Woensdag 13/11/2019

Huisdieren

Wie rouwt er nu om een huisdier? Waarom het verlies van een hond of kat zo diep kan snijden

Koen Waters, Els Pynoo en Herman Brusselmans gingen door een diep dal na de dood van hun geliefde dier. Beeld DM

Als je huisdier sterft, koop je toch gewoon een nieuw? Het lijkt simpel, maar sommige baasjes gaan na de dood van hun dier door een lang en diep dal. “Verdriet hebben om een huisdier is echt niet alleen iets voor kinderen.”

Snep heet hij, de beagle waarmee econoom Ivan Van de Cloot jarenlang elk weekend in het Zoniën­woud wandelt. Tot de hond zich tijdens een van die tochtjes losrukt en spoorloos verdwijnt. De zoektocht naar Snep haalt alle kranten, maar terugkeren doet de beagle niet. “Ik heb vijf maanden lang niet meer gewandeld”, zegt Van de Cloot. “Terwijl dat toch een belangrijke uitlaatklep voor me is. Maar zonder Snep had ik er gewoon geen zin meer in.”

Een rouwproces noemt Van de Cloot het. En dat vraagt tijd: het verlies van Snep is, bijna een jaar na de feiten, nog steeds niet helemaal verwerkt. Ook al is er ondertussen een nieuwe hond. Weer een beagle. “Ik wandel wel opnieuw, maar nog niet op het ritme van vroeger. Snep was zeven jaar lang mijn vaste compagnon. Je kunt zo’n dier niet zomaar vervangen door een ander exemplaar.”

De Nederlandse journalist Antoinnette Scheulderman begrijpt perfect waar Van de Cloot het over heeft. Zij deelde acht jaar lang lief en leed met een ruwharige dwerg­teckel, die ze de naam Bubbels gaf. Toen het hart van het beestje plots in overdrive ging en een verlossend spuitje de enige optie bleek, stortte ze compleet in. “Ik was helemaal in stukken”, vertelt ze. “Mensen uit mijn omgeving hadden me wel al vaker gezegd: ‘Als er ooit iets gebeurt met Bubbels, kunnen we jou bij elkaar vegen.’ Maar de pijn was veel erger dan ik ooit had kunnen voorzien. Mijn lichaam was kapot. Ik kon aan niets anders meer denken. Werken ging niet meer. Mijn dagen werden helemaal beheerst door Bubbels en het besef dat ze er niet meer was. Op den duur ga je toch denken: ‘Is dit wel normaal?’”

De zoektocht naar een antwoord leverde een boek op. In Dan neem je toch gewoon een nieuwe vertelt Scheulderman niet alleen haar eigen verhaal. Ze praat ook met experts en gaat op zoek naar lotgenoten. “Ik wilde de bevestiging dat ik niet gek was. Dat het niet raar was om zoveel verdriet te hebben om een hond. Maar toen ik op zoek ging naar literatuur over het onderwerp, vond ik enkel een dun boekje waarin werd uitgelegd hoe je het best aan je kinderen vertelt dat hun huisdier gestorven is. Alsof verdriet hebben om een dier alleen iets voor kinderen is.”

Paardenhoofd

Els Pynoo – ’s avonds frontvrouw van Vive La Fête, overdag fulltime boerin – woont op een uit haar voegen gebarsten kinder­boerderij waar paarden, pony’s, ganzen, een paar honden en een kat hun ding mogen doen. Maar ook in zo’n idyllische omgeving gaat al eens een dier dood. En Pynoo weet ondertussen uit ervaring hoe hard dat aan kan komen. Zes jaar geleden kreeg ze, net voor ze in Den Haag het podium op moest, een onheil­spellend telefoontje. “De dieren­oppas belde. Mira, een van onze paarden, was plots ziek geworden. Koliek blijkbaar, een bij paarden levens­bedreigend spijs­verterings­probleem.

“Ik was meteen helemaal van de kaart. Danny (Mommens, de partner van Pynoo, PD) ook trouwens. Maar het optreden afgelasten was geen optie meer, de zaal zat al helemaal vol. Ironisch genoeg heette die zaal trouwens ‘Het Paard’. De hele show lang zag ik die naam in mijn ooghoeken flikkeren en kon ik alleen maar aan Mira denken.”

Het paard haalde het uiteindelijk niet. “Ik heb daar enorm van afgezien. Een diepe, snijdende pijn die moeilijk met iets anders te vergelijken is.” Maar the show must go on en twee dagen later moest Pynoo opnieuw het podium op. “Ik had de dagen voordien alleen maar gebleit, maar ik ging ervan uit dat het, eens achter de micro, wel beter zou gaan. Het leek een kans om mijn gedachten te verzetten. Maar dat is dus niet gelukt. Uiteindelijk hebben we het publiek dan maar verteld wat er gebeurd was en heb ik het optreden al snotterend afgewerkt. Of het dan een slecht optreden was? (lacht) Ik noem het liever een heel emotionele show.”

Ook nu nog is Mira niet vergeten op de boerderij van Pynoo. “Ik heb een groot polyester paarden­hoofd gekocht en dat beschilderd zodat het op Mira lijkt. Dat hangt nu in de stal. Zodat ik telkens als ik er binnenloop aan Mira herinnerd word.”

Emotionele song

Schrijver Herman Brusselmans is nog zo’n bekend dieren­lief­hebber die aan den lijve ondervond hoe diep het verdriet snijdt wanneer een huisdier overlijdt. “Ik ben geen bleiter. Ik heb, voor zover ik me kan herinneren, nog maar twee keer gehuild. Toen mijn moeder overleed en toen Woody stierf.”

Hoewel het gigantisch vloekte met zijn stoere imago, was het witte schoot­hondje tien jaar lang de schaduw van Brusselmans. Overal waar de schrijver kwam, trippelde Woody achter hem aan. “Maar ze – het was een teefje maar we hadden eerst de naam en dan pas de hond – leed aan epilepsie. De medicatie die ze daarvoor moest nemen, hielp haar hart langzaam maar zeker om zeep.

“Op haar, achteraf gezien, laatste avond ging ze nog mee naar de opening van een winkel. Ze lag constant te hijgen, maar omdat het weekend was, zijn we niet bij de dieren­arts langs geweest. ‘s Morgens werd ik wakker door een hartverscheurende schreeuw van Tania, mijn toen­malige vrouw. Woody kon amper nog bewegen. We hebben de dieren­arts nog gebeld, maar het was te laat. Woody is in onze armen gestorven.”

Het hondje werd niet alleen gecremeerd, er volgde ook een heuse koffie­tafel. “Iedereen hier in de buurt kende Woody”, legt Brusselmans uit. “We wilden ook hen de kans geven om afscheid te nemen. Er zijn die namiddag heel wat tranen gevloeid.” Woody stierf veertien jaar geleden, maar nog steeds draagt Brusselmans een buisje met wat asse van het hondje om zijn nek. “Haar urne en haar foto staan op mijn schrijf­tafel. Voor mij is die hond een familie­lid.”

‘En ik denk aan jou
En dan klopt m’n hart in m’n keel
Ik mis je zo
Na al die tijd nog even veel’

Het refrein van ‘Ik denk aan jou’ is al door duizenden Clouseau-fans luidkeels meegezongen. Maar wat die fans misschien niet weten, is dat frontman Koen Wauters het nummer niet schreef voor een lang geleden verloren liefde, een goede vriend of een familie­lid. Neen, wanneer Wauters ‘Ik denk aan jou’ zingt, doet hij dat voor Netse, een Rhodesian Ridgeback die hij in oktober 2002 moest laten inslapen. “Twee weken na zijn dood wilde ik, bij wijze van eerbetoon, een nummer voor hem schrijven”, vertelt hij. “Ik ben toen met een wit blad aan tafel gaan zitten. Mijn eerste woorden waren ‘liefste vriend’, maar veel meer heb ik toen niet op papier gekregen. Er kwam helemaal niets, alleen tranen.”

Pas een jaar later slaagde Wauters er toch in een songtekst te schrijven voor zijn hond. En het duurde nog veel langer voor hij het nummer ook gezongen kreeg. “Zelfs nu nog blijft het een heel emotionele song.” Net als Brusselmans en Pynoo heeft Wauters een relikwie van Netse in huis. “Zijn urne staat bij ons thuis op de vensterbank. Maar ook zonder zo’n aandenken blijft de herinnering aan dat dier. Ik denk nog vaak aan Netse.”

