Dinsdag 24/11/2020

Wie Kagame onder druk zet, zet de Grote Meren onder druk

België trok met vier ministers, onder wie premier Verhofstadt, naar Rwanda om er de genocide van 1994 te herdenken. Geen van hen liet een kritisch geluid horen over de discutabele praktijken van het huidige regime in Kigali. Een stilzwijgen dat steeds minder onschuldig dreigt te worden.

Tijdens de herdenkingsplechtigheden van de Rwandese genocide maakten premier Guy Verhofstadt (VLD) en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR) deze week duidelijk dat er geen bijsturing komt van het Afrika-beleid. Die bijsturing is volgens sommige niet-gouvernementele organisaties en bepaalde politici noodzakelijk omdat het steeds moeilijker wordt om op een normale manier om te gaan met leiders van de Grote Meren. Vooral de vanzelfsprekendheid waarmee Verhofstadt en Michel de Rwandese president Paul Kagame blijven ontmoeten, krijgt steeds meer kritiek.

Het internationale krediet van Kagame staat heden ten dagen om verschillende redenen in het rood. Zo weigert hij daadwerkelijk mee te werken met het internationaal strafhof in Arusha, dat naast de vervolging van de hoofdverantwoordelijken voor de genocide ook de oorlogsmisdaden moet onderzoeken die in 1994 gepleegd werden door het Front Patriotique Rwandais (FPR), het door Kagame geleide rebellenleger. Ook voor de slachtpartijen die het Rwandese leger in 1996 en 1997 aanrichtten in de Hutu-vluchtelingenkampen in het oosten van Kongo weigert Kagame verantwoording af te leggen.

Verder is er de betrokkenheid van het Rwandese regime bij de plunderingen van Kongo en de steun die Kigali verleent aan de Oost-Kongolese rebellen van de RCD-Goma (Rassemblement Congolais pour la Démocratie), die door verschillende mensenrechtenorganisaties beschuldigd worden van misdaden tegen de mensheid. Zo gebruikt het RCD het verkrachten van vrouwen volgens Amnesty International, Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen als oorlogswapen. In die zin is Rwanda, als een van de oorlogvoerende partijen, medeverantwoordelijk voor de desastreuze slachtofferbalans van de Kongolese oorlog: 3,5 miljoen doden. In Rwanda zelf klagen journalisten, mensenrechtenactivisten en oppositiemensen al jaren over systematische repressie.

Recenter zijn dan weer de aanwijzingen dat Kagame de opdrachtgever is voor het neerhalen van het vliegtuig van de voormalige Rwandese president Juvénal Habyarimana op 6 april 1994. Het was na die aanslag dat een groep Hutu-extremisten het groene licht gaf voor de uitvoering van de genocide.

Maar die elementen wegen voor de Belgische regering onvoldoende zwaar om een sanitaire afstand ten aanzien van Kagame in acht te nemen. België was het enige land dat deze week een delegatie van vier ministers, onder wie premier Verhofstadt, naar de herdenkingsplechtigheid in Kigali stuurde. Ook uit de toespraak die Verhofstadt ter gelegenheid van de herdenking hield, druppelde geen enkele vorm van kritiek.

Naast zijn medeleven voor de slachtoffers van de genocide en een oproep voor een soort Marshall-plan voor Afrika, gooide de Belgische premier vooral bloemen naar de Rwandese overheid: "Rwandese vrienden, u bent goed op weg om de valkuilen van het ongelukkige verleden te vermijden. Traag, maar met overtuigingskracht, werkt u aan een juiste lezing van het verleden. U maakt komaf met de wraakgevoelens en transformeert het gekwelde verleden van Rwanda tot een beloftevolle visie van de toekomst." Waarna Verhofstadt enkele complimenten maakte over het feit dat de Rwandezen een akkoord bereikten over een nieuwe grondwet en erin slaagden om - gecontesteerde - verkiezingen te organiseren. "Vandaag staan wij zij aan zij met u in uw inspanningen voor verzoening en wederopbouw."

Vreemd genoeg maakten Verhofstadts lovende woorden weinig indruk op Kagame, want in zijn speech haalde de Rwandese president enkele malen scherp uit naar België. Zo was het volgens Kagame de Belgische kolonisator die de "zaden voor de haat heeft gestrooid", trouwens een uitspraak die niet volledig onjuist is: het waren immers de Belgen die de identiteitskaarten met 'T' voor 'Tutsi' en 'H' voor 'Hutu' introduceerden, waarvan de extremisten in 1994 dankbaar gebruiktmaakten om bij wegbarricades Tutsi's staande te houden en ze daarna te vermoorden. Kagame herinnerde ook aan de plotselinge terugtocht van de Belgische blauwhelmen in april 1994, waarna de genocideplegers vrij spel kregen. Kagame aanvaardde wel de excuses, die Verhofstadt voor de eerste keer in 2000 maakte en deze week herhaalde ("Wij hebben gefaald in onze plicht om tussen te komen."). In die zin was Kagame's speech evenwichtiger dan die van Verhofstadt: Kagame sloeg en zalfde, Verhofstadt maakte enkel complimenten.

De manier waarop de Belgische regering zich deze week in Kigali positioneerde, lokt kritiek uit. De Antwerpse professor Filip Reyntjens vindt dat Verhofstadt en co. de voorbije dagen "voor de Rwandese machthebbers door het stof zijn gekropen." Volgens Reyntjens zal dat geen goodwill creëren bij Kagame. "De Belgische houding wordt vooral met misprijzen bekeken." Een gesprekspartner die bereid is alles te slikken wat men hem serveert, dwingt weinig respect af, redeneert Reyntjens.

Ook SP.A-fractieleider in de Kamer Dirk Vander Maelen is niet gelukkig met de koppigheid waarmee Verhofstadt en Michel hun Afrika-koers voortzetten. "We zijn nu lang genoeg meegaand geweest met Rwanda. Kagame maakt handig gebruik van het genocidekrediet om zijn zinnetje door te drijven. Met een beperkte elite domineert hij het land zonder ook maar de minste vrijheid van meningsuiting toe te laten. We mogen dat niet langer aanvaarden." Net als onder andere Nederland wil Vander Maelen een zogenaamd benchmarking-systeem invoeren waarbij België en Rwanda een globaal akkoord moesten sluiten over de doelstellingen van de ontwikkelingshulp. "Daarbij moeten ook afspraken gemaakt worden over mensenrechten."

Gegeven het feit dat Guy Verhofstadt en Louis Michel verstandige mensen zijn, moet de vraag gesteld worden waarom zij steeds meer risico's nemen in Rwanda en een stuk van hun internationale reputatie in de waagschaal gooien. Een poging tot antwoord: niet zozeer Rwanda, maar wel het vredesproces in Kongo is dé prioriteit van het Belgische Afrika-beleid. In ruil voor iets meer stabiliteit in Kongo zijn Verhofstadt en Michel bereid om verregaande concessies te doen aan de personen die het vredesproces werkelijk sturen. Gezien zijn nauwe banden met de RCD-Goma, die deel uitmaken van de Kongolese overgangsregering, blijft Kagame in die zin incontournable. Hij beschikt over de hefbomen waarmee hij de Kongolese transitie kan doen slagen of doen wankelen. Vandaar dat het volgens België geen goed idee is om Kagame en de zijnen te bruuskeren.

Zeker niet nu het vredesproces steeds meer onder druk komt te staan. Op 28 maart vielen gewapende milities militaire bases en televisiestations aan in wat door sommigen een poging tot staatsgreep door oud-mobutisten werd genoemd. De VN houden het voorlopig op een "verwarrende" aanval. Anderen zoeken dan weer een verband tussen de chaos in Kinshasa en de recente beschuldigen tegen Kagame over de aanslag op het vliegtuig van Habyarimana in 1994. "Wie Kagame onder druk zet, zet de Grote Meren onder druk", luidt het. In zo'n gespannen atmosfeer, redeneren Verhofstadt en Michel, is het raadzaam om behoedzaam te bewegen. In naam van de vrede.

Maar de vraag die vroeg of laat gesteld moet worden, is of België niet gegijzeld dreigt te worden door een clubje Afrikaanse leiders die verondersteld worden om voor vrede te zorgen maar tegelijkertijd aan het hoofd staan van (rebellen)legers die in tal van rapporten kritiek krijgen vanwege hun neiging tot plunderen en mensenrechtenschendingen. In die zin lijkt de Belgische risicodiplomatie in Afrika stilaan haar grenzen te bereiken. Of beter: de grens tussen oprechte vredesinspanningen, behoedzaamheid, schuldig stilzwijgen en medeplichtigheid wordt opnieuw flou.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234