Vrijdag 17/09/2021

'Wie weg wil moet betalen'

Musa Mazyev (24) is student economie aan de universiteit van Grozny. Dit is het schokkende relaas van zijn leven in de onder Russische bommen kreunende stad en van de obstakels die hij op zijn vlucht tegenkwam.

De voorbije twee weken zijn de bombardementen erg hevig geweest. In mijn straat zijn tien mensen, vooral ouderen, om het leven gekomen. Ze zijn allen omgebracht door één enkele gronddoelraket. De mannen zaten in de moskee te bidden, de vrouwen kwamen gewoon voorbij.

"De raket kwam pal op de moskee terecht. Het gebeurde op de middag, het was gebedstijd en mijn neef was erbij. Een begrafenisplechtigheid hebben we niet gehouden. We hebben de lijken zo goed mogelijk gewassen en hen op het kerkhof begraven. We hadden voldoende wit laken om de lichamen in op te baren.

"Mijn neef had twee scherven in het voorhoofd en twee in het achterhoofd. De kracht van het bombardement had de lichamen uit de moskee weggeslingerd. De explosie blies het dak van mijn huis af.

"De Russen zeggen dat ze strooibiljetten over de stad droppen met informatie voor de inwoners. Maar dat klopt niet. Ik heb de strooibiljetten zelf gezien. Ze waren aan de strijders gericht en er stond in hoe ze hun wapens konden inleveren en Grozny verlaten. Over de burgers, en hoe die moesten ontkomen, stond er niets in.

"De pamfletten waren getypt en klonken spottend: 'Beste vluchtelingen, u krijgt tot 11 december de tijd om naar het Pervomaskaya-checkpoint te gaan. Als u dit bericht niet ernstig neemt, zal de stad vernield worden'. Eerlijk gezegd, de mensen zijn bang om de stad te verlaten omdat iedereen die nog hier is als een strijder of een medewerker van de strijders wordt beschouwd. Sinds het ultimatum hebben vele burgers zich bij hen gevoegd omdat er toch geen uitweg meer is.

"Ik zag een bom met daarop de tekst: 'Voor mijn zoon, van moeder, 1941'. De bom dateerde uit 1941 en was erg groot. Ze bestond uit één stuk en kwam niet tot ontploffing. Ze was ongeveer drie meter lang en één meter breed. Er stonden massa's mensen omheen en ze lachten omdat de bom in 1941 vervaardigd was. 'Zie je wel', zeiden ze, 'de Russen hebben niet eens nieuwe bommen.'

"In de kelder woonden we eerst met zijn vijftigen, daarna, nadat enkele mensen naar Staraya Sunzha getrokken waren, bleven er nog dertig over, meestal ouderen, geen kinderen. Daar zaten ze nog toen ik wegging en ze hadden bijna geen eten meer. Er is een meertje waar we water haalden. Over gas beschikten we niet, dus moesten we een vuurtje stoken om brood te bakken.

"We wisten dat er oorlog dreigde toen de Russen hun bombardementen begonnen. Dus bouwden we reserves op. Er was geen elektriciteit in de kelder, het was er donker en de laatste twee weken konden we niet naar buiten.

"Op straat lopen geen mensen meer rond, velen zitten in de kelders. Ik besloot de stad eergisteren te verlaten en bracht de nacht door in Nadterechnya. Onze buurman kwam langs en vertelde dat minister van Rampbestrijding, Sergei Shoigu, een veilige doorgang garandeerde, maar toen ik bij het checkpoint aankwam viel Shoigu nergens te bekennen en moest ik steekpenningen betalen.

"Het was moeilijk vooruitkomen: we hadden honger en het was koud. Toen ik aan het checkpoint aankwam stonden er zo'n vijftig mensen. Er waren ook een stuk of honderd Russische soldaten, waarvan de meerderheid zich in de loopgraven bevond.

"Ik zag tanks, Grad-raketten en andere dingen. Omdat er in Grozny geen warm water was en ook geen scheergerief had ik mij niet kunnen scheren. De soldaten vonden mijn baard verdacht en vroegen me mijn handen en schouders te tonen, op zoek naar sporen van gevechten. In het bijzijn van mijn vrouw en andere vrouwen moest ik mijn bovenlijf ontbloten.

"Toen kwam de kapitein eraan en vroeg mijn paspoort. Hij zei dat mijn naam in de computer gecheckt moest worden. Toen we de wagon binnenstapten waar het ding zogezegd stond, viel daar geen computer te bekennen. Ik vroeg hem of mijn vrouw mocht komen, maar hij antwoordde: 'Je vrouw is al dood'.

"Ze vroegen me: 'Zie je die mensen die niet door het checkpoint geraken?' Ik zei ja. Toen vroegen ze me of ik geld op zak had. 'Ik heb het nodige geld,' antwoordde ik. 'Als je wilt vertrekken', zeiden ze me, 'dan moet je betalen'. Ze wilden duizend roebel of vier kisten vodka. Vervolgens zeiden ze dat dertig procent van de bevolking van Grozny gedood zou worden.

"Ik betaalde en mocht, samen met mijn vrouw en een oudere vrouw, passeren. Toen we bij het checkpoint voorbijkwamen schoten ze boven onze hoofden in de lucht. Toen de anderen vroegen waarom wij door mochten en zij niet, antwoordden de soldaten: 'Als je betaalt, kom je weg.'.

"De soldaten vroegen zaken als: 'Hebben jullie jonge vrouwen? We weten dat er jongemannen zijn, maar we willen jonge vrouwen. Is je moeder jong? Als ze jong is dan mag ze komen.'

"Toen mijn vrouw naar de plek gebracht werd waar ik me bevond, keken de soldaten naar haar en zeiden: 'Je hebt betaald voor jezelf en je vrouw. Maar ken je geen andere mooie vrouw in Grozny? Is je moeder jong of oud?' Als een wildvreemde je zulke dingen vraagt over je moeder en zuster, dan is dat erg vernederend. Het raakt je in je trots. Als een Tsjetsjeen een andere Tsjetsjeen zoiets aandoet, dan volgt er bloedwraak. De beledigingen die ik te horen kreeg zijn ernstig genoeg voor bloedwraak.

"Ik ben mijn vader, moeder en zuster kwijtgeraakt. Ik weet dat ze zich in de stad bevinden maar kan hen niet vinden. Ik ben hierheen gekomen om mijn vrouw te redden, maar ik keer terug."

'De beledigingen die ik te horen kreeg zijn ernstig genoeg voor bloedwraak'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234