Zaterdag 23/01/2021

'Wie kust, spreekt Frans'

Ziel zit in een detail, in een doos van Quality Street bijvoorbeeld. Hoe lang zou de schatbewaarder van PC Bever er al mee rondlopen, met de schatkist van centen en tombola? '1 pour 1 euro, 3 pour 2,5', een slogan die hij meteen ook in het Nederlands vertaalt. Dat kan in Bever, dat moet in Bever-Biévène, een faciliteitengemeente waar vanaf 1962 gekaatst werd op 'de plaats'. Nu hebben ze een eigen terrein. Volgend jaar is de club 50, en koninklijk dus. Net nu de bond stilaan twee takken krijgt. Voor de subsidies. 'Natuurlijk is er wel eens discutatie, maar meestal komen we goed overeen.'

De plaats is een begrip in Bever. Parkeer je auto er vandaag en je ziet een bord: "Pelote Club Bever kaatsbaan op 150 m/ballodrome à 150 m". We hebben het vogelpikpijltje niet zomaar lukraak op Google Earth gegooid. Klik: in de buurt van de taalgrens. Een klik later bots je op het telefoonnummer van Jean-Marie Krikilion, secretaris van kaatsclub Bever, Frans klinkende naam. Een verbastering van Criquielion? "Juist omgekeerd", zei hij. "De familie van Claude Criquielion (de gewezen wereldkampioen wielrennen, RVP) kwam ooit uit Vlaanderen. Toen ze naar Deux-Acren verhuisden, hebben ze hun naam verfranst. Maar je vindt hem op alle manieren. In Viane schrijven ze het met dubbele l, bij ons met één l. En over de taalgrens dus op zijn Frans." Voor la petite histoire: het is een naam met Griekse roots. "Toen Claudy in 1984 wereldkampioen werd, was ik in Galmaarden bezig met een wedstrijd touwtrekken. Er stond een tv langs het veld, maar ik hoorde ze alleen maar roepen: 'Kijk voor u!'"

Hier in volle regio Brussel-Halle-Vilvoorde loopt het allemaal door elkaar. Als een ketting van wasspeldmetaaltjes wordt het land aan elkaar geregen: Halle, Hondzocht, Province du Brabant-Wallon, Produits du Terroir, Streekprodukten (met k), Quenast, Rebecq, Hoves/Hove, Petit-Enghien/Lettelingen. En dan: ballodroom De Freest, de plaats dus waar kaatsclub Bever-Biévène vandaag de grote derby tegen Isières speelt. Vroeger speelden ze aan de kerk, op de plaats dus, licht hellend terrein, waar vandaag de oude lijnen nog licht zichtbaar zijn: 72 meter lang, aan het begin 13 meter breed, dan versmallend naar 7,5 meter en uiteindelijk weer uitlopend op 8,5 meter. Nivelleringsgraad: 1,70 meter. "Vroeger sloten we op zondag de plaats af van 9 uur 's morgens tot 19 uur 's avonds. Dat was nog folklore", herinnert Krikilion zich. "Uiteindelijk zijn we verhuisd naar dit terrein, de chirolokalen staan erlangs. Het is toch wel beter."

Blok hout

Dit wordt geen verhaal van vroeger alleen, al zal nostalgie links of rechts wel binnensijpelen. Ooit was Bever een topclub in eerste klasse. Op de website van de club staat het in fiere letters: "1988, kampioen van België in Nationaal I". "Dat was nog op de plaats. Volk dat er toen kwam. In dat jaar gingen we in Tollembeek winnen. Wel, van Tollembeek tot hier kon je in geen enkel café meer binnen."

Twee jaar later nam de club een abonnement op de lift: op en af en op en af. Vandaag is het dus Nationaal 2. Op het houten bord in de kantine staan de namen van de tegenstanders: Isières, Grimminge, Tourpes, Halle, Bassilly-Silly, Kokejane, et tout le reste. Tiens, Tollembeek, was dat niet de enige club die ooit Sportweekend haalde? Lang niks meer van gehoord. "Dat kan wel", zegt Krikilion. "De club bestaat niet meer. Tollembeek was zoals Anderlecht. Die ploeg had een waarde van 20 miljoen frank (500.000 euro, RVP), maar toen kwam het arrest-Bosman. In één klap hadden alle zes hun spelers geen enkele waarde meer en waren ze alle zes vrij om te gaan waar ze wilden. Dat was het einde van de club." Vandaag gaat het om kleinere bedragen, een topspeler gaat tot 5.000 euro "In Charleroi stonden ze er vroeger om bekend dat spelers officieel voor de stad werkten maar eigenlijk fulltime mochten kaatsen."

Het is vlak voor de middag, zachtjes druppelt De Freest ("was vroeger een bosrijk gebied, maar het betekent ook 'koud'") vol. De match tegen Isières begint pas om 15 uur, maar eerst is er barbecue. Voor 13 euro heb je recht op vier stukken vlees. Wie opschept, mag kiezen: boudin of worst.

Tot 1963 was Bever een deel van Henegouwen. Wallonië dus. En toen hebben ze de gemeente in twee gedeeld. Een deel ging naar Bassilly, de rest werd Vlaanderen en kreeg er een deeltje van Deux-Acren bij. "Op de lagere school verliep alles in twee talen", herinnert Krikilion zich. "In de voormiddag hadden we les in het Nederlands, in de namiddag in het Frans. Ook op de koer moest dat zo. Er kwamen trouwens kinderen van diep in Wallonië naar hier om Frans te leren. Op die taal werd stevig gelet. Wie er op de speelplaats op betrapt werd de verkeerde taal te spreken, kreeg een blok hout mee. Werd iemand anders betrapt, dan ging dat blok naar die andere. Wie het op het einde van de week had, moest straf schrijven."

Over de kantine leveren

Willy Sauvage schuift mee aan. In 1962 was hij een van de stichters, hoewel hij zelf niet kaatste. "Ja, als gamin heb ik wat gespeeld, zoals iedereen in de streek. Het is een sport die uit Wallonië is gekomen. Via de duwvaart vanuit Wallonië over de Dender kwamen arbeiders in de streek en die brachten de sport mee. Tot in Oppuurs zijn ze ermee geraakt. Vandaag heb je in nationale 28 ploegen, dertien ervan zijn toch Vlaams. Maar het blijft vooral in Henegouwen en Namen zeer populair."

Zelf was Sauvage zijn hele leven bakker in de streek. Leverde brood in Bever en Sint-Pieters-Kapelle, maar ook in Bassilly, Deux-Acren, Lessines. Zijn er smaakverschillen? Hij glimlacht: "De Walen eten hun brood liever goed gebakken, bij de Vlamingen mag het wat minder." Nu hij toch bezig is: "Wij zijn een gemeente in B-H-V, maar onze burgemeesters hebben dat altijd verstandig aangepakt. Het Vlaams Blok is hier ooit komen stoken, maar Simon Discart, die toen burgemeester was, zorgde voor rust. Hij was trouwens zelf directeur van een Franstalige school. Zoals Happart de faciliteiten tegenwerkte in Voeren, dat heeft hij nooit gedaan. Hetzelfde met Luc Deneyer (de huidige CD&V-burgemeester, RVP). Iedereen ziet in wat de voordelen zijn om twee talen te spreken. Vic Van Aelst? Zou hij een Franstalige klant weigeren als hij er goed aan kon verdienen? Ik denk het niet. Natuurlijk is er wel eens discutatie, maar meestal komen we goed overeen."

Ooit speelde een Nederlander bij Bever. Johannes Brandsma heette hij en zijn reputatie gaat tot vandaag mee: "Dat was een Fries, hij parkeerde zijn mobilhome op de plaats en was de enige speler in de geschiedenis van de club die tot over de kantine leverde." Dat leveren is dus jargon. Het gaat om de opslag. Bedoeling is dat de tegenpartij die opslag terugkaatst, maar als je - zoals Brandsma dus - 'over de kantine kunt leveren' is er van terugkaatsen geen sprake. Dat was een punt. Een ace, zeg maar. En de tennisterm is redelijk op zijn plaats: via een gelijksoortig puntensysteem (15-30-40-voordeel) kun je scoren. "Wie eerst aan 13 is, wint de match", zegt Krikilion. "Korte matchen gaan tot 13-2, maar lange matchen kunnen uren en uren duren. Vroeger moest het trouwens tot 15, maar dat is veranderd. Omdat het vaak te lang duurde en die uitslagen niet meer op tijd in de krant geraakten."

Handschoenprocessie

De tijd van Johannes Brandsma is voorbij. Meer zelfs: bij kaatsclub Bever (ter herinnering: een Vlaamse faciliteitengemeente) wordt meer Frans gesproken dan Nederlands. Zes leden telt een team, vijf ervan komen uit Wallonië: Bonnami, Huard, Gaucquier, Degrande, Ferain. Er is alleen nog Bart Debraekeleer.

Onder de tent die inderhaast is opgetrokken aan de kantine zit de familie Huard, vader en moeder van Antoine. Hij is sinds dit jaar lid van Bever, was een jeugdproduct van Isières, en is nog altijd maar 20. "We wilden niet dat hij voetbalde, en dus begon hij net als ik vroeger te kaatsen. Voetbal is een harde sport met veel contact. En kaatsen heeft het voordeel dat het een zomersport is. Zie ons hier zitten. We komen graag, ook al wonen we ruim 120 kilometer verderop. Meer dan in Namen vind je in deze streek nog convivialité. Echte gezelligheid. We gaan mee waar Bever speelt. Thuis of op verplaatsing."

Stilaan nadert 15 uur. Het scorebord wordt buiten gerold. Het is zeer praktisch, met bordjes nog, en met een opgerold touw achteraan dat straks van pas kan komen bij het opmeten van de afstand tussen de kaatsen. Maar eerst verkoopt Camille Cools nog wat barbecuebonnetjes. Hij is de schatbewaarder en heeft de ingeschrevenen mooi opgelijst in een schrift, dat in kolommen is ingedeeld: noms/reçus/remis/somme. Maar Cools regelt ook de tombola. "Nummer 186? Ge kunt kiezen: een hoedje, een T-shirt of een sacocheke."

Zelf heeft hij niet zo lang gespeeld, maar als secretaris/schatbewaarder van de club en als voorzitter van de 'entiteit Vlaanderen' is hij uitgegroeid tot een kaatsicoon. "De vergaderingen van de club gebeuren in het Nederlands", zegt hij. "Maar als iemand iets niet begrijpt, dan schakelen we over. Ach, kaatsen is zo'n schone sport. Ga eens langs de kant van een voetbalveld staan, daar maken ze u uit. Hier hoor je dat straks niet. Maar dat de populariteit vermindert, dat is zo. De jeugd heeft zoveel mogelijkheden, hè. En kaatsen is een zomersport. Vroeger was er niks, nu gaan ze op kamp of op vakantie."

Het is tijd. Tussen kleedkamer en scheidsrechterslokaaltje ontstaat de handschoenprocessie. Bart Debraekeleer loopt binnen, weer buiten, weer binnen. Gooit dan zijn handschoen op de koude vloer in de kleedkamer ernaast. "Voor de wedstrijd worden ze gecontroleerd", zegt hij. "Een handschoen mag niet te hard zijn en mag niet meer dan 180 gram wegen."

