Woensdag 19/06/2019

'Wie samen zot doet, kan samen werken'

samenleving

carnavalist armand sermon: 'carnaval versterkt het gemeenschapsgevoel'

'De man die carnaval viert, doet afstand van de complicaties der beschaving. De man die carnaval uit naam der beschaving bestrijdt, omdat dat feest voor zijn bewustzijn slecht is, vernietigt de beschaving.' Volgende week is het weer zover. Dan barst het feestgedruis los in de weinige Belgische carnavalssteden die ons nog resten. Elders is het oeroude feest uitgestorven. En dat is de schuld van de katholieken én de socialisten, zegt Armand Sermon, die net een lijvige studie over carnaval heeft gepubliceerd.

Antwerpen / Van onze medewerker

Jan de Zutter

Carnaval, wellicht afgeleid van carne en vale, wat 'vlees vaarwel' betekent of afscheid van het vlees, wordt in verband gebracht met de christelijke vastenperiode. Maar ouder dan het woord 'carnaval' is 'vastelavond', dat geen verbastering lijkt te zijn van 'vasten-avond', maar verband houdt met een woordstam die verwijst naar vruchtbaarheid: faselen. In verschillende varianten van het Middelnederlands en het Middelhoogduits betekent dat 'gedijen', 'fokken', 'kinderen krijgen', 'dekken'... Carnaval zou daarom teruggaan op oude agrarische vruchtbaarheidsrituelen.

Armand Sermon (°1946), docent sociaal cultureel werk aan de Hogeschool West-Vlaanderen en al levenslang 'carnavalist', haalt voorzichtig de schouders op. "Er zijn te weinig historische gegevens om de precieze oorsprong van carnaval te kunnen kennen", zegt hij. "Naar mijn gevoel is het zo oud als de mensheid. Het is evident dat er in de winterperiode, als het voedsel schaars is, een vastenperiode werd gehouden. Het is ook normaal dat er op het einde van de winter eens goed gefeest werd. Etnologen die Lapland bezochten in de negentiende eeuw ontdekten bij mensen die toen eigenlijk in de steentijd leefden, gebruiken die carnavaleske kenmerken hadden. Zo bestond er een soort berenritueel. Tijdens de winter houdt de beer zijn winterslaap. Hij zit letterlijk onder de grond, op de plek waar zich ook de voorouders bevinden. Hij wordt op het einde van de winter opgegraven en ritueel gedood. Daarna volgt er een groot feest, wat wij een soort orgie zouden noemen. Een volks feest, waar alles toegelaten is."

U herkent in veel carnavaleske gebeurtenissen nog altijd verwijzingen naar het berenritueel. Zo treft men in heel Europa tijdens carnaval woeste beestenmaskers aan.

"Precies. Overal zijn harige, verklede figuren te vinden. De beer gaat slapen als de winter begint, met Sint-Maarten, op 11 november. In sommige delen van Europa is dat de eerste carnavalsdag, zoals in het Rijnlandse carnaval. Dan werd in onze middeleeuwse steden ook de nieuwe wijn uitgedeeld onder de bevolking. De beer wordt weer wakker rond Lichtmis, op 2 februari. Dat is de vroegste datum waarop bij ons carnaval gevierd kan worden. Carnaval is een veranderlijke feestdag, net als Pasen. Die feestdagen hangen samen met de maanstanden, met de maankalender en dus niet met onze moderne zonnekalender. Dat wijst er ook op dat men een oudere tijdsindeling gebruikte.

"Het hoogtepunt van carnaval - vastenavond, of mardi gras (letterlijk: vette dinsdag) - is altijd op nieuwe maan, dat is de periode waarop er geen maan te zien is en de nachten dus aardedonker waren en nog zijn. Ook de beer ontwaakt op de nieuwe maan van februari. Bij ons zijn dergelijke berenfiguren geëvolueerd naar wildemannen. Dat zijn figuren die verkleed gaan in een harig kostuum of in een pak bestaande uit bladeren."

Carnaval wordt door de meeste mensen in verband gebracht met maskerades. Waarom dragen mensen zo graag maskers?

