Dinsdag 18/02/2020

Wie is er niet bang voor de Ipswich Ripper?

Vijf lijken in tien dagen tijd. In het Britse Ipswich regeert de angst nadat de voorbije dagen vijf verdwenen heroïnehoertjes vermoord werden teruggevonden in de uitgestrekte velden rond de stad. Terwijl onder het oog van de toegestroomde wereldpers een van de grootste onderzoeken uit de Britse misdaad- geschiedenis op gang kwam, transformeerde het slaapstadje tot een psychotisch niemandsland dat na valavond uitgestorven wordt achtergelaten.

Door Sue Somers in Ipswich

'Merry Christmas, Ipswich!' Onder de gigantische kerstboom die de sensatiekrant Evening Standard liet aanslepen voor het stadhuis van Ipswich wordt het recentste nieuws over de vijf vermoorde prostituees aan de man gebracht. 'Extra: 11 pages on the Ipswich Ripper!' Tussen hun kerstinkopen door houden shoppende voorbijgangers af en toe halt voor een editie.

In de hal van het stadhuis, weg van het gewriemel van de winkelstraat, kent het condoleanceregister voor de meisjes veel minder succes. Tussen de karige rouwbetuigingen staat zelfs een onverholen uithaal: "The wages of sin is death. Repent now." De 29-jarige James schudt zijn hoofd. "Dat iemand speciaal naar hier komt om zoiets neer te schrijven. Wat maakt het nu uit of die meisjes prostituees waren of niet? Ze zijn allemaal iemands dochter."

James zat op school met Annette Nicholls, het meisje dat dinsdag werd teruggevonden langs een verlaten weg in Levington, op enkele honderden meters van het lichaam van Paula Clennell, even buiten Ipswich. "Annette en ik zaten in hetzelfde jaar. We kenden elkaar vaag. Ik was geschokt toen ik haar foto in de krant zag. Geen idee dat ze na school de verkeerde weg was ingeslagen."

De jongeman steekt zijn handen nog dieper in zijn jaszakken. Hij heeft nog wat kerstshoppen voor de boeg. "Het leven gaat verder. Maar iedereen is bang geworden. Zelfs ik voel me niet meer veilig in de stad. Gisteren, toen ik van de pub naar huis ging, heb ik een taxi genomen. Dat doe ik anders nooit. Een vriend van me heeft een restaurant. Met kerstmis was hij volledig volgeboekt, maar de helft van zijn reserveringen is hij ondertussen kwijt. Geannuleerd."

Ipswich is in de greep van de angst na de ontdekking van de lichamen van vijf jonge prostituees. Allemaal werkten ze in de buurt rond het stadion van de Ipswich Town Football Club, aan de rand van de stad. Allemaal kenden ze elkaar, allemaal zaten ze in hetzelfde schuitje: werkloos, foute vrienden en hopeloos verslaafd aan heroïne, cocaïne of het goedkopere crack. Het was hun verslaving die hen de straat op dreef en die hen de armen injoeg van hun moordenaar.

Yeah, heroin!

De negentienjarige Tania Nicol was de eerste. Ze werd voor het laatst gezien op 30 oktober. Ze was op weg naar de prostitutiebuurt bij het voetbalstadion. Haar lichaam werd op 8 december teruggevonden in een vijver bij Copdock Mill, buiten de stad. Niet ver daarvandaan was een week voordien de 25-jarige Gemma Adams komen bovendrijven in een rivier. Zij verdween op 14 november nadat haar vriendje haar had afgezet aan het voetbalstadion. Op 10 december vond een wandelaar het lichaam van Anneli Alderton in de bossen van Nacton. Nadat ze haar familie had bezocht op 3 december had ze geen teken van leven meer gegeven.

De politie nam de verdwijningen onmiddellijk ernstig. Halfweg november, op de dag van de voetbalderby tussen aartsrivalen Ipswich Town en Norwich City, deelden agenten flyers uit aan het voetbalstadion met de signalementen van Gemma en Tania. Andere prostituees werden aangemaand binnen te blijven. "Ik begrijp waarom sommige meisjes nog op straat zijn", zei onderzoeksleider Stewart Gull deze week op een druk bijgewoonde persconferentie in de politiegebouwen van het Suffolk Constabulary in Martlesham. "Maar ze moeten inzien dat ze zich aan een groot risico blootstellen."

