Donderdag 17/10/2019

Interview Ivo Victoria

‘Wie zal ik zijn als zij er niet meer is?’: schrijver Ivo Victoria laat zijn dementerende moeder nog één keer schitteren

Ivo Victoria: ‘Mijn moeder praatte altijd netjes, als een schooljuf. Maar veel decorum valt nu weg. Het is mooi om te zien, hoe de essentie van iemand overblijft als de schone schijn wegvalt.’ Beeld Stefaan Temmerman

Hoeveel vluchtroutes en omwegen hij ook verkende, Ivo Victoria (48) ontsnapte niet aan ‘het moederboek’. Zijn vijfde roman in tien jaar tijd werd meteen zijn meest persoonlijke werk.

Als een roman het lef heeft om te starten met de zin ‘Ik heb lasagne meegebracht’, dan mag een artikel over dat boek ook lekker eenvoudig aanvatten. Zo dus: Ivo Victoria heeft een bijzonder mooie nieuwe roman geschreven, geïnspireerd op zijn moeder die langzaam door alzheimer uiteenrafelt. Hij vertelt een ontroerend, klein, bescheiden verhaal, met torenhoge, hemelbestormende ambitie: “Ik wilde fictie laten zegevieren op de mensonterende realiteit.”

De auteur, die bijna twintig jaar geleden een enkele reis Amsterdam boekte, is op bezoek in zijn geboortestad Antwerpen. We zitten in het kantoor van zijn uitgever, een mooi herenhuis op het Zuid, op kruipafstand van de cafés die Ivo Victoria als twintiger frequenteerde, toen hij nog Hans heette, en droomde van een leven als rockster. Ondertussen is hij een gevierd schrijver, die met vrouw en twee dochters in Nederland woont, en vanaf afstand – via e-mails van broer en zussen – vernam dat zijn mama de eerste symptomen van de ziekte van Alzheimer vertoonde.

Om maar meteen de vinger op de wonde te leggen: uw broer en zussen nemen de dagelijkse zorg voor uw moeder op zich. U schreef een boek over haar. Is schrijven ook een vorm van mantelzorg?

Ivo Victoria: “Omdat ik zo ver weg woon, kan ik natuurlijk niet alle praktische hulp bieden zoals mijn broer en zussen dat doen. Door de afstand heb ik ook een heel andere beleving van wat er met mijn moeder gaande was. Dat brengt schuldgevoel met zich mee, zeker. Of misschien werkt die afstand ook als een excuus voor mij, om sommige zaken niet onder ogen te moeten zien.

“Is een boek schrijven ook een vorm van helpen? Daar ben ik nog niet helemaal uit. Voor mij persoonlijk is dit boek heel troostrijk geweest. Ik voelde een bepaalde mate van strijdvaardigheid opkomen tijdens het schrijven. Alzheimer is een vreselijke ziekte die niet te overwinnen valt, maar ik heb mezelf de opdracht gegeven er iets moois uit te puren. Een verhaal blijft langer leven dan mensen, dus dit boek voelt in zekere zin als een kleine overwinning.”

BIO

• geboren in 1971 in Antwerpen, als Hans Van Rompaey

• woont in Amsterdam, is getrouwd en heeft twee dochters

• werkte in de muziekbusiness, o.a. als marketing-manager voor het festival Lowlands

• debuteerde in 2009 met Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)

• schrijft samen met Eva Cools aan een filmscenario op basis van zijn vorige roman Billie & Seb, die door productiehuis Las Belgas zal worden verfilmd  

De enige reden om iets te publiceren, is om iets of iemand te redden, schrijft u in het boek.

“Er is al veel geschreven over alzheimer, en ik wilde geen verslag van de ziekte brengen noch gezeur. Ik wilde het vooral over haar leven hebben, over wie ze was en wie ze is. Eén keer per maand ging ik bij mijn moeder op bezoek, en dan voerden we lange gesprekken die ik opnam. Meestal had ze het over vroeger. Over de school waar ze lesgaf, over de oorlog en het bombardement op Mortsel, waar zij ternauwernood aan de dood is ontsnapt. Ik merkte dat ze veel plezier beleefde aan het herinneren en het vertellen. En het was helemaal niet erg dat die verhalen soms tegenstrijdig of verwarrend waren. Ik heb de ziekte als mijn gereedschap gebruikt. De schoonheid zit juist in de verwarring. De zogezegde ‘fouten’ in haar herinnering, zijn deel geworden van het boek.”