Geen gelul achter je rug

Dat de dood van een huisdier zo ingrijpend kan zijn, weet rouw­expert Manu Keirse al langer. “Alles wat verlies inhoudt, kan een rouwproces in gang zetten”, legt hij uit. “Of het daarbij om een partner, een kind of een dier gaat, maakt eigenlijk niet uit. Mensen hebben de neiging om daarover te oordelen, om in gradaties te denken. Maar elk rouw­proces is uniek. Alles hangt af van de band die je met de overledene hebt. En die kan bij huisdieren erg intens zijn, met een navenant rouw­proces tot gevolg.”

Dat die band in sommige gevallen zo sterk is, heeft alles met de specifieke kwaliteiten van huisdieren te maken. “Het is altijd leuk met dieren”, vertelt Scheulderman. “Ze zijn blij als ze je zien, ze lullen niet achter je rug en zullen nooit iets lelijks over je zeggen.”

Keirse herinnert zich een telefoontje van een vrouw die in een paar jaar tijd haar man en drie kinderen verloor. “Dat verdriet was zo immens dat zowat iedereen uit haar omgeving in een wijde boog om haar heen ging lopen. Alleen haar kat bleef trouw op post om haar verhaal te aanhoren. Toen dat dier stierf, vond ze dat zo erg dat ze de begrafenis­onder­nemer vroeg om de uitvaart te regelen.”

En hoe intens die band was, daar kunnen dierenliefhebbers moeilijk over zwijgen. Pynoo: “Ik kan uren over mijn dieren praten. Het doet me echt plezier nog eens over Mira te kunnen vertellen.” Pynoo is niet de enige, ook Wauters en Brusselmans leggen met veel plezier uit wat hun huisdier nu precies zo speciaal maakte. Brusselmans: “Zoals bij wel meer kinder­loze koppels was Woody echt ons kindje. Ik weet het, we waren een wandelend cliché.” En zoals dat bij kinderen hoort, ging Woody overal met het koppel mee. “Op restaurant kon ze urenlang op de schoot van Tania blijven zitten. Met haar voorpootjes op tafel. Het was een uniek beest.”

Netse was dan weer Wauters’ eerste eigen huisdier. “Ik wilde altijd al een hond”, vertelt hij. “Helaas was ik de jongste van zes. Plaats en tijd voor zo’n beest was er bij ons thuis niet. Toen ik met Babette van Veen ging samenwonen, kon ik niet snel genoeg een hond in huis halen.” Dat werd dus Netse. Een stoer, sterk dier, vertelt Wauters. Dat heel erg op zijn baasjes was gericht. “Toen Babette en ik uit elkaar gingen, hebben we een soort co-ouderschap geregeld, waarbij Netse om de paar dagen verhuisde.” In volle Clouseau-mania was Netse ook een houvast. “Het maakte voor hem niets uit wanneer ik thuiskwam. Ook al was dat een gat in de nacht, hij was altijd even enthousiast. Zolang er maar gewandeld werd. Uren ben ik met hem in het pikke­donker op stap geweest.”

De dood van Minnie, Bubbels en Snep dompelde respectievelijk N-VA-minister Ben Weyts, journalist en auteur Antoinnette Scheulderman en econoom Ivan Van de Cloot in diepe rouw. Beeld DM

Hij had, als we Wauters mogen geloven, ook een bijzondere liefde voor muziek. “Netse werd rustig wanneer ik voor hem zong. Ik heb ooit een hele nacht bij hem zitten zingen. Hij was net geopereerd en had pijn. Alleen wanneer ik zong, stopte hij met janken.”

Om het meest verdriet

Pynoo vertelt dan weer dat ze zich één voelde met Mira. “Op de een of andere manier wist dat paard perfect hoe ik me voelde. Ze kon perfect inspelen op mijn gemoeds­toestand. Een bijna magische gewaar­wording.”

Het is bovendien niet alleen de band met het dier zelf die ervoor zorgt dat de dood ervan vaak een grotere impact heeft dan je op voorhand kunt inschatten. “Je verliest niet alleen het dier, maar ook alles wat eraan vast­hangt”, zegt professor Annelies Decloedt, die aan de faculteit dieren­genees­kunde van de UGent instaat voor de opleiding van de dieren­artsen in spe.

“Bij honden hebben we het dan typisch over de dagelijkse wandeling die plots niet meer hoeft. Maar huisdieren geven ook nog op andere manieren structuur aan het leven van hun eigenaars. Vaak hebben ze voor de eigenaars ook een symbolische betekenis. Het kan bijvoorbeeld het laatste dier zijn dat ze samen met een ondertussen overleden partner of kind in huis hebben gehaald. Wanneer dat dier dan sterft, verliezen ze ook de laatste connectie met die eerder verloren geliefde.”

Toch is begrip vaak ver te zoeken, merkte Scheulderman. “Mensen zeiden me dan: ‘Goh, ben je nu nog altijd verdrietig om je hondje? Waarom neem je niet gewoon een nieuw?’ Alsof het om een oud bank­stel gaat dat je zomaar kunt vervangen. Toen ik vorig jaar mijn verhaal deed in De wereld draait door, kreeg ik een mail van een vrouw die schreef dat ze haar twintig­jarige zoon verloren was. ‘Dat is toch veel erger?’, vroeg ze. Natuurlijk is dat zo, een kind hoor je niet te overleven, een huisdier – als alles goed loopt – wel.

“Maar voor mij is het geen wedstrijdje ‘om het meest verdriet’. Natuurlijk weet ik dat er miljoenen mensen zijn die het veel slechter getroffen hebben. Ik hoef Het journaal maar op te zetten om dat te zien. Maar dat maakt mijn verdriet er niet minder om.”

Pynoo: “Het is gewoon iets wat mensen die het niet zo voor dieren hebben, heel moeilijk kunnen begrijpen. En dat kun je hen ook niet kwalijk nemen. Toen we na dat bewuste optreden in Den Haag terug naar huis reden, was het heel stil in de bus. Een van de bandleden begreep dat niet. Het ging toch maar om een ziek paard? ‘Mag er hier niet meer gelachen worden misschien?’, vroeg hij zich af. Of mensen komen je dan troosten met opmerkingen als: ‘Ze heeft toch een goed leven gehad.’ Goed­bedoeld, maar daar heb je op zo’n moment weinig troost aan.”

Rouwkaartjes

Koen Wauters herinnert zich vooral veel begrip na de dood van Netse. “Dat verhaal was natuurlijk gesneden koek voor de boekskes. Het stond overal, met een hele reeks steunbetuigingen tot gevolg.” Maar omdat begrip ook grenzen heeft, gaf broer Kris hem toch de stille hint de tekst van ‘Ik denk aan jou’ een beetje aan te passen. “In de originele versie stond één keer het woord kwispelen, wat meteen duidelijk maakte dat het lied over een hond ging. Kris raadde me aan dat zinnetje weg te laten. Hij had gelijk, door het schrappen van dat ene woord werd het plots een veel universeler liefdes­lied.”

Voor de dierenliefhebbers onder ons is er evenwel beterschap in zicht. “Huisdieren nemen een steeds belangrijkere plaats in in onze levens”, zegt professor Decloedt. “En onder invloed van vooral de Angel­saksische wereld komt er daardoor ook meer aandacht voor het rouw­proces.”

Toekomstige dieren­artsen bijvoorbeeld krijgen sinds twee jaar lessen communicatieve vaardigheden, die hen in staat moeten stellen beter in te spelen op de vaak hevige emoties die bij de dood van een huisdier komen kijken. Zo leren ze aan de hand van rollen­spelen bijvoorbeeld hoe ze het best slecht nieuws brengen. “Ik druk mijn studenten op het hart om dat verdriet ernstig te nemen”, vertelt professor Decloedt. “Want veel andere mensen zullen dat misschien niet doen.” De taak van de dieren­arts houdt tegenwoordig ook niet meer op met het laten inslapen van een dier. Decloedt: “We stimuleren ook een vorm van nazorg. Dieren­artsen zijn natuurlijk geen psychologen, maar er zijn wel degelijk dingen die ze kunnen doen.” Decloedt wijst bijvoorbeeld op het bestaan van rouwkaartjes – ook al overgewaaid uit de Angel­saksische wereld – die je als dieren­arts naar mensen kunt sturen die recent een dier hebben verloren. “We zien dat die steeds meer gebruikt worden.”

Els Pynoo beschilderde een polyester paarden­hoofd zodat het dier op Mira lijkt. ‘Telkens als ik de stal binnen­loop, word ik aan Mira herinnerd.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

In de VS en Groot-Brittannië gaan ze ondertussen nog een stapje verder. Huisdieren op kantoor zijn bij bedrijven als Google en Amazon al lang geen uitzondering meer, maar steeds meer bedrijven nemen ook rouw­verlof voor die huisdieren in de arbeidsvoorwaarden op. Bij hotel­keten Kimpton bijvoorbeeld mag je drie dagen betaald thuisblijven wanneer je harige huisvriend komt te gaan. En bij de dieren­voeding­afdeling van multinational Mars Inc. behoren naast een of meer dagen rouw­verlof ook flexibele uren en thuiswerk tot de mogelijkheden wanneer Bobby of Minoes besluit de pijp aan Maarten te geven.

Praktische bezwaren

Bij ons loopt het voorlopig niet zo’n vaart. Bij hr-dienst­verlener SD Worx hebben ze alvast geen weet van Belgische bedrijven waar de dood van een huisdier recht geeft op rouw­verlof. “Wat niet hoeft te betekenen dat mensen in zo’n geval niet thuis kunnen blijven”, zegt woordvoerster Eva De Schryver. “Alleen wordt dat dan waarschijnlijk met een paar dagen verlof of een dokters­briefje geregeld.”

“Ik had het geluk dat ik als journaliste als freelancer werk”, vertelt Scheulderman. “Die eerste dagen na de dood van Bubbels kon ik absoluut niet werken. Ik heb toen ook een aantal afspraken afgezegd. Gelukkig hadden mijn opdracht­gevers daar alle begrip voor.”

Wie wel in loondienst is, moet op de goodwill van zijn werkgever rekenen of bij de huis­arts langs­gaan. Bij Jan-Jakob Delanoye bijvoorbeeld. Die kreeg de voorbije jaren meer dan eens een rouwende dierenliefhebber over de vloer. “In de meeste gevallen zijn dat alleen­staanden die wanneer een huisdier sterft, plots een aantal vaste gewoontes zien wegvallen. Zo ontstaat er een leemte in hun leven die er in extreme gevallen voor zorgt dat ze, ook op professioneel vlak, niet meer functioneren.”

Is er dan geen nood aan een wettelijk kader om dat rouw­verlof te regelen? “Neen”, vindt minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA). Weyts heeft als notoir dierenvriend twee varkens, twee honden en een kat in zijn tuin lopen, maar vindt wettelijk geregeld rouw­verlof voor huisdieren een brug te ver. “Ik begrijp maar al te goed hoe pijnlijk zo’n verlies kan zijn. Ik heb zelf al verschillende katten verloren. Minnie is zelfs 22 jaar geworden. Wanneer je een kat zo lang in huis hebt gehad, doet het je natuurlijk verdriet wanneer ze er plots niet meer is.”

Maar een wettelijk verplicht rouw­verlof loopt vast op heel wat praktische bezwaren, vindt Weyts. “Eerst en vooral is er de vraag voor welke dieren je zoal verlof kunt krijgen. Is het verlies van een goudvis even erg als dat van een hond? En hoe ga je dat bepalen? En dan is er nog de bewijs­last. Hoe ga je bewijzen dat je wel degelijk een huisdier had en dat het gestorven is?”

Ook Manu Keirse is niet overtuigd van het nut van zo’n maatregel. “Rouw­verlof is destijds in het leven geroepen om mensen de kans te geven alle praktische zaken te regelen die het overlijden van een naaste met zich meebrengt. Niet om snel snel een rouw­proces door te maken. In plaats van je een paar vrije dagen te geven, kan je werkgever beter de tijd nemen om eens naar je verhaal over je gestorven huisdier te luisteren. Daar worden beide partijen beter van.”

Antoinnette Scheulderman, ‘Dan neem je toch gewoon een nieuwe’, Lebowski, 336 p., 21,99 euro. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234