Zondag 16/06/2019

Wie is nu écht de groenste?

Nu ook grote modeketens een groen jasje aantrekken, hoef je voor ecomode niet meer naar een speciaalzaak. Maar zijn die merken wel écht zo duurzaam? Of is hun recyclagesausje slechts groene rook? We rafelen voor u vijf vooroordelen over 'groene kleren' uit.

Als u dit weekend de stad in trekt voor een middagje shoppen, let dan eens goed op. Wellicht wandelen er niet alleen mensen met volle tassen de winkel buiten, maar ook bínnen. Steeds meer merken bieden namelijk een recyclageprogramma aan. Een kleine greep: H&M, Hunkemöller, Levi's, JBC, &Other Stories, Filippa K. Het systeem is simpel: je brengt je afgedankte kleren binnen, vaak van om het even welk merk. In ruil krijg je een kortingbon. H&M begon hiermee en is ook een van de succesvolste. Sinds 2013 haalden zij al 25.000 ton afgedankte kleding op. Om een idee te geven: dat zijn 125 miljoen T-shirts. Volgende week organiseert de modeketen zelfs de World Recycle Week. Het doel: 1.000 ton afgeserveerde mode inzamelen via 3.600 winkels. Wellicht heb je de videoclip van M.I.A. al voorbij zien komen die wat extra tamtam moet maken rond dit nieuwe event. Een vrolijk filmpje is het alvast niet. De Britse zangeres - niet vies van wat controverse - ging draaien op vuilnisbelten waar oude kleding wordt gedumpt. Ook de vernietigende impact hiervan op het milieu is te zien in de clip.

Al bij al lijkt het een contradictio in terminis. H&M - toch een van de symbolen van de vaak verguisde fast fashion - dat plots de duurzame jongen begint uit te hangen. Ruikt dat niet naar greenwashing? Een pakketje schroot met een dun laagje chroom? En hoe zit dat met G-Star, dat jeansbroeken maakt van oceaanplastic? Doen luxemerken eigenlijk wel iets om het milieu te ontzien? Of is milieuvriendelijke mode een totale illusie?

Voor u uitgespit: 5 vooroordelen over duurzame mode 'Het duurzaamheidsoffensief van H&M is pure greenwashing'

Natuurlijk produceert H&M meer kleren dan we nodig hebben. Maar hun ecoprogramma is te uitgebreid om te doen alsof. In 2013 richtten ze de non-profitstichting 'H&M Conscious' op. Daaruit vloeit onder meer de gelijknamige collectie voort die voor 20 procent bestaat uit gerecycleerde ingezamelde kledij. Verder reiken ze jaarlijks de Global Change Awards uit (goed voor een miljoen euro) aan bedrijven die nieuwe recyclagetechnieken ontwikkelden. De stichting wordt gefinancierd door de oprichters van H&M, de familie Persson.

Sinds de oprichting pompten ze er al dik 97 miljoen euro in. De ambitie van H&M is huizenhoog. Ze willen de textielketen sluiten. Oftewel: een closed-loop systeem waarin alle afgedankte kleding opnieuw verwerkt wordt tot nieuwe items. Dus: geen kleding meer op de vuilnisbelt en natuurlijke grondstoffen die niet langer worden uitgeput. Ook de vijf andere merken uit de H&M Group - COS, &Other Stories, Cheap Monday, Weekday en Monki - hebben een groene agenda. Weekday bijvoorbeeld gebruikt elk jaar 10 procent meer duurzame vezels. Met als doel om vanaf 2020 enkel nog biologisch en gerecycleerd katoen te verwerken. Bij biokatoen wordt minder water gebruikt en geen kunstmest en pesticiden. Ook C&A wil tegen 2020 louter biokatoen in de rekken hangen. Nu al zijn ze 's werelds grootste afnemer van het duurzame katoen. Ook Hema zet stappen in de goede richting met hun sokken van biokatoen. Veel merken gebruiken waterzuinigere alternatieven voor katoen, zoals modal (gemaakt van beukenhout) en tencel (gemaakt van eucalyptushout). Dat zie je in collecties van bijvoorbeeld het nieuwe Belgische merk met Afrikaanse link Akaso.

De 'gesloten keten' is een trending topic. Het is gestoeld op het recyclageprincipe en staat lijnrecht tegenover het lineaire model van take-make-waste. Kijk maar naar het Close the Loop-platform van het Flanders Fashion Institute en Plan C. Dat maakt mode-ondernemers wegwijs binnen deze circulaire werkwijze. Eén van de cases uit Close the Loop is de kledingbibliotheek Les ReBelles d'Anvers die op 22 april opent in Antwerpen. Met een beurtenkaart of een abonnement kun je hier duurzame mode huren. Ook het Zweedse label Filippa K biedt sinds kort die service. In hun Brusselse boetiek kun je een stuk ontlenen voor vier dagen voor een vijfde van de nieuwprijs. Filippa K is geen groentje qua duurzaamheid. Al sinds 2008 hebben ze in Kopenhagen een eigen tweedehandsboetiek, waar je ook stukken kunt binnenbrengen. Intussen is die service flink uitgebreid en kun je in elke winkel Filippa K- kleren terugbrengen. Ook in België. Alleen op de tweedehandsboetiek van het merk is het in ons land nog even wachten.

'Het is onmogelijk om van oude kleren chique nieuwe collecties te maken'

Allemaal heel nobel, dat ophalen. Maar wat doe je er vervolgens mee? Hoe maak je van kapotte jeansbroeken of gedemodeerde jurkjes weer een trendy collectie? Daarvoor heb je gespecialiseerde bedrijven nodig die de kleren uitrafelen tot vezels om er vervolgens garen van te spinnen en opnieuw stoffen van te weven. Dat klinkt logisch, maar er zitten heel wat haken en ogen aan. Zo is het moeilijk om katoen te hergebruiken zonder kwaliteitsverlies. Een ander struikelblok zijn gecombineerde materialen. Daarvoor is nog altijd geen efficiënte recyclagetechniek gevonden. Trendwatcher Lidewij Edelkoort ziet nog een probleem. "Er worden nog amper goede stoffen gemaakt. De kwaliteit is echt dramatisch. Vaak zijn ze zelfs zo slecht dat je ze niet eens kunt recycleren. Pure rommel."

Een hoop verwijten. We leggen ze eens voor aan Jan Vermoesen, directeur van Coberec Textiles, dat alle Belgische sorteerbedrijven van oude kledij vertegenwoordigt. Recent publiceerden ze een rapport over textielrecuperatie in België. Daaruit blijkt dat maar liefst 55 procent van alle ingezamelde kleding opnieuw wordt verkocht als tweedehandsje. Slechts 8 procent is totaal onbruikbaar en gaat naar de vuilnisbelt. 20 procent van de oude kleren eindigt versneden als poetslap in een garage of fabriek. En 17 procent wordt uitgerafeld tot vezels. Vermoesen: "Daarvan worden dekens of matrasvulling gemaakt. Vroeger werd het zelfs verwerkt in bankbiljetten. De vezels zijn niet geschikt om opnieuw kleding van te maken. Vooral omdat kledij tegenwoordig gemaakt is van verschillende materialen, zoals katoen, polyester en nylon in steeds andere verhoudingen. De vezels daarvan zijn te heterogeen om opnieuw kwalitatieve stoffen van te weven." Heterogeniteit is de grootste angel van het recyclage-ideaal. Fabrieksafval is om die reden erg bruikbaar: het is zo goed als nieuw en puur qua samenstelling.

We kloppen aan bij I:CO, een Duitse recyclagespeler die onder meer werkt voor H&M, Hunkemöller, The North Face, Levi's, Jack & Jones en Puma. I:CO - kort voor I Collect - organiseert het verzamelen, sorteren en verwerken van oude kleding. Net als bij Coberec krijgen de spullen, afhankelijk van hun toestand, het label 'rewear' of 'recycle'. Carina Storr, woordvoerster van I:CO: "Het hergebruik van oude kleren en schoenen is behoorlijk ingewikkeld. Een gemiddelde schoen heeft al 40 onderdelen. Het is technisch onmogelijk om die helemaal uit elkaar te halen. Dus is downcycling - hergebruiken tot iets van mindere kwaliteit - de enige optie. Van een oude sneaker maken we bijvoorbeeld zachte tegels voor in speeltuinen, isolatiemateriaal en hoedenplanken voor auto's. Upcycling - een product maken van dezelfde of hogere kwaliteit - lukt alleen bij monomaterialen zoals 100% wol of denim. Daarbij kun je echt opnieuw stoffen maken van oude kleren."

Voor we echt een closed loop en een slinkende afvalberg bereiken, moet er nog heel wat gebeuren. Modemerken zullen al tijdens het ontwerpen en produceren van hun kleding rekening moeten houden met het tweede, derde en vierde leven ervan. Een van de eerste duurzame modemerken, People Tree, is daar al heel actief mee bezig.

'De impact van mode op het milieu wordt overdreven'

De winst van een closed loop zou gigantisch zijn. Jaarlijks kopen we met zijn allen 150 miljoen ton schoenen en kleren. Slechts 20 procent daarvan belandt nu in tweedehandswinkels, dus miljoenen stukken eindigen als vervuilend afval. De impact van onze shopdrift op het milieu is navenant. Mode wordt vaak genoemd als meest vervuilende industrie, na de oliebranche en landbouw. Er zijn studies die dit weerleggen, maar fraai is het alvast niet. De belangrijkste boosdoeners zijn giftige chemicaliën zoals bestrijdingsmiddelen en toxische verf. Ook het hoge waterverbruik in de katoenteelt of het kleuren van stoffen laat de ecologische voetafdruk pieken. Met jeans als ultiem hoogte- of liever: dieptepunt. Eén jeans vergt zo'n 7.000 liter water en levert een CO2-uitstoot van 10 kilo op.

Nu jeans stilaan gebrandmerkt wordt als milieuvervuiler, komen er ook groene merken op de markt. Nudie, Mud en Kuyichi zijn al jaren de properste jongens in de denimwereld. H&M heeft nu de Conscious Denim-collectie, waarvoor ruim de helft minder water en energie wordt gebruikt. En dan is er G-Star, dat sinds 2014 een succesvolle samenwerking heeft met Bionic Yarn: een Amerikaans bedrijf dat stoffen maakt uit gerecycleerd (oceaan)plastic. Intussen heeft de tandem al vier van de zogenaamde RAW for the Oceans-collecties gemaakt, goed voor 2 miljoen kilo plastic.

Een Belgische hoogvlieger is Atelier Noterman. Zij maken hun broeken van Detox Denim: een stof die wordt geverfd met een natuurlijk bindmiddel, waardoor er 80 procent minder water nodig is om het uit te spoelen. Voor de bleke wassing, doorgaans goed voor 600 liter water per broek, bedacht Noterman-ontwerper Luc De Maeght een alternatief dat slechts 16 liter kost. Dat water wordt achteraf gezuiverd.

'Grote modehuizen doen geen groene inspanningen, omdat het niet past bij hun luxe-imago'

Veel luxehuizen communiceren amper over hun groene initiatieven. De uitzondering daarop is Kering, de luxegroep achter onder meer Alexander McQueen, Balenciaga, Gucci, Bottega Veneta en Saint Laurent Paris. Ook Stella McCartney hoort hierbij. In haar label is duurzaamheid fundamenteel. Zo weigert ze zelfs om leer te gebruiken. Maar elk merk binnen de groep heeft een intern duurzaamheidsteam. Bovendien heeft het luxeconglomeraat van François Pinault een overkoepelende duurzaamheidsafdeling. In het team zit ook Michael Beutler. Hij zoekt duurzame innovaties en helpt de merken om die te implementeren. Van geitenwollensokken kun je hem alvast niet betichten: "Duurzaamheid komt niet uit idealisme om de wereld te redden. Het is vooral een businessprioriteit. Materialen van topkwaliteit zijn essentieel. Maar die worden steeds schaarser. Omdat we niet willen 'droog vallen', kiezen we voor die aanpak. Noem het de levensverzekering van de luxewereld."

"Kasjmier is een goed voorbeeld. Om één trui te maken, heb je de wol van vier geiten nodig. En al die beesten gebruiken heel veel vierkante meters grasland. Omdat de vraag naar kasjmier de afgelopen 15 jaar explodeerde, wordt de druk op het land stilaan onhoudbaar. In Mongolië is er gewoon niet voldoende gras om alle kuddes te voeden. Het resultaat: ondervoede geitjes en wol van lagere kwaliteit. China legde om die reden al een graasbeperking op. Om de toevoer van kasjmier veilig te stellen, zoeken we momenteel in Mongolië meer duurzame graasopties."

Om de impact van hun bedrijf te staven, maakte Kering een milieuvriendelijke versie van hun kosten-batenrekening. Ze plozen alle schakels in hun productieketen uit. Beutler: "Een ongelooflijk werk dat ons naar alle hoeken van de wereld leidde. We onderzochten honderd materialen, zeshonderd productieprocessen en vijfduizend toeleveranciers in 126 landen." De impact van hun productieketen drukten ze niet alleen uit in CO2-uitstoot of ecologische voetafdruk, maar ook in geld. Beutler: "We namen als uitgangspunt: Stel dat we een cheque zouden schrijven voor de natuur, om te betalen voor alles wat we gebruiken, hoe hoog zou dat bedrag dan moeten zijn?"

773 miljoen euro, zo blijkt uit het rapport. Maar liefst 75 percent van die voetafdruk komt uit de stappen die voorafgaan aan het eigenlijke maken van de kleren. Dus: de productie en verwerking van de ruwe materialen. Beutler: "Dankzij die concrete cijfers kunnen we onze beslissingen over duurzaamheid veel beter onderbouwen. We weten waar we best onze energie insteken. Zuinige lampen in winkels zijn leuk. Maar de shops maken slechts 7 procent van de totale voetafdruk uit. Dus focussen we vooral op de toeleveranciers. Vervuilende materialen rigoureus bannen, doen we liever niet. We blijven een modebedrijf en onze ontwerpers moeten de vrijheid hebben om het beeld neer te zetten dat ze willen. Daarom is het onze ambitie is om voor elk conventioneel materiaal een duurzaam alternatief te vinden dat minstens even kwalitatief is. Zo looien we ons leer nu zonder zware metalen."

'Volledige transparantie in de modewereld is onmogelijk'

De productieketen in de mode is ronduit complex. Veel kledingstukken hebben de halve wereld gezien vooraleer ze in je kast belanden. Van de katoenplantage in Mali, naar de spinnerij in India, de weverij in Pakistan en de ververij in Bangladesh om vervolgens gestikt te worden in China en afgewerkt in Italië. Alles traceren, lijkt een onmogelijke opdracht. Toch werd dit het uitgangspunt van Bruno Pieters' label Honest By. Op de site vind je van elk stuk waar het vandaan komt, tot aan het zakje van de reserveknoopjes toe. En er staat ook bij hoeveel dat allemaal kost. Het totaal van de materiaal- en productiekosten maal vier is de verkoopsprijs. "Transparantie lijkt misschien onmogelijk. Maar als morgen iedereen erom vraagt, dan is het er overmorgen. Merken kunnen niet anders dan de markt volgen. Twijfel je over de herkomst van een stuk, stel vragen. Dat zal uiteindelijk wel bij de top van het bedrijf belanden", pleitte Pieters in een interview.

Een andere idealistische Belg is schoenontwerper Mats Rombaut. Als overtuigd veganist werkt hij met plantaardige materialen zoals ananasleer en boomschors.

Al deze jonge idealistische makers staan in schril contrast met de winstgerichte houding van Beutler. Toch zou die kapitalistische blik wel eens dé oplossing kunnen zijn. Want pas wanneer we er zelf (financieel) beter van worden, zullen we op grote schaal duurzamer gaan handelen. Binnen de economie wordt dit de 'onzichtbare hand' genoemd. De veronderstelling is dat wanneer iedereen enkel handelt uit eigenbelang, er collectieve welvaart zal ontstaan. Dus: als hergebruik goedkoper of beter wordt dan nieuwe materialen, zal het één het ander verdringen. Eerder niet. Er zijn veel kanttekeningen gemaakt bij dit laisser-faire-uitgangspunt wegens te liberaal. Maar het is zeker dat haast geen enkel bedrijf langdurig zal investeren in duurzaamheid als het hen niks oplevert. Kleine, en superduurzame merken zijn goed als eyeopener. Maar pas als ook 'de groten' overstag gaan, is een u-turn mogelijk.

Doe zelf de test

Het is wel belangrijk om een en ander in perspectief te blijven zien. Zeggen dat alle bovengenoemde merken groene rakkers zijn, is overdreven. Ze ondernemen stappen in de goede richting, maar ze zijn er nog lang niet. De echte gespecialiseerde merken, zoals Kuyichi en People Tree, scoren nog altijd veel beter. Bovendien hebben we in dit artikel de productieomstandigheden (veilige werkplek, leefbaar loon etc.) even buiten beschouwing gelaten. Al is dat natuurlijk wel een heel belangrijk criterium binnen de fair fashion. Wie graag een volledig en objectief overzicht heeft van hoe goed een merk scoort op de duurzaamheidsladder kan surfen naar Rank A Brand. Dat is een Nederlandse non-profitorganisatie die daar sinds 2009 intensief onderzoek naar doet en hun resultaten gratis publiceert op hun site. Iets minder wetenschappelijk, maar ook erg handig, is de shopping app Talking Dress van Marieke Eyskoot. Zij is specialist in eerlijke mode en schreef daar ook een boek over. En dan is er ook nog fairfashion.be. De organisatie Fair Trade Gent maakte een inspiratiegids voor wie interesse heeft in eerlijke mode, gratis te downloaden via gentfairtrade.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden