Maandag 26/07/2021

Wie wint de Man Booker Prize 2006?

Sarah Waters, Kate Grenville, Hisham Matar, Kiran Desai, M.J. Hyland, Edward St Aubyn

De boeken van Sarah Waters,

Kate Grenville en M.J. Hyland zijn

in het Nederlands vertaald.

Sarah Waters

The Night Watch

Virago, Londen,

480 p., 16,99 pond.

Kate Grenville

The Secret River

Canongate, Edinburgh,

334 p., 12,99 pond.

Hisham Matar

In the Country of Men

Viking, Londen,

245 p., 12,99 pond.

Kiran Desai

The Inheritance of Loss

Hamish Hamilton, Londen,

336 p., 16,99 pond.

M.J. Hyland

Carry Me Down

Canongate, Edinburgh,

334 p., 9,99 pond.

Edward St Aubyn

Mother's Milk

Picador, Londen,

279 p., 12,99 euro.

Wie een Engelse boekhandel binnenstapt, merkt het meteen, de Booker Prize krijgt dit jaar veel minder ruimte dan andere jaren. De reden daarvoor ligt wellicht in de eigenzinnige shortlist die de jury dit jaar samenstelde. Het verdict valt op dinsdag 10 oktober.

Door Marnix Verplancke

Terwijl de prijs vorig jaar een zaak was van grote kleppers als Kazuo Ishiguro, Julian Barnes, John Banville en Zadie Smith, staat er op de shortlist van dit jaar in feite maar één alom bekend auteur, namelijk Sarah Waters. De anderen zijn relatieve, of gewoon absolute onbekenden, en, zo moeten de boekhandelaars gedacht hebben, met azijn vang je geen vliegen.

Maar is hier wel sprake van azijn? Bij nadere beschouwing vormen de zes boeken op de shortlist van dit jaar immers een van de mooiste gehelen die we al onder ogen hebben gekregen. Terwijl er vorig jaar met de beste wil van de wereld geen lijn te trekken viel in de keuze van de jury - hoe koppel je bijvoorbeeld Banville aan Barnes? - vormt ze dit jaar een thematisch geheel. Ieder van de zes boeken gaat immers over de manier waarop individuen door hun omgeving verstikt, verpest, vermalen, verkracht en uiteindelijk vermoord worden.

Laten we beginnen met Sarah Waters. In tegenstelling tot haar drie vorige boeken staat hier niet het Victoriaanse tijdperk centraal, maar wel Londen tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Waters laat haar The Night Watch beginnen in 1947. Kay is een als man verklede vrouw die haar eigenwaarde verloren is nu ze niet langer als ambulancier door de gebombardeerde stad kan rijden. Duncan is een homoseksueel die samenwoont met zijn 'oom' Mundy en zich opvallend op de achtergrond houdt. Zijn zus Viv werkt op een eenzame-hartenbureau en heeft een verwelkte relatie met een getrouwde man. Haar lesbische collega Helen ten slotte blijkt een jaloers kreng te zijn dat haar persoonlijke problemen afwimpelt op de geliefde - en schrijfster - Julia. Terugblikkend op twee specifieke momenten, spelend in 1944 en 1941, traceert Waters het verleden van deze mensen, hoe ze elkaar ontmoeten en beïnvloeden, en hoe, net zoals het met de oorlog zelf het geval is, alle zoete beloftes spaak lopen op de wetten van de zure werkelijkheid.

Met haar eerste roman, The Idea of Perfection, won Kate Grenville de Orange Prize. Haar tweede is meteen goed voor een nominatie voor de Booker. The Secret River speelt in het begin van de negentiende eeuw. Londenaar William Thornhill krijgt een werkstraf in Australië en wordt samen met zijn vrouw Sal op transport gezet naar Sydney. Na zijn straf wordt hij vrijgelaten en wil hij zijn eigen boerderij beginnen. Hij bouwt een hut, krijgt van de overheid een paar gevangenen ter beschikking om hem te helpen en slaagt erin van 'Thornhill's place' een persoonlijk paradijs te maken. Maar dat is zonder de aboriginals gerekend, die niet de flauwste notie hebben van zijn eigendomsclaims. The Secret River ontpopt zich op die manier als een filosofische roman in de zin van Michel Tourniers Vendredi ou les limbes du Pacifique, die de tegenstelling tussen de volkeren op een bloedbad laat uitdraaien.

Debutant Hisham Matar brengt met In the Country of Men het Tripoli van de jaren 1970 weer tot leven, toen de grote leider Muammar Kadhafi politieke tegenstanders in sportarena's liet ophangen en het spektakel door het nationale tv-kanaal werd uitgezonden. Verteller Sulaiman ziet zijn vader verdwijnen in een van Kadhafi's cellen, hoort van zijn moeder hoe hij in feite het kind is van een gedwongen huwelijk en komt meer en meer tot de conclusie dat het Midden-Oosten zichzelf veel leed aandoet door zijn machocultuur. Van in de hoogste politieke regionen tot op de speelplaats ziet Sulaiman hetzelfde: geweld, leugens en achterbaksheid. En zijn auteur met hem, want Matar zag zijn eigen vader ook in een Libische gevangenis verdwijnen.

Ook in Kiran Desai's The Inheritance of Loss staat het oost-westconflict centraal. Deze roman speelt aan de voet van de Himalaya, waar India verwatert in een amalgaam van etnische volkeren. In de kijker staat het gezin van een oude rechter die opgevoed is volgens de Britse traditie - iedere dag high tea - en zijn vaderland altijd heeft verguisd. Niet alleen wordt zijn huis geplunderd door de Nepalese rebellenvriendjes van de wiskundeleraar die hij voor zijn dochter heeft aangetrokken, de zoon van zijn kok, die naar New York gegaan is om daar fortuin te maken, plaatst iedere dag weer vraagtekens bij de fraaie westerse idealen waar de rechter van overloopt. Desai heeft een bittere, maar ook heel poëtische kritiek geschreven op de globaliseringsmythe en sluit met haar beschrijving van de migrant als immer thuisloze aan bij de thematiek van V.S. Naipaul.

Uit Ierland komt M.J. Hyland met Carry Me Down. Hoofdpersonage John Egan is elf maar lijkt met zijn 1,71 meter wel zeventien. Wanneer zijn oma er genoeg van heeft dat zijn ouders en hijzelf bij haar inwonen en hen op straat zet, trekken ze naar een Dublinse armenwijk waar er gegokt en gezopen wordt van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Vader staat zijn mannetje en John houdt zich overeind met een overgrote - misschien wel perverse - dosis moederliefde en zijn gehechtheid aan de waarheid. Maar opgroeien blijkt moeilijker dan dat. Die waarheid moet voor de lieve vrede nogal eens onrecht aangedaan worden, zo ontdekt hij mettertijd. Carry Me Down is een grotendeels autobiografisch relaas over wat het betekent om als kansloze op te groeien in het Dublin van een paar decennia geleden, of - door de universaliteit van de problematiek - in een achterbuurt van een wereldstad.

Nog veel autobiografischer schrijft Edward St Aubyn. De man stamt uit een geslacht dat zijn wortels tot bij Willem de Veroveraar kan volgen, is de peter van Louis, de zoon van Lord Spencer, op zijn beurt de broer van Lady Di zaliger, werd tussen zijn vijfde en zijn achtste seksueel misbruikt door zijn vader, zat vanaf zijn zestiende aan de heroïne en was in Oxford beste maatjes met Will Self, de ongekroonde Britse mr. Cocaine. Over zijn kindertijd schreef hij in de jaren 1990 de schaamteloos openhartige en aangrijpende Some Hope-trilogie. Nu is hij er met Mother's Milk, dat een generatie later speelt en waarin de jongen van toen inmiddels vader is geworden. De centrale vraag is: hoe voorkom ik dat ik dezelfde stommiteiten bega als mijn vader en me op mijn beurt vergrijp aan mijn kinderen? Als stilist is St Aubyn ongetwijfeld de beste van de zes genomineerden. Geschreven in een introspectieve stijl die soms snijdt en soms zalft, weet hij zijn figuren tot leven te brengen en zijn thematiek tot in de uiterste consequenties uit te werken.

We zijn benieuwd wie volgende week dinsdag de Booker wint en met de 50.000 pond gaat lopen. Maar wie het ook zal zijn, publieke favoriete Sarah Waters of - onze persoonlijke keuze - Edward St Aubyn, het boek zal de prijs meer dan waard zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234