Maandag 27/09/2021

'Wie objectief wil zijn, spreekt altijd de taal van de macht'

Drie jaar geleden werd Rob Wijnberg (34) ontslagen als hoofdredacteur van de Nederlandse krant nrc.next. 'Dan begin ik zelf wel met een krant', dacht hij. En hij richtte De Correspondent op: een onlinekrant die de journalistiek nieuw leven wil inblazen en een groeiende fanbase heeft. 'De journalistiek verkeert helemaal niet in een crisis.'

Ik had Rob Wijnberg gevraagd om in Antwerpen af te spreken. "Dan bevinden we ons allebei even ver van onze respectievelijke thuisfronten", had ik beweerd. Een potsierlijke overdrijving: Tremelo ligt op 44 kilometer van Antwerpen, Amsterdam op 157. Ter compensatie van mijn manipulatieve gedrag trakteer ik hem in het beste Japanse restaurant van Antwerpen-Zuid op een houten plankje vol sashimi. Dat blijft echter meer dan een halfuur onaangeroerd: Wijnberg stort zich met zo veel overgave in ons gesprek dat hij elk besef van tijd, ruimte en rauwe vis verliest.

Wanneer ik zeg dat hij zal figureren in een interviewreeks met de titel 'Fenomenen', reageert hij on-Nederlands bescheiden: "Ben je er zeker van dat ik de titel van jullie reeks niet ga devalueren?" En toch is het verdedigbaar om hem een journalistiek rastalent te noemen: hij was 19 toen hij een vaste column had in De Telegraaf, 23 toen zijn essays gepubliceerd werden in De Groene Amsterdammer, 28 toen hij hoofdredacteur werd van nrc.next en 31 toen hij samen met 18.000 crowdfunders De Correspondent uit de grond stampte.

Vooral die laatste verwezenlijking geldt als zijn professionele tour de force. De Correspondent wordt gefinancierd door 47.000 betalende volgelingen: in tijden waarin uitgevers zich afvragen hoelang ze met journalistiek nog geld gaan verdienen, is dat geen geringe prestatie. En al helemaal niet als je bedenkt dat Wijnberg & co. hun aanhang niet te danken hebben aan clickbaitjournalistiek à la "15 dingen die je moet weten voor je met een Italiaan begint te daten", maar aan journalistieke werkstukken die de wereld van context en duiding voorzien.

De slogan van De Correspondent luidt: 'Een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag'. Ik vraag Rob Wijnberg of het ook een optie was om vóór iets te zijn. Hij glimlacht en zegt: "Dat zijn we natuurlijk ook. Tégen de waan van de dag zijn, impliceert dat je vóór diepgang bent. Maar voor iets zijn, is nogal gratuit als je nergens tegen bent. Ik vind het dus niet verkeerd dat wij aanklagen dat de journalistiek gedomineerd wordt door hypegevoelige en oppervlakkige verslaggeving. Alleen wil dat nog niet zeggen dat we de klassieke media een lesje willen leren. We willen hun aanbod vooral complementeren."

Dat doen jullie door nadrukkelijk afstand te nemen van de actualiteit.

Rob Wijnberg: "We zijn wel actueel, maar we huppelen de nieuwsfeiten niet achterna. Journalistiek wordt vaak herleid tot: wat is er vandaag of gisteren gebeurd? Voor elk stuk in de krant moet er een acute aanleiding zijn. Terwijl de belangrijkste ontwikkelingen in de wereld zich niet plots voordoen, maar langzaam en structureel van aard zijn.

"Het klimaat verandert elke dag. Je kunt daar zowel morgen, volgende week als volgende maand over schrijven, het is altijd een belangrijk thema. Maar voor de adepten van de aanleidingenjournalistiek is klimaatverandering alleen relevant als een minister zich out als klimaatontkenner. En wat doen ze dan? Ze publiceren tientallen stukken over de minister in kwestie, maar geen enkel over het échte onderwerp.

"Dat doen wij anders. Wij schrijven niet over wat er vandaag gebeurt, maar over wat er elke dag gebeurt. We richten ons niet op het nieuws, maar op de dieperliggende structuren achter het nieuws."

Op de dag van de aanslagen in Brussel gingen alle nieuwsredacties in overdrive om als eerste met nieuwe informatie te kunnen uitpakken. Jullie verkondigden doodleuk dat jullie voorlopig géén verhalen zouden publiceren. Never waste a good terror attack om je journalistieke project te positioneren?

"Het is toch niet verkeerd om op zo'n moment duidelijk te maken waar je voor staat? Dat we op de rem gingen staan, was de logische consequentie van onze bestaansreden: de waan van de dag overschrijden. Wij willen altijd iets nieuws toevoegen aan het bestaande informatieaanbod. En dat was op 22 maart niet gemakkelijk: er verschenen over de aanslagen zo veel stukken dat we onze tijd wilden nemen om te bekijken hoe we het verschil konden maken."

Op zo'n moment willen lezers toch vooral

de heet-van-de-naaldfeiten kennen?

"Ik zeg ook niet dat journalistiek nooit mag gaan over wat er nu-op-dit-eigenste-moment gebeurt. Maar onze specialiteit is het niet. Als je als nieuwsmerk een toekomst wilt hebben, moet je je radicaal durven te onderscheiden van wat andere media doen. En aangezien iedereen focust op instantberichtgeving, kijken wij áchter de feiten."

Dat doen de zogeheten oude media ook. In het weekend staan de kranten en hun websites vol met achtergrondstukken, analyses en essays.

"Kranten brengen ook goeie verhalen. Maar ik denk dat wij de mogelijkheden van onlinejournalistiek beter benutten. Bij ons vind je in dezelfde virtuele ruimte verschillende stukken over hetzelfde thema: van aftastende hypotheses tot lange reportages; van samenvattende stukken tot tussentijdse notities. En we zorgen ook voor verschillende instapniveaus: voor de leek maken we een stuk dat begint bij het begin, voor de expert een stuk dat de diepte ingaat."

Jullie gaan er prat op jullie lezers te betrekken bij de verslaggeving. Wat brengen ze jullie zoal bij?

"Deskundigheid in alle maten en gewichten. Onze correspondent Zorg krijgt natuurlijk meer input dan onze correspondent Geopolitiek. Op de vraag 'Hebben jullie in een ziekenhuis ooit te maken gehad met onnodige vormen van bureaucratie?' krijg je meer antwoorden dan op de vraag 'Wat zijn jullie persoonlijke ervaringen met Vladimir Poetin?' Al hebben we al gemerkt dat onze leden ons ook specifieke input kunnen geven. Ooit schreven we een serie over internetporno. Bleken we ook webcamgirls en pornoacteurs in ons ledenbestand te hebben. Ze hebben ons waardevolle informatie bezorgd. Zo zie je maar." (lacht)

De kiem van Wijnbergs journalistieke visie werd gelegd in 2006. Dat jaar pendelde hij heen en weer tussen de nieuwsredactie van nrc.next - waar hij net begonnen was als binnenlandredacteur - en de aula's van de universiteit van Amsterdam - waar hij zijn studie filosofie aan het afronden was. Het contrast tussen beide werelden was groot.

"Op de universiteit dachten we na over fundamentele, tijdloze vragen. Wat is waarheid? Wat is rechtvaardigheid? Het soort kwesties waar we al 2.000 jaar over discussiëren, maar die vandaag nog altijd even belangrijk zijn. Op de redactie van nrc.next was het precies andersom: daar hadden we het alleen maar over wat vandaag belangrijk was, maar morgen weer achterhaald zou zijn. Die triviale benadering van journalistiek vond ik toen al onzin.

"Toen ik hoofdredacteur werd van nrc.next had ik een mash-up van journalistiek en filosofie voor ogen: ik wilde minder stukken over vluchtige gebeurtenissen en meer over wezenlijke ontwikkelingen."

Dat bracht je op ramkoers met Peter Vandermeersch, algemeen hoofdredacteur bij NRC. Hij miste het harde nieuws in nrc.next. Nauwelijks twee jaar na je benoeming tot hoofdredacteur werd je ontslagen.

"Toch had Vandermeersch me nadrukkelijk gevraagd om van nrc.next een andere krant te maken dan NRC Handelsblad: alternatiever, vrijmoediger, minder gericht op de hijgerige actualiteit. Bij mijn aanstelling als hoofdredacteur zei hij: 'Als ik niet minstens één keer per week boos op je ben, doe je iets niet goed.' Hij was helemaal bereid om de heilige huisjes van de journalistiek te slopen. Maar kennelijk vond hij die huisjes toch mooier dan hij oorspronkelijk dacht."

Hoe verklaar je dat hij op zijn woorden terugkwam?

"Op een gegeven moment wilde hij van NRC Handelsblad, dat 's middags verscheen, een ochtendkrant maken. Om beter te kunnen concurreren met de Volkskrant. Alleen: de contracten met drukkers en distributeurs lieten dat niet toe. En dus veranderde hij zijn strategie: voortaan moest de ochtendkrant die NRC al had, nrc.next dus, de concurrentie met de Volkskrant aangaan. En dat betekende: 'newsier' worden, meer gaan lijken op alle andere ochtendkranten. Precies wat ik níét wilde. En hij in het begin ook niet."

Zijn jullie al een Amsterdamse kroeg ingedoken om jullie conflict in alcoholnevelen te doen verdwijnen?

(lacht) "We hebben geen ruzie, dus valt er ook niet veel uit te praten. En onze paden kruisen elkaar niet zo vaak meer."

Voor je ontslagen werd, had je alleen maar succes gekend. Hoe pijnlijk was de ezelsstamp van Vandermeersch?

"Ik vond het jammer dat ik afscheid moest nemen van fijne collega's. Maar voor de rest heb ik niet onder mijn ontslag geleden. Ik ben niet het type dat na een tegenslag maandenlang in de touwen hangt. Ik dacht gewoon: 'Oké, dan niet. Dan doe ik het zelf wel.'"

Nooit gedacht: 'Die hele journalistiek is niets voor mij? Mijn opvattingen over dit vak verschillen te veel van wat gangbaar is?'

"Nee, ik heb mij in de journalistiek altijd thuis gevoeld. Plus: ik merkte dat veel collega's mijn opvattingen over journalistiek wel degelijk deelden. Je wilt niet weten hoeveel journalisten van hun hoofdredacteurs meer vrijheid zouden willen krijgen om te schrijven over de dingen die ze echt belangrijk vinden. Zónder dat kunstmatige dingetje genaamd 'de aanleiding'."

Waarom vertellen ze dat dan niet aan hun hoofdredacteurs?

"De gemiddelde krantenjournalist is 55 jaar, moet een zware hypotheek aflossen en werkt in een bedrijf waar meer mensen worden ontslagen dan aangeworven. Die gaat de laatste jaren van zijn carrière heus niet op de barricaden staan om de organisatie fundamenteel op de schop te nemen. De verandering zal van de twintigers en dertigers moeten komen."

Zoals jij en Alexander Klöpping van Blendle - een site waar je losse artikels uit verschillende kranten en tijdschriften kunt kopen. Hoe goed kennen jullie elkaar?

"We zijn vrienden, maar we spreken elkaar niet elke dag. En we hebben bewondering voor elkaars werk, maar dan op een extreem kritische manier. (lacht) We worden vaak in één adem genoemd, maar er zijn niet zoveel overeenkomsten tussen De Correspondent en Blendle. Het zijn allebei start-ups die betaalde onlinejournalistiek toegankelijk maken. Daar houdt de vergelijking ongeveer op."

Terwijl vandaag zowat iedereen zich in zorgwekkende bewoordingen uitlaat over de journalistiek, zijn jij en Alexander Klöpping ongegeneerd optimistisch.

"De journalistiek verkeert ook helemaal niet in een crisis. Je hoort vooral de uitgevers van de traditionele kranten klagen. Omdat ze lezers zien vertrekken en het niet langer alleen voor het zeggen hebben. Maar het zijn alleen de klassieke nieuwsmerken die zich in een crisis bevinden, niet de journalistiek in haar geheel. Er is nog nooit zo veel journalistiek geconsumeerd als vandaag."

Zowel De Correspondent als Blendle heeft een eenvoudig verdienmodel: ze bieden een product aan en worden daar vervolgens door geïnteresseerde consumenten voor betaald. Zo gaat het in de economie al eeuwen. En toch wordt het model van De Correspondent revolutionair genoemd. "Ja, grappig is dat", zegt Wijnberg. "Er wordt vaak gezegd: mensen willen niet meer betalen voor nieuws. Maar veel juister is: mensen willen niet meer betalen voor het soort nieuws dat overal is. Want als je iets onderscheidends doet met het nieuws, hebben ze daar wel geld voor over.

"Ik kom vaak op congressen waar koortsachtig nagedacht wordt over de journalistieke verdienmodellen van de toekomst. Ik denk dan altijd: hoe moeilijk kun je het maken? Het ligt toch voor de hand? Maak een journalistiek product dat anders is, zorg ervoor dat het een toegevoegde waarde heeft in het leven van de mensen, vraag er een redelijke prijs voor en geef vervolgens minder geld uit dan je verdient. Daar heb je je verdienmodel."

Google en Facebook kiezen voor een ander model: hun diensten zijn gratis, maar in ruil verkopen ze onze persoonlijke gegevens aan adverteerders.

"Volgens Jesse Frederik, onze correspondent Economie, zie je aan de beursnotering van Facebook dat we in de toekomst nog veel meer privacy gaan inleveren. De beurswaarde van Facebook bedraagt honderd keer de omzet van het bedrijf. Daaraan merk je dat beleggers geloven dat Zuckerberg nog veel rijker gaat worden met het verkopen van data. Het wordt tijd dat we met z'n allen inzien: als wij niet bereid zijn om te betalen voor een product, worden we zelf het product."

Wie zijn jullie lezers eigenlijk?

"Het eerlijkste antwoord is: we weten het niet precies. Wij voeren een heel strikt privacybeleid. We kennen alleen het e-mailadres van onze leden, de frequentie waarmee ze ons bezoeken en welke stukken ze lezen. Meer hoeven we ook niet te weten: we hebben geen adverteerders aan wie we informatie over onze leden doorverkopen."

Nee, maar als je nog meer zou weten over je lezers, zou je je aanbod nog beter kunnen afstemmen op hun interesses.

"Een goed journalist heeft geen marketinginstrument nodig om te weten wat mensen bezighoudt. Die weet vanzelf wat hen interesseert. En je moet je lezers soms ook onderwerpen aanreiken waarvan ze nog niet wisten dat ze die interessant vonden."

In april verscheen op geenstijl.nl - een weblog van De Telegraaf Media Groep - een stuk dat de onafhankelijkheid van De Correspondent in vraag stelt. In ruil voor subsidies van het Stimuleringsfonds voor Journalistiek zou Wijnberg verhalen moeten brengen over de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Ik vraag hem wat er van aan is.

"Dat is totale onzin", zegt hij. "We waren al een halfjaar bezig met ons project over de millenniumdoelen voor we van het Stimuleringsfonds subsidies kregen. En het klopt niet dat het fonds onze journalistieke output bepaalt. In de subsidieovereenkomst staat zwart op wit dat niemand zich te bemoeien heeft met wat we schrijven."

Hoe zwaar wegen jullie subsidies door in de inkomstenstructuur?

"Ze zijn goed voor 4 procent. 96 procent van onze inkomsten komt van onze leden. Tot spijt van wie het benijdt: wij zijn onafhankelijk. De Correspondent bestaat dankzij 47.000 mensen die ons elk jaar 60 euro betalen. We zijn blij met elk van hen, maar afhankelijk van geen van hen. Als één lid ons verlaat, komt ons voortbestaan niet in gevaar.

"Media die gefinancierd worden door adverteerders, zijn kwetsbaarder: wanneer een grote adverteerder zijn reclamebudget bij hen weghaalt, weegt dat budgettair zwaarder door. Ergo: ze zijn gradueel afhankelijker van die adverteerder. En je kunt je afvragen of dat hun geloofwaardigheid niet aantast."

Tussen nieuwsredacties en advertentieafdelingen staat doorgaans een stevige muur.

"En die muur is in een razend tempo aan het afbrokkelen. Kijk maar naar het groeiende succes van gesponsorde stukken: artikels die eruitzien als normale krantenartikels, maar die in werkelijkheid betaald zijn door adverteerders. Wie daarin een journalistiek verdienmodel ziet, pleegt zelfmoord. Geen enkel nieuwsmerk kan het zich veroorloven zijn geloofwaardigheid te verliezen."

Wat is je einddoel met De Correspondent?

"Ik droom ervan om internationaal te gaan. We proberen nu langzaam een Engelstalig publiek op te bouwen. Hopelijk kunnen we via hen ooit een nieuwe crowdfundingactie opzetten en ons netwerk verdubbelen. We hebben nog journalistieke ambities zat."

Ik zeg dat satire goed bij De Correspondent zou passen: geen beter medicijn tegen de waan van de dag dan een paar goed gemikte grappen. Hij antwoordt lachend dat hij altijd openstaat voor een onlineprogramma dat het niveau haalt van The Daily Show met Jon Stewart. "The Daily Show was soms betere journalistiek dan wat we doorgaans journalistiek noemen."

Wat kan satire dat journalistiek niet kan?

"Satire is brutaler in het confronteren van mensen met wantoestanden. Jon Stewart werd weleens de beste journalist van het land genoemd. Hij haastte zich dan altijd om te zeggen: 'Nee hoor, ik ben een komiek. Ik heb een vergunning om grappen te maken, niet om journalistiek te bedrijven.' Begrijpelijk: komieken mogen meer, niemand verwacht van hen dat ze objectief zijn. Die vrijheid koesterde hij. Wel, ik vind dat journalisten zich - net als komieken - ook wat meer eerlijkheid zouden moeten veroorloven. Ik hou van journalisten die stelling innemen."

Leve de subjectieve journalistiek?

"Wie objectief probeert te zijn, spreekt onvermijdelijk de taal van de machthebbers. Stel: het IMF zegt iets over de economische crisis in Griekenland. Een objectief journalist zal zich in zijn berichtgeving daarover louter als boodschapper gedragen en daardoor automatisch het perspectief van het IMF overnemen. Terwijl een subjectief journalist zal onderzoeken of de verklaring van het IMF wel strookt met de feiten en de kennis die hij verzameld heeft. Dat laatste is veel zinvoller. Ik heb liever een journalist die zich als een onafhankelijke scheidsrechter gedraagt, dan een journalist die - onder het mom van objectiviteit - een veredelde woordvoerder is."

Jullie subjectiviteit wordt vaak vertaald als:

De Correspondent is links.

"Als collectief hebben wij geen gestroomlijnde opvattingen. Elk stuk wordt geschreven vanuit het perspectief van de auteur. Maurits Martijn, onze correspondent Technologie & Surveillance, vindt privacy het belangrijkste mensenrecht ter wereld. Lynn Berger, onze correspondent Technologie & cCultuur, vindt dat onzin. Wij zijn ideologisch niet eenvormig."

Toch heb ik het idee dat er bij De Correspondent niet gauw een stuk zal verschijnen met de titel 'Waarom we het idee van een multiculturele samenleving maar beter zo snel mogelijk vergeten'. Jullie gaan niet actief op zoek naar de tegenstem.

"Ik geloof niet in woord tegen woord. Ik zeg nooit tegen Rutger Bregman: 'Nou Rutger, als jij schrijft dat het basisinkomen een goed idee is, gaan we snel iemand zoeken die schrijft dat het basisinkomen géén goed idee is. Anders gaan de mensen nog denken dat we niet kritisch zijn.' Dat zou belachelijk zijn.

"Onze correspondenten verdiepen zich op voorhand in de tegenstem en schrijven nadien hun conclusie. En als ze ergens in geloven, schrijven ze niet het tegenovergestelde."

We praten over de tegenwoordig erg populaire first person-journalistiek: persoonlijke getuigenissen met koppen als: 'Zo leerde ik omgaan met mijn demente moeder'. Wijnberg vindt het geen slecht journalistiek genre.

"Ervaringsdeskundigen kunnen even waardevol zijn als hoogleraren die statistieken bestuderen. Je bekijkt de wereld best vanuit verschillende perspectieven. Als je enkel het NRC leest, weet je dat de criminaliteit statistisch gezien afneemt, maar heb je geen idee van wat de slachtoffers van een overval meemaken. En als je enkel De Telegraaf leest, weet je wat het is om beroofd te worden, maar zul je het gevoel krijgen dat het aantal overvallen toeneemt. Je moet beide kranten lezen om een volledig beeld te krijgen."

Populair is trouwens geen synoniem van populistisch, zegt hij. "Bij Buzzfeed willen ze dat hun stukken zo veel mogelijk gedeeld worden. Betekent dat per definitie dat ze alleen maar oppervlakkige rommel produceren? Tuurlijk niet. Ook uitstekende stukken kunnen massaal gedeeld worden."

Bij De Correspondent bepalen clicks, likes en shares niet welke stukken in jullie feed gepromoot worden. Jullie bepalen zelf wel wat belangrijk is, zeggen jullie.

"Ja, maar dat wil niet zeggen dat het ons niet kan schelen hoe goed onze stukken gelezen worden. Ook bij een stuk over een vergeten oorlog in Soedan zullen we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het zo vaak mogelijk gedeeld wordt. Maar we laten de keuze van onze onderwerpen niet afhangen van het aantal potentiële shares."

Hoe maak je van een stuk over een oorlog in Soedan een hit op sociale media?

"Het hoeft geen hit te worden, het moet gewoon toegankelijk zijn. 60 procent van onze lezers leest onze stukken op een smartphone. We zorgen er dus voor dat onze alinea's kort genoeg zijn, zodat ze op het scherm van een telefoon passen. En we waken erover dat er in onze oorlogsverhalen ook lichtpuntjes staan. Die zijn er namelijk altijd, zelfs in een oorlog: mensen die elkaar helpen, vermiste familieleden die weer opduiken... Met een minimum aan hoop bereik je meer mensen. Constructieve journalistiek wordt beter gelezen."

Björn Soenens, de ex-hoofdredacteur van het VRT-journaal, oogstte in Vlaanderen bakken kritiek met zijn pleidooi voor constructieve journalistiek.

"Ik vind: als mensen al tien jaar massaal hun krant opzeggen, komt dat deels misschien ook wel omdat ze vinden dat hun krant hen op een al te mistroostige manier over de wereld informeert. Journalistiek hoort geen goednieuwsshow te zijn. Maar als je je lezers voortdurend onder de ellende bedelft, jaag je hen weg en slaag je er ook niet in om maatschappelijke problemen te signaleren. Je moet het juiste evenwicht vinden tussen goed en slecht nieuws."

'Journalistiek moet inspireren, niet deprimeren', schreef Soenens in een column. 'We hebben het vaak over terreur, maar zelden over het dalende analfabetisme en de groeiende rijkdom in Afrika.'

"Dat klopt, maar we hebben het ook zelden over de toenemende ongelijkheid, en het gevaar van toegevoegde suikers in ons eten. Ik denk dat je als journalist zowel moet inspireren als deprimeren. Als je alleen maar inspireert, ben je een reclamemaker. Dan draag je bij tot een zorgeloosheid die de wereld niet veel bijbrengt. En als je alleen maar deprimeert, halen mensen hun schouders op en keren ze zich van je af. In beide gevallen doe je je werk niet goed."

Rob Wijnberg is de zoon van psycholoog - en Telegraaf-columnist - Jeffrey Wijnberg en van psychologe - en beeldend kunstenares - Tatiana Kratochvil. Opgevoed worden door twee psychologen: ik vraag hem wat dat doet met een mens.

"Oh, gaan we plots de freudiaanse toer op?" lacht hij.

"Kijk, dé les die je leert als je ouders psychologen zijn, is dat we allesbehalve uniek zijn. We zijn allemaal in meer of mindere mate psychiatrische patiënten, met variaties van dezelfde problemen. Aan dat besef ontleen je een zekere empathie: mensen zijn gekker, maar ook normaler dan je denkt.

"Die mildheid - of noem het een open blik - heb ik altijd meegenomen in mijn werk als journalist. Nieuws vergroot tegenstellingen vaak uit. Ik probeer ze net kleiner te maken. Bij De Correspondent nemen we onze lezers graag mee naar mensen en werelden die ver van hen af staan. Zo krijgen ze er misschien begrip of waardering voor."

Heb je een generatiestrijd met je ouders moeten uitvechten?

"Helemaal niet. Misschien komt dat omdat mijn ouders al genoeg gestreden hadden toen ze mij en mijn broer kregen. Mijn vader heeft zich vroeger moeten meten met zijn eigen vader. Hij had weinig zin om hetzelfde te doen met zijn zoons. En mijn moeder is in 1968 uit Slowakije weggevlucht voor het communisme. Dan wil je nadien evenmin tijd verliezen met familiale conflicten.

"Ik kreeg van mijn ouders alle kansen van de wereld. 'Wie niet waagt, niet wint', hielden ze mij altijd voor."

Je vader introduceerde in Nederland de provocatieve therapie (een vorm van coaching waarbij de therapeut niet begrijpend knikt, maar humoristisch uitdaagt). Geloofde hij ook in een provocatieve opvoeding?

"Nee. Provocatieve therapie is therapie. En opvoeding is geen therapie."

Je moeder maakte ooit een schilderij van je. Op haar website zag ik dat het schilderij in kwestie verkocht is. Enig idee in wiens woonkamer je hangt?

"Het zou me niet verbazen als dat werk door een familielid gekocht is. (lacht) Ik zal haar eens vragen wie zo gek is geweest om mij in huis te nemen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234