Woensdag 15/07/2020

Wie wordt er beter van één grote Europese beurs?

Of de London Stock Exchange nu ingelijfd wordt bij Euronext of niet, de schaalvergroting van de Europese aandelenhandel is niet meer te stoppen. Terwijl Deutsche Börse, Euronext en de Scandinavische beurs OMX nu nog vechten om zoveel mogelijk noteringen en handelsvolume, is het niet ondenkbaar dat we ooit aandelen kopen op één pan-Europese beurs. Maar wie zal daar beter van worden?

Deutsche Börse, tot eind vorig jaar nog de grootste kanshebber om de London Stock Exchange over te nemen, ligt ondertussen uit de race. Het bod van 1,3 miljard pond van de Duitse beurs werd tot twee keer geweigerd door de Britten. Toen floten ook de aandeelhouders van Deutsche Börse hun directie terug. Het is nu wachten op een concreet bod van Euronext - de fusiebeurs van Parijs, Amsterdam, Brussel en Lissabon - op de Londense beurs.

Wat de uitkomst ook wordt, de weg naar de oprichting van één grote Europese beurs lijkt niet meer te stoppen. Elke maand valt er wel nieuws te rapen over de schaalvergroting van voormalige nationale aandelenbeurzen. Zo bieden de Borsa Italiana en Euronext dezer dagen samen op EuroMTS, een handelsplatform voor de 'groothandel' in Europese overheidsobligaties. In november van vorig jaar sloot de Scandinavische beurs OMX (zelf een fusie tussen de Zweedse en Finse beurzen) een akkoord over de overname van de beurs van Kopenhagen. OMX wil in Noord-Europa een beurs oprichten die kan rivaliseren met Euronext of de LSE. Zo is OMX ook al de uitbater van de beurzen van Estland, Letland en Litouwen.

Maar waarom is zo'n schaalvergroting nodig? En wie zal er beter van worden? Dat de beurzen hun nationale stellingen verlaten, ligt in de logica der dingen. In een Europese markt die de vrijheid van kapitaal nastreeft, is het een beetje dom dat een makelaar die voor een Belgische belegger een Nederlands aandeel wil kopen, daarvoor moet aankloppen bij een Nederlandse collega-makelaar. Op het eengemaakte Euronext-platform kan dat Belgische beurshuis voor zijn klanten nu rechtstreeks aandelen in Amsterdam kopen. Op die manier vergroot de concurrentie, ligt het handelsvolume hoger en de transactiekost lager. Daar kan toch niemand bezwaar tegen maken?

Maar het verschil tussen de theorie en de praktijk van de vrije kapitaalmarkten is nog groot. Om nationale beurzen ertoe te brengen gemeenschappelijke noteringsregels, informatica en huisreglementen te aanvaarden moeten soms heel wat weerstanden overwonnen worden, chauvinisme niet het minst. Zelfs de fusie binnen Euronext, toch een mooi voorbeeld van een pan-Europese beurs, is nog niet afgerond. Pas tegen 2007 zal de aankoop van een aandeel helemaal via hetzelfde platform afgehandeld worden. Nu kan een Belgische particulier via zijn eigen makelaar wel een Frans aandeel kopen, maar voor de afwikkeling van die transactie (de settlement), waarbij cash en effecten van eigenaar veranderen, is nog een Franse tussenpersoon nodig. Pas over twee jaar kan Euroclear, het bedrijf dat op Euronext voor die afwikkeling zorgt, een gemeenschappelijk platform aanbieden. De handel op Euronext valt ook geregeld stil door technische storingen: in december gebeurde dat zelfs twee keer in twee weken tijd.

Samen met de vrijmaking van de Europese kapitaalmarkten zullen dus ook de Europese beurzen, met horten en stoten, hun eigen identiteit opgeven. Maar wie wordt daar dan beter van?

Voor de beurshuizen die vandaag de orders van beleggers verwerken op Euronext Brussel zal een nieuwe schaalvergroting niet meteen voor een revolutie zorgen. Zij hebben sinds 1990 al heel wat veranderingen ondergaan. Als er in die vijftien jaar dan al één constante te ontdekken viel, dan was het dat de kleintjes het almaar lastiger krijgen. In 1990 verloren beurshuizen als Dierickx, Leys & Co of Leo Stevens hun monopolie op de aandelenhandel in Brussel. Ook banken konden voortaan een eigen filiaal oprichten om te handelen in aandelen. Dat betekende het begin van het einde van de kleine makelaars. Al aan het eind van de jaren negentig domineerden de beurshuizen van grote banken, zoals KBC Securities, de Brusselse aandelenhandel. Sinds de komst van Euronext is die dominantie alleen nog maar toegenomen, al hebben zij nu het gezelschap van buitenlandse makelaars gekregen. De Europese Unie en beurswaakhond CBFA leggen nu almaar strengere regels op voor wie aandelen wil verhandelen. Ook door de investeringen in informatica wordt de lat steeds hoger gelegd: alleen erg kapitaalkrachtige makelaars kunnen nog mee.

Wie overblijft heeft de keuze tussen verkopen of zichzelf ombouwen tot vermogensbeheerder of adviesverlener. Alleen op dat terrein laten groten nogal eens een steek vallen. Qua kostenefficiëntie zijn ze moeilijk te kloppen. Vandaar dat de meeste kleine makelaars de orders die ze van hun klanten ontvangen, laten uitvoeren door een van de grotere collega's, zoals ING, Fortis of KBC Securities. Dankzij hun grote volumes krijgen zij korting op het uitvoeren van transacties.

Wanneer Euronext fuseert met de London Stock Exchange dreigen huizen als Dierickx, Leys of Stevens helemaal te moeten terugplooien op adviesverlening. Rechtstreeks handelen op de beurs zit er voor hen dan waarschijnlijk niet meer in.

Een grote beurs lijkt vooral goed nieuws voor grote bedrijven. Terwijl Europese reuzen als DaimlerChrysler, Total of Alcatel nu vooral verhandeld worden op hun thuismarkt, krijgen zij in een Europese fusiebeurs de kans om op een groter platform naar kopers te zoeken. Ook voor de 'kleinere' aandelen als Omega Pharma of Barco zou die redenering moeten gelden. Alleen dreigt dat soort bedrijven een minderbedeelde plaats te krijgen op de grote Europese beurs. De belangrijkste zitjes - bijvoorbeeld die in de belangrijkste index - zullen voorbehouden blijven voor bedrijven met de grootste marktkapitalisatie. Kijk maar naar wat er eind vorig jaar bij Euronext gebeurde. Toen besloot de beursdirectie dat ze de aandacht van grote institutionele beleggers alleen kon trekken door een Bel 20 aan te bieden waarin aandelen zaten die telkens minstens 1,5 miljard euro wogen. Bedrijven die te licht wogen, zouden verbannen worden naar indices voor kleinere bedrijven (de Bel Mid en de Bel Small). Zo dreigden Barco, Bekaert, Omega Pharma, D'Ieteren en Cofinimmo de Brusselse beursindex te moeten verlaten. Algemeen protest deed de Euronext-directie een beetje inbinden: de maatregel zou pas ten vroegste in 2006 van kracht worden.

Het goede nieuws voor 'kleinere' aandelen is dat, samen met de schaalvergroting, ook nieuwe, kleinere beurzen ontstaan die zich specifiek richten op small caps. Zo heeft de Londense beurs heel wat beursintroducties weten aan te trekken op haar nieuwe groeibeurs AIM. Nog in Groot-Brittannië worden weer regionale beurzen opgericht, een fenomeen dat in de twintigste eeuw uitgestorven raakte. En in België probeert durfkapitaalverstrekker Jos Peeters de voormalige Easdaq nieuw leven in te blazen.

Voor particuliere beleggers lijkt een grotere Europese beurs alleen maar voordelen te hebben. Door de grotere volumes en schaalvoordelen kunnen zij een graantje meepikken van de lagere transactiekosten. Ook de kosten voor de afwikkeling van een beursorder kunnen omlaag. Euroclear voorspelt dat de kosten voor wat nu nog internationale transacties zijn tien keer goedkoper worden, zodra ze door één afhandelingssysteem kunnen gebeuren.

Maar is de kleine belegger wel beter af met een grote beurs? Hoe zit het dan met de concurrentie? Het afgelopen jaar probeerden zowel Euronext als de London Stock Exchange bijvoorbeeld Nederlandse aandelen op hun beurzen te verhandelen. Omdat ze allebei zoveel mogelijk volume in die aandelen wilden halen, verlaagden ze de transactiekosten voor de makelaars. Maar in een eengemaakte beurs komt die concurrentie te vervallen. Dat kan de fusiebeurs in de verleiding brengen de tarieven voor makelaars - en dus voor beleggers - weer te verhogen.

Misschien is het daarom wel spijtig dat het Office of Fair Trading, de Britse waakhond over de eerlijke concurrentie, besloten heeft de biedingen op de London Stock Exchange niet voor te leggen aan Neelie Kroes, de Europese commissaris voor de Mededinging. Zij had er een punt van kunnen maken erop toe te zien dat ook particuliere beleggers hun voordeel doen bij een beursfusie. Die beleggers kunnen zich misschien troosten bij de gedachte dat een verhoging van de transactiekosten op een eengemaakte beurs er waarschijnlijk toe zal leiden dat andere handelsplaatsen de aan- en verkoop van die aandelen overnemen. Nu al verloopt 70 procent van de institutionele handel in aandelen buiten de beurs, op elektronische 'beurzen' tussen de banken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234