Die hardheid is nochtans welkom, want zo'n balletje terugkaatsen is moordend voor de palm. Slimmerds verstopten er vroeger stalen plaatjes in. Gaten moeten dat nu verhinderen. Maar er is een trucje: voor het seizoen je handschoen eens goed laten vollopen met afwasmiddel helpt. Daardoor wordt de handschoen harder. Maar ook zwaarder. En die 180 gram... Die van Debraekeleer is net gecontroleerd. "Hij weegt 165 gram. (lacht) Ik mag dus 15 gram zweten straks."

En die koude vloer? Alweer een trucje: na de controle je handschoen op zo'n koude vloer of even in de koelkast leggen, zorgt ervoor dat hij weer steviger wordt. "Gemodereerd verstevigen, noem ik dat", glimlacht Debraekeleer. Hij is van Denderhoutem, speelde ooit bij Terjoden en Kerksken, maar nu speelt hij al enkele jaren bij Bever. Als enige Nederlandstalige in een Vlaamse ploeg.

En terwijl hij op een plastic stoel zijn truitje aantrekt, krijgen wij een kus van Tristan Gaucquier. Wij niet alleen, iedereen in dit piepkleine kleedkamertje. "Daaraan zie je het verschil", zegt Bart. "Wie kust, spreekt Frans. Het is een typisch Waalse gewoonte. Maar wel een schone. Ik kan u trouwens verzekeren dat Waals of Vlaams in deze club en sport geen enkele rol speelt. Na de match begint de 'derde time' hier, en je gaat zien: dat is kermis."

Ingemaakt

Bien livré! In de 'tamis' is Bart, overigens wel kapitein, eraan begonnen. En Bever neemt een blitzstart. Heel snel staat het 1-0, aan de kant probeert vader Guido Debraekeleer ons uit te leggen wie wanneer scoort, wanneer een punt een punt is, wanneer de kaats geplaatst moeten worden, waarom de scheidsrechter met krijt een streepje trekt. Eerlijk: klaarheid in de kaatssport heeft tijd nodig. Wat je wel ziet: beide ploegen dragen dezelfde bruine broek, Isières heeft Pompes Funèbres Lumen als shirtsponsor, het spel wordt regelmatig onderbroken.

Op een gammel bankje aan de kant staat een weegschaal; ook tijdens de match kan de scheidsrechter de handschoen controleren. Bij elke onderbreking wordt de handschoen uitgetrokken en rondgedraaid aan een lang snoertje, ter opdroging van het zweet. Net zo opvallend is dat er veel contact is tussen de spelers van beide kampen en tussen spelers en supporters. Tristan Gaucquier doet wat hij in de kleedkamer deed. "Salut Willy", groet hij Willy Sauvage, en kust hem op de wang. De gradins zijn houten bankjes. De gemiddelde leeftijd van de supporters zit toch boven de 50. De score loopt op: 4-1.

Het is rust. We kopen tombolalotjes, Isières lijkt een beetje van slag, handschoenen worden gewogen: 174 gram en 178 gram. En herbeginnen: Allez, les gars!

Bij alvast één Franstalige supporter wordt het hart warm, hij roept Isières opnieuw de match in. "C'est le demarrage! On est à la frappe. Ils décolorent! Ils deviennent de plus en plus blanc!"

En het werkt. De barbecue is stilaan opgeruimd, maar Isières heeft nog honger. En eet Bever uiteindelijk op: 10-13.

We moeten het tombolalotje nog inwisselen. Het nummer 114 is goed voor een prachtige witte kurkentrekker met daarop "AFF-ALL Bever Biévène". De laatste tickets worden nu per expres verkocht, de derde time begint. Bever heeft de match verloren, maar er komen nog matchen. En kijk, na dertien wedstrijden staat Bever vijfde. Aan de kop: Isières. Nu donderdag gaat Bever op bezoek bij Ogy. Nationale feestdag heet dat.

Morgen:

In Gent wordt nog altijd Frans gesproken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234