Zondag 28/11/2021

InterviewBruno Vanobbergen

‘Wie ooit beweerde dat je als ouder consequent moet zijn, heeft zelf niet veel kinderen opgevoed’: Bruno Vanobbergen

Bruno Vanobbergen is pedagoog en ex-Vlaams kinderrechtencommissaris. Sinds 2019 is hij algemeen directeur van het Agentschap Opgroeien, vroeger Kind en Gezin en Jongerenwelzijn. Beeld © Stefaan Temmerman
Bruno Vanobbergen is pedagoog en ex-Vlaams kinderrechtencommissaris. Sinds 2019 is hij algemeen directeur van het Agentschap Opgroeien, vroeger Kind en Gezin en Jongerenwelzijn.Beeld © Stefaan Temmerman

Iedereen opvoedingsexpert? Bruno Vanobbergen, topman van het Agentschap Opgroeien en ex-kinderrechtencommissaris, ziet dat veel ouders door dat mantra verlamd raken en schreef er een boek over. ‘Je mag nog zo je best doen als ouder, voor een stuk ontglipt een kind je altijd.’

“Ik gebruik geen fysiek geweld bij mijn kinderen”, zegt Bruno Vanobbergen (49), vader van drie, wanneer we hem de pedagogische tik voorschotelen. Hij omzeilt de term met opzet, want de discussie is “zo mismeesterd”, zegt hij, duidelijk kwaad. “De geest van alle wetsvoorstellen die zijn ingediend, luidt als volgt: hoe slagen we erin om opvoeding geweldloos te maken? Om kinderen daar niet systematisch mee te confronteren? Men maakt dat dan belachelijk door die ene tik op het achterwerk. Daar gaat het toch niet over.”

Of het hem niet stoort dat Theo Francken (N-VA), net zoals hem pedagoog van opleiding, die tik zo vurig verdedigde? Vanobbergen: “Je weet dat ik daar niet ga op antwoorden.”

Sinds 2019 moet Vanobbergen wat diplomatischer optreden als algemeen directeur van het Vlaams Agentschap Opgroeien, na tien jaar op de barricaden als kinderrechtencommissaris. Maar zijn oude functie kleeft aan zijn ziel. Hij zweert nog steeds bij ‘de integriteit van het kind’, herhaalt hij meermaals. In zijn nieuwe boek, Het kind: (g)een handleiding, probeert hij ouders weg te sturen van het kant-en-klare stappenplan dat steeds vaker op papier verschijnt.

Wie is Bruno Vanobbergen?

- Geboren in 1972 (Deinze)

- Doctor in de pedagogische wetenschappen (UGent)

- 2009-2019: Vlaams kinderrechtencommissaris

- Sinds 2019: topman van het Vlaams Agentschap Opgroeien

- Getrouwd met Gents Vooruit-schepen Astrid De Bruycker en vader van Isaac (19), Salome (7) en Mozes (6)

“Hoe kan ik het gedrag van mijn kind in een bepaalde richting sturen? Daar ligt de focus enorm op, als het vandaag gaat over opvoeding. Dan krijg je zeven tips om een trip met je kind op het vliegtuig te overleven. Of dé manier om je zoon of dochter toch die spinaziepatatjes te doen opeten. Het heeft ongetwijfeld zijn waarde, maar op den duur ontstaat er wel een beeld dat opvoeding niet meer is dan een handleiding.”

‘Opvoeding gaat in wezen om het leren omgaan met dat grote onbekende, met het onvoorspelbare’, schrijft u. Leg dat eens uit?

“In de intro van mijn boek verwijs ik naar het verhaal van een Radio 1-producer, die een heilige schrik heeft om straks met een puber geconfronteerd te worden die punker is en op een brommertje zit. Met dat beeld kan hij niet leven, dus hij kiest er dan maar voor om geen kinderen te hebben. Dat is een heel extreem voorbeeld van het spanningsveld waarin we als ouder allemaal zitten.

“De verleiding is nu eenmaal groot om wat je zelf belangrijk vindt als ‘de enige goede richting’ te gaan beschouwen, en je kind een duw te geven. Mijn oudste is 19, en ik ben zelf iemand die heel graag leest. Hoe vaak heb ik hem geen tips gegeven, boeken die hij toch echt eens zou moeten lezen. Maar hij blijft tot op de dag van vandaag geen grote lezer. Zo hebben mensen die vol zijn van hun oude jeugdbeweging het vaak ook moeilijk als hun kind niet matcht met dat concept. Je kan dat bijzonder jammer vinden, maar je kan zoiets niet forceren.”

Mag je als ouder dan geen idealen koesteren?

“Natuurlijk wel, want daarmee schep je een klimaat waarin je kinderen net uitnodigt op verkenning te gaan. De kunst bestaat erin om een soort tussenruimte te creëren. Aan de ene kant komen kinderen zelf aandraven met de zaken die hen raken en triggeren, aan de andere kant sta je als ouder met al die verwachtingen. Die zaken samenbrengen in één gezin, dat is een permanente oefening. Afstand nemen, ruimte creëren, luisteren. Soms ben je als ouder zo gefocust op de eindbestemming, dat je niet eens hoort dat je kind wil bijsturen.”

Wat als een kind duidelijke grenzen overschrijdt?

“Ook dan is het niet altijd eenduidig. Sommige eigenschappen van mijn kinderen maken mij hoorndol. Mijn jongste zoon is bijvoorbeeld een ongelofelijke volhouder. Hij vindt het leuk om af en toe met zijn zus op één kamer te slapen, en dan hoor ik hem al komen aan de schoolpoort: ‘Papa, mogen we straks...’ Bij een duidelijke neen zal hij tijdens het eten of op de trap blijven volharden, tot het licht in zijn kamer uitgaat. ‘Mogen we nu echt niet?’ Zoiets brengt je als ouder soms naar een kookpunt, maar is het zo’n slechte eigenschap dat hij koste wat het kost zijn doel wil bereiken? Later is dat wellicht mooi meegenomen.”

Ligt de lat vandaag ook gewoon niet erg hoog om ‘een goede ouder’ te zijn?

“Als ouder moet je nu ook al je kinderen op een verantwoorde manier leren vallen, las ik op een Nederlandse website, want dat heeft zogezegd een ‘positieve impact op hun sociale ontwikkeling’. Er wordt van ouders bijna verwacht dat ze een opvoedexpert zijn. Elk klein domein van het kind is ontrafeld, met een expertise daarrond die al dan niet onderbouwd is door wetenschappelijk onderzoek. Elk stuk speelgoed stimuleert vandaag de grove motoriek of het denkvermogen.

“Ik vraag me af of die overdaad aan info ouders nog wel ondersteunt. Ik merk dat ook binnen onze consultatiebureaus van Kind en Gezin: sommige ouders worstelen of hebben schrik dat ze het niet goed genoeg gaan doen. Dat komt natuurlijk ook een beetje omdat kinderen voortdurend afgewogen worden tegen het gemiddelde. Een kind is er nog maar net en meet 48 centimeter? ‘Ah, ’t is een kleintje’, is dan de klassieke reactie. 4,8 kilogram? ‘Amai, ne stevige.’ Dat afwegen doen we constant.

“Je mag nog zo je best doen als ouder, voor een stuk ontglipt een kind je altijd. Die boodschap moeten we ook durven geven.”

Bruno Vanobbergen. ‘De voorbije periode is een enorme aanslag geweest op de integriteit van kinderen.' Beeld © Stefaan Temmerman
Bruno Vanobbergen. ‘De voorbije periode is een enorme aanslag geweest op de integriteit van kinderen.'Beeld © Stefaan Temmerman

Een collega verzuchtte: ‘Opvoeden is voor ons een constante confrontatie met hoe imperfect en inconsequent we zelf zijn.’

“De persoon die ooit beweerde dat je als ouder consequent moet zijn, gaat zelf niet veel kinderen opgevoed hebben. Dat zijn van die mantra’s die ontzettend weinig betekenen. Eén keer neen is altijd neen? Zo zijn we toch voor onszelf ook niet. De ene avond werk je nog een uurtje door, de andere keer gun je jezelf een terrasje.

“De context is doorslaggevend. Alleen al welk kind er voor je staat, kan een keuze bepalen. Met een kroost van drie, kan je niet zomaar zeggen: ‘Ik ben een enorme fan van het steineronderwijs, dus ik ga ze koste wat het kost allemaal naar zo’n school sturen.’ Als ouder moet je elk kind leren lezen en jezelf kwetsbaar durven opstellen. De integriteit van een kind moet altijd de toetssteen zijn.”

Bent u dan een fan van het milde ouderschap van Nina Mouton? Ook zij wil weg van het construct van de ‘perfecte ouder’.

“Nina raakt daar zeker interessante dingen aan, maar haar filosofie is sterk toegepast op waarneembaar gedrag zoals slapen en eten. Voor mij gaat die integriteit nog dieper, het erkent ook de actieve rol die kinderen zelf spelen in wie ze zijn en wat ze als veilig ervaren. Mildheid suggereert vooral een beweging van ouder naar kind, terwijl er in omgekeerde richting ook zo veel gebeurt.”

Vergt dat niet enorm veel mentale ruimte? Het voorbije jaar zaten veel gezinnen op hun tandvlees.

“Tijdens die eerste lockdown merkte ik zelf ook dat mijn bandbreedte plots erg beperkt was, want alles gebeurde thuis. Ik was tegelijkertijd leidinggevende, partner, ouder, leraar en voetbalcoach. Ik zag mijn geduld dag per dag afnemen. Op die momenten word je zeer kwetsbaar en ga je veel sneller je stem verheffen, wat al een zekere vorm is van geweld waar je liever niet naartoe grijpt. Maar die hele situatie dwingt je ertoe. En dan hebben wij nog de luxe van in een relatief groot huis te wonen.

“Je ziet niet voor niets een toename van fysiek geweld ten aanzien van kinderen. Ook krijgen jongeren niet meer de ruimte om zichzelf te gaan vormen, want dat gebeurt vaak vanuit de ontmoeting met anderen. De voorbije periode is een enorme aanslag geweest op de integriteit van kinderen.”

Jeukt het dan niet om u in het debat te smijten? Als topman van het Agentschap Opgroeien ligt u toch een beetje aan de leiband.

“Ik hang zeker niet aan een leiband, maar ik heb natuurlijk wel een andere rol. Ik zal niet ontkennen dat ik er af en toe weleens aan gedacht heb om me te mengen. (aarzelt) Je moet ergens gewoon respecteren dat zoiets niet gepast zou zijn. Vanuit het agentschap hebben we vooral als taak onder meer kinderopvang en jeugdhulp zo veel mogelijk te ondersteunen.”

U moet nu de problemen oplossen die u vroeger mocht aankaarten. De jeugdhulp blijft een zorgenkind, ook tijdens deze crisis waren er alarmsignalen.

“Na de eerste lockdown heb ik een aantal voorzieningen bezocht, en voelde ik bij kinderen, ouders, opvoeders en directieleden: dit nooit meer. Door de grote focus op het medische hebben andere terreinen zoals vrije tijd en contact met familie ingeboet. We hebben daar zelf ook enorm mee geworsteld. Iedere dag was het afwegingen maken, zoeken naar evenwicht en verliezen, omdat de antwoorden bijna altijd ontoereikend waren. Dat heeft zeker voor kwetsuren gezorgd.”

Dat is het acute gegeven. Kinderen en jongeren moesten voor de coronacrisis gemiddeld langer dan een jaar wachten voor ze een plek vonden in de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Hoe wil u dat aanpakken?

“We geloven alleszins heel sterk in de fusie die we met het Agentschap Opgroeien hebben verkregen. Met Kind en Gezin bereiken we nagenoeg alle ouders, met de jeugdhulp een kleine niche van minder dan 1 procent. Samen kunnen we veel meer inzetten op beschermende factoren die vooral zorgen dat minder kinderen een beroep moeten doen op die gespecialiseerde hulp.

“Want de jeugdhulp kan dit niet alleen oplossen. Als je de signalen ziet van het aantal jongeren dat niet goed in zijn vel zit, en met depressieve of suïcidale gevoelens kampt, dan val je achterover. De cijfers zijn dramatisch, en het zal een grote opdracht zijn om na te denken over hoe we dat als samenleving willen aanpakken. Bruggen bouwen met scholen, jeugdverenigingen, kinderziekenhuizen of de geestelijke gezondheidszorg lijkt mij alleszins essentieel.

“Zo zijn de OverKop-huizen, die onlangs van vijf naar dertig zijn uitgebreid, een mooi voorbeeld van laagdrempelige zorg binnen een sterk netwerk. Gasten van 12 tot 25 kunnen zo’n huis gewoon binnenlopen om wat te pingpongen of op de PlayStation te spelen. Maar als er iets fout loopt, kan er wel heel snel geschakeld worden. Werken vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, daar willen we nog meer op inzetten na deze crisis.”

Moeten we, zoals Conner Rousseau (Vooruit) onlangs stelde, in extreme situaties aan het recht op ouderschap durven tornen?

“Elke ouder die zijn kind op de wereld zet, heeft een grote verantwoordelijkheid. Daar ben ik zeer duidelijk over. Maar ook mensen die in een zeer kwetsbare situatie terechtkomen, soms omwille van externe factoren, moeten we blijven erkennen en ondersteunen in hun ouderschap. Het boek Voor altijd mijn kind, met getuigenissen van biologische ouders wier kind in de pleegzorg is geplaatst, raakte mij diep. Ze zijn misschien niet de ouder die ze van zichzelf gedroomd hadden, maar ze voelen zich wel ouder. Zo goed en zo kwaad mogelijk.”

Opvoeding is ook een structurele kwestie. De gezinnen in het Eén-programma Zorgen voor mama hebben andere zorgen aan het hoofd dan het lezen van opvoedingsboeken, niet?

“Ook dat heeft te maken met bandbreedte. Als je een heel beperkt budget hebt, ligt je focus op een warme maaltijd ’s avonds. Als kinderrechtencommissaris sprak ik ouders die zeiden: ‘Mijn kind zit in een pleeggezin, gaat naar school en ik heb gevraagd aan de school om mij op de hoogte te houden.’ Die vrouw schreef dan haar adres op een briefje, maar hoorde nadien niets meer. Waarom ze niet aandrong, vroeg ik? ‘Ik moet al zo vaak hetzelfde vragen, op de duur ben ik beschaamd’, zei ze. Als samenleving moeten we daar oog voor hebben.

“Eigenlijk moeten we het hele opvoedingsverhaal durven wegtrekken van het puur microscopische, van wat er binnen een gezin gebeurt. Hoe slagen we erin om zorg te dragen voor de wereld, zodat alle kinderen zich veilig en thuis voelen? Daar hebben we met vorige generaties heel wat steken laten vallen. Het Zwarte Pieten-debat is daar een mooi voorbeeld van, maar ook de discussie over het klimaat. Jonge mensen die ons wezen op die zorg voor de wereld, zijn weggezet als spijbelaars. Dat vind ik zonde. Het had ook een ontmoeting tussen generaties kunnen zijn.”

Heeft u zich dan geërgerd aan het feit dat generaties tijdens deze crisis verder uit elkaar zijn gespeeld?

“Ik had het er best lastig mee dat verschillende groepen, die op hun eigen manier afgezien hebben, tegenover elkaar stonden. Als het bijvoorbeeld gaat over de woon-zorgcentra, vinden we dat bewoners een eigen stem moeten krijgen. Wel, dat discours voeren we al vijftien jaar in de jeugdhulp. Het zou mooi zijn om jongeren en bewoners samen te zetten, en ervaringen te laten uitwisselen. Dan ga je iets veel krachtigers krijgen dan een dispuut tussen generaties.”

Het kind: (g)een handleiding van Bruno Vanobbergen is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234