Zaterdag 19/10/2019

'Wie verzint die maffe ideeën? Alleen Willy Vandersteen'

Het was een huzarenwerk om de talloze originelen te vinden die nu de Willy Vandersteen-retrospectieve vormen in het Brusselse Stripmuseum. Maar curator Daniel Couvreur heeft op die manier wel heel wat oud werk door zijn vingers zien glijden, en katapulteerde zichzelf daarmee terug naar zijn jeugd. Zijn lievelingsalbums op een rijtje.

"Ik heb hen die vraag ook meteen gesteld", begint Le Soir-cultuurcoördinator en -journalist Daniel Couvreur (51). "Waarom een Franstalige vragen om een Vandersteen-retrospectieve op te bouwen? Maar daar hadden ze bij het Belgisch Stripcentrum wel argumenten voor. Suske en Wiske waren beroemd bij het Nederlandstalige publiek, redeneerden ze, maar daarbuiten niet. Denk aan Frankrijk, Italië of Spanje. Net daarom wilden ze een niet-specialist inhuren die in hun ogen meer voeling had met dat vreemde publiek en hen alzo makkelijker met Vandersteens universum kon laten kennismaken." Couvreurs antwoord liet niet lang op zich wachten. "Vooral omdat ik, naast Mickey Mouse, Blake en Mortimer, Kuifje en Robbedoes in mijn jeugd ook vertrouwd was geraakt met enkele van Vandersteens personages." Hij had zo'n honderd Suske en Wiske's in zijn kast staan, naast enkele Rode Ridder's en Robert en Bertrand's. Nederlandstalige albums, verzekert hij, "want hoewel ze wel bestaan, vind je ze amper in het Frans."

Na een sympathieke ontmoeting met de Vandersteen-erven en de verzekering van totale creatieve vrijheid, nam hij de job aan. "Ik heb me dat niet beklaagd en tijdens het proces tot mijn grote vreugde nog enkele nieuwe Vandersteen-albums leren kennen."

Suske en Wiske:

De schat van Beersel (1954)

"Een persoonlijke keuze die niets te maken heeft met het feit dat het een album uit de zogenaamde Blauwe Reeks is, maar alles met mijn jeugd. Ik woonde niet ver van het kasteel en heb jarenlang naar de schat gezocht. De schat van Beersel is een realistisch verhaal, maar je bevindt je toch snel in een magische sprookjeswereld. Indrukwekkend."

De familie Snoek (1946)

"Onder de titel La famille Guignon verschenen er bij ons drie of vier albums. Ze zijn ontzettend moeilijk te vinden, maar ik kocht er lang geleden eentje voor 15 Belgische frank op een rommelmarkt. Wat een toffe reeks. Met Gaby, de beeldschone dochter van de familie Snoek, was Vandersteen zijn tijd ver voor, want mooie vrouwen waren toen verboden in Belgische strips. Zij was het mooiste meisje van alle strips uit die tijd. En die verhalen! Het was een ironisch portret van de Belgische middenklasse van die tijd. Avontuur trof je niet aan, wel veel humor. Vader Leonard die staatssecretaris was van Verlichting? Zo boeiend en grappig."

Suske en Wiske:

De dolle musketiers (1953)

"Dat album heb ik gekozen omdat Jerom zich er voor het eerst laat zien. Jerom was eerst een bizar personage dat verscheen als geheim wapen en iedereen wilde doodslaan. Toch was hij niet boosaardig. In een aandoenlijke scène zie je hoe hij meubeltjes maakt voor Schanulleke. Nu, toen Jerom verscheen wilde het publiek hem meteen weg. Hij sprak amper Nederlands en was slecht gekleed. Niet echt een voorbeeldfunctie voor kinderen. Maar Vandersteen hield hem in de reeks, liet hem snel beter spreken en kleedde hem netjes aan. Een belangrijk album."

't Prinske (1953)

"Vandersteens beste werk. Als ik één Vandersteen-album naar een verlaten eiland mag meenemen, is dat 't Prinske. Het is Magritte in strip, vol absurde nonsens en abstracte humor. Maar het was geen groot succes: er verschenen slechts vier albums van. Maar wat een leuk personage. Grafisch gezien leunde het erg aan bij de Atoomstijl van eind jaren zestig. In sommige gags van 't Prinske zie je Vandersteen zelfs verwijzen naar die stijl, schilderijen, iets wat je niet aantreft in zijn andere reeksen."

Jerom: Het geheim van Brokkelsteen (1962)

"Ik hield enorm van Jerom. Vooral dan de Jerom die Vandersteen zelf tekende en schreef. Het geheim van Brokkelsteen was het eerste album. Daarin verscheen ook de zwarte baron van Zevensloot. Het was een mooi verhaal vol met geheime gangen doorheen spookkastelen. Een origineel van dat album toon ik op de retrospectieve."

Robert en Bertrand:

De stakingbreker (1976)

"Nummer 17, de inspecteur die in alle albums jacht maakt op Robert en Bertrand en altijd consequent de regels in acht neemt, toont hier voor het eerst zijn menselijke kant omdat anders een mens zou sterven. Een emotioneel avontuur, kortom. De titelpersonages klagen met een kwinkslag de onrechtvaardigheid aan, waarmee het een sociale thriller werd. Vandersteen won er in 1977 in Angoulême de prijs mee voor beste buitenlands album, wat me heeft overtuigd om het ook op de expo te tonen."

Tijl Uilenspiegel:

De opstand der Geuzen (1947)

"Een voorbeeld van zijn realistische strips die hij maakte aan het begin van zijn carrière, gebaseerd op het boek van Charles De Coster. Vandersteen hield erg van de negentiende eeuwse romans en de periode van de zestiende eeuw toen de Spanjaarden hier heersten. Het is een schitterende strip vol scherpe humor en ironie. De tekenaar op zijn best. Van het tweede album hield ik minder, misschien omdat hij daarvoor assistenten had aangetrokken."

De Geuzen:

De rattenvanger (1985)

"Het verschil tussen Tijl Uilenspiegel en De Geuzen zit in het esoterische kantje van De rattenvanger. Wat ik hier zo knap vond: de gravure van Breughels Boerenbruiloft die wordt gebruikt om paniek te zaaien bij de Spanjaarden. Wie verzint zo'n maf idee? Dat doen weinige auteurs hem na, hoor. Uiteraard is er de verwijzing naar 'de Breughel van het beeldverhaal', waarmee Hergé ooit andersteen omschreef."

Piwo het houten paard (1943)

"Dit was Vandersteens eerste album. Voor de expositie had ik er nooit van gehoord, maar het verraste me compleet. We vonden iemand die alle Piwo-originelen bezat. Via die werken kon ik zien hoe knap de bewegingen waren en hoeveel humor erin zat. Vandersteen tekende dit in zeven nachten en zeven dagen, inclusief sloten zwarte koffie. Wauw! Het is een exotisch verhaal met een verfrissende stijl en vol kinderpoëzie. Je zou er zo een animatiefilm van kunnen maken."

De vrolijke bengels (1947)

"Les joyeus lurons heet het in het Frans. Het ging om éénpaginagags waarvan er maar twee albums verschenen. Voor mij leeft de geest van Winsor McCay (Little Nemo, GDW) hier verder. Niet in de tekenstijl, maar in Vandersteens verzinsels als visvliegtuigen en autobedden waarmee gereden en geslapen mocht worden. De personages waren ook zo origineel. Zo is er de tweeling Pontius en Pilatus, die elkaar altijd verkeerd begrepen. Ik ben er zeker van dat dat een knipoog was naar Jansen en Janssen van Hergé, die hij zo bewonderde. Een strip voor kleine kinderen, maar erg leuk. Ook voor mij, jazeker."

Willy Vandersteen vertelt loopt nog tot 1 september in het Belgisch Stripcentrum, www.stripmuseum.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234