Woensdag 24/07/2019

'Wie wil er nou dichter zijn ?'

Guus Kuijer

(illustraties Alice Hoogstad)

Querido, Amsterdam, 92 blz., 499 frank.

'Beste God,' zou ik zeggen, 'ik hou van Mimoen en hij van mij, maar dat kan eigenlijk niet en daarom verzint hij een smoesje om het uit te maken. Wij moeten uit elkaar, want in de achtste groep zijn we al bijna grote mensen. Grote mensen houden ervan dat er dingen niet mogen. Amen.' Uit het nieuwe boek van Guus Kuijer, Voor altijd samen, amen. De 'ik' heet Polleke en probeert van alles. Bijvoorbeeld in God te geloven, maar vooral een beetje hoogte te krijgen van grote mensen.

Grote mensen, daar kan je beter soep van koken is het Madelief-boek dat mij nog het meest voor de geest staat. Guus Kuijer schreef er in de jaren zeventig vijf, en kreeg in 1979 de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur. Madelief was een sprietig meisje dat met haar moeder in een beetje grauwe buurt woonde en zich vooral amuseerde op een braakliggend lapje grond en erg nieuwsgierig was naar een enkele outlaw die alleen in een geheimzinnig huis woonde.

Ik verslond Kuijers boeken als kind, maar moet eerlijk toegeven dat de details vandaag wat vaag geworden zijn. Toen ik Voor altijd samen, amen las, kwam het allemaal een beetje terug. Ook in dit boek schaamt Polleke (een andere Madelief) zich een beetje om haar alleenstaande moeder, is een beetje dichter en een beetje filosoof, een beetje erg verliefd en erg boos. Om te beginnen : boos. Op haar vader Spiek die niet het lef heeft naar haar terug te komen. Boos op nog wat andere grote mensen zoals de ouders van Mimoen, haar Marokkaans liefje, dat niet te intiem met haar mag worden.

"Grote mensen houden ervan dat er dingen niet mogen", dus. Of, wat verder : "We liepen een eind nergens heen en liepen weer terug. Wandelen heet dat. Grote mensen zijn er gek op." Net als Madelief destijds is Polly een echte bakvis van een jaar of elf. Ze giechelt met haar vriendin (als ze niet weer eens ruzie maken) en ze begrijpt niets van ouders of ouderen. Alleen haar grootouders op de boerenbuiten staan in een goed blaadje. Polly krijgt een echt, warm, pasgeboren kalf van hen, en dat doet haar toch wel wat. Spiek, haar vader, kan ook wel wat teweegbrengen. Als hij de bak invliegt, stapt Polleke vastberaden en onnozel naar de gevangenis en zegt tegen de portier dat ze hem per ongeluk hebben opgesloten.

'Ik kom hem halen,' zeg ik, 'want hij dielt wel, maar het is voor een goed doel.' (...) Als hij geen hasj rookt kan hij niet dichten. Spiek is dichter. Dus is het voor een goed doel.'

En dan kan ze weer niet anders dan verschrikkelijk kwaad worden, zo woedend, net als op de vrouw van haar vader, en eigenlijk op iedereen die haar tegenwerkt. Ze wordt dan ook nogal tegengewerkt. Polleke maakt eigenlijk trieste dingen mee, maar Kuijer laat het niet te erg aan het hart van zijn lezers komen. En dat is sympathiek van hem. Je moet het maar meemaken: je moeder wordt verliefd op je meester (walgelijk idee vind ik dat zelf), je vader kan niet voor zichzelf zorgen, je vriendje moet met een ander trouwen. Geen wonder dat je vooral kwaad wordt op jezelf. Polleke kan zich meer dan eens voor het hoofd slaan, omdat er woorden komen waar ze niet eerst over nagedacht heeft.

Het boek staat vol met 'poësie'-achtige versjes. Heel erg mooi, soms een beetje volwassen, vaak de creatie van een onbedorven, lief elfjarig bakvisje als Polleke. Lees bijvoorbeeld het allerlaatste gedichtje: "Alles hoort zoals het is / Een vis in het water / een vogel in de lucht / een hand in de mijne / de zijne." Van de hand van Polleke, een dichter. Daar is het al helemaal fout mee begonnen, want nadat Polleke verlegen op school heeft bekend dat ze later dichter wil worden (ze zei alwéér iets heel verkeerds), drukt Mimoen haar op straat een briefje in de hand:

'Ik ga niet meer met jou, want dat mag geloof ik helemaal niet in mijn cultuur dat een vrouw dichter is, dat mag vast niet, denk ik, en wie wil er nou dichter zijn?'

Opzettelijk, en eerlijk gezegd ben ik daar opgelucht over, heb ik het niet over de maatschappelijke thema's die Guus Kuijer behandelt. Al ku je er eigenlijk niet echt omheen. Niet toevallig voert hij een multiculturele klas ten tonele, gescheiden ouders en alternatieve gezinnen. Maar Kuijer doet dat op een ongedwongen manier, alsof het per ongeluk is. Hij wil absoluut niet dat zijn boeken onder het label 'probleemboek' van de hand gaan.

Dat zijn ze trouwens ook allerminst. Polleke heeft het best naar haar zin met haar moeder, en ten slotte vindt ze ook haar meester wel lief. Ze wint Mimoen terug, en is gelukkig. Polleke schopt en krabt dat het soms niet mooi meer is, maar uiteindelijk ziet haar leven er rooskleurig uit. En toch zoekt menig lezer naar een boodschap. Tijdens een lezing die hij onlangs in Leuven hield zei Kuijer: "Het gaat zelfs zo ver dat menigeen denkt dat een roman eigenlijk een tractaat is of een essay dat in verhaalvorm is gegoten. Of simpeler gezegd: een schrijver heeft een onderwerp en zoekt daar personages bij en die personages laat hij zijn essay op verborgen wijze uiteenzetten."

"Als u mijn boeken leest in de veronderstelling dat zij een onderwerp behandelen of een probleem aansnijden, komt u bedrogen uit," vervolgde hij. Hij vindt de thema's die in een boek kunnen voorkomen beperkt (liefde, dood, eenzaamheid...) maar de manieren waarop je ze kunt aanpakken talrijk. "Mijn boeken gaan over het leven, althans over mijn visie daarop." Dat is alles.

Althans, dat is natuurlijk niet alles, maar de rest kan de lezer zelf inkleuren. Naar believen. Tenslotte is niets zo saai als een al ingekleurd plaatje.

Belle Kuijken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden