Zondag 27/09/2020
Paul De Grauwe.Beeld DM

ColumnPaul De Grauwe

Wie plukt de vruchten van de reddingsoperaties?

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Het aantal bedrijven die in financiële moeilijkheden terechtkomen ten gevolge van de corona-epidemie is zorgwekkend. Het risico bestaat dat tal van bedrijven failliet gaan en hun deuren moeten sluiten. Dat zou rampzalig zijn. Die bedrijven hebben geen schuld aan het faillissement. Ze hebben letterlijk niets verkeerds gedaan. Maar als we de logica van het marktmechanisme volgen moeten die bedrijven toch verdwijnen. In deze logica duwt een tijdelijke schok, de corona-epidemie, talloze ondernemingen in de afgrond. Die herrijzen nadien niet vanzelf. Het resultaat is een economisch kerkhof.

Met uitzondering van de meest verstokte vrijemarktfundamentalisten ziet iedereen hier in dat we de oplossing van dit probleem niet kunnen toevertrouwen aan dat marktmechanisme. De Belgische overheid, samen met de overheden van de meeste landen in de wereld hebben het ook zo begrepen. Ze hebben massaal ingegrepen om bedrijven boven water te houden en ze hebben systemen van tijdelijke werkloosheid geactiveerd die toelaten werknemers in dienst te houden.

De vraag is hoe de overheid financiële steun moet verlenen aan bedrijven die ten gevolge van de corona-epidemie in moeilijkheden geraken. Er zijn grosso modo twee methodes. In de eerste methode verleent de overheid rechtstreeks geld aan de bedrijven in de vorm van goedkope kredieten. De overheid kan dit ook op een indirecte manier doen door garanties te bieden aan de banken die dan deze leningen verschaffen. Dit is wat de Belgische overheid onlangs is overeengekomen met de Belgische banken.

Een tweede methode bestaat erin dat de overheid participeert aan het kapitaal van de noodlijdende ondernemingen. Op het moment van de steunoperatie is het effect hetzelfde: de overheid komt over de brug met geld voor het noodlijdende bedrijf. Het verschil met de eerste methode wordt pas nadien duidelijk. Wanneer de overheid een participatie in het kapitaal neemt, wordt ze aandeelhouder en kan ze mee beslissen over de toekomst van het bedrijf. Als ze eventueel een meerderheidsparticipatie verwerft, wordt de overheid de baas in de onderneming.

Er is nog een ander verschil tussen de twee vormen van steunverlening: bij een participatie in het kapitaal kan de overheid profiteren van een heropleving van de economie. Het is waarschijnlijk dat die heropleving na de epidemie er komt en dat de bedrijven die vandaag gesteund moeten worden opnieuw winsten maken. De overheid, en dus de belastingbetaler, kan dan als aandeelhouder mee profiteren van de heropleving.

Die twee eigenschappen van kapitaalparticipaties maken die vorm van steunverlening heel aantrekkelijk. De overheid die de onderneming heeft gered, heeft iets in de pap te brokken wanneer de strategie van de onderneming wordt uitgestippeld. Het is ook een methode die komaf maakt met een verwerpelijk aspect van financiële steunverlening. Die heeft tot gevolg dat als het opnieuw goed gaat de winsten naar de private aandeelhouders gaan, terwijl als het slecht gaat de verliezen voor de belastingbetalers zijn. Het is een methode die de winsten privatiseert en de verliezen socialiseert.

Ik besluit hier uit dat de overheid prioritair steun moet verlenen in de vorm van kapitaalsparticipaties. Tenminste, voor grote ondernemingen. Wanneer Brussels Airlines komt aankloppen, bijvoorbeeld, of wie weet wanneer opnieuw een grote bank in de problemen komt. Het is evident dat die formule moeilijk toe te passen is met kmo’s. De overheid kan moeilijk bedrijfsleider worden van duizenden kleine en middelgrote ondernemingen.

Mijn pleidooi voor kapitaalparticipaties is geen pleidooi voor een permanente rol van de overheid als bedrijfsleider in Belgische grootondernemingen. De overheid is meestal geen goede manager van bedrijven. Het is wel een pleidooi voor een tijdelijke rol om de onderneming opnieuw op de sporen te helpen en om mee te genieten van de heropleving zodat de belastingbetaler, en niet alleen de aandeelhouder, profiteert van de reddende hand van de overheid. Wanneer het geredde bedrijf weer goed draait zal de overheid haar aandeel met een meerwaarde kunnen verkopen.

Natuurlijk is hier ook een risico aan verbonden. Niet alle geredde ondernemingen zullen het later goed doen. De overheid kan dan ook verliezen lijden. De aard van de economische schok die we vandaag meemaken – een tijdelijke epidemie – zal er echter voor zorgen dat de meeste ondernemingen die door de overheid gered worden na de schok opnieuw winstgevend zullen worden. Dan kan die overheid de vruchten plukken van de reddingsoperaties, en hoeven het niet alleen de aandeelhouders te zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234