Zondag 24/10/2021

'Wie staat er nog stil bij een dode Irakees meer of minder?'

Al een kwarteeuw leeft en werkt de Britse journalist Robert Fisk (59) in de Libanese hoofdstad Beiroet. Als correspondent voor The Times en later The Independent versloeg hij de conflicten in het Midden-Oosten op een zeer persoonlijke, onafhankelijke maar ook controversiële manier. Deze week presenteert de enige journalist die Osama bin Laden drie keer kon interviewen zijn nieuwe boek. 'Verbazingwekkend dat moslims zich al bij al nog redelijk goed in bedwang houden. Dat ze ons niet meer schade hebben berokkend. Na al die jaren van onderdrukking en folteringen door leiders die dankzij het Westen aan de macht kwamen.'

Door Koen Vidal

Op 11 september 2001 zit Robert Fisk op een Sabena-vlucht van Brussel naar de VS. Op 10 kilometer hoogte verneemt hij dat twee passagiersjets zich in de torens van het World Trade Center hebben geboord. Door zijn hoofd spookt de gedachte dat er op zijn vliegtuig misschien ook wel zelfmoordenaars zitten. "We waren tenslotte op weg naar de VS. Ik wandelde door het gangpad en zag misschien wel dertien passagiers van wie ik vond dat ze er verdacht uitzagen. Mannen met lange baarden, die me boos aanstaarden. Moslims die de koran aan het lezen waren of met hun gebedssnoer aan het spelen waren. Ik was boos op mezelf", herinnert Fisk zich.

"De liberale Fisk die een kwarteeuw onder de Arabieren had geleefd was in enkele minuten tijd veranderd in een racist die mensen verdacht vanwege hun baard of huidkleur. Ik voelde me vuil. Maar dat, besefte ik die dag al, was het ultieme doel van de daders van de aanslagen. Ons zo bang maken, zo boos dat we niet meer rationeel handelden. Op mijn vliegtuig verdacht iedereen iedereen en toch waren we allemaal onschuldig. Exact de reactie die Osama Bin Laden teweeg wou brengen. En voor een stuk is het ook wat onze westerse leiders willen. Zonder angst had Tony Blair zijn antiterrorismemaatregelen nooit door het parlement gekregen. Een angstklimaat is iets waarvan onze regeringen dromen. In de naam van de angst worden onze burgerrechten afgenomen.

"Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat president George Bush en Osama uitstekend samenwerken in het aanwakkeren van angst, wantrouwen en racisme. Het idee is om een situatie te creëren waar angst ons leven gaat beheren: vrees voor de dood, vrees voor wat er me je kinderen gaat gebeuren, vrees om de metro te nemen, vrees voor andere mensen. Zo worden onschuldigen tegen elkaar opgezet: de moslims tegen de westerlingen, de blanken tegen de kleurlingen. Ondertussen wordt onze aandacht afgeleid van de essentiële vragen: wat hebben wij in Irak te zoeken? Waarom zijn we daar binnengevallen? En waarom zijn we daar nog altijd? Wat doen onze troepen in Afghanistan?"

Na 9/11 kwamen er nog meer aanslagen. Indonesië, Madrid, Londen, Egypte. Hoe is dat angstklimaat geëvolueerd?

Robert Fisk: "Het wordt steeds erger. Als ik de Britse kranten na de aanslagen in Londen las, kon ik soms mijn ogen niet geloven. Voortdurend maakten ze de vergelijking met de blitzkrieg, de Duitse luchtaanvallen op Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog. 'Londenaars tonen hun blitzspirit', las ik overal. Of 'De Britten staan zij aan zij tegen het geweld van de metro-zelfmoordenaars'. 'Hey', dacht ik toen, 'de aanslagen zijn zeer erg, maar een blitz is dit niet.' Zijn wij misschien vergeten hoe erg de Duitse bombardementen waren? Je moet toch een beetje historisch perspectief behouden. De aanslagen op de Londense metro zijn niet te vergelijken met de Tweede Wereldoorlog. Zelfs 11 september 2001 was geen oorlog. Die aanslagen waren overduidelijk misdaden tegen de mensheid. Maar toen in de daaropvolgende dagen George Bush met Winston Churchill werd vergeleken en Osama bin Laden met Hitler, moest ik toch even slikken. Sorry hoor, maar in de Tweede Wereldoorlog vielen 60 miljoen doden. De bedreiging van een wereldoorlog is niet te vergelijken met de huidige situatie. Je kunt de geschiedenis niet zomaar herschrijven om in het heden bepaalde politieke doeleinden te bereiken."

