoekt ze contact met de betrokkenen. Wie openbaarde haar foto’s? En wat was háár rol in dit verhaal?

Op mijn 16de hingen er naaktfoto’s van mij in de aula. Het is op zomaar een dinsdag in de zomer van 2020 als ik in een WhatsApp-gesprek met oud-klasgenoot Marjolein – via een omweg langs okselhaar, saucijzenbroodjes en leraren op wie we verliefd waren – aan dit middelbareschooldebacle word herinnerd. Ik bedoel niet herinnerd als in dat ik het was vergeten, of had verdrongen, maar ik denk er bijna nooit meer aan. Het is gaan voelen als een verhaal van iemand anders, niet een waarin ik zelf de hoofdrol vertolk.

Ik herinner me de website met daarop de foto’s die ik voor een ex-vriendje had gemaakt. Ik herinner me het verzonnen interview waarin staat dat ik sinds kort geniet van sperma slikken. Ik herinner me het artikel op GeenStijl (Nederlandse actualiteitenwebsite, red.) en de ongevraagde commentaren op mijn borsten, hoofd en dijen. Ik herinner me Sylvie – zoveel grofgebekter dan ikzelf, en ogenschijnlijk zoveel zelfverzekerder – die de foto’s printte om in de klas uit te delen. En wat ik me vooral herinner: de keuze om het klein te houden, handelend naar mijn moeders lievelingsfilosofie: alles wat je aandacht geeft, groeit.

Marjolein, uit het vijfde middelbaar, stuurt me op WhatsApp een foto van een dagboekpagina waarin ze beschreef hoe zij het toen ervoer – in het Engels zodat haar broertje niet kon meelezen. ‘February 6, 2004. Tuesday evening Sven gave me this link and said Jantine was on it, Naked. With a capital N. She was. Rotten things followed, for which I will always blame myself. People talked about her a lot. I joined them, betrayed her without knowing the real story. The pictures, they’re not my business. I thought, in a horrible way, it should be.’

Marjolein biecht zeventien jaar later schoorvoetend aan me op dat zij direct na het bekijken van mijn foto’s de link naar een volgende klasgenoot doorstuurde. Het delen van haar dagboek is een kleine knieval; ik krijg een inkijkje in haar, in ruil voor haar inkijkje in mij.

Ik vertelde de afgelopen jaren weleens over die foto’s en GeenStijl aan nieuwe vrienden. Zo van: o ja, dat heb ik ook nog meegemaakt. Als ik slachtoffers van online seksueel misbruik op tv of in de krant zie voorbijkomen, met hun tranen en hun trauma’s, dan spiegel ik me niet aan hen, maar aan degene die de vragen stelt. De ánder interviewen, dat is als journalist mijn rol geworden. Pas na het Whats­App-gesprek begin ik vragen aan mezelf te stellen. Heb ik me nu eigenlijk geschaamd, of niet? Ben ik ooit wel boos geweest? Wat was míjn rol in dit verhaal? En wie besloot mijn foto’s te openbaren? Wat is het verhaal dat ik mezelf al die jaren heb verteld, en klopt dat wel?

Puber uit de Achterhoek

In 2004 ben ik een 16-jarige, introverte maar uitgesproken puber uit het oosten van Nederland met een basisschooldocent als moeder, een IT’er als vader en een eigen computer op haar kamer. Mijn klasgenoten en ik hebben een profiel op CU2 (‘het leukste online smoelenboek’) en ik onderhoud na schooltijd contact met mijn vriendje en vriendinnen via e-mail, MSN en IRC, een chatbox met openbare kanalen. Sms-bundels raken in die tijd nog op en de huistelefoon staat paraat voor urenlang gezwets. Ik ben actief op het forum van scholieren.com, waar dan zo’n tweehonderd jongeren uit heel Nederland dagelijks lief, leed en onzin delen. WhatsApp en Facebook bestaan nog niet.

Mijn 17-jarige vriendje David ken ik van het forum. Net als Maarten, mijn verkering van het jaar daarvoor. Voor hem begin ik op mijn 15de met het maken van naaktfoto’s met de zelfontspannerfunctie van de digitale Canon van mijn vader.

Maarten daagt me uit, stuurt een foto van zijn billen, en ik twijfel niet om erin mee te gaan. Seks is naast Harry Potter mijn grootste interesse, en het uitwisselen van naaktfoto’s via e-mail en MSN is een belangrijk onderdeel van het voorspel, een overbrugging tot het volgende weerzien.

Op school ben ik onzeker over mijn dijen die niet in de strakke spijkerbroeken van mijn schoolvriendinnen passen, maar in mijn slaapkamer met hemelbed en lavalamp ken ik geen schaamte of verlegenheid. Seks is mijn vrijplaats, en mijn verlangens en mijn lijf ontdekken wordt een spel dat ik graag speel.

Op het scholierenforum, waar jongens en meisjes elkaar advies vragen over schaamhaar, masturbatie en piemellengte, bestaan vanaf eind 2003 de zogeheten gewaagde fototopics: een plek waar tieners hun pikante halfblote selfies delen en elkaar vervolgens complimenteren. Een puberaal en onnozel spel waarbij de grenzen van de anonimiteit en verleiding worden opgezocht. De topicreeksen zijn niet onomstreden: volwassen moderatoren bediscussiëren af en toe of er niet moet worden ingegrepen, maar de conclusie is lange tijd dat de minderjarigen niet tegen hun naïeve zelf in bescherming hoeven te worden genomen.

Het gevaarlijke Internet

Ik deel ook weleens een foto in ondergoed, net als mijn vriendje, en ervaar het forum als een veilige haven voor een groepje leeftijdsgenoten wier naam ik ken. Maar natuurlijk is het ook een openbare plek op het Gevaarlijke Internet, waar wordt meegelezen door types met kwaad in de zin. Hoewel niemand in die jaren vulva’s en piemels op het forum uploadt, weten lurkers met verkeerde bedoelingen maar al te goed op welke computers ze moeten inbreken om er het volledige naakt af te halen.

