Dinsdag 14/07/2020

Wie maakte de plaat van 2014?

PARELTJES. Wat zijn de vijftig beste albums van het voorbije jaar? Naar goede jaarlijkse gewoonte stelde de muziekredactie van De Morgen (Bart Steenhaut, Gunter Van Assche, Alex Vanhee, Wim Wilri en Pieter Coupé) die ultieme lijst samen. Vanaf maandag telden we af op demorgen.be, met dagelijks tien platen. Wie de tien beste platen van 2014 achter hun naam mogen schrijven, krijgt u vandaag te lezen.

10. SOHN - TREMORS

Wie is SOHN volgens het rijksregister? Als het aan deze Britse artiest ligt, heeft u daar voor eeuwig het raden naar. "I died a week ago, there's nothing left. It's caught on video, the very last breath", herinnert de Londenaar zich alleen nog in 'The Wheel'. Op Tremors verrijst SOHN uit de as van James Blake, Jamie Woon en Baths. Een fluweelzachte stem, beats en synths omzwachtelen dit droomdebuut. In elke song loeren sensualiteit, ontredderd fatalisme en elektronische grandeur om de hoek. In het zachte verglijden van de nacht naar de zonsopgang past deze intimistische elektropop en gesofisticeerde r&b als gegoten. Voor de opnames pendelde SOHN naar verluidt tussen Wenen en Londen. Tremors slingert op zijn beurt tussen huilen en hipster. En net zoals de titel belooft, blijft deze plaat bovenal lang nazinderen, als kleine trillingen na een aardverschuiving.

9. Flying Lotus - YOU'RE DEAD

Voor een album dat over de dood gaat, klinkt You're Dead wel erg levensvatbaar. Hiphopproducer Steven Ellison, alias Flying Lotus (foto), is dan ook geen sombermans, maar een duiveltje-uit-een-doosje dat meer ideeën heeft dan tijd om ze uit te voeren. Daarom verspringen de eerste tracks van You're Dead vaker van ritme dan een platendraaier die op een trampoline staat, en schuimen 'Cold Dead' en 'Fkn Dead' als een iets te enthousiast ingeschonken trappist.

Maar het idee achter deze plaat is de (angst voor de) dood te bezweren, en dus volgt na de jazzy chaos en beklemming een bad van schoonheid met slome beats, rustgevend vinylgekraak en wegzwevende engelenstemmen - Angel Deradoorian doet tegenwoordig de toegangscontrole aan de hemelpoort.

Dragen mee de doodskist op deze trip naar het hiernamaals: vaste gasten als zangeres Randa en bassist Thundercat, maar ook rappers als Kendrick Lamar en Snoop Dogg en zelfs jazzgrootheid Herbie Hancock. Erg uiteenlopende stemmen en stijlen, maar 'FlyLo' heeft ze allemaal in zijn unieke universum binnengetrokken.

You're Dead? Zolang Flying Lotus de soundtrack levert, kunnen we daar best mee leven.

8. Aphex Twin - SYRO

Liefst dertien jaar hebben de fans moeten wachten op een nieuwe langspeler van Richard David James, maar Syro werkt uiterst verslavend. De titel van de plaat is een zelfverzonnen woord, afkomstig van een van James' kinderen. De tracktitels verwijzen grotendeels naar de apparatuur die hij gebruikte. met daar achter (tussen haakjes) het gemiddelde aantal beats per minuut. Het varieert van 120 in het begin tot bijna 164 aan het einde. Zijn kinderen zijn te horen in de tracks, net als Aphex Twin zelf, zijn vrouw en zijn ouders. Je moet glimlachen om de gekke titels van songs van drie tot tien minuten, de aparte breakbeats en de kleine ritmepatronen, terwijl de synths refereren aan Analogue Bubblebath. Hulde voor de productie van deze plaat, die aldoor helder blijft.

Aphex Twin klinkt bovendien nooit als een van zijn vele copycats. Richard D. James blijft volstrekt uniek en dompelt je aldoor onder in een warm bad. Dat wordt de ene keer vol techno en glitch gegoten, terwijl je tien minuten later in een wervelende stroom van jungle en ambient terechtkomt. Wie niet spontaan lijf en leden begint te bewegen bij deze prachtmuziek, die moet dringend naar de oorarts.

7. Royal Blood - ROYAL BLOOD

Koninklijker dan Royal Blood beukt niemand. Deze tweekoppige band uit het Britse Brighton overtroeft The White Stripes qua volume en refereert schaamteloos aan de meest scheurende songs van het almachtige Led Zeppelin. Dat alles samen levert de meest opwindende rockplaat van 2014 op.

Wie van gevoelige ballades of uitgekiende arrangementen houdt, is hier aan het verkeerde adres. Drummer Ben Thatcher roffelt als een aanstormend cavalerie-regiment, terwijl zanger en bassist Mike Kerr opgaat in royale riffs. Denk aan Queens of the Stone Age, maar dan nog robuuster, nog directer. De kortste afstand tussen twee punten is een (keihard rockende) rechte lijn. "Cut loose like an animal, fired out like a cannonball", vat Kerr het samen in het woeste Ten Tonne Skeleton, en dat is de spijker op de kop.

Op Rock Werchter bracht het toen nog volslagen onbekende duo afgelopen zomer meteen een hele tent aan het kolken, in het Verenigd Koninkrijk zijn ze inmiddels nieuwe rockroyalty en volgend jaar mag Royal Blood mee in het kielzog van de Foo Fighters. En dat allemaal dankzij dit krachtige knaldebuut.

6. Oscar and the Wolf - ENTITY

"Got my boys in the water. Got my girls bending over, tight." Wat het precies betekent, is ons bijna een jaar later nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar dat 'Princes' een heus wereldnummer was, hadden we wel meteen in de gaten. Het bleek bovendien een representatief visitekaartje voor Entity, na een paar ep-tjes het échte debuut van Oscar and the Wolf. Daarop profileert de band rond zanger Max Colombie zich als het meest opwindende wat België sinds lang heeft voortgebracht: een kruisbestuiving tussen knisperende elektronica, sensuele r&b en experiment. Resultaat? Een ijzingwekkende plaat zonder zwakke schakels, die meteen internationaal aanslaat. En waar het in de prille interviews nog ging over Colombie's deelname aan Junior Eurosong - een echo uit een vorig leven - gaat het tegenwoordig over het succes, de wervelende optredens én de hormonenspiegelverstorende looks van de jonge frontman. "The future's so bright, he's gotta wear shades."

5. Clark - CLARK

Faut le faire: terwijl Vessel, Andy Stott en zelfs de grijnzende godfather Aphex Twin topalbums uitbrengen, toch de elektronicaplaat van het jaar maken. Was getekend: Chris Clark, een 35-jarige Brit die zijn familienaam al sinds 2001 gebruikt voor zijn elektronische escapades.

Dat hij die naam uitleende aan zijn zevende en beste album, duidt erop dat hij zijn geluid heeft gevonden. Zelf omschreef hij het als "More Berghain than Guggenheim" - meer fun dan kunst, dus - maar dat is eigenlijk te sloganesk voor deze rijke, voortdurend van sfeer, tempo en klankkleur wisselende tocht door de donkere ondergrond van de techno.

Niemand bracht in 2014 melodie en mechaniek zo dicht bij elkaar als Clark. Niemand anders liet ons tegelijk dansen van genot en rillen van ontroering. In tracks als 'Snowbird' en 'Silvered Iris' hoor je hoe mens en machine tegen elkaar aan kruipen onder de dreiging van de Apocalyps. De mens jammert om zijn nakende einde, de machine dreunt eerst dapper door, om dan kreunend stil te vallen.

Kunnen computers huilen? Wel als ze onder handen genomen worden door Clark. In zijn wereld staat er een gelijkheidsteken tussen emotie en elektronica.

4. Young Fathers - DEAD

Toen Young Fathers onlangs de Mercury Prize wonnen voor hun plaat Dead, werd de band omschreven als "iets tussen De La Soul en 3T in, maar dan opnieuw uitgevonden voor de hipster-generatie". Een verdienstelijke poging, al blijft geen enkel etiket lang kleven op Young Fathers. Dit Liberiaanse/Nigeriaanse/Schotse trio heeft de looks van een psychedelische boyband. Tegelijk rijmen ze op Dead rauwe hiphop met primitieve elektronica, donderpreken en tegendraadse pop. Dat doen ze dan weer op zo'n manier dat hun sound afdrijft in de richting van Massive Attack of TV on the Radio. Hun Schotse paspoort schemert door in de digitaal vervormde doedelzak en raps, maar meestal lonkt Afrika in songs die onbeslist blijven tussen pop, avant-garde en een asgrauwe, claustrofobische trip. Vreemde plaat. Gewéldige plaat. Daarmee wonnen deze outsiders terecht van gedoodverfde Mercury-laureaten als FKA twigs, Damon Albarn en Jungle. Een overwinning die haast net zo zoet moet smaken als deze triomf in onze lijst.

