Zaterdag 29/01/2022

'Wie in Irak heeft gewerkt, wil terug'

archeologie

belgische archeologen willen weer gaan graven in irak

Emeritus professor Léon baron De Meyer, voormalig rector van de Universiteit Gent, is vastbesloten: als het aan hem ligt, gaat zijn Belgian Archaeological Expedition to Irak zo snel mogelijk terug aan de slag in Tell ed-Dêr, zo'n vijfentwintig kilometer ten zuiden van Bagdad.

Gent

Van onze medewerker

Bart Biesbrouck

De Meyer heeft een lange staat van dienst in het Midden-Oosten. Als assyrioloog werkt hij in Irak al sinds 1969, voordien was hij onderzoeker in Iran en Syrië. Als voorzitter van de Belgisch-Iraakse Vriendschapsvereniging is hij verontrust door de niet aflatende oorlogsdreiging in het gebied. We hadden met hem een gesprek over archeologie en politiek. En over de invloed van het ene op het andere.

"We zullen wel ons kamp helemaal moeten heropbouwen. We waren in Irak namelijk goed gehuisvest, in aangepaste containers met airconditioning, maar na de Golfoorlog is alles gestolen", aldus De Meyer. "Ons team is samengesteld en staat klaar. We hebben alle nodige documenten om de opgravingen in Tell ed-Dêr te hervatten. De Iraakse overheid heeft ons de vindplaats immers toegewezen. Dat betekent dat we er in principe elk ogenblik weer aan de slag kunnen. Ons project is een samenwerkingsverband van de Gentse, Leuvense en Luikse universiteiten en het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen. We moeten dus groen licht krijgen van de rectoren en de directeur van het instituut. Op hun beurt willen zij uiteraard gedekt zijn door de ministers van Onderwijs en Wetenschapsbeleid. Als die oordelen dat het te gevaarlijk is, kunnen we niet vertrekken. Als privaat persoon kun je natuurlijk altijd naar Irak reizen, maar dat is dan volledig op eigen risico."

Waarom wilt u net nu, in volle oorlogsdreiging, terug naar Irak?

"Eigenlijk wilden we altijd al graag terug, maar het wordt nu echt tijd dat we ons onderzoek kunnen voortzetten (zie ook elders op deze pagina). Onze laatste campagne dateert van het voorjaar van 1990. We stonden klaar om in het najaar terug te gaan, toen de Koeweit-crisis uitbrak, gevolgd door de Golfoorlog. Sindsdien zijn er omzeggens geen archeologen meer aan de slag geweest in Irak. De Iraakse overheid gaf tijdens de jaren negentig geen opgravingslicenties meer, omdat ze de veiligheid van de onderzoekers niet kon garanderen. Ze verwees toen naar de bombardementen die Amerikanen en Britten regelmatig uitvoeren, vooral in de no-fly-zones in het noorden en het zuiden van het land. Maar sinds een jaar of twee vraagt Irak ons zelf om terug te komen. Zolang Bush echter met oorlog blijft dreigen, kunnen we wellicht niet vertrekken."

Zitten er achter die Iraakse uitnodiging geen politieke bedoelingen?

"(voorzichtig) De regering wil natuurlijk dat alles weer normaal begint te lopen, zoals vroeger, dus ook met de aanwezigheid van jongens zoals wij. Ik denk dat de autoriteiten nu menen dat ze onze veiligheid in zekere zin kunnen garanderen. Want voor hen zou het ook niet prettig zijn mochten er archeologen vermoord worden. Wat overigens nog nooit gebeurd is in Irak. Ik heb altijd een goede verstandhouding gehad met de Iraakse autoriteiten en de Dienst voor Oudheden. Dat komt natuurlijk ook omdat ik er al zo lang werk. Zo open en sluit ik telkens het internationaal congres, georganiseerd door de Dienst voor Oudheden. Op die bijeenkomst wordt jaarlijks de wereldtop van de assyriologie in Bagdad uitgenodigd. Ook de Amerikanen. Vaak zijn er zelfs Iraakse ministers aanwezig."

In uw project werken ook Amerikaanse onderzoekers. Ligt dat niet moeilijk in Irak?

