Zondag 13/06/2021

Wie zette dit op papier?

'Tussen een homoseksueel en een heteroseksueel paar bestaan objectieve verschillen die verband houden met de aard der dingen. Alleen uit een heteroseksuele echtverbintenis kunnen kinderen geboren worden.' Met die stelling, die blijkt te dateren uit 1803, maakte de Raad van State brandhout van de wet op het homohuwelijk. Douglas De Coninck zocht uit wie dit op papier zette.

In een eerste reactie liet vice-premier Laurette Onkelinx (PS) vorige vrijdag in Le Soir weten dat ze eerst nog het definitieve advies van de Raad van State wenste af te wachten, "om zeker te zijn dat we hier niet te maken hebben met een grap". Vlaams minister van Gelijke Kansen Mieke Vogels (Agalev) had het dinsdag bij de presentatie van de campagne 'Holebi? ... Ja, en dan?' over een "maatschappelijk compleet achterhaald" standpunt en noemde het "onbegrijpelijk dat zoiets nog kan".

Het is niet gebruikelijk dat ministers zo te keer gaan tegen een eerbiedwaardige instelling als de Raad van State. Als gezagsdrager kun je beter uitkijken om deze rechtbank-boven-rechtbanken voor het hoofd te stoten. De Raad van State is geen echte rechtbank (ze werkt buiten justitie om), maar een constitutionele waakhond voor de drie machten. Hier telt alleen de wet, en niets dan de wet. De Raad van State kan haast alle mogelijke wetstoepassingen, van een kleine benoeming tot een heel beleidsplan, schorsen. De Raad van State heeft ook een adviserende taak. Ze houdt wetsontwerpen tegen het licht en zoekt ten behoeve van de regering uit of die wel aan de regels van de juridische kunst beantwoorden.

En zo stuurde minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD) op 18 juli van dit jaar het 'voorontwerp van wet tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht' naar de Wetenschapsstraat 33 in Brussel. Het was de bedoeling dat de Raad van State binnen de maand met een advies voor de dag zou komen. Het duurde iets langer. Pas op 12 november was het advies klaar. En het ging, tenminste als we Laurette Onkelinx mochten geloven, om een 'officieus advies'.

Een officieus advies van de Raad van State? Is dat zoiets als een officieuze uitslag van een voetbalwedstrijd?

Johannes Thuy, woordvoerder van Verwilghen: "Nee, zoiets bestaat uiteraard niet. Met 'officieus' doelde mevrouw Onkelinx blijkbaar enkel op het feit dat de tekst voortijdig is uitgelekt in de media."

Wat we hier voor ons liggen hebben, is wel degelijk het definitieve advies van de Raad van State?

"Ik zou het u niet kunnen zeggen. Hier op het kabinet hebben wij in elk geval nog niks ontvangen. Maar als daar zo'n stempel en zo op staat..."

Die staat erop.

"... dan zal dat wel hét advies zijn zeker? We kennen de inhoud inmiddels wel hoor: 'Het huwelijk is bedoeld om kinderen te verwekken' en zo (lacht). U zal begrijpen dat mijn minister bij deze wenst te beklemtonen dat hij niet verplicht is om dit advies te volgen."

De regering kan het advies inderdaad gewoon naast zich neerleggen. En dat lijkt ook de bedoeling te zijn. Magda Aelvoet liet al weten dat "het holebi-huwelijk er zeker komt". Of dat ook betekent dat niemand zich nog wat hoeft aan te trekken van het njet van de Raad van State, is minder zeker. "Het minste wat je kunt zeggen, is dat inhoud en toon typerend zijn voor een bepaalde mentaliteit binnen een deel van de magistratuur", zegt Anke Hintjens van de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit. "Wij vrezen dat dit de stemming van het wetsontwerp in het parlement, vooral dan aan Franstalige kant, kan bemoeilijken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de PRL."

Die PRL liet bij monde van senaatsfractieleider Philippe Monfils al weten dat "het advies van de Raad van State grondig gelezen dient te worden" en dat het wetsontwerp "een duidelijk gebrek aan logica heeft". Dat klinkt een beetje als: misschien moeten we alles nog eens rustig opnieuw bekijken. "Terwijl ons was verzekerd dat de wet tegen eind 2001 zou worden goedgekeurd", zegt Hintjens.

Het advies 32.008/02 wekt minstens de indruk te zijn geschreven door een conservatief clubje dat niet meteen van plan is het hierbij te laten. Een paar citaten:

"Tussen een homoseksueel en een heteroseksueel paar bestaan objectieve verschillen die verband houden met de aard der dingen. Alleen uit een heteroseksuele echtverbintenis kunnen immers kinderen geboren worden. Een zodanige echtverbintenis vereist een grotere stabiliteit en het sociale nut ervan is verschillend van dat van een homoseksuele verbintenis (...). Zulks verklaart dat de huwbaarheid een voorwaarde voor het huwelijk is en dat de wet voorziet in verhinderingen gebaseerd op het verwantschap of de afstamming, teneinde bloedverwantschap en onregelmatigheden binnen het gezin te voorkomen."

Het holebi-huwelijk gelijkstellen met het idee van huwende broers en zussen? Daarvoor moet je het echt wel ver gaan zoeken, en dat blijkt ook het geval. Blijkens de voetnoten fundeerde de Raad van State dit deel van haar argumentatie op een uiteenzetting van ene mijnheer Gillet op 14 maart 1803 aan het 'tribunaat' van het Franse Seine-et-Oise. Zijn verslag aan de Franse regering werd later in ons land gebruikt bij het tot stand komen van het Burgerlijk Wetboek. Het kan wijlen Gillet niet kwalijk worden genomen dat hij in 1803 niet wist dat er op een goede dag zoiets zou bestaan als kunstmatige inseminatie. Het besef is anno 2001 blijkbaar nog niet doorgedrongen tot de Raad van State.

In het advies wordt ook geciteerd uit recentere teksten, zoals die van de Franse polemist Bernard Beignier, toen die in 1998 ten strijde trok tegen plannen om in Frankrijk het homohuwelijk in te voeren: "Een homoseksueel koppel heeft niet als roeping een familie te vormen, wat het fundamenteel onderscheidt van het heteroseksuele koppel (...). Het zou absurd zijn hen dezelfde rechten toe te kennen als heteroseksuele koppels."

De auteurs doken ook even in de cursus Latijn: "Het Latijnse woord 'matrimonium' (huwelijk) betekent 'moederschapsstelsel'. Historisch gezien waarborgt het huwelijk aan de moeder, die de kinderen draagt en ter wereld brengt, de bescherming van de vader en zijn deelneming aan de opvoeding ervan."

De ministers Aelvoet, Onkelinx en Verwilghen hadden in hun wetsontwerp omstandig geargumenteerd dat de tijden veranderd zijn en dat een aanpassing van het Wetboek zich opdringt: "...dit wetsontwerp maakt bijgevolg een discriminatie ongedaan, die vanuit historische context in onze wetgeving is opgenomen."

Fout, zegt de Raad van State: er is geen sprake van discriminatie, want sinds 1998 hebben we een wet op de 'wettelijke samenwoning'. En dus: "Aangezien de aangevoerde discriminatie niet blijkt te bestaan (...) heeft het ontwerp geen bestaansreden meer."

Bevat het advies dan uitsluitend strikt ideologische argumenten? Dat nu ook weer niet. Voortbouwend op de maatschappelijke realiteit van 1803, stelt ze dat het huwelijk een 'rechtspersoon' is en dat de regering die niet zomaar kan uithollen. Als ze per se een of ander trouwceremonieel wil invoeren voor holebi's, zou ze beter, hoe omslachtig dat ook is, een 'nieuw concept' invoeren in het Burgerlijk Wetboek. En trouwens: "Een zodanige (homoseksuele, DDC) echtverbintenis zal meestal niet erkend worden in andere landen omdat het geen huwelijk betreft of, op zijn minst, op de grond dat ze strijdig is met de internationale openbare orde van die landen."

Anke Hintjens: "Dat is waar, het homohuwelijk bestaat vandaag alleen in Nederland, waar de wet eveneens ondanks een negatief advies van de Raad van State werd goedgekeurd. Maar wat was het grote argument van de Raad van State in Nederland? Exact hetzelfde: 'Wij zijn het enige land in de wereld waar het homohuwelijk bestaat en dus zullen er problemen ontstaan met de erkenning ervan in andere landen.' Ja, als je zo blijft redeneren, zal de wereld altijd blijven stilstaan."

Wie zette dit nu op papier? Het advies werd uitgebracht door de tweede Franstalige kamer van de Raad van State, nadat die eerst kennis had genomen van een uiteenzetting van auditeur Alain Lefèbvre en adjunct-referandis Geneviève Martou. Dat beiden een politieke kleur hebben, hoeft niet te verbazen. "Bij de Raad van State heeft iedereen een kleur", zegt een insider. "Anders geraak je er niet binnen. De mandaten worden nauwkeurig volgens 'de geldende politieke verhoudingen' verdeeld. Elke partij heeft er belang bij daar 'zijn mannetjes' te hebben. Heb je die niet, dan riskeer je als minister gewoon permanent al je wetsontwerpen terug te krijgen met een negatief advies of krijg je de ene schorsing na de andere. En zo kun je niet besturen. Een functie bij de Raad van State is goed betaald en vergt niet zoveel tijd en energie. Ideaal voor kabinetsleden die aan het eind van een legislatuur moeten worden beloond."

En zo bezigt de Wetstraat zijn eigen terminologie. Elke 'kamer' wordt op de ministeriële kabinetten aangeduid met afkortingen. Bij de tweede kamer is dat 'PSC-PRL'. Alle hierin zetelende magistraten zijn ooit benoemd door een van beide partijen.

Voorzitter van de tweede kamer is Yves Kreins. Hij is een 49-jarige ex-PRL-kabinettard uit Eupen. Kreins was in de vroege jaren tachtig in dienst van de minister Jean Gol (Justitie) en Paul Hatry (Financiën) en werkte daarvoor een tijd lang als substituut op het parket van Verviers. Ten tijde van Kreins' werkzaamheden op het kabinet-Gol heette de kabinetschef daar Antoine Duquesne, de huidige minister van Binnenlandse Zaken.

Diezelfde Duquesne was tot een goed half jaar geleden ook de werkgever van een tweede magistraat die het advies hielp te ondertekenen. Het gaat om Jacques Jaumotte. Hij werkte vroeger al bij de Raad van State, en werd van daaruit naar het kabinet Binnenlandse Zaken gedetacheerd om er de hervorming van het Vreemdelingenbeleid te begeleiden. In maart 2001 keerde hij terug naar de Raad van State, in een hogere functie. Hij heeft nu 'staatsraad' op zijn visitekaartje staan. Zou het kunnen dat in zekere zin de geest van Duquesne boven het advies zweeft? Moeilijk te zeggen. Zeker is wel dat de minister zich in zijn tijd als kamerlid meer dan eens denigrerend uitliet wanneer voorstellen voor een aanpassing van de wet aan homoseksuelen ter sprake kwam. Hij was in 1998 een van de indieners van amendementen op de wet op 'wettelijke samenwoning'. Een wetswijziging ten gunste van holebi's kon er wat Duquesne betrof komen, maar: "... zolang ze geen verstoring van de sociale orde inhouden."

De tweede staatsraad die het advies mee ondertekende, is Pierre Liénardy. Weer PRL. Deze gewezen inspecteur van Financiën komt uit Ath en was van 1981 tot 1983 kabinetschef van de Waalse PRL-minister van Huisvesting André Bertouille. Omtrent de juridische vorming van Liénardy vermeldt de Wie is wie in Franstalig België niet veel: "Juridische en economische vorming aan diverse universiteiten in België en in het buitenland." Onze insider: "Voor de meeste functies bij de Raad van State moet je een examen afleggen. Dat geldt niet voor de 'staatsraden'. Zij worden benoemd op grond van hun wijsheid."

Het waren niet allemaal gewezen PRL-kabinettards die ten strijde trokken tegen het homohuwelijk. De auditeur van het advies, Alain Lefèbvre, draagt een uitgesproken PSC-etiket. In de tweede kamer zetelen verder ook nog twee 'assessoren'. Ook zij danken hun benoeming aan de inmiddels tot splinterpartij verworden PSC. De eerste is de 59-jarige UCL-professor Francis Delpérée uit Luik. De laatste jaren levert Delpérée een moedige maar niet altijd van veel realiteitsbesef getuigende strijd om van het Belgique de papa te redden wat er te redden valt. In 1998 presenteerde professor Delpérée een plan om de politieke partijen de facto te verplichten opnieuw over de taalgrens heen één geheel te gaan vormen. Volgens zijn plan zouden de 6 miljoen Nederlandstalige kiezers verplicht worden om ook twaalf Franstalige parlementsleden te verkiezen, en de Franstalige kiezers omgekeerd ook twaalf Nederlandstalige. Het plan, waar aan de UCL nochtans lang en in alle ernst aan gewerkt was, werd aan beide kanten van de taalgrens weggelachen. Een magistraat bij de Raad van State omschrijft Delpérée voorzichtig "een beetje wereldvreemd en aartsconservatief".

Diezelfde adjectieven worden bovengehaald voor de tweede assessor, Jacques Van Compernolle, een eveneens aan de UCL verbonden jurist. Van Compernolle is specialist in notarieel recht, waar hij meerdere referentiewerken over schreef. Zijn geschriften dienen regelmatig als basis voor PSC-voorstellen, vooral dan die van de hand van kamerlid en gewezen minister Jean-Jacques Viseur, die erg close is met de professor. Viseur is overigens voorzitter van de raad van bestuur van de katholieke UCL. In de inrichtende macht daar vinden we dan weer kardinaal Godfried Danneels en de bisschoppen Huard (Doornik) Jousten (Luik) en Léonard (Namen) terug.

Soms is België verbazingwekkend klein. In december 1998 kende de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit de jaarlijkse homofobieprijs toe aan Jean-Jacques Viseur. Hij was in de kamer maandenlang nogal hard te keer gegaan tegen de voorstellen voor het samenlevingscontract. Hij bezigde stellingen als: "Er zijn antropologische, psychologische en sociale argumenten voor de suprematie van het man-vrouwhuwelijk. Het huwelijk is voor mensen van verschillend geslacht en gericht op de voortplanting. Het is bewezen dat kinderen een vader en een moeder nodig hebben. Gelijkheid kan niet gelijkstaan met uniformiteit."

De woorden van Viseur vertonen frappante gelijkenissen met het advies van de Raad van State. Maar wellicht is dat toeval.

Het omstreden advies over het homohuwelijk werd opgesteld door de Franstalige 'tweede kamer' van de Raad van State. De helft van de magistraten daar zijn gewezen PRL-kabinettards, de andere helft conservatieve diehards van de PSC

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234