En zo gebeurt het dat in februari 2004 de derde editie van ‘de forumkrant’ verschijnt, een website vormgegeven als een roddelblaadje, van anonieme makers. Een meisje uit mijn klas, ook forumlid, attendeert me erop op MSN. Vijf pagina’s zijn aan mij gewijd: een nepinterview over mijn ontmaagding, een verzonnen quote waarin ik zeg dat het me niet uitmaakt dat mijn beelden zijn gestolen, en meerdere herkenbare foto’s. Twee daarvan zijn half bedekt en van het forum afgevist, de andere verstuurde ik op mijn 15de per mail in vertrouwen naar mijn toenmalige vriendje Maarten. Foto’s waar ik in volle glorie op sta, met gezicht, tepels en vulva. De volgende ochtend prijkt mijn lijf op de homepage van GeenStijl.

Een paar dagen later heeft het nieuws ook mijn middelbare school bereikt. Iemand heeft een groepsmail met een linkje naar de forumkrant de deur uit gedaan, honderden leerlingen hebben in cc gestaan. Een klasgenoot licht me in op MSN. Ik vergeet haar naar de afzender te vragen. In bevroren staat ga ik die avond slapen. De volgende ochtend bel ik radeloos met David. Mijn vriendje zegt dat ik me niet hoef te schamen. Je bent mooi, je kunt dit, het komt goed. Hij coacht me aan de telefoon mijn bed uit, mijn fiets op. Schouders eronder, het is zo voorbij. Op de fiets naar school vertel ik mijn vriendin Kitty wat er gaande is. We zijn beiden zenuwachtig voor wat mij te wachten staat. Ze stelt voor om te keren, maar ik ben vastbesloten naar school te gaan.

In de wandelgangen voelt het als die nachtmerrie waarin je naakt over straat gaat. Grote ophef, blikken, geroezemoes. Iedereen weet het. Wie de mail van gisteravond heeft gemist, kan mijn foto’s als affiches op de pilaren in de aula zien hangen. Mijn klasgenootje Sylvie heeft ze op A4 geprint en opgehangen, en geeft ze door in de klas. Gedreven door een vreemde mix van versteend en verheven doe ik niks, en begin aan mijn les geschiedenis.

Op het bankje waar ik in het tussenuur altijd met vriendinnen zit, doe ik keurig wat David mij heeft aangeraden. Ik glimlach geforceerd zelfverzekerd terug naar iedereen die me aanstaart. Ik voel me groter worden. Ik kan dit aan. Ik ben dan wel verlegen, maar ik schaam me niet voor mijn naakte lijf of voor de foto’s, die ik mooi vind, in zacht licht genomen, sommige zwart-wit. Ik maak me zorgen over het verzonnen interview. Het wekt de indruk dat ik erop kick om door de hele wereld te worden bekeken. Aandachtshoer, dat is nogal een label.

Na het tweede uur is er nog steeds geen conciërge of leraar die van zich laat horen. Ik moet zelf in actie komen. Als ik in de pauze het kantoortje van de conrector binnenstap, zie ik een post-it met mijn naam op zijn computerscherm geplakt. Hij blijkt al ingelicht. Ik moet gaan zitten. De conrector vraagt niet wat er is gebeurd of hoe het met mij gaat. Hij zegt dat het te verwachten is dat mijn foto’s de school bereiken als ik een sekswebsite heb. Sekswebsite, dat woord is me altijd bijgebleven. Hij stelt voor om de systeembeheerders van school in te schakelen. Ik concludeer dat het te ingewikkeld is om deze 50-jarige digibeet uit te leggen wat er speelt. Hij adviseert het verder met mijn ouders te bespreken. Vijf minuten later sta ik weer buiten.

Die dag komt er nog een docente maatschappijleer naar me toe om te zeggen dat ik me niet hoef te schamen, maar verder blijft het stil. Geen sancties voor de pesters, geen voorlichting in de klas over sexting of onlineprivacy. Geen vervolgafspraak met de conrector. Ik verzwijg het voor mijn ouders.

Ongeschonden?

Gelukkig is daar Koen. De knapste jongen van de hele school. Hij voegt me na de vernederende schooldag toe op MSN, en wordt de eerste buitenstaander die vraagt hoe het met me gaat, en hoe mijn foto’s op internet zijn beland. Tussen neus en lippen door vertelt hij hoe mooi hij me vindt, en stelt dan voor om onze schoolgenoten een rectificatiemail te sturen. We overleggen over de inhoud. Dat de foto’s zijn gestolen, het interview verzonnen en dat het gelach en geroddel me niet in de koude kleren zijn gaan zitten. Koens oproep heeft effect. Knappe kinderen zijn populair, populaire kinderen hebben aanzien. Na het weekend heeft niemand het er nog over.

Ik heb dat altijd onthouden: het goede, de afloop, het overwaaien. Ik ben er nooit bij een therapeut over begonnen. Het voorval heeft geen invloed gehad op hoe ik met seksualiteit, mannen of mijn lijf omga. Ik ben niet gesloten, angstig of wantrouwend geworden. Ik heb gezonde relaties gehad, en ben al zeven jaar blij met de man met wie ik trouwde. Met mij is alles goedgekomen. Maar het kan toch niet anders dan dat ik ook pijn, schaamte en verdriet heb ervaren? Ben ik echt zo ongeschonden uit de strijd gekomen?

Ik besluit David een bericht te sturen, het vriendje dat me de school in praatte toen ik met mijn hoofd onder de dekens wilde blijven. David blijkt zich alles veel beter te herinneren dan ik. “Je was wanhopig, verslagen en gestrest. Ik wilde je machteloze gevoel wegnemen en besloot je te adviseren erboven te staan, de confrontatie aan te gaan. Je stapte er daarna relatief snel overheen.”

David is een neurotische archivaris en het komt goed uit dat hij alles heeft bewaard. Hij mailt me een oude MSN-chatlog van ons contact tussen december 2003 en maart 2004. Ik lees tussen de regels en emoji’s door hoe ik dacht als 16-jarige, soms ruw onderbroken door ‘papa zet het internet zo uit’. Als ik hem op MSN laat weten dat ik in de forumkrant sta, vraag ik: ‘wat moet ik nou?’. David stelt voor om in actie te komen, want ‘als je niks doet, wordt het alleen maar erger’. Ik vraag hem wat er nou nóg erger kan. ‘Wacht maar tot je in de winkel een Panorama ziet liggen met jouw foto’s en een smeuïg verhaal.’ Het werd niet Panorama, maar GeenStijl, waar ik de volgende dag op verschijn.

Ik googel mijn naam en vind het GeenStijl-artikel terug dat na al die jaren nog steeds bestaat, terwijl mijn foto’s na een paar dagen offline werden gehaald: ‘In de geheime schoolkrant is vandaag Jantine aan de beurt. Laat u door de titel scholierenforum niet misleiden, de subjecten schijnen allemaal al lang te studeren of een baan te hebben, of op zijn minst (geschoren) haar. Jantine is een meisje naar ons hart.’ Als ik de URL door de Wayback Machine haal – het internetarchief dat sinds 1996 kopieën van websitepagina’s maakt – is daar het oorspronkelijke artikel uit 2004 te bekijken, inclusief de 172 reacties die in twee dagen volgden. Een reaguurder onder de naam Lekker Belangrijk® bijt het spits af: ‘Lekkere dijen heb ze, neuqen!’. User Paardelul volgt: ‘Ze heeft een mooi kutje.’ Verderop: ‘Nounou, zo bijzonder is ze ook weer niet, vind het een beetje bandbreedtevervuiling’ en ‘Ik geniet met volle teugen van jantien!’. De mannen vergaten voor het gemak dat ik geen object was, maar een meisje dat zat mee te lezen.

Machteloos

In de reacties worden URL’s van ‘mirrors’ gedeeld, kopieën van de forumkrant, een trucje om te zorgen dat alles zo lang mogelijk te bekijken valt voor het geval het origineel offline wordt gehaald. Ik herinner me opeens hoe druk ik er in die dagen mee was om die kopieën, die als paddenstoelen uit de grond schoten, de kop weer in te drukken. Strak van de adrenaline en met de hulp van handige onlinevrienden die wisten hoe ze de websitehosts konden verzoeken mijn foto’s te verwijderen. GeenStijl plaatst nog die week een update: ‘De schoolkrant blijkt te zijn gemaakt zonder de medewerking van deze mensen. Ze hebben zelf hun feauteaux (foto’s, red.) online gezet, maar een ander deel blijkt te zijn gejat. De interviews zijn samengesteld uit quotes uit verschillende fora, en ook verzinsels.’ In de reacties lees ik ook het bericht dat user QQ er achterliet: ‘het hele jantien archief, ongecensureerd’, met daarbij een URL naar weer een andere site, met tientallen van mijn onbewerkte blote foto’s. De collectie is in meerdere maanden bij elkaar verzameld, geen idee hoe ze eraan zijn gekomen. Ik weet weer hoe machteloos het voelde, hoe mijn adem telkens stokte, dat ik me afvroeg of het ooit nog goed zou komen.

In de chatlog met David vind ik een berichtje van een vriendin aan mij, dat ik verdrietig aan hem laat lezen: ‘Ik zou me rot schamen als ik jou was, met die domme foto’s van je.’ Ik vind er ook de woorden die David me stuurde op de dag dat ik mijn klasgenoten onder ogen moest komen, als reminder na ons telefoongesprek: ‘Het zijn maar poppetjes Jantine, ze zijn dom en jij bent iemand. Niemand kan jouw geluk bepalen! Lach ze uit!’. Een paar dagen later vraagt David op MSN hoe het met me gaat. ‘Mjakweetniet, iedereen heeft het over de foto’s.’ ‘Maar hoe gaat het los daarvan?’, probeert hij, alsof er op dat moment een los daarvan bestond. ‘Kun je het niet van je afzetten?’ Ik antwoord snel: ‘Jawel :) dat kan wel. Ik kan me er moeilijk druk om maken. Iedereen heeft ze nu toch al gezien.’ Uit ons gesprek maak ik op dat ik daarna met een oude forumvriendin belde, die zich zorgen maakte.

Ik besluit haar in een privébericht op Instagram te vragen wat zij nog weet van ons gesprek. ‘Ik was er heel erg van geschrokken, maar ik herinner me dat jij vrij nuchter was, en dat we het al snel over andere dingen hadden.’

Was ik echt zo onverschillig? Of had ik geleerd dat niks mij kon raken? Ik snap het nu. Ik hoorde dat het mijn schuld was. Van een vriendin, van de conrector, en op het forum, waar ik teruglees dat men schreef dat ik dom was, het zelf had uitgelokt. Ik heb dat oordeel in één dag geïnternaliseerd. Ik ben in andermans waarheid gaan geloven. Geen boosheid en verdriet ervaren was een overlevingsstrategie: ik besefte dat er geen ruimte was voor slachtofferschap. Pas nu besef ik dat de daders wél mijn geluk bepaalden. Het was mijn mensenrecht geweest om boos te zijn.

Ik wil weten wat de schuldigen er nu zelf van vinden. Ik wil begrijpen waarom mensen zonder toestemming andermans foto’s delen. Ik begin bij de minst stressbezorgende delinquent, omdat het de enige was die het delict voor mijn ogen pleegde en ik dus zeker weet dat ze schuldig was: Sylvie, het meisje dat besloot mijn foto’s in school op te hangen. Mijn hart klopt in mijn keel als ik zie dat ze mijn DM op Instagram heeft beantwoord. In mijn hoofd is ze nog altijd het vernederende monster van zoveel jaar geleden. Maar Sylvie, inmiddels 35 jaar en verhuisd naar Barcelona, toont berouw. ‘Ik was in die periode blijkbaar een ontzettend kutwijf door er hard om te lachen en te denken: hoe kon je zo dom zijn, en ben toen een stap verder gegaan door de foto’s rond te delen. Ik weet niet waarom ik je voor schut wilde zetten, waarom ik je een lesje wilde leren, maar weet dat het me spijt. Als ik het kon overdoen, dan had ik mijn mond gehouden en tegen mensen gezegd: dit had jou ook kunnen overkomen, laat haar met rust. Ik denk er regelmatig aan terug en dan hoop ik maar dat het goed met je gaat.’ Ze sluit haar bericht af met een emoji-hartje. Ik ben ontroerd, en moet ook een beetje lachen. Ik proef opluchting, alsof ze dankbaar is dat ik haar de kans gaf haar excuses aan te bieden. Ik ben niet meer de domme slet die een grote fout beging, het was Sylvie die schuld toekwam.