"Het is gewoon leuk om mensen op stang te jagen. Dat zie je ook bij kinderen. Mogelijk heeft het in vroegere tijden ook met de vooroudercultus te maken, met het uitbeelden van geesten. In Duitsland spreekt men zelfs van 'schimmenlopen' als men het over carnavalsoptochten heeft."

Carnaval heeft altijd een sterk sociaal-kritische ondertoon gehad. Nu nog wordt in Aalst de spot gedreven met politici.

"Oorspronkelijk was carnaval een agrarisch feest, waarin dat sociaal-kritische minder aan bod kwam. Het ging om vruchtbaarheidsrituelen. De grootste vijand van de boer is immers de onvruchtbaarheid: van zijn akkers, van zijn vee en zelfs van zijn vrouw. Na de verstedelijking is carnaval veranderd.

De problemen van de stad zijn niet dezelfde als die van het platteland. De vijand van de corporaties en de gilden was de adel. Voor de rijke burgerij waren de vijanden de hordes bedelaars. Het carnaval in de stad rekent ook af met de vijand, maar in de vorm van satire. In het negentiende-eeuwse carnaval zie je dat het volk met iedereen lacht, niet het minst met de kerk."

De kerk is al eeuwen het mikpunt van carnavaleske spot.

"Ja. De mensen zijn in die periode een korte tijd verlost van de zedenpreken. Maar naar mijn gevoel mogen we dat niet overdrijven. Het conflict tussen de kerk en de carnavalsvierders in de Middeleeuwen is niet rechtstreeks het gevolg van de grote macht van de kerk in die periode. Ik denk dat de Middeleeuwen veel minder katholiek waren dan men ons wil laten geloven. Het klerikalisme kreeg pas vorm vanaf de zeventiende eeuw en kende zijn hoogtepunt in de achttiende en zeker de negentiende eeuw. Pas dan zie je ook de scherpe satirische kritieken op de kerk. Niet alleen verbale kritiek overigens: in die periode zijn in Europa meer kerken vernield dan tijdens de Beeldenstorm."

Hoewel de kerk al heel vroeg actie ondernam tegen carnaval beweert u dat het socialisme voor de doodssteek heeft gezorgd.

"Overal in Europa is dat gebeurd, maar in Vlaanderen misschien nog het duidelijkst onder de Gentse socialistische voorman Edward Anseele. De socialisten wilden het werkvolk verheffen, en carnaval leek het omgekeerde van volksverheffing. Ze spraken over 'volksverbeesting', barbarij, zedenbederf... De socialisten waren ook sterk gekant tegen de drank, en tijdens carnaval werd er duchtig op los gezopen. Je mag niet vergeten dat de socialistische partij in de grote steden grotendeels geleid werd door mensen met een burgerlijke opvoeding. Dat waren geen volksmensen. De socialistische leiding had doorgaans geen voeling met een echt volksfeest als carnaval."

Als ik de toespraken van Anseele tegen carnaval lees, valt me de onbeschrijfelijke hatelijkheid op. Vanwaar die weerzin?

"Dat is een echt raadsel, want inderdaad, de kritieken zijn zo extreem dat ze soms belachelijk worden. Zo verklaart Anseele in bijna al zijn toespraken de oorlog aan de confetti. Confetti was toen een vrij recente uitvinding en die moest volgens de socialisten zo snel mogelijk verboden worden. Leuren met confetti was enkel toegelaten als er slechts één kleur confetti in een zakje stak, bijvoorbeeld. In de Vooruit van 3 maart 1899 staat er: 'Het is onmiskenbaar dat er drift woedt te midden van dien confettioorlog, te midden van die razernij van toenadering tusschen ongekenden van beide geslacht.' 'Confetti', zo lezen we in de Vooruit van 21 februari 1909, 'is gevaarlijk en schadelijk voor de gezondheid'. De socialisten hadden het blijkbaar eveneens moeilijk met seks, want daar gaat het ook de hele tijd over."

Kregen ze dan geen weerwerk van hun achterban?