"Dat is geen enkel probleem. We werken bijvoorbeeld samen met professor McGuire Gibson van de universiteit van Chicago. Ook hij wordt uitgenodigd op die internationale congressen. En behalve in maart van dit jaar was hij er altijd bij. Zijn afwezigheid op dat laatste congres heeft vermoedelijk te maken met de aanslagen van 11 september. Maar zeker ben ik daar niet van."

Hoe is het gesteld met de archeologie in de rest van het Midden-Oosten? Lijdt het onderzoek niet onder de gevolgen van 11 september?

"Elf september heeft eigenlijk weinig of niets veranderd aan de toestand waarin de Midden-Oosterse archeologie zich al een tijdje bevindt. Voor het archeologische onderzoek zijn Turkije, Iran, Irak en Syrië de belangrijkste landen. Israël is een apart geval: de buitenlandse opgravingen zijn er meestal bijbels georiënteerd, uitgevoerd door Amerikaanse teams en gefinancierd met privé-kapitaal. In Turkije krijg je als niet-Turk zeer moeilijk een opgravingsvergunning. Zelfs als je er een krijgt, willen de Turken bij het onderzoek altijd zelf een vinger in de pap. Uitzonderingen zijn de vergunningen die al zeer lang zijn verleend, bijvoorbeeld aan de Britse en Amerikaanse instituten die allang in Turkije gevestigd zijn. Maar de Turken zelf verrichten veel veldwerk en soms mag er eens iemand van ons mee.

"In Iran gebeurt er momenteel zeer weinig. Tot de komst van Khomeini was er een bijzonder grote activiteit van wel vijftig buitenlandse teams, waaronder ook Belgen. Ikzelf heb er nog met de Fransen gewerkt in Susa (een belangrijke vindplaats in zuidwest Iran, BaB). Maar na de islamitische revolutie van 1979 was het afgelopen. Voor het huidige regime is de pre-islamitische archeologie immers onbelangrijk: de geschiedenis begint voor hen met de intrede van de islam. Veel buitenlandse onderzoekers verlegden hun werkterrein dan maar naar Irak. Met de problemen ginds heeft alles zich dan weer verplaatst naar Syrië, waar nu in alle hoeken van het land opgegraven wordt.

"In Irak graven op dit ogenblik alleen de Italianen en de Oostenrijkers. Maar de Duitsers, die tot 1990 een archeologisch instituut hadden in Bagdad, hopen dit jaar nog terug te gaan om hun opgravingen in Uruk voort te zetten. En ook de Fransen willen terug naar hun opgravingsplaats in Larsa. Onze plannen om het werk te hervatten zijn dus helemaal niet zo uitzonderlijk. Ik denk dat al wie in Irak heeft gewerkt, terug wil."

Léon De Meyer steekt zijn afkeer voor de Amerikaans-Britse oorlogsplannen niet onder stoelen of banken. Tegen die plannen en voor de opheffing van de economische sancties tegen Irak pleitte hij eind september op een Europees congres in Brussel, waar hij als voorzitter van de Belgisch-Iraakse Vriendschapsvereniging aan deelnam. Opvallende spreker op dat congres was Hans von Sponeck, die begin 2000 ontslag nam als humanitair coördinator van de Verenigde Naties in Irak, uit onvrede met het handelsembargo.

"Als wetenschappers hebben we uiteraard niet de taak de wereldpolitiek te maken, daar dienen de VN voor", vindt De Meyer, "maar als je, zoals wij, Irak goed kent, kun je toch niet anders dan protesteren tegen de voortdurende bombardementen en het embargo, dat nu al twaalf jaar van kracht is. Onschuldige kinderen sterven bij gebrek aan medische voorzieningen. En we spreken ons natuurlijk sterk uit tegen de huidige oorlogsdreigingen van de Verenigde Staten. Een nieuwe oorlog zou een ramp zijn. In de eerste plaats voor het Iraakse volk, maar ook voor de archeologie: de klok zou nog maar eens teruggedraaid worden. We hopen dat het gezond verstand zegeviert."

'We hopen dat het gezond verstand zegeviert'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234