U kreeg zware kritiek omdat u een deel van de verantwoordelijkheid voor de aanslagen van 9/11 bij het westen legde. Het wanbeleid in het Midden-Oosten was volgens u een van de sleutelelementen om 11 september te begrijpen. Iemand noemde u toen de koning van de wansmaak.

"Ik kreeg inderdaad bakken vol hatemail. Gewoon omdat ik de 'waaromvraag' stelde. Ik vroeg me hardop af waarom die aanslagen waren gepleegd. Ik nam geen genoegen met de verklaring dat die zelfmoordenaars gewoon slechteriken waren. En omdat ik de 'waaromvraag' stelde, werd ik als een supporter van het terrorisme gebrandmerkt. Simplisme werd de norm.

"Kijk, wij in het Westen proberen onszelf altijd van alles wijs te maken. Overal hoor je dat wij ons bekommeren om het lot van de Arabische wereld en daar democratieën proberen te stichten. Klopt niet. De Arabieren en de moslims kunnen ons eigenlijk niets schelen. We willen niet eens weten hoeveel burgers er in Irak zijn omgekomen. We weten wel exact hoeveel van onze eigen soldaten gesneuveld zijn. Maar Irakezen, pfft, die interesseren ons niet.

"Enkele maanden geleden was ik in Bagdad en ben ik naar het mortuarium van het stadsziekenhuis geweest. Om de doden te tellen. Om 9 uur 's morgens waren er al negen doden binnengebracht en om 12 uur waren het er al 26. Een van hen was een jonge vrouw, haar handen op haar rug gebonden en drie keer door het hoofd geschoten. Verder een baby die met een kogel in het gelaat was vermoord. Als ik daar die maandagochtend niet was geweest had niemand over die slachtoffers geschreven. Ik ging naar het ministerie van Volksgezondheid en slaagde erin om toegang te krijgen tot de centrale computer. In de maand juli alleen al waren er 1.100 burgers omgekomen door gewelddaden. Elfhonderd! In één maand tijd! The Independent zette het op pagina één, maar slechts weinig media deden hetzelfde. Wie staat er nog stil bij een dode Irakees?"

Hoe verklaart u dat?

"Veel journalisten mogen van hun chefs hun hotels niet verlaten. Ik en nog een aantal andere journalisten komen wel buiten. Zonder lijfwachten en zonder gepantserde wagen want daarmee val je toch alleen maar op. Bovendien weiger ik om naar persconferenties en andere officiële mediamomenten te gaan. Want daar vind ik geen interessante verhalen. Maar het klopt wel dat het voor journalisten erg gevaarlijk is in Bagdad. Het gevaar zit overal. Enkele maanden geleden ging ik in die stad mineraalwater kopen, want het kraantjeswater is momenteel niet te vertrouwen. Ik ging naar de kruidenier, kocht mijn flessen water, ging de winkel uit, stapte in de auto, reed weg en toen explodeerde er een bom in dat kruidenierswinkeltje. Iedereen dood. Ik heb er een stuk over geschreven. Een aantal andere kranten deden hetzelfde. Maar de meeste media negeren dit soort verhalen.