U beschrijft hoe u in het begin vooral weerstand voelde toen uw moeder ziek werd. Was dat een ontkenningsfase?

“Ik begrijp nog altijd niet goed waarom ik afstand nam, zodra de eerste signalen van de ziekte duidelijk werden. Ik zag dat ik niet goed met de situatie omging, maar ik snapte niet waarom, nog steeds niet.

“De eerste reflex die veel mensen hebben wanneer ze geconfronteerd worden met iemand die dement wordt, is verzet. We hebben de neiging de ander te corrigeren en constant op fouten te wijzen: ‘Allee, wat doet gij nu?’ Terwijl dat heel kwetsend is. Zeker in het beginstadium was mijn moeder zich er nog heel goed van bewust dat ze de grip op de dingen begon te verliezen, dat moet erg pijnlijk zijn geweest voor haar.

“Ik heb veel over de ziekte van Alzheimer gelezen, en kwam in contact met Into D’mentia in Tilburg. Daar hebben ze een dementiesimulator, waar je zelf kunt ondervinden hoe het is om met dementie te leven. Je hoort een stem die je onophoudelijk instructies geeft, je krijgt een boodschappentas mee zonder te weten wat de inhoud is, een grote bos sleutels waar je niet wijs uit raakt. Ik voelde direct de machteloosheid en de frustratie om zo te moeten functioneren. Het ergste wat je kan overkomen, is dat anderen je ook nog eens terechtwijzen voor al wat je zogezegd verkeerd doet. Zo heb ik geleerd om anders met mijn moeder om te gaan. Alles begint met aanvaarding.

‘Ik heb moeten leren om niet alles weg te relativeren. Nu durf ik te zeggen: ‘Kijk, dit is een echt boek, ik ben een echte schrijver.’’ Beeld Stefaan Temmerman

“Als er in het midden van de kamer een kookpot op de grond staat, dan wil je zeggen: ‘Enfin, wat staat die ketel daar, die moet toch in de keuken staan?’ Maar je kunt ook zeggen: ‘Tiens, staat die ketel niet in de weg?’ En als zij het zo wil, dan laten we die pot daar gewoon staan. Het ergste wat je kunt doen, is je blijven verzetten tegen een situatie die je toch niet kunt veranderen.”

Hoe gaat het nu met uw moeder?

“Ik denk soms dat het voor ons, de kinderen, in zekere zin moeilijker is om te leven met haar situatie dan voor haarzelf. Samen iets eten en een praatje slaan, daar kan ze erg van genieten, maar daarna zal ze zich van dat bezoek niets meer herinneren. Daar mag ik me vooral niet druk over maken. Het enige wat wij kunnen doen, is zorgen dat ze het op het moment zelf goed heeft. Het is de kwaliteit van het moment die telt.”

Daar betalen mensen dure cursussen voor, om te leren leven in het ‘nu’.

“Ja, dat gaat bij haar dus vanzelf (lacht). Het ‘nu’ is het enige waar haar leven uit bestaat. Ik heb niet de indruk dat ze afziet, maar alzheimer komt natuurlijk in vele verschillende gedaantes. Sommige mensen worden boos en agressief, maar mijn moeder wordt alleen maar grappiger. Wat soms ook pijnlijk is: ze probeert alles te verbergen achter grapjes.”

Het maakt haar wel een erg dankbaar romanpersonage; ze steelt meteen het hart van de lezer.

“Mevrouw Stevens, die natuurlijk heel sterke overeenkomsten vertoont met mijn moeder, ontstond uit alle flarden van herinneringen en verhalen die mijn moeder me vertelde. En het is als personage inderdaad iemand aan wie ik als schrijver erg veel lol kon beleven.”

Als het gaat over zaken vastleggen die aan het verdwijnen zijn: straks gebruikt niemand nog uitdrukkingen als ‘truut in pakskes’ of ‘ik zijn niet in mijn talloor’.

