Zaterdag 07/12/2019

Wie verfde de vogel?

Waar gebeurd of niet, is dat van belang? In het geval van Jerzy Kosinski's De geverfde vogel heeft er altijd onduidelijkheid geheerst. Maar hoe verder de Tweede Wereldoorlog van ons verwijderd is, hoe echter het verhaal wordt.

Laat ik u een verhaal vertellen over waarheid en bedrog.

Zegt de naam Binjamin Wilkomirski u iets?

Nee?

Wilkomirski was een Zwitserse klarinetleraar en amateurhistoricus, die in 1995 Bruchstücke: Aus einer Kindheit 1939-1948 publiceerde, een boek vol kinderherinneringen aan twee concentratiekampen. Zijn boek kende een lyrisch onthaal, werd in negen talen vertaald, ook in het Nederlands (als Brokstukken: Een jeugd 1939-1948, Bert Bakker). Hij ontving de prestigieuze Prix Mémoire de la Shoah, trad op in Israëlische documentaires over jonge slachtoffers.

Totdat een Zwitserse journalist genaamd Ganzfried de zaak onderzocht en tot de conclusie kwam dat Wilkomirski de kampen hooguit als toerist had gekend. Er volgde een grootschaliger onderzoek. De conclusie was onverbiddelijk: Wilkomirski had alles verzonnen. De literaire reputatie van het boek was verwoest. De woorden waren hetzelfde, het boek was voor altijd veranderd. Eén zin uit die studie zal ik nooit vergeten: 'Wat een meesterwerk was, werd kitsch.'

Aanvallen

Natuurlijk zijn de gevallen Kosinski en Wilkomirski niet gelijk. Kosinski heeft meerdere en aanzienlijk betere boeken geschreven, waaronder klassiekers als De geverfde vogel en Being There, die onmiskenbaar deel zijn geworden van de wereldliteratuur. Kosinski heeft zich nooit laten verleiden tot een belangrijke rol in de Joodse culturele gemeenschap, iets wat, ondanks zijn reputatie als excentriekeling en playboy, met het boek in de hand eenvoudig had gekund.

Maar ook Kosinski heeft in de loop der jaren vele aanvallen op zijn originaliteit en integriteit moeten doorstaan. De meest hardnekkige bewering: dat hij niets waarover hij schrijft zelf had meegemaakt. Hij zou compositie en precisering hebben overgelaten aan redacteuren. Being There zou zelfs geheel en al geplagieerd zijn. Tot aan de dag van zijn zelfmoord in 1991 is Kosinski altijd op de vlucht geweest voor de echo's van deze claims.

De geverfde vogel, oorspronkelijk uitgebracht in 1965, is altijd een boek met een smet gebleven. Maar zou dat moeten uitmaken bij de beoordeling van het werk, zoveel jaar na dato?

De jongen om wie het verhaal draait, maakt zich op om met een tijdelijke kameraad de Poolse bossen in te gaan. Deze Lekh, wonend te midden van vogelkooien, neemt op dagen dat hij zijn woede niet de baas kan - liefdesverdriet door toedoen van de schuurslet Domme Ludmila - de sterkste vogel uit een kooi, om deze te verven met 'stinkende verven in verschillende kleuren'. Zo ook vandaag.

Aangekomen in het bos neemt Lekh de geverfde vogel uit een zak. De hoofdpersoon wordt opgedragen in het dier te knijpen. 'De vogel begon dan te piepen en trok een zwerm van hetzelfde soort aan die zenuwachtig boven ons hoofd heen en weer ging vliegen. Onze gevangene, die hen hoorde, rekte zich naar hen uit, opgesloten in zijn pas geverfde borstje, hevig kloppend.' De vogel vliegt op de toegevlogen vogelzwerm af. Er is sprake van een stilstaand moment, een koude seconde waarin de vogels niet weten wat te doen. Dan besluiten ze massaal - al is er van besluiten geen plaats: het gaat om de meest irrationele, dierlijke afkeuring denkbaar - de vogel af te stoten. Ze vallen hem onophoudelijk aan, verdringen hem naar de achterhoede, net zolang tot hij op de grond terechtkomt en niet meer opstaat.

De eerste keer dat ik deze passage las, had ik er moeite mee. Het verven van een enkele vogel om de onbarmhartigheid van de groep aan te tonen wanneer deze een vreemdeling in zijn midden ziet, leek een bijna hippieachtig mensbeeld te suggereren: iedereen is in essentie gelijk. Pas bij herlezing begreep ik dat de metafoor het tegendeel betekent: niemand is in essentie gelijk. De essentie bestaat niet. Alle vogels, dus ook de niet-geverfde, worden gedefinieerd door het kleurverschil. Dat wil zeggen: door de wijze waarop ze reageren op dit op het oog willekeurige onderscheid, dat allerminst willekeurige gevolgen heeft. Bevreemding, afwijzing, dood.

Barbaars land

De jongen, die nu eens als jood, dan weer als zigeuner wordt gezien, zwerft ten tijde van de Tweede Wereldoorlog over het Poolse platteland. Hij probeert onderdak te vinden bij de primitieve boeren uit de omgeving. Maar elke poging eindigt met wreedheid, de verschillen blijven onoverkomelijk. De mensen die hij tegenkomt hebben die nodig om hun spel van dader, slachtoffer en zondebok te spelen. Slechts een enkele keer verwijst Kosinski naar Duitsers of oorlogsfeiten.

De geverfde vogel is dan ook geen roman over oorlog, het is een allegorie over menselijke wreedheid. Het is het verhaal van een onverdraagzaam volk in een donker en barbaars land, dat enerzijds op te vatten is als Polen tussen 1940 en 1945, anderzijds als om het even welk woestijnland van beschaving.

Zo luidt een kernpassage in het boek: 'Ik beloofde mezelf dat ik alles zou onthouden wat ik zag; als er iemand mijn ogen uit zou plukken, dan zou ik, zolang ik leefde, de herinnering aan al wat ik had gezien bewaren.'

Zoals Kafka de logica van de paradox volgt, volgt Kosinski de logica van de nachtmerrie. De krachtigste suggestie van het boek is dat de nachtmerrie een documentaire is: het voornemen van de jongen is om niets te vergeten. Kosinski's stijl is dienovereenkomstig precies en aards. Zelfs wanneer oogballen uit kassen worden getrokken, wanneer vrouwen worden verkracht met flessen, wanneer mannen worden opgegeten door ratten, blijft het taalgebruik op een bijna journalistieke wijze nauwkeurig. Tegelijk gaat het hier om universele ervaringen, die niet door de schrijver zelf beleefd hoeven te zijn om geldigheid te bezitten.

En toch.

En toch is de smet niet geheel onterecht. Maar deze had slechts de schrijver mogen raken. Het boek had ongeschonden moeten blijven. Want hoewel Kosinski nooit publiekelijk heeft beweerd dat alle romangebeurtenissen werkelijk en op de beschreven manier hebben plaatsgevonden, heeft hij deze claim, afkomstig uit Amerikaanse literaire kringen alsook de gehele Poolse pers, wel laten bestaan. Sterker, toen zijn uitgever hem voor het eerst benaderde, bezwoer Kosinski dat het manuscript wel degelijk zijn leven beschreef.

De acquirerend redacteur Dorothy de Santillana, naar aanleiding van wat de jonge schrijver haar had verteld: "It is my understanding that, fictional as the material may sound, it is straight autobiography." Hij probeerde de aantijgingen te pareren door nu eens te zeggen dat zijn leven en afkomst niet gebruikt zouden mogen worden als authenticiteitstest voor het boek, zich dan weer te bedienen van de term 'auto-fictie', en vervolgens te stellen dat hij nooit had beweerd dat het boek autobiografisch was.

Authentiek

Wat de precieze verhouding tussen feit en fabulatie in het geval van De geverfde vogel nu werkelijk is, is onduidelijk. Maar het is inmiddels vrijwel zeker dat de kwalificatie straight autobiography onzinnig is. In werkelijkheid heeft Kosinski nooit, of tenminste niet jarenlang, over het Poolse platteland gezworven, in oorlogstijd woonde hij in bij een katholiek Pools gezin.

De term 'authentiek', stammend uit het Grieks, heeft oorspronkelijk twee betekenissen: ten eerste iemand die zich gedraagt met autoriteit, ten tweede gemaakt door iemand zelf. Voor de kwaliteit van het werk maakt het waarheidskarakter van de genoemde gebeurtenissen en figuren niet uit, voor de autonomie van de schrijver wel. Kosinski's fout is niet geweest dat hij heeft gelogen, de leugen is een even vruchtbare bron voor de roman als het feit. Zijn fout is geweest dat hij niet genoeg in zijn boek geloofde om het fictie te noemen. Hij heeft het verkoopargument 'echt', in verband met de Tweede Wereldoorlog natuurlijk zeer aantrekkelijk, in leven gehouden. Hij heeft zijn autoriteit misbruikt.

Voor de roman maakt het niet uit. Want hoe verder de waarheid van de oorlogsjaren van ons verwijderd is, hoe echter, oprechter en authentieker De geverfde vogel wordt. Waar de feiten uit eerste hand vertroebelen, wint de allegorie aan kracht.

Dit is het nawoord dat Daan Heerma van Voss schreef bij de nieuwe uitgave van De geverfde vogel die op 30 oktober verschijnt als onderdeel van de reeks De Bij Klassieken. In die reeks worden twaalf klassiekers opnieuw uitgegeven, voorzien van een nawoord van een jonge Bezige Bij-auteur, ter gelegenheid van het 70-jarig bestaan van de uitgeverij.

Op zaterdagavond 15 november vindt een feestelijk jubileumprogramma plaats op Crossing Border in Den Haag m.m.v. Remco Campert, Philip Huff, Maartje Wortel, Daan Heerma van Voss, Vincent Overeem, Hagar Peeters, Erwin Mortier, Yannick Dangre en Sanneke van Hassel.

Bestseller

In 1965 verscheen The Painted Bird van Jerzy Kosinski. Het boek, over een jongen die tijdens WO II door Polen zwerft, werd ook hier een bestseller. Later raakte Kosinski in diskrediet toen bleek dat het verhaal niet auto-biografisch was, iets wat Kosinski wel had gesuggereerd.

Jerzy Kosinski, De geverfde vogel, De Bezige Bij, 296 p., 7 euro. Vertaling: Oscar Timmers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234