3. alt-J - THIS IS ALL YOURS

Ze worden zeldzaam, de bands die erin slagen om zichzelf van meet af aan een eigen, volstrekt uniek geluid aan te meten en daar bovendien ook nog eens behoorlijk succesvol mee worden. Het debuut van alt-J werd twee jaar geleden bekroond met de prestigieuze Mercury Prize, en deze opvolger kwam in Groot-Brittannië meteen op één binnen. Opmerkelijk, want vlak voor de opnamen stapte een van de bandleden op, en leek het even of de groep de handdoek in de ring zou gooien. Wat een geluk dat ze als trio voor de andere weg hebben gekozen: de muziek klinkt dromerig, wijds, en neemt de luisteraar mee naar plekken waar hij nooit eerder is geweest. Van elektronisch minimalisme over oosterse folk: genres worden ontgonnen alsof het goudklompjes zijn. De inventieve manier waarop Miley Cyrus door de sampler wordt gehaald in 'Hunger Of The Pine' getuigt bovendien van een niet in te tomen drang naar avontuur. Een plaat die herhaalde luisterbeurten vraagt, maar die inspanning nadien dubbel en dik beloont.

2. Perfume Genius - TOO BRIGHT

Met sommige mensen wil je liever je leven niet ruilen. Mike Hadreas (32) is zo iemand. Pedofilieslachtoffer, ex-junkie, homo met een spiegelbeeld aan scherven. Doorgaans daalt een artiest pas af in een neerwaartse spiraal van verslaving en verwoesting, na naam en faam. Niet zo bij Hadreas. Zijn bloedmooie debuut Learning (2010) was de neerslag van een tijdperk vol drugs, drank en depressie. Ook op de tweede plaat van Perfume Genius was de lichtschakelaar nog steeds zoek, al bleef alle ellende op de tast steeds voelbaar. Op Too Bright kruipt de kwetsbare antiheld omhoog uit het donkere dal. Voor het eerst balt hij zelfs de vuisten. De uppercuts die dit broze boksertje uitdeelt, volstaan om de rest van 2014 in de touwen te blijven hangen. In een zinderend 'Queen' licht hij homofobie het beentje, en zelfs met 'My Body', waarin hij "zijn lichaam draagt als een rotte perzik", merk je dat het geheven hoofd het haalt van de zelfhaat. Een prachtige revanche op miserie.

1. The War On Drugs - LOST IN THE DREAM

Bruce Springsteen, U2, The Waterboys en - jawel - Dire Straits. Dat zijn de referentiepunten die zanger/gitarist/keyboardspeler Adam Granduciel aanstipt op Lost In The Dream, na Slave Ambient al het tweede meesterwerk op rij van The War On Drugs. Het geluid is groots en transparant, terwijl de toon van de songs is doordrongen van spijt en nostalgie. Het resultaat van een afgebroken relatie, al blijken de brokken na de release van de plaat gelukkig weer gelijmd.

"Ik voelde me ontzettend ongemakkelijk in mijn eigen vel" zei Granduciel over het opnameproces, dat al bij al bijna twee jaar aansleepte. De zanger was uitgeput na een slopende tournee, en zat zowel mentaal als fysiek helemaal aan de grond. Het verklaart wellicht waarom er zo'n hartverscheurende schoonheid door de noten schemert. Een nauwelijks in te tomen melancholie, ook. In de Britse pers werd Lost In The Dream aanvankelijk weggezet als rock light over zware onderwerpen, maar dat bleek uiteindelijk als compliment bedoeld.

Opener 'Arms Like Boulders' is bijvoorbeeld een weergaloze oefening in escapisme. Alsof de E- Street Band zou zijn opgevoed op een dieet van Kraftwerkplaten. Het lijkt een geforceerde versmelting van extreem verschillende invloeden, maar op Lost In The Dream vormen ze wonder boven wonder een volstrekt natuurlijk geheel. Luister naar 'Red Eyes', 'An Ocean In Between The Waves' en het epische 'When The Night Comes Falling From The Sky', kijk hoe het haar op je armen recht overeind staat, en besef dat je een instant classic in handen hebt. Dé plaat die 2014 heeft getekend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234