“Na bijna twintig jaar in Nederland is mijn spreektaal erg aan het vernederlandsen. Ik vind dat best jammer, hoe iets wat zo’n belangrijk deel uitmaakt van wie je bent, zo snel kan veranderen. Ik wilde mijn moeder haar taalgebruik in het boek krijgen, want het maakt haar tot wie ze is.

“Ze praat nu eigenlijk platter Antwerps dan vroeger. Mijn moeder praatte altijd heel netjes, als een schooljuf. Maar veel decorum valt nu weg, dat is ook wel mooi om te zien, hoe de essentie van iemand overblijft wanneer we de schone schijn laten vallen.”

‘Een zoon wil zijn moeder nog één keer laten schitteren’, zo staat op de cover van het boek. Het ik-personage in Alles is oké is een schrijver die niet eens zijn best doet om niet heel erg op Ivo Victoria te lijken. Hij geeft zichzelf de ambitieuze opdracht om het leven van zijn moeder van de vergetelheid te redden, door haar een glansrol te geven in een verhaal-in-het-verhaal dat hij gaandeweg opbouwt. ‘Ik heb een volmacht, niet alleen om haar bankzaken te regelen, desnoods zelfs haar huis te verkopen, maar ook om haar hele leven vorm te geven in een verhaal dat iedereen zal troosten, alleen haar niet.’

‘In Vlaanderen zijn zo veel evidente zaken zo waanzinnig slecht geregeld; na 20 jaar in Nederland kan ik daar met mijn verstand niet bij.’ Beeld Stefaan Temmerman

De schrijver staat steeds vaker in gedachten verzonken op zijn balkon, waar hij iets te veel drinkt en iets te veel rookt. Het woordje depressie valt, zijn vrouw merkt op dat ze hem niet meer herkent.

Het zal vast geen toeval zijn, dat de Mevrouw Stevens in het verhaal even oud is als de auteur vandaag: ‘De leeftijd waarop de meeste mensen langzaam beginnen af te drijven van de wereld terwijl nieuwe kandidaten de beloftes overnemen die we in ons droegen.’

Ivo Victoria doet in het echte leven precies waar ook zijn moeder zo bedreven in is. Hij lacht het weg. “Tja, natuurlijk stelde ik ook mijn eigen leven in vraag. Ik heb de perfecte leeftijd voor een midlifecrisis.”

Enkele dagen na het interview lezen we op het blog van Ivo Victoria een stukje waarin we onszelf pijnlijk hard menen te herkennen. Zo staat het er: ‘Vorige week deed ik een paar interviews over het boek, in Antwerpen. De eerste journaliste begon met: ‘Goed. Jij bent de ik-verteller, daar hoeven we niet ingewikkeld over te gaan doen, dus laten we die hele rituele rondedans maar meteen overslaan, dit boek gaat over jou, je kan er ‘roman’ opzetten zoveel je wil, maar het is gewoon overduidelijk dus BEKEN BEKEN BEKEN HET NU MAAR EN GA NIET DE LAFBEK LOPEN UITHANGEN MET DAT VERDOMDE ‘SPEL MET FEIT EN FICTIE’ ALTIJD MAAR WEER WANT IK BEN HELEMAAL KLAAR MET DIE FLAUWEKUL.’ Nu ja goed. Het is mogelijk dat ze het niet exact zo formuleerde. En ik dacht: prima. Waarom ook niet. Daarna verliep het interview alleraardigst en vlot en het fijne aan zo’n eerste interview, dat bijna twee uur duurde, is dat je rustig kan nadenken over het hoe en waarom, en dat helpt allemaal, voor de volgende interviews, maar ook om een eerste stap te zetten in de richting van ‘in het reine komen met het boek’, een proces dat makkelijk een jaartje of twee in beslag kan nemen.”

Ondergetekende ontkent ten stelligste dat ze ooit in hoofdletters praat, en we zouden Ivo Victoria nooit een lafbek, laat staan een LAFBEK durven noemen. Maar dat het een behoorlijk heftige opdracht is geweest, om zo diep in zijn eigen leven te putten voor een roman, daar hadden we het dus over, die middag op de sofa in Antwerpen-Zuid.

