Vrijdag 04/12/2020

Wie knokt er mee op de Champs-Elysées?

Als de ontknoping van de rit naar Saint-Maixent-L'Ecole een voorproefje is van wat deze Tour zaterdag en zondag nog te bieden heeft, dan kan u beter op de rechtstreekse Tour-uitzendingen van Canvas afstemmen in plaats van de nieuwste zomerthriller van Jef Geeraerts te lezen: de beelden op tv beloven veel meer spanning. Hoe dan ook gaat juli 2003 nu al de herinnering in als de 'Zomer van de Spannende Tour'.

Saint-Maixent-L'Ecole

Van onze verslaggevers

Walter Pauli en Tony Landuyt

Een overgangsritje van niets, tussen Bordeaux en Saint-Maixent-L'Ecole, en toch een gemiddelde snelheid van 50,185 kilometer per uur. Een vroege vlucht in een vlakke etappe, waarin twee klimmers zich stiekem laten meeglijden. Een eerste tussensprint, waarin tegelijk gebakkeleid wordt om de groene én de gele trui. Dan toch een vlucht, met een onwaarschijnlijke ontknoping, waarbij over een afstand van een paar honderd meter zich drie renners binnen enkele seconden als ritwinnaar optrekken. En, meer dan 24 minuten na aankomst van de winnaar - jawel - een majestueuze 'sprint voor de zevende plaats' - jawel! - waarin de groene trui van eigenaar verandert, en dat op amper één vermoedelijke massasprint, die op de Champs-Elysées, van het einde.

Want geen een heeft zich gespaard tot de ritten van zaterdag en zondag. De eersten die zich toonden, waren... de klimmers. Jawel. Het waren gereputeerde onruststokers als Bradley McGee, Fabrizio Guidi en Leon van Bon die al na één kilometer in de aanval trokken. Ze kregen 32 man mee. Toen de rugnummers doorgegeven werden, was het in het peloton even slikken. Christophe Moreau was mee, zevende in de rangschikking, een linke poging om zich nog voor de tijdrit in de topvijf te krijgen. Maar wat deden Iban Mayo én Haimar Zubeldia in die vluchtersgroep? Een van beiden weg, dat kan nog toeval zijn, of overmoed. Allebei tegelijk in een groep met daarin gereputeede hardrijders als Marc Wauters, David Millar, Sylvain Chavanel, maar liefst drie mannen van QuickStep (Paolo Bettini, de Italiaanse kampioen die zo graag een rit wil winnen, Davide Bramati, Luca Paolini) en drie Onces (Jorg Jaksche, Alvaro Gonzalez de Galdeano en Mikel Pradera). Bruyneel joeg zijn US Postals naar voren, vijf kilometer verder zaten Mayo en Zubeldia terug in de groep. Armstrong deed de deur op slot.

En hup, Ullrich duwde ze weer op een kier. Want ineens waren het de superfavorieten die de gevechten openden. Een klein vuurgevechtje, meer niet, maar er zijn maar weinig oorlogen die beginnen met het werpen van de atoombom. Het gebeurde toen de sprinters zich voorbereidden op de eerste tussensprint. Ineens rukte Ullrich op naar voren, en moest ook Armstrong reageren. McEwen kroop bliksemsnel in het wiel. Zo maakte Ullrich een prelude op het secondespel dat dit weekend te wachten staat. Hij werd tweede na Robbie Mc Ewen, Armstrong derde. Dankzij de bonificaties loopt Ullrich twee seconden in op Armstrong. Een zucht, meer niet, maar wel in het psychologisch voordeel van de Duitser. Hij staat nu op één minuut en vijf, omgerekend 65 seconden. Dat betekent dat de Duitser over de 49 kilometer tussen Pornic en Nantes per kilometer goed 1,3 seconde sneller zal moeten gaan dan de Amerikaan.

De derde groep die voor spanning zorgde, waren de zogenaamde 'kleintjes'. Rond de 61ste kilomeer slaagde er dan toch een groep in weg te raken. Zestien man sterk, één Belg erbij, de kleine Christophe Brandt van Lotto. US Postal bleef het tempo hoog houden, de eerste twee uren werden afgelegd met een gemiddelde van 52 kilometer per uur. Pubers met een slechtafgestelde snorfiets zouden door het fietsende peloton dus op ruime achterstand gereden zijn. Tot de laatste rechte lijn, ongeveer, leek het een klassieke vlucht. Eerst heel lang goed samenwerken om zo ver mogelijk uit te lopen. Ergens tussen de twintigste en de vijftiende kilometer van de aankomst volgt dan de eerste demarrage, de eerste vluchters die zich desolidariseert van zijn maats. En dan is het spel begonnen: loeren, loensen, springen, terughalen, pokeren, gaan, nemen, zitten blijven. De poging van David Canada leek de goeie; keihard ervandoor op minder dan tien kilometer van de streep, het goede voorbeeld van zijn ploegmaat Servais Knaven indachtig. De anderen jagen achter hem.

Het wordt een bloedstollende finale. Canada gaat de laatste kilometer in met vijf seconden voorsprong. Zou hij het halen? Wel? Niet? Ach... Op driehonderd meter van de streep heeft de Fransman Carlos Da Cruz zich op zijn hoogte gehesen en is er voorbijgegaan. De Cruz schiet recht op zijn doel af, de streep nadert, nog honderd meter, nog vijftig, twintig, ja-ja-ja...

Neen. Precies vijf meter voor het blauwe spandoek laat Lastras zien dat het geen toeval is dat hij eerder al ritten won in Vuelta en Giro. Hij vliegt Da Cruz voorbij, twee Spaanse armen hoog in de grauwe Franse hemel.

Het is nog niet zoals in de tijd van Miguel Indurain, maar eindelijk - éíndelijk - rijdt Banesto (officieel 'iBanesto.com') nog eens een Tour waar ze trots op mogen zijn. Twee ritten gewonnen, Mancebo in de toptien (negende), Mentsjov net niet (elfde), maar die draagt wel de witte trui van beste jongere, en als hij vandaag een minuut goed kan maken op Sastre, duikt hij ook de toptien binnen. Bovendien Garcia Acosta mee in zoveel ontsnappingen, helaas zonder succes (maar wel met veel tv-publiciteit), en de eerste dagen Victor Karpets in de witte trui. Er zijn ploegen die minder opvallend door de Tour trekken. Eigenlijk ontbreekt aan iBanesto.com maar één soort renner: een kopman, geen relatief lichtgewicht als Mancebo, maar een échte kopman, een die meedoet voor het eindklassement. Als ze die vinden, is iBanesto.com een mooi uitgebalanceerd geheel.

En dan was er nog de vierde groep die zich roerde. Sprint voor de zeventiende plaats, twee dagen voor Parijs, normaal gezien spannen zich dan nog alleen maar renners in die nog wat extra zakgeld willen verdienen. Nu zag je Erik Zabel sterk aanzetten, Robbie McEwen vooruitspringen, Baden Cooke zich weren zo goed hij kon. Kortom, op Petacchi na, al lang naar huis, alles wat zichzelf sprinter heet. Inzet was natuurlijk de groene trui. Door zijn punten bij de eerste tussensprint was McEwen op gelijke hoogte gekomen van Baden Cooke. Maar Cooke heeft al een rit gewonnen, de Lotto-sprinter niet, dus bij een gelijke stand behoudt Cooke zijn trui.

Niks gelijke stand. Ook al was het maar voor de zeventiende plaats, het was tamelijk indrukwekkend hoe McEwen naar voren schoot. Met een paar trappen Zabel voorbij, een volle fietslengte voor aan de aankomst. McEwen in poleposition voor de groene trui, afspraak zondag op de Champs-Elysées.

En zo lijkt het Belgische bilan - versta: het bilan voor de 'Belgische' ploegen, of nog juister: de ploegen met Belgisch kapitaal - erg positief te worden. QuickStep wint de bolletjestrui, twee ritten (Virenque en Knaven) en is voortdurend in de aanval. Dat laatste kan van Lotto-Domo niet echt gezegd worden, al hebben Baguet, Van Bon en Brandt wel initiatief genomen. Maar winnen zat er nooit in. Veel kans dus dat Lotto-Domo de groene trui meepikt. In het begin van de Tour zei Marc Sergeant nog dat "groen zonder ritoverwinning eigenlijk niets is", maar die woorden zal hij nu wel snel inslikken. Niet zijn beste uitspraak ook: er zijn hier wel meer ploegen die groen in dankbaarheid zouden aanvaarden. Zelfs McEwen zegt nu dat "hij heel graag zou winnen op de Champs-Elysées", maar ook dat hij "die groene trui niet meer wil afgeven. Die blijft aan mijn lijf." Versta: ritwinst is natuurlijk altijd meegenomen, maar nu is groen het belangrijkste, want ook het 'gemakkelijkst' of 'zekerst' te realiseren doel. Ritwinst is en blijft een grote gok, groen al veel meer een 'zekerheid.'

Al is 'zekerheid' natuurlijk erg relatief. Niet twijfelen, hoor: McEwen zal nog mogen knokken voor zijn groene trui, die is allerminst al binnen. Maar nu zijn het de anderen die hem móéten voorblijven. En wat een verschil toch tussen de strijd om de groene trui en de bolletjestrui. Al drie jaar op rij is het voor de groene trui knokken tot op de Champs-Elysées. Twee jaar terug legde Stuart O'Grady tot in Parijs Erik Zabel het vuur aan de schenen. Zabel won. Vorig jaar herhaalde Zabel zijn duel van het jaar voordien, maar ditmaal won McEwen. Er zijn morgen, bij de aankomst in Parijs, één vroege tussensprint en de laatste twee doortochten op de Champs-Elysées, nog maximaal 53 punten te verdienen. En dus kan zowel McEwen (178 punten), Cooke (176) of Zabel (165 punten) nog winnen, en in theorie zelfs nog Hushovd (151), en nog veel theoretischer komen nog altijd O'Grady (133) en Paolini (132) in aanmerking. Met andere woorden: een felbevochten strijd, veel protagonisten, een weinig voorspelbare afloop waarover je best niet de waarzegger gaat uithangen, al heeft McEwen de laatste dagen wel het sterkst gesprint. Maar het moet je maar overkomen zoals Erik Zabel vorig jaar, in de laatste bocht van de Champs-Elysées naar voor gepiloteerd worden door je ploegmaat, die ploegmaat zijn bocht verkeerd zien inschatten, en afgelopen en dag met de winstkansen.

De bolletjestrui, daarentegen, is nu ook al drie jaar het voorwerp van dezelfde strijd: geen, namelijk. Twee jaar op rij Jalabert, nu Virenque, telkens is de 'strijd' beslecht na één bergrit, vaak de eerste, waarin iemand een lange vlucht opzet, op alle bergen eerst bovenkomt en de trui 'heeft'. Het zijn vooral zogenaamde 'monstres sacrés' uit Frankrijk die zich daarin specialiseren. Jalabert had nog de zelfkennis, het fatsoen en de manieren om toe te geven dat hij zelf helemaal niet de beste klimmer van de Tour was, maar dat die trofee mooi in zijn erekast hing. Virenque meent écht dat hij nu officieel tot de drie grootste klimmers uit de Tour-geschiedenis behoort. Dat is natuurlijk onzin, je had de klimmer der klimmers maar eens Luz-Ardiden moeten zien opkruipen, een van de hellingen in de Pyreneeën waar het verschil werd gemaakt door de mate waarin je kon klimmen, of niet. Bergkoning Virenque sukkelde omhoog, ver na de knechten van Armstrong en Ullrich.

Groen dus onbeslist, bolletjestrui natuurlijk al lang gespeeld. Máár: ditmaal is ook de strijd voor de gele trui helemaal open. Voor het eerst sinds 1989, zeg maar, het legendarische duel tussen Laurent Fignon en Greg Lemond. Toch is het niet helemaal hetzelfde. In 1989 werd dé tijdrit op de Champs-Elysées zelf verreden, op zondag. Wie in de tijdrit het verschil maakte, won de Tour, geen herstel mogelijk - die acht seconden, weet u wel. Dat is nu niet het geval. Zaterdag tegen de klok ertegenaan, in het zuiden van Bretagne, zondag nog een zogenaamd sprintersritje draaien op de Champs-Elsyées. Maar vergeet dit jaar dat sprintersritje.

Eigenlijk zijn er voor zondag drie scenario's mogelijk, telkens door zaterdag bepaalt:

Scenario één: Lance Armstrong verslaat Jan Ullrich, loopt een halve tot een hele minuut uit. Het is de ultieme bevestiging van zijn heropstanding, die zich in de Pyreneeën inzette, aarzelend te Loudenvielle, affirmatief op Luz-Ardiden. In dat geval is het zondag wél een sprintersritje, helaas. De mentale tik in het Bianchi-kamp zal groot zijn, en Ullrich kennende zal hij dan een persconferentie geven om uit te leggen dat hij die nederlaag ook "sehr Schade" vindt, maar dat hij geprobeerd heeft, dat hij onderweg knokte voor iedere seconde - de tussensprint van gisteren is dan meteen het beste bewijs van zijn onverdroten ijver - maar dat hij op zijn krachten verslagen is. Maar dat kun je hem niet verwijten, met de perikelen met zijn geldschieter, de late oplossing met Bianchi en de mislukte voorbereiding. Armstrong zal zeggen dat hij Ullrich "a great rider" vindt, dat hij voor Jan blij is dat hij er terug staat vanwaar hij gekomen is. Dat wil zeggen: tweede in de Tour de France, na hemzelf.

Scenario twee: Ullrich wint van Armstrong, neemt een mooie hap terug, maar onvoldoende om al het geel te pakken. Minder dan twintig seconden scheidt de twee protagonisten nog. Wel, dan is het hommeles van begin tot eind. Ullrich proeft bloed, Armstrong voelt de hete adem van de Duitser in de nek. Ullrich kan dan hopen op de bonificaties in tussensprints en op de streep. In totaal is er bij de tussensprints maximum 18 seconden bonificatie te verdienen (drie maal zes voor de winnaar, maar ook voor nummer twee - vier - en voor nummer drie - twee- zijn er tijdscadeautjes ), en aan de aankomst nog eens maximaal 20 seconden voor de winnaar, 12 voor nummer twee, 8 voor de derde. Er kan dus wat met tijd gegoocheld worden, maar ook de sprinters doen mee, dus dat blijft link. De grote, knappe atleet die Ullrich is, kan dus altijd opteren om een eigentijdse variant te bedenken op de slotrit zoals de kleine, schrale Jean Robic dat deed in 1947. Aanvallen verdomme, en reken er maar op dat de anderen begeven. Goed, het waren andere tijden bij Robic, maar aanvallen is nog altijd de eerste wet in het wielrennen. Zonder aan te vallen, bij herhaling, stond Alexander Vinokoerov niet op de derde plaats.

Riskant natuurlijk, maar plezant kijkplezier voor u en ik, als het lukt de beste kans op succes. Ullrich kan aanvallen en alleen vooruit rijden, dat bewees hij al eerder dit jaar in Rund um Köln. Het was zijn eerste wedstrijd na zijn schorsing, de heer Ullrich Jan had er zin in, goesting, en in zijn eentje fietste hij het hele peloton op zes minuten, ook al zaten de ex-ploegmaats van Telekom de hele tijd achter hem te jagen. Maar Rund um Köln is natuurlijk iets anders dan de Champs-Elysées op en af. En Armstrong beschikt over zijn hele ploeg. Maar kan het mannetje Heras wel tempo maken op de Champs-Elysées? En is de geschikte man voor die klus, Viatsjeslav Ekimov, niet al een tijdje in mindere doen - zéér slechte tijdrit gereden in Cap Découverte, bijvoorbeeld, en gisteren weer op doktersbezoek wegens een of andere insectenbeet. Renners die op het einde van de Tour met futiliteiten in het nieuws komen, geven doorgaans geen blijk van een daverende conditie.

Maar hoe waanzinnig het ook lijkt. Als je pakweg 12 seconden moet inlopen, daarvoor riskeer je wel eens een verrassingsaanval, natuurlijk. Daarvoor rij je jezelf de longen en de lever uit het lijf, daarvoor ga je als het moet tot het snot je uit de ogen komt. Tien seconden, twintig, zelfs een halve minuut (maar veel meer ook niet): je kan het bij de vriendelijke geldschieters van Bianchi niet echt verantwoorden, dat je niet alles hebt gegeven om geel te pakken. Dan pep je jezelf op: rijden, Jan. Blijven rijden.

Scenario drie: Ullrich verplettert Armstrong. Het wordt een herhaling van de tijdrit naar Cap Découverte. Toen bedroeg het verschil anderhalve minuut, dat zou nu kunnen oplopen tot een tweetal minuten, gezien de wat langere afstand en gezien het parcours in theorie meer in de kaart moet spelen van Ullrich dan van Armstrong (dat zeiden voor de Tour toch alle 'specialisten'). Maar zelfs als hij dat doet, hangt het er van af hoe groot het onderlinge verschil is. Als hij de trui met een paar seconden pakt, herhaalt zich mogelijk het scenario van hierboven. Als Armstrong echt crasht, en een achterstand van meer dan een minuut zou moeten ophalen is het nog de vraag of de Amerikaan mentaal sterk genoeg is om de dag erna opnieuw een vuist te maken, of Ullrich, nu in de winning mood, zijn eerste gele trui sinds dat tricot dat hij 1999 aan Marco Pantani moest afstaan.

Maar eerst dus de tijdrit. Slecht weer, regen, zegt Météo France, dat speelt dus in het voordeel van Lance Armstrong. Biljartvlak, zoals Jan Ullrich het graag heeft. Maar zal hij Armstrong echt een tweede keer kunnen verrassen? Ullrich deed het al in de proloog, met luttele seconden (maar wat is er anders te verwachten van een luttele proef als de proloog?) En Armstrong is taai, en plichtsbewust, en voor sponsor US Postal telt maar één wedstrijd - dat Armstrong de Dauphiné Libéré gewonnen heeft, weten ze niet het en interesseert hen ook niet echt.

Goed, goed, het kan natuurlijk ook saai aflopen. Ullrich wint met drie seconden voor op Armstrong, shake hands, de ene heeft zijn bergrit gehad, de andere de tijdritten, Ullrich nog altijd een minuut achter. Ritje voor de sprinters, en die laten zich dan verrassen door een late vlucht. Het is ook mogelijk, en niet eens onwaarschijnlijk ook.

Maar niet dit jaar, hopen we. Deze Tour is al zo mooi geweest, deze Tour heeft zo weinig ontgoocheld (en áls hij ontgochelde bleek het achteraf toch mooi. Saaie ritten in het begin, maar wel viermaal een raket genaamd Petacchi als eerste over de streep, wat al bij al toch een prachtige atletische prestatie is. Wie kende Petacchi voor de Tour? Wie durft na deze Tour nog zeggen Petacchi niet te kennen?), deze Tour van verrassingen, van open gevechten, van ridderlijk tot het bijna boy-scouts-ethiek werd (hoe lang had Ullrich eigenlijk moeten wachten op Armstrong, toen hij zo onfortuinlijk viel op Luz-Ardiden), dan we het niet kunnen en niet willen geloven. Als deze Tour eerlijk is met zichzelf, zitten u en ik zondag op het puntje van onze stoel naar de Champs-Elysées te kijken, naar al die renners die maar geven en vlammen, allemaal op het puntje van hun zadel. Dat de beste moge winnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234