Woensdag 28/07/2021

AnalyseOuderen

Wie luistert naar onze ouderen? ‘Overal is er maar één groep die telt: de jongeren’

Sylvain De Clerck (90), Elka Joris (84) en Rudy De Jonghe (69). Beeld Damon De Backer
Sylvain De Clerck (90), Elka Joris (84) en Rudy De Jonghe (69).Beeld Damon De Backer

Een kwetsbare en achtergestelde groep die onze inspanningen verdient, of een groep waar we onredelijk veel voor moeten opofferen en die nu ook als eerste het vaccin krijgt? Het coronavirus werpt moeilijke vragen op over onze oudere bevolking.

“Ik zit opgesloten en ik voel me alleen.” Simone is een negentigjarige vrouw die al een aantal jaar in een woon-zorgcentrum woont. In haar afdeling verblijven vooral mensen die dement zijn, en waar ze niet echt mee kan praten. En door de coronadreiging mag slechts één van haar vijf kinderen – steeds dezelfde – af en toe op bezoek komen. Ze heeft ook achttien kleinkinderen en een paar achterkleinkinderen, maar het contact is volgens haar beperkt. “Ik had verwacht dat ze wat vaker zouden bellen.”

Het voorjaar was nog erger, vertelt Simone. Toen werd in het rusthuis corona vastgesteld. “Drie maanden lang moesten we op isolatie in onze kamer. Dat vond ik echt heel erg. Wat doe je dan, hele dagen? Een beetje tv kijken, naar de radio luisteren, me heel ongelukkig voelen.” Bang van corona is ze niet. “Absoluut niet. Dit is geen leven. Niemand zien, dat is het ergste.”

“Op tv, in de krant, overal is er maar één groep die telt: de jongeren. Zij hebben het moeilijk”, foetert Sylvain De Clerck (90). “Ik heb de oorlog meegemaakt: mijn vader was krijgsgevangene, mijn moeder stond er alleen voor met vier kinderen. Ons huis is plat gesmeten en we hebben honger gekend. De jeugd kan zich niet voorstellen wat dat is, honger lijden. Daarbij: de ouderen missen ook hun sociale contacten. De fotoclub waar ik naartoe ging, de restaurants waar ik al eens ging eten: allemaal gedaan. Wat rest er vandaag nog voor een vent van negentig jaar?”

Sylvain De Clerck (90). Beeld Damon De Backer
Sylvain De Clerck (90).Beeld Damon De Backer

De afgelopen maanden hebben jongeren veelvuldig aan de alarmbel getrokken: de coronamaatregelen vallen hen zwaar. Maar er is nog een groep die het bijzonder lastig heeft: de oudere mensen, ook wel bekend als de grootste risicogroep. Sciensano telt in zijn update van 2 december 16.786 coronadoden. Bijna 9.000 daarvan waren 85 of ouder, 5.000 mensen waren tussen 75 en 84 jaar oud.

Die kwetsbaarheid leidt bij velen tot angst voor het virus. “Natuurlijk ben ik erg bang. Ik zou het vreselijk vinden om met corona in het ziekenhuis te belanden en te sterven zonder mijn familie”, vertelt Elka Joris (84) uit Antwerpen. Ook Rudy De Jonghe (69) uit Gent, die voor zijn vrouw met alzheimer zorgt, houdt zich strikt aan de regels. “Als ik ziek word, wat moet er dan gebeuren met mijn vrouw?” Het gevolg is dat hij al maandenlang thuis zit.

Die isolatie begint door te wegen. Bijna één op de vijf 65-plussers gaf in de tweede Covid-19 Gezondheidsenquête van Sciensano aan dat hij of zij sinds het begin van de pandemie meer slaap- en kalmeringsmiddelen neemt. Bij Tele-onthaal krijgen ze de laatste maanden niet alleen meer oproepen binnen, ook het aandeel oudere bellers is fors gestegen.

“Vergeet ook niet dat de bewoners van de woon-zorgcentra de afgelopen zomer niet zoveel vrijheid kregen als de rest van de bevolking”, zegt Nils Vandenweghe, directeur van de Vlaamse Ouderenraad. “Die mensen hebben vaak ook veel medebewoners door corona zien wegvallen. De psychische impact gaat over veel meer dan de vraag of ze genoeg bezoek krijgen of niet.”

Bijna twee derde van alle mensen die aan covid-19 stierven, woonden in een woon-zorgcentrum. En de manier waarop was, zeker in de eerste golf, bijzonder schrijnend, zo bleek recent nog maar eens uit een rapport van Amnesty International. “De mensenrechten zijn overduidelijk geschonden”, besluit het rapport.

Volgens Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) zijn uit die drama’s de nodige lessen getrokken. Wat alleszins is veranderd: in de woon-zorgcentra hebben de bewoners ook recht op een knuffelcontact en een contact op afstand. Maar veel is dat niet, en in de woon-zorgcentra die met een corona-uitbraak kampen, gaan de deuren vaak ook weer hermetisch dicht.

Taart

De vrouw van Sylvain verblijft in een woon-zorgcentrum omdat ze aan dementie lijdt. In normale tijden bezoekt hij haar elke dag, de afgelopen maanden kon het sporadisch, gisteren zag hij haar voor het eerst terug, na zes weken, omdat het virus er rondging. “Ze was onlangs jarig, ze is 92 geworden. Ik had een uitzondering gevraagd, maar ik mocht zelfs geen taart brengen. En wij moeten dat maar accepteren. Ze gooien alles toe en als het voorbij is moeten we maar zien wie er nog overblijft. Mijn vrouw en ik zijn 73 jaar getrouwd, die mensen weten niet wat ze ons aandoen.”

Elders ziet de Vlaamse Ouderenraad mantelzorgers wankelen omdat ze door de sociale restricties weinig hulp kunnen inroepen. “Mensen onderschatten hoe moeilijk het is om samen te leven met iemand die alzheimer heeft”, beaamt Rudy. Het koppel heeft geen kinderen, en door corona zitten ze de facto opgesloten in hun appartement. “Mijn vrouw is erg achteruitgegaan de laatste maanden. Vroeger nam ik haar mee naar de volkstuin waar ik werk, maar ze wil niet meer. Naar een dagcentrum wil ze ook niet. Ze ligt vooral in bed. Wat moet ik dan doen?” Het gebrek aan contact valt hem zeer zwaar. “Mocht ik iemand hebben om mee te praten, het zou al veel oplossen.”

Rudy De Jonghe (69). Beeld Damon De Backer
Rudy De Jonghe (69).Beeld Damon De Backer

Af en toe belt Rudy met zijn zus. Zijn 92-jarige vader die in een woon-zorgcentrum woont ziet hij soms van achter plexiglas. “Ik ben de enige die hem nog bezoekt, en dan zie ik hem echt opleven. Mijn 86-jarige buurvrouw zegt het ook: dit is erger dan in het gevang. Alle goede dingen zijn weggevallen: ik kan niet meer naar de volkstuin, de barbecues van de schuttersclub zijn allemaal afgelast.”

“Ik ga eerlijk zijn: ik heb me al afgevraagd wat ik hier eigenlijk zit te doen, en ik zal niet de enige zijn die het soms wil opgeven.” Sinds kort komt er via het OCMW af en toe iemand langs die een paar uur bij zijn vrouw blijft, zodat Rudy toch even kan gaan uitwaaien.

Dor hout

Ondertussen is het best moeilijk om Elka aan de telefoon te krijgen. De agenda van de Antwerpse staat vol Zoommeetings: ze is lid van de Grootouders voor Klimaat en is actief bij Groen Plus. Tussendoor schrijft ze de geschiedenis neer van de Antwerpse basisschool Musica, die ze veertig jaar geleden zelf mee oprichtte. “Ik denk dat er twee soorten ouderen zijn: de mensen die zich laten leven, en de mensen die nog heel druk bezig zijn”, zegt ze. “Natuurlijk mis ik mijn kinderen en kleinkinderen, maar ik voel me niet geïsoleerd.”

Elka Joris. Beeld Damon De Backer
Elka Joris.Beeld Damon De Backer

Het stoort haar dat ze over één kam wordt geschoren als leeftijdgenoten die fysiek veel zwakker zijn of zich in een totaal andere situatie bevinden als zij. Toch tweette de Nederlandse columniste Marianne Zwagerman in april over het feit dat corona vooral oudere mensen ernstig ziek maakt: “Het dorre hout wordt gekapt, misschien een paar maanden eerder dan zonder virus. Moet iedereen die nog in de bloei van zijn leven zit, daar alles voor opofferen?”

De Nederlandse hoogleraar veiligheidsbeleid Ira Helsloot (Radboud Universiteit Nijmegen) stelde het recent zo, in de Volkskrant: “Is die ziekte zo erg dat het al die maatregelen en miljarden overheidssteun rechtvaardigt? De gemiddelde coronadode is ouder dan 80 met meerdere chronische ziekten onder de leden. Velen woonden al in een verzorgingstehuis. Als je daar woont, ga je sowieso dood binnen zo’n anderhalf jaar.”

Het is een debat dat in het mondige Nederland openlijk wordt gevoerd, maar dat ook hier binnenskamers leeft. Het is een moeilijk spanningsveld, geeft gezondheidseconoom Jeroen Trybou (UGent) toe. “Het is moeilijk om een afweging te maken tussen belastende maatregelen die voor iedereen gelden, en gezondheidswinst die vooral voor kwetsbare mensen is.”

Inmiddels is ook beslist dat de oudere bevolking eerst gevaccineerd wordt. “Ik zit daar toch wat mee gewrongen”, geeft Elka toe. “De jongeren staan nu helemaal achteraan de rij.” Sylvain is net heel opgelucht. “Ik zal als eerste klaarstaan voor die spuit. Ik ben doodsbang voor het virus en ik ben alleenstaand: ik heb geen collega’s of klasgenoten waar ik nog mee kan praten. Ik hoop dat ik binnen een paar maanden toch weer eens bij iemand kan gaan eten.”

Maar wat zeggen de feiten over dit generatieconflict? Leeftijd is om te beginnen een al te arbitraire grens in deze discussie, zo stellen experts: terwijl de vrouw van Rudy amper eind zestig is, is Elka nog een fitte en heldere tachtiger. Met andere woorden: vanaf wanneer ben je oud? Daarom bestaat er zoiets als de frailty index, die ook in niet-coronatijden wordt gebruikt: wat is de reservecapaciteit van een patiënt? Leeftijd is natuurlijk belangrijk in die inschatting, maar niet per se bepalend.

Zo komt het dat kwetsbare tachtigers met corona zelden op intensieve zorgen belanden, omdat ze geen drie, vier weken beademing aankunnen. “Dat zou therapeutische hardnekkigheid zijn”, zegt professor geriatrie Ruth Piers (UZ Gent), die benadrukt dat ze deze mensen wel geholpen worden met bijvoorbeeld extra zuurstof. “De overgrote meerderheid van de coronapatiënten op onze intensieve afdeling is niet erg oud. Ik zie hier mensen tussen veertig en zeventig. Dat zijn drama’s.”

Dat beaamt viroloog Anne-Mieke Vandamme (KU Leuven): “Die ‘dor hout’-redenering vertrekt vanuit een misverstand, namelijk dat we in lockdown zitten omdat we stokoude mensen moeten redden. Maar de overlijdenskansen stijgen gradueel met de leeftijd: er zijn ook veel vijftigers en zestigers die sterven aan covid-19. En in tegenstelling tot heel oude mensen, waarvan we merken dat ze beseffen dat ze in de laatste jaren van hun leven zijn en soms zelfs klaar zijn om te sterven, komt het einde voor die groep echt veel te vroeg.”

Anders gesteld: het is erg riskant om pakweg iedereen boven de 69 jaar te isoleren zodat de rest van de wereld verder kan met zijn of haar leven. Daarvoor is het virus, in tegenstelling tot pakweg de griep, nog te onvoorspelbaar en oncontroleerbaar. Er zijn genoeg casussen bekend van ogenschijnlijk gezonde mensen die zeer ziek worden. Bij vrije circulatie zullen de sterftecijfers in die groep ook fors de hoogte ingaan.

“Dat betekent niet dat we elke dode kunnen vermijden”, zegt Ignaas Devisch, professor medische filosofie en ethiek (UGent). “Maar het is inmiddels wel duidelijk dat we de circulatie van het virus zeer laag moeten houden om grote opflakkeringen en een crash van het gezondheidssysteem te voorkomen."