Niet alleen de politie uitte haar bezorgdheid om het welzijn van de prostituees. Nog voor de krant News of The World 250.000 pond uitloofde voor de gouden tip die naar de moordenaar leidt, bood Graeme Kalbraier, een 52-jarige eigenaar van een callcenter in Ipswich, op zijn eentje al 25.000 pond aan. "Ik heb een dochter van zeventien en driehonderd personeelsleden uit Ipswich", verklaarde hij. "De meesten van hen zijn meisjes van rond de 20. Ik wil deze moordenaar van de straat."

De waarschuwingen maakten niet op iedereen een even diepe indruk. Sommige meisjes gingen toch de straat op, gewapend met persoonsalarmen, pepperspray of soms gewoon een baksteen. Tegen een reporter van ITV vertelde Paula Clennell dat ze wel bang was geworden om in een auto te stappen, maar dat ze geen keus had. Ze had het geld nodig. Niet ver van het lichaam van Annette Nicholls dat dinsdag werd teruggevonden in Levington lag ook dat van Paula.

In Ipswich werkt een dertigtal hoertjes op straat. Ze verzamelen elke avond in de buurt van Handford Road en Portman Road, de invalswegen naar de stad. Prostitutie is niet strafbaar in Groot-Brittannië, maar klanten lokken en zichtbaar op zoek gaan naar meisjes van plezier is dat wel, zodat raamprostitutie is uitgesloten. Het is tegelijk de verklaring waarom de working girls op straat zo populair zijn: naast de streng gecontroleerde massagesalons is het voor mannen de enige manier om aan hun trekken te komen.

Elkaar beschermen

De nacht na het ontdekken van de lichamen van Paula en Annette zijn de straten rond het voetbalstadion uitgestorven. Zorgden de eerste verdwijningen er al voor dat het centrum van Ipswich tegenwoordig na valavond leegloopt, dan geeft zelfs de prostitutiebuurt nu de aanblik van een spookstad. De wind jaagt afgevallen bladeren door de straat, politieagenten patrouilleren in groepjes van twee en houden iedereen tegen die zich verdacht gedraagt.

De inzittenden van een kraaknette bestelwagen die al een tijd geparkeerd staat aan de fanshop van de voetbalclub wordt naar hun identiteit gevraagd. De twee jonge kerels die beweren op hun collega's te wachten, reageren verward, wat het wantrouwen bij de agenten doet toenemen. Het is iets voor middernacht. Verzekeringsbewijzen moeten worden voorgelegd, de collega's worden in gebroken Engels per gsm aangespoord zo snel mogelijk ter plekke te komen. Pas nadat een werfopzichter van het stadion duidelijk is komen maken dat alles in orde is, zetten de agenten hun patrouille voort.

Buiten cameraploegen en fotografen die tevergeefs beelden van tippelende meisjes proberen te schieten gebeurt er die nacht niet veel. Een nacht later lijken de zaken weer op gang te komen. In het felle licht van een betaalparking op Handford Road strompelt Lindsay vooruit. Met de ene hand trekt ze de kap van haar rode jas diep over haar gezicht, met de andere houdt ze haar tasje vast. Af en toe werpt ze schuchter een blik op de weg.

Wanneer we haar aanspreken, is Lindsay duidelijk dronken, high of een combinatie van de twee. "Obviously", bijt ze, als we vragen of ze zich niet onveilig voelt. Vanuit het niets duikt plots een gezette kerel op met rasta's, die Lindsay omarmt en haar meetroont naar een zijstraat. "Mijn beschermer", grijnst ze, terwijl ze hem stevig moet vasthouden om niet om te vallen.

Of hij haar liefje is, haar pooier of effectief haar beschermer, komen we van de rastakerel niet te weten. Als we een interview willen, is dat 20 pond. Na 10 minuten blijft van de geldeis niets meer over, maar veel wijzer worden we niet. Ja, natuurlijk moet Lindsay de straat op. Geld voor drugs heeft ze nodig, of wat dachten we dan? "Yeah, heroin!", schreeuwt Lindsay. Het gebral werkt als een magneet. In geen tijd staat een groepje tieners uit de wijk rond haar.

"Denk alsjeblieft niet dat wij ook prostituees zijn", zegt de zestienjarige Sharon. "Wij hangen hier maar wat rond. Wat mijn ouders daarvan vinden? Euh, weet ik veel. Wij zijn altijd op straat. Wij zorgen voor elkaar, you know. Voor Lindsay ook, ja." De negentienjarige Matt, die zich voorstelt als Sharons broer, vindt het maar normaal dat hij nu op straat is. "Wij letten op de meisjes. Nee, wij zijn geen pooiers. Maar zij betalen wel onze drankjes, begrijp je?" Matt wijst naar zijn glas bier.

De vermoorde prostituees zijn geen onbekenden voor het groepje tieners. "Een week voordat ze verdween, ben ik nog met Anneli gaan clubben", beweert de veertienjarige Zadie. "Weet je wel", gaat ze verder tegen Matt. "Die drum'-n-bassnight. Was jij daar toen ook niet?" Het lijkt amper tot het groepje door te dringen dat in hun buurt een seriemoordenaar aan het werk is. Of dat ze zelf gevaar lopen. Plezier maken en dronken worden is het enige wat hen interesseert. "We worden toch beschermd", klinkt het opgewekt, wanneer een politiepatrouille voorbij wandelt. De agenten knikken vriendelijk.

Gekscherend en luidkeels lachend gaat het terug richting het huis van Sharons oom, waar blijkbaar nog meer drank wacht. Lindsay en haar rastakerel duiken een zijstraat in en verdwijnen in de nacht.

'Crime in action'

De klopjacht op de Ipswich Ripper is ondertussen uitgegroeid tot een van de grootste misdaadonderzoeken in de geschiedenis van Groot-Brittannië. De politie van het graafschap Suffolk, waartoe Ipswich behoort, heeft meer dan honderd man op de zaak gezet. Nationale experts worden naar Suffolk gedetacheerd om de politie bij te staan in het opsporingsonderzoek. Vierhonderd bekende daders van seksuele misdrijven werden al ondervraagd.

"Dit is ongezien", zei Alastair McWhirter, hoofdcommissaris in Suffolk. "Als je terugkijkt naar The Yorkshire Ripper dan spreek je over moorden verspreid over verschillende jaren. Dit is andere koek." Yorkshire Ripper Peter Sutcliffe vermoordde tussen 1975 en 1980 dertien vrouwen, onder wie enkele prostituees. Over Jack The Ripper, die in 1888 in Londen vijf prostituees afslachtte en nooit werd gevat, wordt in Ipswich zelfs al niet meer gepraat.

Onderzoeksleider Stewart Gull weigerde toe te geven dat zijn korps werd overrompeld. Er waren immers vragen gerezen over het uitblijven van meer patrouilles na de overlijdens van Gemma Adams en Tania Nicol. Dat Paula Clennell en Annette Nicholls zelfs na het uitbreiden van het moordonderzoek konden verdwijnen schreef Gull toe aan het feit dat zijn korps midden in 'a crime in action' was beland.

Gull sloeg de spijker op de kop: werden Gemma Adams en Tania Nicol nog voorzichtig in het water gelegd om hun lichaam van alle sporen te ontdoen, dan werden de drie latere slachtoffers gewoon achtergelaten in de open lucht. Dat duidt er volgens experts op dat de dader zich opgejaagd voelde. "Hij ziet zichzelf niet langer als een man met een missie, maar als een seriemoordenaar op de vlucht", zei David Canter van de University of Liverpool, tevens het aanspreekpunt van Scotland Yard inzake seriemisdadigers.

Van de laatste drie slachtoffers is intussen ook duidelijk geworden dat tenminste Anneli Alderton werd gewurgd. Van de eerste slachtoffers is nog geen doodsoorzaak bekend, maar in politiekringen wordt gesuggereerd dat het om een overdosis heroïne zou gaan.

Alle slachtoffers werden naakt teruggevonden, met alleen hun juwelen nog aan. Dat, zo menen experts, kan betekenen dat de dader weet dat hij op kleren gemakkelijker DNA-sporen kan achterlaten. Er zit ook een koude berekening in zijn daden: de ontvoeringen zijn zorgvuldig gepland en uitgevoerd door iemand die blijkbaar niet onbekend is met het prostitutiemilieu. Die manier van werken wijst erop dat de dader zeker dertig, veertig jaar moet zijn.

De politie is intussen gevraagd speciale aandacht te hebben voor blauwe BMW's. Vlak voor niets meer van haar werd vernomen werd Anneli Alderton gesignaleerd in het gezelschap van een buikige man in een blauwe BMW. Uit de vindplaatsen van de lichamen kan worden afgeleid dat de dader iemand is uit de regio, die vooral vertrouwd is met het westen van Ipswich, waar de eerste lijken werden ontdekt.

In Ipswich proberen de mensen het dagelijkse leven weer op te pikken. Maar de stad en haar inwoners zijn veranderd. "Er hangt een rare sfeer", zegt John Adams. "Iedereen loopt in groepjes en kijkt voortdurend over zijn schouders. Je ziet meisjes niet meer alleen. Dat valt op. Toen ik deze morgen met de bus naar het werk reed, kwam een dame naast me zitten die me nadrukkelijk bekeek. Je zag haar zo denken: 'Zou hij het nu zijn?'" Adams lacht pijnlijk. "Het voelt wat gek om vandaag een man te zijn in deze stad. Precies alsof we in een film zitten."

In de geplaagde buurt rond het voetbalstadion spoedt een jonge vrouw in sportkleren zich naar huis voor het donker wordt. "Eigenlijk moet ik nu niet op straat rondlopen", zegt ze haast verontschuldigend. "Maar het kon even niet anders. Normaal is mijn vriend altijd bij me. Maar kijk", hijgt ze, terwijl ze haar opengeklapte gsm toont. "Ik kan zo alarm slaan. Het nummer van mijn vriend heb ik op een sneltoets gezet." De jonge vrouw wrijft over haar beginnende buik. "Ik moet tegenwoordig uitkijken voor twee."

Annette Barrington woont haar hele leven al in de buurt van Portman Road. De huizen in haar omgeving mogen er dan nog wel netjes uitzien, de straten aangenaam beplant, zonder rondslingerend vuilnis; over haar buurt heeft ze weinig goeds te vertellen. "In de jaren zestig en zeventig was het hier nog gezellig om te wonen", zegt ze, terwijl ze haar twee kinderen net heeft opgehaald aan de St Matthews' School. "Maar de laatste tijd is dit de vierde wereld geworden. Mensen hebben geen werk, komen met drugs in aanraking, diefstal, van die dingen. Tegenwoordig moeten we voor ons kerkje hier de drugsspuiten oprapen."

Sinds de mijnsluitingen en de grote werkloosheid van de jaren tachtig kent Ipswich een gestage instroom van Londenaars, die op twee uur rijden van de hoofdstad een nieuw leven beginnen. Vooral de goedkope huizen in Ipswich liggen goed in de markt. Dat wil volgens Annette Barrington al eens het verkeerde volk aantrekken.

Volgens de 29-jarige James zit de nabijheid van de haven er voor iets tussen. "De moordenaar heeft de meisjes gedumpt langs de A14. Dat is de weg naar Felixstowe, die vaak wordt gebruikt door truckers die de haven binnenkomen of het land verlaten. Daar zitten altijd wel vreemde types tussen. Ik weet ook niet goed waarom maar volgens mij moet de seriemoordenaar in die kringen worden gezocht."

Het verleden leert dat seriemoordenaars die geen duidelijke link hebben met hun slachtoffers zelden snel worden gepakt. Zo kwam Peter Sutcliffe, de Yorkshire Ripper, pas in beeld nadat hij een kleine verkeersovertreding had begaan. In België wordt nog altijd gezocht naar de vuilniszakkenmoordenaar van Bergen. Jack The Ripper werd nooit gevonden. Maar met de technische hulpmiddelen die vandaag bestaan, zoals automatische nummerplaatherkenning en camerabewaking, en met de vooruitgang die de forensische wetenschap heeft geboekt, hoeft zelfs de voorzichtigste misdadiger vandaag maar het kleinste steekje te laten vallen om het net rond zich te sluiten.

Wij hangen hier maar wat rond. Wat mijn ouders daarvan vinden? Weet ik veel. Wij zijn altijd op straat. Wij zorgen voor elkaar, you know

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234