Ik stuur ook mijn ex Maarten een bericht, hij is nu een IT’er met een eigen internetbedrijfje. Ik heb hem destijds kort beschuldigd van het lekken van mijn foto’s, omdat er tenminste één online stond die zeker weten alleen hij kon hebben, maar hij ontkende alles, en daar is mijn zoektocht toen gestrand. Ik mail hem dat ik het tijd vind dat de waarheid boven tafel komt. Meteen zegt hij weer dat hij absoluut geen aandeel had. En dan: dat hij vermoedelijk bewijzen heeft wie er wél achter zat. ‘Maar ik wil krap twintig jaar later niemand in de problemen brengen.’ Hij laat weten dat hij nog oude chatlogs uit die periode heeft, maar peilt eerst hoeveel wraakgevoelens ik eigenlijk koester. Ben ik soms van plan iemand voor de rechter te slepen? Ik stel hem gerust en zeg dat ik hoop op een eerlijk en volwassen gesprek, dat moet toch kunnen?

Na wat aandringen begint hij over verhalen die destijds in een chatkanaal de ronde deden: gasten die vertelden dat ze foto’s van mijn computer ‘snaaiden’. ‘Jongens uit het duistere hackerscircuit die contacten met Oostblokkers hadden.’ Ik vraag me af of het een manier is om de aandacht van hemzelf af te leiden. Ik confronteer hem met het feit dat er in de reacties op GeenStijl linkjes naar kopieën van de forumkrant stonden, geüpload op zijn server – hostingruimte die hij toen gratis beschikbaar stelde aan forumleden – en dat hij zijn handen dus ook niet in onschuld kan wassen. ‘Dat heet kinderporno faciliteren’, laat ik weten. Ik ben te ver gegaan. Hij heeft geen zin meer om me te helpen. Er volgt een dagenlange radiostilte.

Vader van twee puberdochters

Om Maartens vertrouwen terug te winnen besluit ik bij de zedenpolitie te informeren wanneer mijn zaak verjaard is. De vrouwelijke zedenagent aan de andere kant van de lijn blaft me verontwaardigd toe. ‘Sorry hoor, maar mag ik vragen waarom je tóén geen aangifte hebt gedaan? Denk je dat het OM hier nu nog iets mee kan?’ Ik heb een flashback naar 2004 en herinner me weer hoe het voelt om niet serieus te worden genomen. Ze verwijst me door naar het Juridisch Loket. Daar googelt een medewerker aan de telefoon naar het juiste antwoord. Hij weet het niet zeker, maar concludeert dat mijn zaak na twaalf jaar, in 2016 dus, moet zijn verlopen.

'Pislink schreeuw ik dat hij een slappe zak is, dat ik spijt heb dat ik geen aangifte heb gedaan.' Beeld Eva Roefs / AD
'Pislink schreeuw ik dat hij een slappe zak is, dat ik spijt heb dat ik geen aangifte heb gedaan.'Beeld Eva Roefs / AD

Ik mail Maarten opnieuw, en verzeker hem ervan dat hij vrijuit kan spreken en mij zonder vrees aan de nodige bewijzen kan helpen. Hij is nu toch vader van twee puberdochters? Leef je in, vul ik aan. Hij gaat overstag. Hij zoekt in zeventien jaar oude chatlogs op woorden die ons kunnen helpen.

In de weken die volgen stuurt hij me via privacy-app Signal mondjesmaat stukjes conversatie uit het toen populaire IRC-chatkanaal waar hij en een paar andere forumleden van scholieren.com samenkwamen, jongens die destijds tussen de 16 en 25 waren. In de chatbox blijkt het een nachtelijk komen en gaan van verveelde zielen die onsamenhangende conversaties voeren en naaktfoto’s van meisjes naar elkaar sturen. Al snel duikt er een belangrijke aanwijzing op.

In juni 2003, een maand voor ik mijn eerste naaktfoto ooit zou maken, en nog voordat de gewaagde fototopics bestaan, deelt iemand een linkje naar mijn forumaccount, zegt dat hij zich ‘de cholera’ verveelt, en dan: ‘naaktfotos van haar is mijn volgende doel’. Het is user Flame, een forumlid van mijn leeftijd, waar ik weleens van heb gehoord.

Ik ben in shock – was ik nou doelwit van een vooropgezet plan, en was het Flame die uiteindelijk de forumkrant zou maken? Vanaf september 2003 – mijn verkering met Maarten is voorbij en de gewaagde topics op het forum zijn een hit geworden – duiken er regelmatig foto’s van mij in het chatkanaal op. Volledig naakt, niet die ik op het forum deelde, maar foto’s die ik voor Maarten en David maakte. Niet alleen mijn foto’s komen ter sprake, verschillende meisjes van het forum passeren de revue en uit de gesprekken blijkt dat de foto’s onrechtmatig zijn verkregen, van computers of uit mailboxen gestolen.

Wat dreef die mannen? Is het voyeurisme? Heeft het met macht te maken? Zit de opwinding in het sadisme, in de vernedering? Of vinden ze dat deze meisjes sletten zijn die een lesje moeten leren omdat vrouwen die hun seksualiteit uiten morele overtreders zijn, die straf verdienen?

Terwijl ik door de chatlogs scrol, voel ik me een FBI-agent. Dat is de eerste week nog leuk en spannend. Daarna breekt het me op. Ik spit dagenlang misselijk door vaak onbegrijpelijke gesprekken tussen mensen van wie ik meestal nog nooit heb gehoord. User Wicky zegt: ‘jantien laat je tieten nog eens zien!’. User Flame vraagt in de chat om ‘een goede naakt van jantien’. Een maand later deelt user Vlex mee dat hij de ‘full body nude van jan10’ inmiddels in bezit heeft, ‘mét pubic’, vult hij aan. Wicky wil de foto ook, zegt hij.

Duizelen

De flarden informatie en de chronologie ervan beginnen me te duizelen. Ik maak een tijdlijn van de verschillende momenten. Vijf maanden voor mijn foto’s op GeenStijl belanden worden in het chatkanaal al verzamelingen van mijn foto’s uitgewisseld, in de vorm van een linkje of als map met de naam ‘jantien.zip’. Van een aantal foto’s is de bestandsnaam gewijzigd in een tot de verbeelding sprekende naam als ‘slet1.jpg’. Ik maak een digitale muur met daarop de namen en bewijzen die ik heb verzameld. Ik trek lijnen van de ene naar de andere verdachte en mis alleen nog foto’s met balkjes voor hun ogen. Met behulp van een groepje oud-forumleden, Google en de Wayback Machine lukt het me aan de hand van hun nicknames uit 2003 en een paar onlinebroodkruimels die ze zijn vergeten op te ruimen, om de voor- en achternamen en contactgegevens van de meeste mannen op te sporen. Mijn heimelijke voorliefde voor onlineschatgraven komt me eindelijk goed van pas. Ik benader de mannen en confronteer hen met de bewijsstukken en mijn verhaal.

Ik begin met QQ, destijds actief in het IRC-chatkanaal en degene die mijn ongecensureerde foto’s in de reacties op GeenStijl achterliet. Als ik zijn naam google, lees ik dat hij een eigen bedrijf heeft in de zakelijke dienstverlening. Op zijn website lees ik dat zijn drijfveren in het leven tegenwoordig ‘snel en accuraat werken’ zijn. Beter dan ‘minderjarige meisjes online shamen’, dat moet gezegd. Ik vraag wat hem bezielde. ‘Ik denk dat ik handelde uit stoerdoenerij en meedoen met de rest’, mailt hij mij terug. ‘Helaas is dit geen excuus voor het leed wat ik je heb aangedaan.’ De volgende man die ik benader laat me weten dat hij inmiddels vindt dat ik beter verdien. ‘Ik was nieuwsgierig en heb de foto’s bekeken en daarmee bijgedragen aan jouw pijn’. User Wicky mailt me foto’s die hij nog steeds bezit en wist ze van zijn harde schijf. Een dag later meldt hij me dat hij een gelddonatie heeft gedaan aan HelpWanted.nl, een stichting die zich inzet voor slachtoffers van online seksueel misbruik. Ik besluit het niet als pathetische aflaat maar als oprecht voortschrijdend inzicht te zien.

User Flame, die mij volgens de chatlog als eerste in het vizier had, en in de maanden erna continu op meer beeldmateriaal blijft azen, belt me na mijn contactverzoek op en zegt stellig dat de chatlogs moeten zijn verzonnen, maar biedt dan zijn excuses aan voor ‘dat het zo’n grote indruk op me heeft gemaakt’. Hij vindt ‘met een clubje vrienden foto’s delen één ding’, maar verfoeit degene die ervoor zorgde dat mijn foto’s op school belandden met de woorden: ‘dat is wel echt fucked up en klinkt als iemand met een zieke geest of iemand die wraak op je wilde nemen.’

Dat de chatlogs zouden zijn verzonnen is een scenario waarmee ik ook rekening moet houden – als het mijn ex Maarten was die de foto’s oorspronkelijk lekte, dan heeft hij er baat bij om conversaties te verzinnen die mij op een spoor naar andere verdachten zetten. Bovendien stuurt hij me telkens korte stukjes log, en nooit het volledige origineel. Maar: iedereen behalve Flame bevestigt tot zijn eigen schaamte dat de gesprekken echt hebben plaatsgevonden.

Kwajongensstreken

De mannen doen het zonder uitzondering af als verveelde kwajongensstreken. Een respectloos boys will be boys-principe. Niemand weet zeker wie de oorspronkelijke bron van mijn foto’s is geweest. Twee komen met user sim0n op de proppen, die mij gehackt zou hebben. De rest meent zich te herinneren dat het toch van Maarten kwam. Ze omschrijven hem als de ‘pater familias’ van het chatkanaal, die er een sport van maakte om zoveel mogelijk foto’s van allerhande meisjes te stelen. Ze weten niet zeker of hij mijn foto’s ten tijde van ons samenzijn deelde, om op te scheppen over zijn verovering, of nadien, uit wrok dat het over was. Ik confronteer Maarten met de beschuldigingen. Hij reageert gechoqueerd en houdt voet bij stuk. Hij zou zoiets nooit doen.

Ik lees afwisselend de seksistische en grove chatgesprekken van de jongens die mannen zijn geworden, en de lieve zinnen die ik als 16-jarige in de weken voor het drama op MSN aan mijn vriendje schreef. Het ontroert me hoe puur ik was. Ik was niet op mijn hoede en voelde me niet kwetsbaar. Juist daarom was ik het wél. Mijn nieuwe bewustzijn maakt me paranoïde. In de weken dat ik contact heb met de daders voel ik me continu onveilig. Ik sluit bij de minste schemer de gordijnen, ik plak de webcam op mijn laptop af en doe de deur van de badkamer op slot als ik alleen thuis ben. Op een avond lijkt het alsof een man buiten in het donker foto’s van mijn huis staat te maken. Ik weet zeker dat het Maarten is. Ik gil. Ik herken mezelf niet terug. Soms moet ik weken bijkomen voor ik moed vind voor nieuwe confrontaties.

User Vlex briest dat hij het oneens is met mijn besluit dat hij de foto’s hielp verspreiden, ondanks het bewijs ervan. ‘We waren allemaal nogal naïef. Jij met je naaktfoto’s delen met iemand die ze heeft doorgespeeld. Ik door te denken dat het wel binnen de chat zou blijven en het geen kwaad kon. Ik snap dat het erg vervelend was, maar ík heb de foto niet genomen en ik kende jou ook niet.’

Ik ben woedend. Voor het eerst. Pislink schreeuw ik tegen het blauwe pop-upvenster van Facebook Messenger dat hij een slappe zak is. Dat ik spijt heb dat ik geen aangifte heb gedaan. Dat het jammer is dat niemand, zélfs geen volwassene, me vertelde dat je naar de politie kon gaan, of daarover kon nadenken.

Dat ik foto’s maakte is geen oorzaak van het onlinemisbruik dat volgde, ook niet dat ik de foto’s deelde. De enige oorzaak van seksueel geweld zijn daders. In mijn boosheid besef ik dat woede me leert waar mijn grenzen liggen. Dat ik als 16-jarige niet woedend was, komt omdat ik hoorde dat het mijn eigen schuld was, maar ook omdat je als puber je grenzen nog aan het ontdekken bent. Nu pas voel ik scherp die grens, en snap ik hoe belangrijk het is dat slachtoffers de tijd krijgen om uitgestelde boosheid te ervaren, zodat ze ook jaren later nog aangifte kunnen doen.

De volgende dag stuur ik Vlex een vurige reactie terug. Hij zegt te zijn geschrokken van de serieuze aantijgingen, dat hij daarom in de verdediging schoot. Hij zegt ook dat hij zich toch wel schuldig voelt. Ik merk hoe oncomfortabel en kwetsbaar de daders zich voelen nu niet ík maar zij in de hoek worden gedreven, en ervaar de kracht van genoegdoening, en eerherstel.

Prof. Hoxha

Ik besluit GeenStijl te vragen of zij kunnen achterhalen wie de bron van mijn foto’s was, en vooral: waarom ze besloten om illegaal verkregen privéfoto’s van een puber te publiceren. Via Twitter leg ik contact met de man achter het pseudoniem Prof. Hoxha, de redacteur die het artikel destijds plaatste. ‘We zaten in de begintijd op ‘alles wat online is, is openbaar’ en wilden bravoure uitstralen. Hier was de invalshoek ‘af en toe wat tieten’, maar we wilden ook geen absolute rotzakken zijn en slopen zonder reden.’ Ik confronteer hem met het feit dat de linkjes naar mijn ongecensureerde foto’s in de reacties onder het artikel bleven staan nadat zij de update hadden geplaatst waarin ze schreven dat het om illegaal verkregen foto’s ging. En dat ik artikelen met nog meer naaktfoto’s van minderjarigen uit dezelfde periode op hun website vond. Dat lijkt me toch wel ‘slopen zonder reden’, laat ik hem weten. Hij gaat er niet op in. Hij vermoedt dat de tipgever van mijn foto’s niet meer valt te achterhalen, maar hij laat weten dat hij zich verantwoordelijk voelt en gaat ‘nadenken, lezen en zoeken’ om te kunnen herleiden wat er gebeurde in aanloop naar de publicatie.

Als ik na twee weken besluit te peilen hoe het met zijn onderzoek gaat, ontvang ik een kort bericht. Hij weet het niet. Daar blijft het bij. Ik mail de huidige redactie van GeenStijl met het verzoek om het artikel met daarin mijn kinderporno offline te halen. Een minuut later is het weg.

Dan valt mijn oog op wat ik al die jaren vaag wel wist maar had geprobeerd te vergeten: dat er op mijn foto’s in de forumkrant een watermerk was aangebracht in Photoshop: ‘another sim0n production’. Sim0n, de nickname waar ook de andere daders mee op de proppen kwamen. Een enigmatisch forumlid bij wie je in 2003 ver uit de buurt moest blijven. Er gingen geruchten dat hij een psychopaat was en een hobbyhacker. In de chatlogs van Maarten zie ik andere users meerdere keren naaktfoto’s aan hem vragen, waarop hij dan antwoordt: ‘chantal daar heb ik niks van volgens mij, sinds ik geen warme bronnen meer heb :p’. Het wordt niet duidelijk wie zijn warme bronnen zijn. Als ik op het forum naar zijn nickname zoek, vind ik een eerder over het hoofd gezien bericht waarin iemand beweert dat sim0n mijn foto’s aan de maker van de forumkrant zou hebben aangeleverd. Ik vrees dat ik zijn identiteit nooit ga kraken, tot ik via Instagram aan de praat raak met een oud-forumlid dat laat weten dat ze een aantal jaar geleden eens met hem heeft gedatet. Ze bevestigt dat hij niet helemaal spoorde, en deelt zijn echte naam. Hij blijkt 39 jaar, heeft een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en ik vind daar zijn gsm-nummer. Als ik zijn naam googel stuit ik op een artikel uit 2009 over een hack van tienduizenden klantgegevens van een autotijdschrift. Tijdens mijn derde mental breakdown in één week vraag ik me hardop af waarom ik ook alweer per se mijn eigen daders aan een verhoor moest onderwerpen. Ik stel het uit hem te benaderen.

Als ik een maand later nog eens alle relevante oude topics op het forum lees in de hoop een verborgen aanwijzing te vinden, duikt een bericht uit 2005 op, van iemand die zegt dat het user Merzedes was die het roddelblaadje met mijn foto’s maakte. Via via ontvang ik het e-mailadres van de auteur van de bekentenis en ik vraag haar wat ze van Merzedes weet. Ze mailt me behulpzaam terug met een overdaad aan informatie, zijn echte naam en waar ik zijn contactgegevens vind. Ze schrijft: ‘Ik denk dat Merzedes vooral gemotiveerd was door dramatiek, en niet door persoonlijk masturbator gewin. Daarmee bedoel ik dat hij ‘ophef’ wilde maken. Dat is superkut, natuurlijk. Zijn vermaak was jouw tragedie. Maar veel andere creepy assholes op het forum wilden gewoon neuken of naakt zien. Ook als die meisjes het niet wilden, of minderjarig waren. Dat is een andere motivatie, waar daders minder graag over praten.’

Infiltreren

Op zijn website lees ik dat Merzedes tegenwoordig vertaler Italiaans is, en bij mij om de hoek cursussen filosofie geeft. Ik overweeg om me in te schrijven en in zijn leven te infiltreren om hem van binnenuit kapot te maken, maar besluit hem dan toch maar gewoon een appje te sturen. Dat ik het met hem wil hebben over mijn foto’s, die hij besloot te publiceren. Hij reageert dezelfde dag en zegt dat ik hem het beste kan mailen, dan zal hij daarop reageren. Ik ben een tel beduusd, omdat hij niet direct ontkent, en mail hem dan verhit mijn vragen. Hoe hij aan de foto’s kwam, wat er in hem omging, hoe hij erop terugkijkt, dat hij vast niet weet dat de foto’s op mijn school zijn beland. Wat hem heeft doen besluiten om, niet in een opwelling, maar weloverwogen en doordacht, zonder mijn instemming mijn lijf te exposeren.

Een paar dagen later ontvang ik een uitgebreid antwoord, veel uitgebreider dan alle stamelende sorry’s en ikweetniets van de jongens uit het chatkanaal. Merzedes vertelt dat 2004 een ‘lastig jaar’ voor hem was, dat eindigde in een depersonalisatie, mede veroorzaakt door zijn internetverslaving. ‘Dat betekent dat je de band met jezelf niet meer voelt. Als ik in de spiegel keek, herkende ik mezelf nauwelijks, en soms leek het alsof ik buiten mijn lichaam zweefde.’ Hij weet niet meer van wie hij de foto’s heeft ontvangen, van die sim0n zou best kunnen. ‘Ik was 19, zat in een sociaal isolement, en genoot ervan dat ik op internet dingen kon doen die ik in het echte leven nooit zou durven. Naakte meiden had ik in het echt nog nooit gezien!’

Hij laat weten dat hij destijds op MSN door een onbekende werd bedreigd om hem te bewegen de forumkrant offline te halen en dat hij daarna contact heeft opgenomen met GeenStijl, om te vragen die update toe te voegen. Op mijn vraag waarom hij mijn foto’s verspreidde antwoordt hij: ‘Ik denk dat mensen vaak niet zo over dingen nadenken. Ik heb persoonlijk een vrij laag vertrouwen in het bewustzijn van de mens, als we überhaupt al een speciale kwaliteit bezitten die we bewustzijn zouden kunnen noemen.’

Met die woorden sluit hij zijn mailtje af. Het blijft een filosoof, natuurlijk.

Ik scan zijn mail op ‘sorry’, en begrijp meteen waarom zijn reactie zoveel onbevredigender is dan de korte spijtbetuigingen van de rest. Ik schrijf hem dat ik het ingewikkeld vind dat hij zichzelf ontoerekeningsvatbaar verklaart en er daardoor een grote afstand ontstaat tussen hem, zijn daden en de schade. Ik laat hem weten dat ik het spijtig vind dat hij geen excuses maakt, maar dat ik het begrijp: met excuses claim je verantwoordelijkheid. Die voelt hij niet.

Een paar weken later besluit ik sim0n dan toch maar te contacteren. Ik raap mijn moed bijeen en stuur hem een WhatsApp-bericht. Dat ik graag met hem wil praten over mijn foto’s. Ik zie twee vinkjes staan. Hij is online, hij leest het, maar hij antwoordt niet. Hij reageert uiteindelijk nooit. Ik heb genoeg documentaires over gerechtelijke dwalingen en Wie is de mol? gekeken om te weten wat het gevaar van een tunnelvisie is, maar in mijn hoofd heb ik hem al veroordeeld: als hij werkelijk onschuldig is, en iemand anders mijn foto’s heeft gewatermerkt met zijn username, dan zou hij daar toch tegen in verzet zijn gekomen? En nu van zich laten horen? Volgens mij heet dat circumstantial evidence. Hij gaat niet op mijn verzoek tot wederhoor in.

Merzedes, sim0n en de jongens die medeplichtig waren, haalden niet zomaar wat kattenkwaad uit: ze zijn verantwoordelijk voor strafbare feiten die een enorme, niet te overzien grote impact kunnen hebben. Jaarlijks worden tientallen slachtoffers opgenomen in psychiatrische instellingen met angsten, depressies of een posttraumatische stressstoornis. Zowel in binnen- als buitenland zijn voorbeelden van slachtoffers van sextingmisbruik die zelfmoord pleegden of dat probeerden. Jongeren die hoorden dat ze zich moeten schamen, er niet over konden praten, geen bijval kregen. Vorige maand nog maakte een 13-jarig meisje uit Amsterdam een einde aan haar leven na verspreiding van een naakt privéfilmpje.

Ik hield het verborgen voor mijn ouders en mijn school deed niks, maar ik had leeftijdsgenoten die er voor me waren. Ik had bovendien de luxe dat ik mijn computer kon uitzetten, en me er tijdelijk voor af te sluiten. Er was nog geen mobiel internet met Snapchat en WhatsApp-groepen waar aan de lopende band andermans naakte privébeelden worden uitgewisseld. Er waren nog geen wraakpornowebsites waar vrouwen worden afgeperst, en zo volledig de grip verliezen.

Maar er is ook iets ten goede veranderd: op 1 januari 2020 is in Nederland een speciale wet in werking getreden om sextingmisbruik makkelijker strafbaar te maken. In mijn tijd konden slachtoffers aangifte doen van hacken, of van smaad als er sprake was van het opzettelijk schaden van het imago. Een belangrijk verschil met de nieuwe wet is dat het delen van naaktbeelden nu strafbaar is wanneer de dader had kunnen weten dat het delen nadelig zou zijn voor de afgebeelde persoon, en niet meer alleen wanneer het benadelen het doel was van de dader.

Schaamte hoort bij de daders

Op de website van HelpWanted.nl lees ik dat zedenrechercheur Mike zegt dat er tegenwoordig geen verjaringstermijn meer zit op sextingmisbruik. Verandert dat mijn zaak? Zou de conclusie van het Juridisch Loket misschien niet kloppen? Als dat zo is moet iemand anders dan Merzedes bepalen of hij ontoerekeningsvatbaar was, of mijn ex vrijuit gaat, en of het zwijgen van sim0n het zwijgen van een nog steeds strafbare verdachte is. Ik bel Mike van Beek op, en samen lopen we de verjaringstool van de politie door. De datum van het delict, mijn geboortedatum, de leeftijden van de verdachten, het strafbare feit. Mike vertelt dat ik aangifte had kunnen doen van artikel 240b, kinderpornografie, met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar. De computer komt met het finale antwoord: mijn zaak is eind 2017 verjaard.

Ik voel me geloof ik opgelucht. Ik hoef er niks meer mee, niet nóg meer. Deze zedenrechercheur is meelevend. Hij wenst me sterkte en vraagt of ik mijn verhaal niet liever anoniem wil delen. ‘Anders weet iedereen het van je’, concludeert hij enigszins bezorgd. Mike weet wat voor taboe het is. Ik denk na. Dat geeft niet, zeg ik. Schaamte hoort bij daders. Door het klein te houden en stil te zijn heb ik met de daders en hun acties ingestemd, zo voelt het. Het is tijd voor een publieke aangifte, want ik heb lang genoeg gezwegen.

Ik bel mijn ouders. Ze schrikken, natuurlijk: dat hun kind dit zo eenzaam moest doorstaan en zij niks zagen. Maar ze zijn niet verbaasd dat ik als puber naaktfoto’s maakte. Mijn seksuele vrijheid heb ik tenslotte aan mijn ouders en hun positieve opvoeding te danken. Ik hoor mijn moeder door de telefoon heen snikken als ik vertel over David die mij steunde, en Koen die het publiekelijk voor mij opnam. Ze is ontroerd door het compassievolle deel van het verhaal, door hoe ik behalve gepest ook werd gedragen.

Mijn moeder, inmiddels mentor op een middelbare school, krijgt regelmatig te maken met sextingschandalen. Daar zijn nu protocollen voor, menukaarten die voorschrijven dat het managementteam op school, de ouders van het slachtoffer én die van de vermoedelijke dader, en ook de politie direct worden ingeschakeld. In het kader van preventie worden wijkagenten ingezet die in klassen adviseren om blootfoto’s zonder hoofd en herkenbare achtergrond te maken. Ik weet niet hoe effectief dat soort symptoombestrijding nou echt is. De focus ligt vooral op de mogelijke gevaren.

Mijn klasgenoten en ik hadden meer baat gehad bij het oplossen van de oorzaak: horen hoe fantastisch het kan zijn om te ontdekken wat je lekker, fijn en spannend vindt. Dat je je lijf mag delen met wie je wilt, en daarin je eigen grenzen bepaalt. Ik had willen leren wat instemming is, en wie welke verantwoordelijkheid daarin draagt. Dat schaamte verdwijnt door over taboes te praten. Als Sylvie uitgelegd had gekregen dat zij de klasgenoot die naaktfoto’s maakt geen lesje hoeft te leren, maar juist degene die ze met een ander deelt, was er veel ellende bespaard gebleven.

Op LinkedIn vind ik Anneke, de docent die me tijdens de dag op school op het hart drukte om me niet te schamen. Ze geeft nog steeds les op mijn Achterhoekse school en nodigt me uit om bij te praten. Een paar weken later wandel ik langs het kioskje waar we altijd roze koeken haalden en het kantoortje van de conrector waar mij het boetekleed werd aangedaan. Ik vertel Anneke over mijn herinnering aan het gesprek met hem, me een beetje excuserend omdat ik weet dat hij een goede naam had en vaak juist zo innemend was. Ik wil aan hem vragen hoe hij ons gesprek ervoer. Hij blijkt een maand geleden met pensioen te zijn gegaan, maar na overleg met het secretariaat krijg ik een belafspraak.

Ik ben zenuwachtig. Ik kan nu niet putten uit een chatlog of getuige. Ik herken zijn stem meteen. Hij heeft mijn verhaal niet scherp meer op zijn netvlies, maar dat geeft niet, het is lang geleden en het heeft op mij geheid meer indruk gemaakt dan op de man die er in zijn verdere carrière nog een keer of tien mee te maken kreeg. Ik vertel hoe ik me ons gesprek herinner, dat hij me het gevoel gaf dat het mijn eigen schuld was, en wat dat met mij had gedaan. Ik zeg sorry, ik weet dat het menselijk geheugen verraderlijk kan zijn. Hij luistert, en zegt dan rustig, niet boos of verbolgen, dat hij vreest dat mijn geheugen feilloos is. Hij geeft toe dat hij destijds, veel meer dan nu, vaak snelle conclusies trok. “Ik vind het heel erg dat ik er niet voor je ben geweest. Ik wil daar mijn excuses voor maken. Ik wil ook dat je het opschrijft in de krant zoals het is. Het moet een eerlijk verhaal zijn, waar we iets van kunnen leren.”

Huilen

Ik moet huilen. Ik ben geraakt door zijn vermogen te incasseren, en door zijn troostende woorden. De geschiedenis is door zijn spijt herschreven. Na al die jaren geeft hij mij de ruimte om te vertellen wat er allemaal gebeurde, voorafgaand aan die dag op school. Na mijn stortvloed is hij even stil, en zegt dan: “Jeetje meid, wat een verhaal.” In geen honderd jaar heeft iemand mij nog meid genoemd. Het voelt alsof hij met terugwerkende kracht precies tegen me zegt wat hij had moeten zeggen toen ik 16 was. Wat een verhaal. Ik heb naar je geluisterd. Ik zie je. Ik ben er voor je.

Mijn moeders gevleugelde uitspraak – alles wat je aandacht geeft, groeit – heb ik als kind misschien toch verkeerd begrepen. Ik was er trots op dat ik het klein had gehouden en er nooit meer aan terugdacht, maar misschien is het eerlijker te zeggen dat ik, open boek en taboedoorbreker, me schaamde voor mijn schamen. Het paste me niet.

Tot afgelopen zomer was ik ervan overtuigd dat het misbruik geen sporen had nagelaten. Ik was niet wantrouwend geworden, had geen issues met intimiteit ondervonden. Nu pas zie ik het effect, en het patroon dat volgde: bij de grote tegenslagen in mijn leven heb ik, zoals mij is geleerd, alle bijbehorende emoties vakkundig genegeerd. ‘Het is mijn eigen schuld’ en ‘niemand kan mijn geluk bepalen’ werden de mantra’s van een ongezond copingmechanisme. Het werd mijn manier van met rampspoed dealen: moedig zijn, pijn vermijden, dóórgaan. Een beproefd recept voor een uitputtingsslag op een onverwacht moment, want die natuurwet gaat zo: wat je wegstopt, komt altijd harder bij je terug.

Pas door mijn verhaal als volwassene te doorleven, kon ik helen. Mijn moeder had gelijk: ik moest het aandacht geven om te kunnen groeien. En de grootste winst: deze coup. Niet die daders, maar ik ben aan de macht. Fuck you, losers uit 2004, ik bepaal zelf wat en wanneer ik over mij publiceer.

Voor dit verhaal is met meer dan zestig betrokkenen gesproken. Namen en nicknames van verdachten en daders zijn om privacyredenen gefingeerd. Deze namen zijn bij de redactie bekend.

Niet alleen liefjes dringen aan op foto’s

Een op de tien ­jongeren neemt al eens een sexy foto van zichzelf en stuurt die door, zo blijkt uit onderzoek van Apestaartjaren uit 2020. Hoe ouder, hoe meer jongeren het doen: in de eerste graad doet amper 2 procent aan sexting, in de laatste jaren van het middelbaar is dat al 17 procent. Meestal poseren ze in hun ondergoed, 12 procent gaat volledig naakt. Het gros van de ­jongeren stuurt zulke foto’s naar hun lief, of iemand op wie ze verliefd zijn. Toch heeft ook al 8 procent pikante beelden doorgestuurd naar iemand die ze online hebben leren kennen, maar nog nooit in het echt hebben ontmoet. Een vijfde van de jongeren zegt ook dat ze al onder druk gezet zijn om sexy foto’s door te sturen, bij meisjes is dat één op de drie. Opmerkelijk: niet ­alleen liefjes dringen aan op foto’s, het zijn ook vaak onbekenden of kennissen. Een derde van de meisjes zegt dan ook spijt te hebben. En 38 procent van de jongeren heeft ook al beelden gezien van mensen die daar zelf niet van op de hoogte zijn. (LB)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234