Bovendien zijn er veel ‘genezen’ patiënten die maanden later nog ernstige klachten ervaren, zegt Vandamme. “Ik denk aan een vijftiger die nauwelijks nog kan sporten omdat zijn hartspier is aangetast. Dat is een zware handicap. Pas binnen vijf jaar gaan we weten hoe groot de langetermijnimpact is van het virus op die mensen, maar het lijkt erop dat die groep veel groter zal zijn dan de groep die aan het virus sterft.”

Het blijft evenwel een dwingende vraag: hoe ver willen we gaan om al die levens te redden. En hoeveel mag dat kosten?

Om nog een Nederlander te parafraseren, namelijk hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg Johan Mackenbach (Erasmus MC): “Wat we nu uitgeven aan gewonnen levensjaren, is ongeëvenaard. Het is ook vele malen meer dan wat we voor elke andere ziekte zouden toelaten.”

In de gezondheidseconomie bestaat er een consensus dat een gewonnen én kwalitatief levensjaar tussen de 35.000 en de 50.000 euro mag kosten. Om het simpel te stellen: een kankermedicijn dat 40.000 euro kost en de patiënt twee goede jaren biedt, is volgens die vuistregel de investering waard. Maar volgens Nederlandse hoogleraar Veiligheidsbeleid Helsloot betaalt de Nederlandse samenleving voor de gemiddelde covidpatiënt nu zo’n 2 miljoen euro per gezond levensjaar. Een veelvoud dus van wat gangbaar is.

Dat bedrag wordt evenwel door verschillende Nederlandse experts in twijfel getrokken. Trybou vindt het vooral veel te vroeg om te kunnen antwoorden op de vraag of we te veel betalen om (oude) mensen te redden van corona. “Dat is zo’n complexe berekening: wordt iemand aan de beademing gelegd op intensieve zorgen of krijgt de patiënt enkel medicatie? Vergeet ook niet dat de vaccins eraan komen: dit is een tijdelijke situatie.” Tegenover de puur economische logica staat volgens hem ook een ethisch basisprincipe: iedereen heeft recht op goede zorg, ook al zijn de overlevingskansen kleiner.

Of de collateral damage – de psychische tol, de faillissementen, de uitgestelde zorg, noem maar op – nog duurder zal uitvallen dan de strijd tegen corona zelf, is volgens Trybou al helemaal moeilijk in te schatten, al denkt hij niet dat de rekening finaal duurder zal uitvallen. “Als we het virus de vrije loop laten, dan zullen er veel meer zieken en doden vallen. De chaos die dat zal veroorzaken, zal de economie meer schade toebrengen dan de maatregelen die we vandaag treffen.”

Tussen de plooien

Hoe ervaren de oudere mensen dat zelf? In de rusthuizen waar de Antwerpse huisdokter Marie-Anne Van Bogaert referentiearts is, ziet ze twee groepen: mensen die bang zijn en zichzelf zo goed mogelijk willen beschermen tegen het virus, en mensen die het belangrijker vinden om in de laatste fase van hun leven hun familie te zien. “Dat is een heel persoonlijke keuze, logistiek is dat echter heel moeilijk.”

Ze herinnert zich wel dat in de eerste golf de berichten over volstromende ziekenhuizen en moeilijke ethische discussies over wie wel en niet gered moest worden, heel wat angst veroorzaakten bij haar oudere patiënten. “Mensen vroegen zich af: gaan ze me nog wel willen in het ziekenhuis als ik corona krijg? Ben ik al te oud om nog verzorgd te worden?”

Maar niet iedereen wil per se tot het uiterste gaan. Heel wat oudere mensen, zeker in de woon-zorgcentra, hebben een zogenaamde vroegtijdige zorgplanning opgesteld, waarbij ze aangeven wat ze wel en niet meer willen. “Weinig mensen willen in een ziekenhuis sterven, omringd door piepende machines”, weet geriater Piers. “Het zijn trouwens eerder de familieleden die het daar moeilijk mee hebben. Dat idee van ‘laat hen maar gaan’, dat vervalt toch snel als het gaat over mensen die je kent.”

Zo wil Elka bij een eventuele coronabesmetting niet aan een beademingsmachine op intensieve. “Voor mij is dat nodeloos lijden en ik denk niet dat het zin heeft. Maar ik wil op zo’n moment wel zélf die beslissing kunnen nemen.”

Het is vooral dat, klinkt het bij de Vlaamse Ouderenraad. “De grootste vrees bij ouderen is dat ze zelf geen inspraak meer krijgen, dat er boven hun hoofd beslist zal worden over hun lot.” Fundamenteler leeft zeer sterk het gevoel dat oude mensen vooral beschouwd worden als ballast, een kostenpost. Dor hout.

“Mevrouw, u zal het zelf ook ooit vaststellen: de dag dat je met pensioen gaat, ben je afgeschreven en gaan alle deuren toe”, zegt Sylvain, een voormalig docent. “Dan hebben mensen je niet meer nodig, breng je niets meer op voor de economie en ben je een last.”

Elka zegt: “Ik ben heel blij dat ik niet in een woon-zorgcentrum woon. Mensen hebben het idee: eten, drinken en een kamer, dat volstaat wel voor die oude mensen. Maar het mentale aspect wordt verwaarloosd. Men neemt er ook de tijd niet voor: de wereld draait heel snel en wij vallen tussen de plooien.”

Nochtans dragen oudere mensen wel degelijk bij, zegt Vandenweghe (Vlaamse Ouderenraad). “Het is meer dan ooit duidelijk hoe belangrijk grootouders zijn voor de opvang van kleine kinderen. Er zijn ook heel veel organisaties, van Kind & Gezin over cultuurhuizen tot de Voedselbanken, die moeilijk kunnen functioneren zonder hun oudere vrijwilligers.” De Britse organisatie Age UK liet in 2017 uitrekenen dat Britse 65-plussers per jaar 179 miljard euro bijdragen via mantel- en kinderzorg, vrijwilligerswerk en betaalde arbeid.

Het afgelopen jaar heeft ons alleszins veel geleerd over hoe wij kijken naar oudere mensen en de zorg die ze verdienen. “Het viel op hoe snel de ziekenhuizen door de overheid gehoord werden als ze aan de alarmbel trokken, terwijl woon-zorgcentra die kopje-onder gingen, veel meer moeite hadden om de aandacht van de beleidsmakers te trekken”, zegt Devisch. “Dat is al jaren zo: het personeel wordt systematisch onderbetaald. Er zijn al talloze rapporten verschenen over de grote hoeveelheden antidepressiva die in de woon-zorgcentra worden geslikt, maar er gebeurt heel weinig met die informatie.”

De ethicus verwijst ook naar het euthanasiedebat. “We horen het geregeld: oudere mensen die willen sterven omdat ze zich een last voelen voor de familie. Dat moet ons toch doen nadenken over de vraag: wat betekent het om ouder te worden? In veel andere culturen gaan ze daar toch beter mee om dan wij.”

Elka merkt op dat er in de parlementsbanken niemand van haar leeftijd te vinden is. “We hebben geen eigen stem. Er wordt veel over ons, maar weinig met ons gepraat.” In een reactie op het rapport van Amnesty International pleitte Björn Rzoska (Groen), voorzitter van de coronacommissie in het Vlaams Parlement, alvast voor de aanstelling van een ‘ouderenrechtencommissaris’, die naar analogie van de kinderrechtencommissaris de rechten van de oudere bevolking verdedigt.

De hoop leeft dat – als er dan toch iets goeds uit deze crisis moet komen – er eindelijk aandacht is voor het lot van onze oudere bevolking. “Die eenzaamheid is helemaal geen nieuw fenomeen”, zegt Piers. “Corona heeft vooral duidelijk gemaakt hoe moeilijk sommige mensen het hebben.”

Wat willen, tot slot, de mensen zelf? Sylvain wil vooral zijn vrouw zien. “Tot voor kort kon dat op afspraak buiten, achter een afrastering. Of bij slecht weer binnen in de cafetaria, op afstand. Je hebt weinig privacy zo, want wat verderop zit er nog een koppel. Maar ik kon haar tenminste zien.”

“Ik heb van mijn petekind een uitnodiging gekregen voor kerst, maar ik twijfel nog omdat hij niet in mijn bubbel zit”, verzucht Rudy. “En anders wordt het een avond zoals alle andere.”

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234