"Samenvattend: het Westen trekt zich geen barst aan van de Iraakse burgers. Arabieren en moslims kunnen ons gestolen worden. Het enige wat we van hen willen is olie. En dat veronderstelt dat we hen controleren. Op welke manier? Dat doet er niet toe: via een kunstmatige democratie, een dictator of een marionet. Als we ze maar controleren. Het enige wat het Westen van Yassar Arafat verlangde, is dat hij de Palestijnen onder controle hield. Dat heeft niets te maken met democratie. Echte democratie gaat over het vertegenwoordigen van mensen, niet over controle. Weet je, eigenlijk is wat daar in Irak gebeurt puur racisme. Het Westen blijft op een racistische manier naar het Midden-Oosten kijken. Als westerlingen over de Arabische of de Perzische beschaving praten dan hebben ze het over de veertiende eeuw. Alsof er daar momenteel geen vorm van beschaving bestaat."

Op 8 december 2001 was u bijna dood. U had autopech in een Afghaans dorpje dat net door Amerikaanse B52's was gebombardeerd. De woedende inwoners begonnen met zware stenen op uw hoofd te slaan. U kon maar net ontsnappen en schreef over die ervaring een stuk waarin u veel begrip toonde voor de mensen die u net niet hadden gedood. Columnist Mark Steyn van The Wall Street Journal publiceerde daarop een bijtend stuk met de titel: 'Zichzelf hatende multiculturalist kreeg wat hij verdiende'. Sommige collega's zien u blijkbaar liever dood dan levend.

"Wat The Wall Street Journal deed, was waanzin: een gerespecteerde en bekende krant die letterlijk schreef dat ik beter gedood zou worden. Ik ontving in die periode ook een anonieme kerstkaart met de boodschap dat 'het jammer was dat die Afghanen de klus niet hadden afgewerkt'. Op een andere postkaart stond dat mijn moeder de dochter is van nazikopstuk Eichmann. Pijnlijk, vooral omdat mijn moeder tijdens de oorlog voor de Britse luchtmacht Spitfires werkte. De Amerikaanse acteur John Malkovitch heeft ooit over me gezegd dat hij me wou neerschieten. En daarna kon je op bepaalde websites foto's van een vermoorde Robert Fisk zien. Totaal onverantwoord natuurlijk. Ik geef regelmatig lezingen in de VS en het volstaat dat één gek met een pistool in mijn buurt komt en me afknalt."

Vanwaar die haat?

"Er is een groep van mensen, veeleer klein maar redelijk machtig, die tot alles in staat is om de geschiedenis te controleren. Mensen die een grote behoefte hebben om de grenzen te bepalen van wat verteld mag worden en wat niet. Mark Steyn van The Wall Street Journal is een van hen. Zij gaan tot het uiterste om de stemmen die zij niet willen horen het zwijgen op te leggen. Hoe ik daarop reageer? Door naar de rechter te stappen. Door terug te vechten: in mijn artikelen voor The Independent en in mijn boeken vecht ik terug tegen die mensen. Niet door hen te bedreigen, maar door gewoon door te gaan met mijn werk. Fight, fight, fight. Ik zal het nooit opgeven. Wie opgeeft, heeft verloren en moet het Midden-Oosten verlaten. En dat frustreert mijn tegenstanders natuurlijk: dat ik niet opgeef."

Uw boek is een loodzware opsomming van oorlogsdaden en zware mensenrechtenschendingen. Zeer pessimistisch ook. U bent nu 59. Geen zin om ermee te kappen en een rustige oude dag te beleven?

"Het klopt dat het boek een soort elegie van de dood is. Ook heel wat kennissen, vrienden en bevriende journalisten zijn de afgelopen 25 jaar in het Midden-Oosten omgekomen. Onder meer daarom was het schrijven van dit boek bijzonder zwaar. De eerste 200 pagina's gingen prima. Die gaan over mijn eerste jaren in het Midden-Oosten, die ik beleefde als één groot avontuur. De oorlog in Afghanistan, de revolutie van de ayatollah Khomeini in Iran en het begin van de Iran-Irak-oorlog. Ik had het gevoel dat ik van op de voorste rij de wereldgeschiedenis mocht bekijken. Maar na die eerste 200 pagina's bleef ik maar schrijven over folteringen, dictators, onrechtvaardigheden, genocide, dood, massaslachtingen, etnische zuiveringen. Langzaam maar zeker werd ik depressief. Mijn uitgever heeft me toen naar buiten gesleurd. Ik werd verplicht om wat meer van het leven te genieten. En zo is het boek dan toch af geraakt.

"Maar al dat geweld en onrecht. Het Midden-Oosten blijft een gigantische tragedie. Ik blijf me erover verbazen dat moslims zich al bij al nog redelijk goed in bedwang kunnen houden. Dat ze het Westen niet meer schade hebben berokkend. Na al die jaren van onderdrukking en folteringen door leiders die wij westerlingen aan de macht hielpen en/of gesteund hebben. Verbazingwekkend.

"Al in 1992 waarschuwde ik in de BBC-documentaire From Beirut to Bosnia voor de onhoudbare spanningen in de Arabische wereld. 'Watch out', zei ik in die film. 'Ik vraag me af wat de moslims voor ons in petto hebben.' Ik werd toen beschuldigd van onverantwoorde journalistiek, racisme en sensationalisme. Nog geen tien jaar later hadden we 9/11. In 1992 voelde ik dat er explosies op komst waren. En nu heb ik dat gevoel opnieuw. Er komt een nieuwe explosie. Er komt nog meer extreem geweld. Ik weet niet hoe of waar en wil het eigenlijk niet weten. Maar het komt eraan. En het ergste van al is dat het Westen dat geweld maar blijft voeden: door nog meer tanks en gevechtsvliegtuigen naar die regio te sturen, samen met wat voorverpakte woorden over democratie en mensenrechten."

Hoe geraken we uit die spiraal van geweld?

"Door 'neen' te zeggen, door dingen te weigeren. Steeds meer mensen weigeren naar de geprefabriceerde waarheid van onze leiders en hun luidsprekers te luisteren. Ook in de VS. Anders zouden er in Los Angeles geen 2.500 mensen naar mijn laatste lezing gekomen zijn. Die mensen weten dat er een andere waarheid over het Midden-Oosten is dan de onbegrijpelijke, onjuiste en laffe versie van The New York Times. Ik bedoel: waar gaan we naartoe als journalisten de muur die rond Palestina wordt gebouwd omschrijven als een 'hek'. Dan zit je op het einde van de journalistiek. We moeten ook de idee weigeren dat 9/11 de wereld voorgoed veranderd heeft. Waarom zou ik mijn wereld laten veranderen door negentien Arabische moordenaars die met passagiersvliegtuigen in gebouwen vliegen? Ik weiger dat. Dit is mijn wereld. I refuse."

U bent de enige journalist die Osama Bin Laden driemaal interviewde. De laatste keer in 1998. Hebt u behoefte om hem een vierde keer te spreken?

"Ik? Osama? Na 9/11 wou hij me opnieuw zien. Maar dat is niet gelukt vanwege de Amerikaanse bombardementen op Afghanistan. Of ik hem nu nog zou willen interviewen? Ik weet het niet. Misschien. Misschien."

U zult toch wel enkele pertinente vragen voor hem klaar hebben.

"Oh ja, ik zou hem vragen waarom hij heeft gedaan wat hij heeft gedaan. Waarom! Dat wil ik weten. Maar voorlopig kwam er van Osama nog geen nieuwe uitnodiging in de bus."

Vanavond om 20 uur spreekt Robert Fisk naar aanleiding van de verschijning van zijn boek De grote beschavingsoorlog over zijn vak in De Groene Waterman, Wolstraat 7, Antwerpen. Daarna volgt een debat onder leiding van Koen Vidal, chef Buitenland van De Morgen. Reserveren is verplicht. Info: 03/232.93.94, groenewaterman@groenewaterman.be, www.groenewaterman.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234