Zaterdag 18/01/2020

Wie is er bang voor Scott Ritter?

'Laatst ben ik, voorafgaand aan een interview, anderhalf uur lang door een team van CNN-journalisten aan een kruisverhoor onderworpen. Aan het eind ervan zei de producer: 'Oké, we zijn er gerust op dat u een betrouwbaar expert bent. Had u zelf nog vragen?' Ik zei: 'Ja, één: waarom stellen jullie dit soort vragen nooit aan de regering-Bush?'

Zeven jaar lang was Scott Ritter de nagel aan de Iraakse doodskist. Zijn tactieken als hoofd van de VN-wapeninspectiemissie Unscom irriteerden de Irakezen, die hem beschouwden als een cowboy die louter de belangen van Amerika diende. Nu geldt Ritter als een verrader in zijn eigen Verenigde Staten omdat hij aan iedereen die het horen wil vertelt dat Irak geen enkele bedreiging vormt voor de VS. 'Het maakt mij geen ene moer uit wat de media over mij vertellen. De feiten zullen mij gelijk geven.'

GERT VAN LANGENDONCK

'Dames en heren, uw applaus voor een echte Amerikaanse held: Scott Ritter!" Joe Banks, distributeur van In Shifting Sands hoeft er niet veel moeite voor te doen om het publiek op zijn hand te krijgen. We zijn op de New Yorkse première van Ritters controversiële Irak-documentaire, in een kleine alternatieve bioscoop in Chelsea, en de toeschouwers zijn bij voorbaat overtuigd van zijn gelijk. Ze zijn gekomen om te horen dat president George W. Bush een oorlogszaaier is, dat Amerika's nakende Irak-avontuur een 'oorlog om olie' is, dat Irak geen enkele bedreiging vormt voor de Verenigde Staten, dat Amerika de 'bully' van de wereld is, en dat 9/11 een koekje van eigen deeg was. Scott Ritters betoog gaat erin als koek. "Ik bewaar de term 'held' liever voor brandweermannen die brandende torens inrennen", zegt hij bescheiden. "Ik verkies 'Amerikaans burger', en dat is wat ik van u vraag: dat u de komende anderhalf uur uw plicht doet als burgers. Dat u na het verlaten van deze zaal meer zal willen weten over het avontuur waarin president Bush ons wil storten. Want wij kunnen niet langer zomaar aannemen dat onze regering de waarheid vertelt. Het kan zijn dat er een geldig argument bestaat voor oorlog tegen Irak, maar zo'n argument heb ik alvast nog niet gehoord." (Applaus)

Het moet voor Ritter een vreemde ervaring zijn om op handen te worden gedragen door wat een collega-journalist ooit omschreef als "self-bashing Americans": bijna op het masochistische af zelfkritische Amerikanen. Niet meteen het soort mensen wier gezelschap Ritter in zijn vorige leven - dat van marinier, Republikein en Bush-kiezer in 2000 - zou hebben opgezocht. En het publiek mag dat weten ook: "I am not a pacifist. I am a warrior at heart", antwoordt hij een toeschouwer tijdens de vraag- en antwoordsessie achteraf. "Maar ik zie niet in hoe de Amerikaanse belangen gediend worden door Irak aan te vallen."

"Het is niet altijd zo", zegt Ritter enkele dagen later. "Ik heb de voorbije jaren heel Amerika afgereisd, en het zijn echt niet alleen links-progressieven die naar mijn lezingen komen. Maar het is waar dat er weinig mensen bij zijn die vinden dat Amerika absoluut ten oorlog moet trekken tegen Irak. Ik vraag mij af oprecht waar die meerderheid van de Amerikanen die absoluut oorlog wil zich verschuilt. Ja, er zijn mensen zijn bezorgd omwille van de Iraakse kwestie. Maar ze schreeuwen niet om oorlog. Ik weet niet waar de traditionele media en de politici dat beeld halen. Je moet niet links-progressief zijn om dat verontrustend te vinden, Amerikaan zijn is meer dan genoeg."

Maar de première van In Shifting Sands maakt meteen duidelijk hoe geïsoleerd Ritter de dag van vandaag nog is. Hoewel er op zijn lezingen op universiteitscampussen gemakkelijk 500 tot 1.500 mensen komen opdagen, is de opkomst hier bedroevend klein. Er is een camera maar hij is van een Japanse tv-ploeg. Voor de Amerikaanse media is Scott Ritter anno 2002 een non-story. Dat was vier jaar geleden wel wat anders. Na zijn spectaculaire ontslag als hoofd van de VN-wapeninspecteurs in 1998 - uit protest tegen de schoorvoetende houding van de Veiligheidsraad en de Clinton-administratie - was Ritter maandenlang niet van het televisiescherm weg te slaan. NBC huurde hem in als vaste militaire expert. Hij sprak de commissies voor Buitenlandse Zaken en Defensie van de Senaat toe. Uitgever Simon & Schuster gaf hem een voorschot van 250.000 dollar voor een boek over zijn ervaringen in Irak.

Het was tijdens het schrijven van dat boek, Endgame, dat Ritters kentering zich voltrok. In zijn ontslagbrief aan Unscom-voorzitter Richard Butler zei Ritter in augustus 1998 nog: "Irak heeft sinds dag één voortdurend gelogen over zijn verboden wapenprogramma's (...) Mijn onderzoek heeft de commissie tot op de stoep gebracht van Iraks verborgen capaciteiten. Maar de commissie is voortdurend gedwarsboomd door Iraks weigering om aan zijn verplichtingen te voldoen, en door de weigering van de Veiligheidsraad om daadkrachtig op te treden tegen Irak. De huidige beslissing van de Veiligheidsraad, die op zijn minst impliciet wordt gesteund door de Verenigde Staten, om een 'diplomatiek' alternatief te zoeken, komt neer op een overgave aan het Iraaks leiderschap."

De beste manier om Scott Ritter kwaad te krijgen is de 'flip-flop' ter sprake te brengen. Het is de term die in de Amerikaanse media gangbaar is geworden om Ritters vermeende transformatie van havik naar duif aan te duiden. In september 2002, in de aanloop naar de Irak-stemming in het Congres, waren er nog minder vriendelijke woorden. MSNBC-sterreporter Ashleigh Banfield noemde Ritter (zelf een veteraan van de eerste Golfoorlog) een 'landverrader' omdat hij de oorlog in vraag durfde te stellen. Hij vertelt een anekdote over zijn laatste CNN-interview. "Voorafgaand aan het interview ben ik anderhalf uur lang door een team van CNN-journalisten aan een kruisverhoor onderworpen. Aan het eind ervan zei de producer: 'Oké, we zijn er gerust op dat u een betrouwbaar expert bent. Had u zelf nog vragen?' Ik zei: 'Ja, één: waarom stellen jullie dit soort vragen nooit aan de regering-Bush?'"

Ritter heeft er een diep wantrouwen voor de media aan overgehouden. Het is de reden waarom aan dit artikel twee maanden van gemiste afspraken zijn voorafgegaan. "Jij hebt dit interview nodig, ik niet", vliegt Ritter op een bepaald moment uit. "Het kan mij geen ene moer schelen wat jij of The New York Times of The Washington Post van mij denken. Met alle respect: you're a journalist and you're going to fuck up the story like everybody else. Maar uiteindelijk zal ik niet beoordeeld worden op wat de media over mij zeggen. De feiten zullen mij gelijk geven."

En de feiten, volgens Ritter, zijn deze. Zeven jaar wapeninspecties in Irak onder Unscom hebben meer schade toegebracht aan Iraks massavernietigingswapens dan operatie Desert Storm en Desert Fox samen.Toen president Bill Clinton in december 1998 operatie Desert Fox beval - vier dagen bombardementen als antwoord op Iraks obstructie van de wapeninspecties - was volgens Ritter "90 tot 95 procent van Iraks massavernietigingswapens aantoonbaar geëlimineerd. Maar de resterende 5 à 10 procent waarvan we niet zeker zijn, vormen niet noodzakelijk een bedreiging. Het zijn flarden van een wapenprogramma die in hun totaliteit niet veel voorstellen. Het is geen reden om een oorlog te beginnen."

Ritter heeft het niet bepaald makkelijk gehad sinds hij zijn afwijkende mening over Irak begon te verkondigen. Er lopen vier FBI-onderzoeken tegen hem. Eén onderzoek heeft te maken met zijn vrouw, die hij eind jaren tachtig leerde kennen toen hij inspecteur was in het kader van een Amerikaans-Russisch ontwapeningsverdrag. Het FBI onderzoekt of zijn huwelijk - zijn vrouw was een tolk voor de sovjets - een "vijandelijke infiltratiepoging" was. Een ander onderzoek beschuldigt hem van spionage voor de Israëli's - Ritter zou Israël inzage hebben gegeven in Unscom-documenten. Meer recentelijk is hij ervan beschuldigd dat hij zich heeft laten omkopen door de Irakezen omdat hij voor zijn film 400.000 dollar heeft aanvaard van een Iraaks-Amerikaanse zakenman, Shakir al-Khafaji. Ritter: "Ik ben een marine en een patriot. Als ik ook maar één seconde de indruk had gehad dat ik propaganda voor Irak aan het maken was, dan had ik de productie toch onmiddellijk stilgelegd, zeker?"

De film is nochtans eenzijdiger dan het boek. Er is een zekere hineininterpretierung van de gebeurtenissen vanuit het standpunt dat Ritter vandaag de dag inneemt. De vijand is het Amerikaanse Irak-beleid, eerder dan het regime van Saddam. Het boek is in dat opzicht eerlijker. Ritter was door zijn uitgever zo onder druk gezet om het manuscript snel klaar te hebben dat er geen tijd was om het helemaal te herschrijven toen nieuwe ontwikkelingen zijn denken begonnen te beïnvloeden. Daardoor is de oorspronkelijke Ritter intact gebleven: de 'cowboy' die er genoegen in schept om de valse Irakezen telkens te slim af te zijn.

Als het boek naar het einde toe pleit voor meer diplomatie om de impasse rond Irak te beëindigen, is dat geen "flip-flop", zegt Ritter, zelfs geen verandering in zijn denken. "De feiten op het terrein zijn veranderd, niet ik. In december 1998 heb ik in een artikel in de New Republic nog gepleit voor 'een robuust inspectieregime en totale Iraakse naleving van de VN-resoluties. Indien nodig moet die naleving afgedwongen worden door militaire actie. Luchtaanvallen om Unscom toe te laten zijn mandaat uit te voeren zijn geheel en al te rechtvaardigen'. Dat was mijn standpunt toen, en dat is mijn standpunt vandaag."

Het probleem was dat Unscom een paar weken later niet meer bestond, het gevolg van operatie Desert Fox, Amerika's unilaterale bombardement op Irak - uitgelokt, zegt Ritter, door een Unscom dat onder leiding van Richard Butler een instrument was geworden van Washington. "Op 30 november 1998 had Butler een ontmoeting met de Nationale Veiligheidsraad van de VS waarin hem verteld werd dat men ging bombarderen. De inspecties moesten zo getimed worden dat ze samenvielen met de geplande bombardementen. En dus beval Butler zijn inspecteurs om inspecties uit te voeren die niets te maken hadden met ontwapening maar alles met het provoceren van de Irakezen."

Voor Ritter kwam dat niet echt als een verrassing. Op 2 maart 1998 was hij zelf aanwezig op een ontmoeting met Butler en Bill Richardson, de Amerikaanse VN-ambassadeur, waarop hij te horen kreeg dat de VS Irak wilden bombarderen. Aan Unscom werd gevraagd hun inspecties af te ronden tegen 8 maart omdat de VS zeven dagen wilden bombardereren en de operatie afgelopen moest zijn tegen 15 maart, dag van de Haj, de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka.

Ritter voerde zelf de inspectie aan die het excuus moest opleveren voor de luchtaanvallen, die van het ministerie van Defensie in Bagdad. In zijn boek beschrijft Ritter zijn conversatie met de Iraakse olieminister Amer Rashid. Ritter heeft opdracht gekregen om te proberen 28 inspecteurs binnen te krijgen, en niet lager te gaan dan twintig. "Mijnheer Ritter", zegt Rashid, "wij weten dat uw regering een crisis wil uitlokken. Wij hebben geen intentie om daaraan mee te werken. Tareq Aziz zegt twaalf, ik wil op mijn eigen autoriteit zestien toestaan." "Ik dacht erover na. Was het echt een oorlog waard om vier extra inspecteurs binnen te krijgen? Wat zou ik zeggen tegen de families van de Amerikaanse soldaten die mogelijk hun leven zouden verliezen? Sorry, uw zoon of dochter is dood omdat ik mijn job niet kon doen met vier man minder?" Ritter voerde de inspectie uit met zestien man. Washington kreeg zijn excuus niet. Maar tien maanden later zou het er toch van komen, zonder Ritter.

Voor Ritter was Desert Fox het ultieme bewijs dat het voor Washington, niettegenstaande de publieke verklaringen, nooit de bedoeling was dat Unscom tot de conclusie van zijn mandaat zou komen: Irak ontwapend verklaren, met het opheffen van de sancties als gevolg. Dat kon al veel langer vermoed worden. In 1991 zei James Baker, buitenlandminister onder Bush Sr.: "Wij zijn niet geïnteresseerd in het verlichten van de sancties zolang Saddam Hoessein aan de macht is." De regering-Clinton nam die positie over. In maart 1997 zei buitenlandminister Madeleine Albright: "Wij zijn het niet eens met die landen die argumenteren dat als Irak zijn verplichtingen inzake massavernietingswapens vervult, de sancties moeten worden opgegeven."

Ritter: "Als wapeninspecteur werd je daar voortdurend mee geconfronteerd. Wij zijn daar om de Irakezen te onderwerpen aan de internationale regels. Maar de hele tijd zegt één lid van de Veiligheidsraad, mijn land, dat de internationale regels van geen tel zijn. We're gonna do whatever the heck it is we wanna do. Unscom was de organisatie die moest toezien op de ontwapening van Irak. Maar zodra Washington Unscom had omgeturnd tot een instrument om Irak te bespioneren en militaire acties uit te lokken die niet de steun hadden van de VN-Veiligheidsraad, had Unscom elke geloofwaardigheid verloren."

Desert Fox betekende het einde van de wapeninspecties. Sindsdien zette geen enkele inspecteur nog voet gezet in Irak, tot de inspecties vorige maand weer begonnen. Kan Saddam zijn arsenaal in de tussentijd niet hebben opnieuw hebben opgebouwd? Ritter: "Irak was technisch gesproken in staat om zes maanden na ons vertrek in 1998 opnieuw wapens te produceren. Dat wil zeggen dat ze drieënhalf jaar de tijd hebben gehad om al de gruwelen te produceren en wapenklaar te maken die de regering-Bush nu gebruikt om de oorlog te rechtvaardigen. Tenminste, als er niemand naar stond te kijken. Maar wij hebben heel de tijd toegekeken, via satelliet en andere middelen, en we hebben niets gezien dat erop wees dat Irak opnieuw massavernietigingswapen aan het produceren was."

Ondanks de oorlogsretoriek, zegt Ritter, is het nog altijd niet onmogelijk om een vreedzame oplossing te vinden voor de Irak-kwestie: "Laat de wapeninspecteurs hun werk afmaken, desnoods met de dreiging van luchtaanvallen. Het probleem is dat neoconservatieve ideologen zoals onderminister van Defensie Paul Wolfowitz zoveel politiek kapitaal geïnvesteerd hebben in oorlog dat een andere oplossing voor hen politieke zelfmoord zou betekenen. Dat is waar we beland zijn. Maar als wij Amerikanen toelaten dat wij een oorlog beginnen om de politieke carrières van enkelen te redden, dan zullen wij collectief gefaald hebben als een democratie. De regering-Bush heeft tot dusver geen enkel bewijs aangebracht dat Saddam op dit moment een bedreiging vormt. We gaan toch geen oorlog beginnen gewoon omdat president Bush zegt dat Saddam een leugenaar is?"

In het filmzaaltje in Chelsea vraagt een toeschouwer: "Mijnheer Ritter, kunt u mij vertellen waarom wij Irak willen aanvallen? Ik zou het echt willen weten. Is het omwille van de olie?" Het is de ultieme vraag waar Ritter ook geen duidelijk antwoord op heeft. "Oorlog om olie is een cliché. Bagdad wil niet liever dan zijn olie verkopen aan Amerika en Europa. Nee, ik vrees dat het nog erger is: dat Irak een test-case moet worden voor de nieuwe Bush-doctrine van preventieve oorlogvoering."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234