"Toch wel. Carnavalsfiguren zoals de 'slonzen', in vodden vermomde carnavalsgangers, kwamen rechtstreeks uit de cités. Dat was de achterban van de werkliedenpartij. In het Gentse vlasverwerkende bedrijf La Gantoise werd bij de tweeduizend arbeiders een referendum gehouden over de afschaffing van vastenavond als officiële feestdag. De socialisten wilden die vrije dag op dinsdag van carnaval vervangen door een vrije dag op 1 mei. Slechts tweehonderd arbeiders stemden voor het voorstel van de socialisten. In een pamflet antwoordden ze: 'Gij hebt uwe verlaging gestemd, het zij zo.'

"Na de Eerste Wereldoorlog werd Anseele burgemeester van Gent, en toen was het snel afgelopen met carnaval. Het dragen van maskers werd verboden, en de stedelijke administratie verloor haar vrije dagen op maandag en dinsdag. In Aalst hebben de socialisten ook geprobeerd carnaval af te schaffen, maar daar stootten ze op verzet van de liberalen. Die speelden het slim, want ze gebruikten het commerciële argument: carnaval was goed voor de middenstand. Dat heeft het carnaval daar gered. Kijk, carnaval is altijd een oncontroleerbaar feest geweest, en dat is een probleem voor machthebbers. De socialistische utopie zag het werkvolk als een gedisciplineerd leger dat zich moest bevrijden van het juk van de kapitalistische onderdrukker. En een leger dat je niet controleert, is geen leger."

Carnaval is nu dus aan het uitsterven.

"In enkele kleinere steden overleeft het. Het probleem is dat het, net zoals bij een uitgestorven taal, moeilijk is om de draad weer op te pikken. Het carnaval is inderdaad dood als gevolg van repressie en maatschappelijke evoluties. De mensen maken de jaarcyclus niet meer mee zoals vroeger, ze zien niet meer of het volle of nieuwe maan is, ze weten niet meer of de winter nu echt koud is, want iedereen heeft centrale verwarming. In de volkswijken wonen grote groepen nieuwe inwijkelingen die geen carnaval vieren, en de oorspronkelijke inwoners zitten achter hun televisie te kijken hoe gevaarlijk het op straat wel is. De gemeenschap is verdwenen in de grote steden."

Waarom viert u nog steeds carnaval?

"Omwille van dat gemeenschapsgevoel. In essentie gaat carnaval over het wij-gevoel. Als je met carnaval bezig bent in je eigen stad, heeft dat te maken met identiteit. De Aalstenaars voelen zich Aalstenaar door het carnaval. Precies dat gevoel gaat vandaag verloren. Politici spreken graag over de verzuring. Het grote voorbeeld was het referendum onlangs in Peer: de mensen willen geen snelheidsbeperking maar wel strengere controles. Ze zeggen dus: beperk mijn vrijheid niet om te hard te rijden, maar straf de anderen maar goed. Carnaval is precies het omgekeerde, dat is een investering in de gemeenschap. Het gaat om samen verkwisten. Carnaval is een van de weinige feesten waar de scheiding tussen de actoren en de toeschouwers wegvalt. Op zondag is er wel een stoet waar de toeristen naar komen kijken, maar vanaf maandag viert iedereen carnaval. Het is precies de bedoeling dat ook de toeschouwer een masker draagt, een liedje meezingt, mee danst en mee dronken wordt. Het is het moment waarop de rollen omgekeerd worden en de valse prinsen het podium bekleden, terwijl de burgemeester tussen het volk staat. Als je dan uiteindelijk samen zot kunt doen, dan is de voorwaarde vervuld om de dag erna weer samen te werken. Dat is de essentie van carnaval, en dat dreigt helemaal verloren te gaan."

Armand Sermon, Carnaval, Stichting Mens en Cultuur, Gent, 296 pagina's, 42 euro.

Armand Sermon spreekt over zijn boek op de elfde geschiedkundige boekenbeurs op zaterdag 9 februari om 15 uur, Sint Pietersabdij, Gent.

De socialisten wilden het werkvolk verheffen, en carnaval leek het omgekeerde van volksverheffing

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden