Dinsdag 15/10/2019

'Wie in Vlaanderen doorbreekt, heeft de vuurproef doorstaan'

Cabaretbroers van Kommil Foo spelen zalen plat van Groningen tot Ieper

Brussel

Van onze medewerker

Jan De Smet

Op het podium staan twee kwajongens, weggelopen uit een stripverhaal. Duootje ongeregeld, cowboy Henk met grote broer. Raf en Mich Walschaerts, samen goed voor Kommil Foo, hebben niet het stembereik van een nachtegaal, maar ontroeren kunnen ze. Krijg maar eens geen krop in de keel als je luistert naar het kleine jongetje dat aan Meester Frank zegt dat het van school wil gaan om astronaut te worden. Minuten later lig je dubbel van het lachen met hun slapstick en visuele grappen. Tussen die uitersten bespelen zij het publiek. Zelf liggen ze er niet meer van wakker wat ze nu precies brengen. Iemand die een woord kent voor een virtuoze mix van cabaret, toneel en muziek?

Kommil Foo was geen overnight success. De artistieke doorbraak is er gekomen via Nederland, maar ook daar moest het publiek wennen aan het Vlaamse buitenbeentje. Hun carrière kreeg een mooi zetje toen ze meewerkten aan Mark Uytterhoevens Morgen Maandag (1993). Nadien werden hun producties Neandertaal, Bek en IJdele hoop gespeeld voor steeds vollere zalen. De nieuwste, Lof der Waanzin, loopt als een trein. De Morgen-recensente Liv Laveyne sprak vorig jaar van "cabaret zoals het altijd zou moeten zijn".

De groeipijnen van de Walschaerts lezen als een vademecum voor de beginnende zelfstandige in cabaretland. De artistiek complementaire broers spreken met één stem: "Wij waren al zes jaar bezig toen we het Cameretten-festival in Rotterdam wonnen. Daardoor kregen we een boekingskantoor in Nederland en vielen de schellen van de ogen van de Vlaamse culturele centra en programmatoren. Zo konden we hier een kleine tournee opzetten.

"Beginnen is ontzettend moeilijk, vooral in Vlaanderen. Het is een immense stap van cafés en jeugdhuizen naar een cultureel centrum. Ten eerste om er binnen te mogen en vervolgens om een beetje publiek te trekken. Je moet het vertrouwen krijgen van een programmator die je in zijn zaal wil zetten omdat hij je goed vindt. In het begin moeten ze dat niet doen om hun zaal te vullen. Zo'n man neemt een financieel risico. Stel, zo'n avond kost 60.000 frank en er zit dertig man in de zaal. Hoe moet hij dat verantwoorden in zijn beheerraad? Die programmator boekt je geen driemaal na elkaar als je publieksopkomst niet duidelijk stijgt. Als beginneling en ongesubsidieerd artiest ben je heel gevoelig voor dat soort cijfers.

"In Nederland is de situatie heel wat beter voor een jong artiest. Er is een fijnmaziger uitgebouwd circuit met verschillende tussenniveaus waarin je kunt groeien en een publiek opbouwen. Veel wedstrijden ook. Vandaar dat de Nederlandse cabaretscene de Vlaamse kwantitatief ver overschrijdt. Daar zijn er wel tachtig professionele mensen die binnen dat genre hun brood verdienen, hier een zevental. En dat komt niet door de fenomenen Youp van 't Hek en Freek de Jonge, want dat zijn klasbakken buiten categorie. Dat is historisch gegroeid. Het is een kwestie van infrastructuur.

"In Nederland spelen wij in 120 schouwburgen met een capaciteit zoals wij er maar 20 hebben bij ons. Daarnaast zijn de mensen meer gewend om naar de schouwburg te gaan, er is een andere uitgangscultuur.

Vervolg op pagina 26

"Wij zijn al vijftien jaar met Kommil Foo bezig en hebben onze stek gevonden in dat circuit. Onze voorstellingen zijn altijd uitverkocht. Gemiddeld komen zo'n 120.000 mensen naar elke nieuwe productie kijken (ter vergelijking: de bezoekersaantallen van speelseizoen 2001-2002 voor àlle eigen producties van Het Toneelhuis: 84.711; Publiekstheater: 56.000, JDS). Over een gebrek aan media-aandacht mogen we niet klagen. Onze voorstelling is op Canvas uitgezonden, wat niet vanzelfsprekend is. Wij verdienen echt geld genoeg. Het kostenplaatje van onze producties is met ons meegegroeid. Intussen hebben we een vast stramien. Het duurst is stoppen met spelen. We trekken een half jaar uit om te schrijven en te repeteren. Dat begint met brainstormen op een Grieks eilandje en dat heeft alleen met isolement te maken. In deze fase van het proces werken we met een regisseur, Wim De Wulf. We betalen hem vier maanden loon zoals een gesubsidieerd gezelschap dat zou betalen.

"Op de twee maanden van try-outs, die we doen in kleine zaaltjes voor honderd man in Nederland, leggen we geld toe, want we gaan daar naartoe met drie technici, een decorbouwer en onze regisseur. Als de voorstelling op punt staat, spelen we ze zo'n anderhalf jaar.

"Naast het opzetten van de productie is onze grootste kost wat we spenderen aan decor, licht en geluid. Als de mensen van de schouwburg het materiaal zien dat we aanslepen, schrikken ze en vragen of het wel cabaret is die avond. Wij zijn niet de jongens van een microfoon plus spotje. Zes jaar geleden, de eerste keer dat wij het zo groot hadden opgevat, was dat allemaal heavy stuff om te dragen. In feite zijn onze kosten dezelfde van een gesubsidieerd gezelschap. Alleen doordat Kommil Foo goed draait en de groep maar uit twee mensen bestaat, krijgen we de dingen op die manier voor elkaar.

"Wat dat subsidiedebat betreft, kunnen we alleen voor onszelf spreken en we weten dat we comfortabel zitten. Het is twijfelachtig of cabaret, dat de potentie heeft een groot publiek aan te trekken, moet worden gesubsidieerd. Elke vorm van subsidie brengt onvermijdelijk corruptie en luiheid mee. Wij kunnen ons niet permitteren nonchalant te zijn. Zonder subsidie ben je kwetsbaarder en wat je doet, moet de voorstelling kwalitatief superstraf zijn. Eén slechte show en je kunt het schudden: je volgende show kun je op je buik schrijven. Artistiek gezien is dat niet zo'n slecht uitgangspunt. Maar nogmaals, wij spreken vanuit Kommil Foo en zeker niet voor iedereen in de sector, nog het allerminst voor de toneelmensen.

"Een open doekje voor onszelf? Omdat we erin geslaagd zijn voor onszelf een rijkdom te creëren die onafhankelijkheid heet. Je hand niet hoeven open te houden om te krijgen, niemand in de ogen moeten zien, het is een luxe."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234