Zondag 02/10/2022

'Wie met brugpensioen is, moet werk blijven zoeken'

Amper 3 procent van de bruggepensioneerden ging vorig jaar opnieuw aan de slag. Tot daar het activeringsbeleid van de VDAB. In de nasleep van het brugpensioen bij Ford Genk rollen politici en vakbonden over elkaar. Activering moet strenger, klinkt het.

Van de Belgen die vorig jaar op brugpensioen gingen en zich daarna weer inschreven bij de VDAB, vonden 88 een nieuwe job. Lees, 88 van de 3.000 bruggepensioneerden, of dus slechts 3 procent. Al mogen we dat geen brugpensioen meer noemen: het systeem werd 'stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag' gedoopt. Ondanks die nieuwe naam zet het weinig zoden aan de dijk. In 2011 bedroeg het cijfer 4 procent (117 op 3.050).

De VDAB erkent de (lage) cijfers, en zegt dat ze zich harder gaat inspannen om bruggepensioneerden te activeren. Een betere trajectbegeleiding en een strengere aanpak van werkonwilligen zijn de twee sporen.

Dat lijkt geen overdreven luxe: in 2011 stuurde de VDAB slechts 5 dossiers van werkonwillige bruggepensioneerden door naar de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling (RVA) met het oog op een schorsing. Voor 2012 zijn nog geen cijfers beschikbaar. Dat is te beperkt als stok achter de deur, beseft ook de VDAB.

Naast die stok is er ook begeleiding. Bij een collectief ontslag wordt een tewerkstellingscel opgericht, met diverse partners. Voorzitter van zo'n cel is de provinciale directeur van de VDAB. Die coördineert onder meer de outplacement, met specifieke begeleidingsacties. Al doen ontslagen werknemers daar vaak schamper over.

Wie na zes maanden, bij het afsluiten van de tewerkstellingscel, nog geen nieuwe (duurzame) job heeft, wordt overgedragen naar de VDAB. Daar krijgt de vijftigplusser een persoonlijke consulent tegenover zich. Die neemt de verdere persoonlijke begeleiding op zich, schetst Bartelijne van den Boogert van de VDAB het traject. Maar dat een bruggepensioneerde slechts één keer om de vijf jaar 'verplicht' moet solliciteren, zoals sommige media opmerkten, klopt niet, zegt Van den Boogert. Dat is een verkeerde conclusie op basis van de beschikbare data. Een vijftigplusser krijgt van zijn persoonlijke consulent op informele basis verschillende vacatures aangereikt, waarop wordt ingegaan. "Pas als een consulent onwilligheid merkt bij de vijftigplusser wordt de vacature als een verplichte verwijzing gerapporteerd. Alle andere doorverwijzingen voor de uitstaande vacatures zitten niet in de cijfers, waardoor die verwarring is kunnen ontstaan. Het aantal verplichte sollicitaties is dus veel hoger, maar omdat er geen dwingende reden is, worden deze niet zo gerapporteerd."

Geen prikkels

Vaak ontbreekt het de getroffen werknemers aan een financiële prikkel om opnieuw aan de slag te gaan. Door de toeslag bovenop de werkloosheidsuitkering blijft het nettoloon tussen de 80 en de 90 procent van het eerdere loon. "Een grote financiële noodzaak is er dus veelal niet", aldus Van den Boogert, die opmerkt dat de vijftigplussers de idee dat ze beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt onvoldoende oppikken. "In hun hoofd zijn ze met pensioen."

Die toeslag behouden ze ook als ze opnieuw aan de slag gaan. Door de opbouw van anciënniteit zijn vijftigplussers een stuk duurder dan hun jongere collega's. Dankzij die toeslag betaalt de nieuwe werkgever dan het reguliere (lagere) loon, en wordt het gederfde loonverlies deels opgevangen.

Desondanks lijkt de appetijt bij de werkgevers om die oudere werknemers aan te werven aan de lage kant. De werkgelegenheidsgraad bij vijftigplussers in ons land hapert op een bedroevende 40 procent. Onze buurlanden, Frankrijk (45 procent), Duitsland (63 procent) en Nederland (60 procent), scoren veel beter. Ze zijn 'te duur', 'minder flexibel', 'vaker ziek', enzovoort. "De werkgevers gaan te snel voorbij aan de vele competenties die een oudere werknemer meebrengt", zegt Van den Boogert.

Die ganse discussie kreeg de voorbije dagen ook een politiek tintje. Vorige week raakte bekend dat de werknemers van Ford Genk in aanmerking komen voor dat stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 52 jaar. Vlaams minister van Werk, Philippe Muyters (N-VA) reageerde als gebeten op federaal minister van Pensioenen Alexander De Croo (Open Vld). Die vond dat brugpensioen geen goed signaal. Het was minister van Arbeid Monica De Coninck (sp.a) die daarvoor het licht op groen zette. Muyters merkt op dat De Coninck gewoon de wet volgde, die de federale regering zelf heeft opgesteld. Dat de VDAB onder de bevoegdheid valt van Muyters, is in deze discussie niet onbelangrijk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234