Victoria: “In het begin voelde ik een soort principiële weerstand tegen het uitventen van mijn persoonlijke leven. Ik heb eindeloos veel omwegen gemaakt tijdens het schrijfproces, en verwoede pogingen gedaan om mezelf uit het boek te houden. Maar hoelang ik er ook omheen cirkelde, er was natuurlijk geen ontsnappen aan. Ik kon als schrijver geen verstoppertje spelen, niet met dit onderwerp.

“Schrijfster Elke Geurts, die een roman heeft geschreven over haar scheiding (‘Ik nog wel van jou’, red.) is een goede vriendin van mij, en zij heeft me met de neus op de feiten gedrukt. ‘Stop met weglopen en schrijf het nu maar gewoon op’, zei ze. ‘Misschien is het lelijk en rauw, maar het is echt.’ En ze had gelijk, ik kon het me niet meer permitteren om de dromerige romanschrijver te gaan uithangen die lekker lyrisch drie meter boven de grond zweeft en wat mooie beschrijvingen neerpent. Je hebt als schrijver een verantwoordelijkheid om over dit soort zaken te schrijven, om de lezers troost of inzicht te brengen, want steeds meer mensen zullen met deze zaken geconfronteerd worden.”

Ik heb de ziekte als mijn gereedschap gebruikt. De schoonheid zit juist in de verwarring. De zogezegde ‘fouten’ in haar herinnering, zijn deel geworden van het boek.’ Beeld Stefaan Temmerman

U schrijft: ‘Ik geloof niet in mensen die veranderen, ik geloof enkel in mensen die steeds meer zichzelf worden.’ Wat heeft het schrijven van dit boek met u gedaan?

“Ik ben opener geworden, denk ik. Ik ben van nature nogal dromerig en gesloten; het schrijven van dit boek heeft me meer in de realiteit getrokken. Ik kan het iedereen aanraden, zelfs als je geen schrijver bent, om je gedachten neer te schrijven wanneer dit soort dingen je overkomen. Het helpt om zaken helderder te zien.”

De roman leest in zekere zin ook als een ode aan het ‘gewone’ leven. Een lerares godsdienst wordt opgevoerd als een heldin.

“Wat is een waardevol leven, dat is de vraag. Bestaan daar criteria voor? Moet je de wereld rondreizen, artiest worden, carrière maken, avonturen beleven op leven en dood? En leidt iemand die godsdienstles geeft op een basisschool, een minder ‘groots’ leven? Dat lijkt me een heel aanmatigende visie op het leven.

“Wat we ook doen, ik denk dat we allemaal vooral in ons hoofd leven. Het gaat om de intensiteit waarmee je dingen beleeft. Een gebeurtenis die voor de buitenwereld misschien banaal lijkt, kan een enorme impact hebben op een mensenleven.

“De verteller in het boek onderneemt een wanhopige poging om haar leven mythische proporties aan te meten. Alsof hij zich er niet bij wil neerleggen dat iemand als zij gewoon uitdooft, dat ze er straks niet meer is en dat het allemaal niks heeft betekend. Maar gaandeweg tijdens het schrijven besefte ik ook dat het helemaal niet nodig is om iets op te blazen. Zo’n Mevrouw Stevens leidt een volstrekt waardevol, mooi leven. We hoeven niet allemaal grootse of spectaculaire dingen te doen. Dat is zoals die zelfhulpboeken die je aanpraten dat je ‘de beste versie’ van jezelf moet worden. Wat bedoelen ze daar dan mee? Aan wat gaan we dat afmeten? Dat is een heel rare verwachting om jezelf op te leggen in het leven. Niet moeilijk dat we allemaal zoveel stress hebben.”

In haast al uw romans speelt jeugd, en het afscheid nemen van jeugdige idealen een rol. Is je ouders verliezen niet de ultieme coming-of-age? Zijn we pas volwassen, wanneer we letterlijk niemands kind meer zijn?

“Het is een vraag die ik me de voorbije jaren steeds vaker ben gaan stellen. Wie zal ik zijn als mijn moeder er niet meer is? En in zekere zin is ze er nu al niet meer. Mijn moeder was iemand die altijd over mijn schouder meekeek. Ze was liefdevol maar streng, en ze had sterke ideeën over wat fatsoenlijk was en wat niet. Bewust of onbewust gaf ze me richtlijnen mee waar ik nooit echt aan ontsnapt ben. Ik denk dat dat voor veel mensen geldt: de blik van je ouders reist een leven lang met je mee, bij alles wat je doet.

“In het boek heb ik het over het Griekse begrip kairos: dat heeft verschillende betekenissen, maar verwijst onder andere naar het bepalende moment in je leven waarop je de gelegenheid moet grijpen om iets te bereiken dat je heel graag wil. Dat is het moment dat je met veel kracht door een muur heen moet beuken, en als je die kans niet grijpt zal je gedurende je verdere leven een enorme omweg moeten maken om rond die muur te wandelen, en zo uiteindelijk toch je doel te bereiken. Dat is de weg die ik heb gevolgd. Toen ik achttien was wilde ik acteur en muzikant worden, ik was van plan om ingangsexamen bij Studio Herman Teirlinck te gaan doen. Maar ik deed het niet.”

‘Het heeft me erg veel tijd en moeite gekost om me te bevrijden, om mijn weg te vinden en eindelijk mijn goesting te doen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Uw mama was de muur, zij zei: ‘Daar komt niks van in huis’.

“De muur had de beste bedoelingen (lacht), maar hij stond er wel. En ik accepteerde dat ook meteen, ik heb het niet aangedurfd om er doorheen te breken. Ik ben de enige in het gezin die uiteindelijk toch iets is gaan doen dat niet binnen de verwachtingen lag; de anderen zijn in België gebleven en hebben redelijk klassieke banen. Ook later heb ik altijd de neiging gehad om mijn beslissingen tegenover mijn moeder te verantwoorden en om haar gerust te stellen: ik heb genoeg werk, ik verdien genoeg geld, met de kinderen gaat het goed.

“Ik vond dat best wel confronterend om bij mezelf vast te stellen. Het heeft me erg veel tijd en moeite gekost om me te bevrijden, om mijn weg te vinden en eindelijk mijn goesting te doen. En dan is toch dat stemmetje nog altijd daar, verdorie (lacht). Ik vraag me wel eens af of het iets zal veranderen als ze er niet meer is. Wie zal ik worden als ik me ooit echt van haar losmaak?”

Hebt u tijd verloren door niet meteen uw droom na te jagen?

“Nee, de omweg die ik heb gemaakt heeft me vast ook iets opgebracht. Maar het speelt nog wel. Ik heb moeten leren om niet alles weg te relativeren. Als ik vroeger mijn eerste roman in de boekenwinkel zag liggen, werd ik daar nog wat ongemakkelijk van. ‘Kijk, het lijkt wel een echt boek’, zei ik dan grappend. Nu durf ik te zeggen: ‘Kijk, dit is een echt boek, ik ben een echte schrijver.’”

Het allereerste artikel over Ivo Victoria in De Morgen dateert van april 2008. ‘De Vlaming Ivo Victoria heeft de Nederlandse uitgeverswereld in de hoogste staat van alarm gebracht’, staat er. ‘Via een literair agent dongen zeven uitgevers om zijn gunsten, op basis van een niet eens in druk verschenen verhaal.’ Ivo Victoria werd opgemerkt dankzij zijn blog dat hij enkele jaren eerder was gestart, en kreeg op basis van een kort verhaal van zes pagina’s een contract voor een debuutroman op zijn 36ste. Zo belandde hij dus zonder breekwerken aan de andere kant van die muur.

Zijn veelgeprezen debuutroman Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) verscheen precies tien jaar geleden, en wordt volgende maand heruitgebracht in een verjaardagseditie. Een moment om terug te blikken, en andere wegen te verkennen. “Ik merk nu dat ik even moe ben in mijn hoofd.” Hij snakt ernaar om andere dingen te doen. Er is een verhalenbundel die bijna klaar is, hij heeft ideeën om “iets voor toneel” te doen, en is poëzie aan het schrijven, “het gaat nog lang duren voor daar iets van uitkomt”.

Misschien is het tijd om even de eenzaamheid van de schrijfkamer te ontvluchten, de wereld in. “Ik heb veel zin om meer met mensen samen te werken. Samen met Eva Cools ben ik aan het scenario voor Billie & Seb aan het werken, en ik merk dat ik daar veel energie uit put.”

Ondertussen is Ivo Victoria actief op Twitter, als blogger, en als columnist. “Ik geef veel over mezelf prijs, en ik vind het niet erg om mezelf kwetsbaar op te stellen. Maar ik heb wel zelf controle over wat ik met de wereld wil delen.” Over twee weken start Ivo Victoria ook met een vaste column in deze krant.

‘Door de vele #MeToo-verhalen was ik me gaan afvragen of ik alle vrouwen die ik heb gekend wel zo netjes had behandeld.’ Beeld Stefaan Temmerman

Twee jaar geleden belandde hij door een openhartige column ongewild in een #HeToo-mediastormpje. “Ik had een stukje geschreven voor de VPRO radio, en daarin zet je dingen natuurlijk wat scherper aan. De Standaard had gevraagd om die column af te drukken en dat wilde ik niet, want de impact van een gedrukte column is heel anders dan die van een gesproken verhaal op de radio om 1 uur ‘s nachts. Toen hebben ze dus een krantenartikel gemaakt met quotes uit mijn column, waardoor ik plots de voortrekker werd van ‘de schuldige mannen’, alsof ik een spectaculaire #MeToo-bekentenis had gedaan. Voor mij ging het over een anekdote, een gebeurtenis met een meisje tijdens de eindejaarsreis in Moskou.

“Door de vele #MeToo-verhalen was ik me gaan afvragen of ik alle vrouwen die ik heb gekend wel zo netjes had behandeld. Ik denk dat dat een gezonde denkoefening is voor alle mannen, en ik merkte dat veel van mijn vrienden daar ook mee zaten. Vrouwen zijn dankzij #MeToo sterker geworden, denk ik en hoop ik, maar ik wilde duidelijk maken dat er ook bij mannen iets in gang was gezet. Als je heel eerlijk naar je eigen verleden durft te kijken, en je gaat het rijtje af van ex-liefjes en onenightstands, kun je dan met 100 procent zekerheid stellen dat álles altijd gebeurde met wederzijdse instemming van beide partijen? Het lijkt me wel heilzaam om te durven toegeven dat je misschien ook wel eens een grens hebt overschreden.”

De column was gericht aan uw oudste dochter. ‘Onthou goed dat zelfs je eigen vader meer dan eens een lul is geweest’, schreef je. Heeft zij die column gelezen ondertussen?

“Nee, de oudste is 12, zij is er nog niet mee bezig. Ze is nog heel erg kind; relaties en seks en jongens spelen nog helemaal geen rol in haar leven. Maar als ik de link leg met mijn eigen opvoeding, dan zie ik wel een generatieverschil. Ik vind het belangrijk om met mijn dochters te praten over emoties, over beslissingen nemen, hoe je in het leven staat, al dat soort dingen. Bij mij thuis gebeurde dat niet.”

Tot slot, u start over twee weken met een vaste column voor deze krant. Hoe kijkt u na al die jaren in Nederland naar uw thuisland?

“Ik heb in Nederland leren waarderen dat er heel veel dingen zijn waarover ik me absoluut geen zorgen hoef te maken. Alles is goed geregeld. Een functionerende onlinebelastingaangifte die binnen de vier weken helemaal keurig is afgehandeld, dat soort dingen. Het lijkt misschien banaal, maar het neemt veel bronnen van frustratie en onvrede weg als een land gewoon goed functioneert. In Vlaanderen zijn zo veel evidente zaken zo waanzinnig slecht geregeld; na 20 jaar in Nederland kan ik daar met mijn verstand niet bij.

“Er is erg veel emotie in dit land, het publieke debat is verhard. Maar voor je je druk gaat maken over migranten of over eender wat, begin eens eerst gewoon met de basics in je samenleving goed te regelen. Ik zie geen enkele doortastendheid om zaken op orde te krijgen, en wellicht gaat dat ook nooit lukken door de manier waarop België is ingericht. Als ik met vrienden en familie hier praat, stemt me dat behoorlijk moedeloos.”

Maar die onvrede was voor u destijds geen reden om te vertrekken?

“Nee, maar het is met terugwerkende kracht wel een reden geworden om weg te blijven.” (lacht)

Vanaf 4 oktober schrijft Ivo Victoria voor De Morgen elke twee weken een column op vrijdag, afgewisseld met Saskia De Coster.

Ivo Victoria, ‘Alles is oké’, Lebowski, 224 p., 21,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234