Donderdag 09/12/2021

Wie houdt New Yorks helden (of reddingswerkers) 'up and running'?

Het begon met een telefoontje van één huis in Montague, Massachusetts naar een ander. Mijn acupuncturiste en vriendin Kathy vertelde me dat we een afspraak voor een behandeling moesten verplaatsen, 'want ze moest naar New York'.

New York / Van onze verslaggeefster

Martine Vancutsem

Sinds 11 september ga je niet 'zomaar' naar de City, dus vroeg ik, journalist en dus bemoeiziek: "Waarom?" Ze ging, zei ze, als vrijwilliger reddingswerkers behandelen in het Javits Center. "Heel interessant", antwoordde ik. Twee dagen later stond ik aan de poorten van Javits.

Het Jacob K. Javits Convention Center - een enorme constructie in glas en staal die zich in midtown Manhattan uitstrekt op 11th Avenue van 34th tot 39th Street is gewoonlijk een conferentiecentrum waar allerlei beurzen worden ingericht. Maar sinds de terroristische aanval op het World Trade Center is het de tijdelijke uitvalsbasis van FEMA. FEMA (Federal Emergency Management Agency) overziet van hier de reddingswerken van haar verscheidene Urban Search & Rescue teams (US&R) op de puinhoop die ooit het World Trade Center was.

Op de tussenverdieping van het Javits Center is op dat moment een vijftal 'helers' aanwezig. Acupuncturisten, massagetherapeuten en chiropractors staan klaar om de fysieke pijn - en soms wat meer - te verzachten van 'New Yorks helden': politieagenten, brandweerlui en de leden van de US&R teams.

Het is vijf uur in de namiddag en nog rustig. Wendy Henry van het Pacific College of Oriental Medicine (PCOM) geeft een agent een acupunctuurbehandeling, iets verderop krijgt iemand een massage. Twee agenten van het New York Police Department (NYPD) bieden zich aan. Een van beiden is een habitué die een collega in een eerste behandeling heeft gepraat. "Ga jij maar eerst", zegt de nieuwkomer - een boom van een kerel met blijkbaar een klein hartje - tegen z'n collega. "Ik kijk wel even." Chiropractor Bob De Bonis heeft even tijd voor een praatje. "Ik ontwierp het logo 'Hands Helping Helping Hands'. Het initiatief is gegroeid uit de bereidheid om te helpen. Niemand eiste het leiderschap op. Voor zover ik weet, bracht PCOM de massagetherapeuten en acupuncturisten samen (zie ook Kathy's verhaal, MV). De meeste chiropractors gingen in eerste instantie - met hun draagbare behandelingstafel onder de arm - de straat op om mensen te behandelen waar ze konden. Doordat ze overal op deuren bleven kloppen, besloot de overheid hen uiteindelijk ook binnen te laten in plaatsen als Javits. Dat was wellicht ook het gevolg van het feit dat steeds meer reddingswerkers getuigden dat onze inbreng zijn nut had. De leider van een US&R team vertelde me dat zijn team - ze werken gewoonlijk in shifts van tien dagen - gewoonlijk vanaf dag zeven in de problemen kwam. Het gaat niet zozeer om psychologische of emotionele problemen maar om lichamelijke mankementen: stijve spieren, pijnlijke rug, hoofdpijn door een overbelaste nek, spierverrekkingen, last met de heupen, knieproblemen, kortom fysieke 'slijtage'. Deze keer bleef iedereen in zijn team zich goed en gezond voelen tot op de laatste dag, zodat ze zich ook voor honderd procent konden inzetten tot de laatste dag. Het enige feit dat de teamleider kon bedenken wat voor de vooruitgang verantwoordelijk kon zijn, was dat z'n mannen deze keer bij ons terechtkonden voor een massage, voor acupunctuur of een behandeling door een chiropractor. Dat was het verschil met de plaatsen waar zijn team tot nu toe had gewerkt. Misschien waren daar ook wel 'helpende handen' aanwezig, maar aangezien niets echt was georganiseerd, konden de reddingswerkers hen niet vinden. Dat is het grote voordeel van nu hier in het Javits Center te zijn."

Onze 'first-timer' heeft zich ondertussen - liggend op z'n buik - op de behandelingstafel van dr. Joanne Amicola-Olgee geïnstalleerd. Ik maak me op om een paar foto's te maken. "Bekijk die spieren eens", zegt z'n collega en rolt de mouwen van z'n vriends T-shirt nog iets verder op, zodat ik een uitstekend zicht krijg op een inderdaad bijzonder fraai gespierde bovenarm. Een mens zou er z'n concentratie bij verliezen ('De hunks', zal Kathy me later lachend toevertrouwen 'waren een absoluut pluspunt aan de hele onderneming. Al die prachtige lijven die je mocht masseren'). Dr. Joanne stelt een eerste diagnose. Eén mankement is het rechterbeen dat een dikke centimeter korter is dan het linker. Met een paar grepen en drukken - en onder een paar gesmoorde kreten van de patiënt - wordt aan het euvel gewerkt. Na de behandeling krijgt hij nog een aantal tips van Joanne mee. Ik trek hem even aan z'n mouw voor hij vertrekt. "Hoe voel je je?", informeer ik. "Prima", zegt hij met een brede grijns. Volgens mij meent hij het.

Phil Gruzalski leidt samen met Cathy Seltz het Stress Management Team in het Javits Center. "Wij maken deel uit van het National Disaster Medical System Team. We beschikken natiewijd over 62 teams. We voorzien in medische hulp en stressmanagement: Incident Stress Managment (ISM), meerbepaald. De basis voor ISM werd gelegd door de Britten, tijdens de Eerste Wereldoorlog. De vraag was: 'Hoe voorkom je dat soldaten hun werk aan het front niet meer kunnen doen, omdat ze emotioneel volkomen van de kaart zijn?'. De Britse militairen begonnen met 'forward treatment', waarbij ze patiënten uit de vuurlinies zo snel mogelijk behandelden. Als ze opnieuw hun eenheid konden vervoegen, kwam de teamspirit niet in het gedrang. We zijn hier in New York met een kleine groep, voornamelijk sociale assistenten. Een psychiater overziet ons werk. We proberen de reddingswerkers zoveel mogelijk te informeren over de factoren die bijdragen tot Incident Stress: herrie, stof, geuren (bijvoorbeeld van verbrand vlees), verwarring, chaos, het zien van lichaamsdelen en doden, de dreiging van verdere aanvallen, slaaptekort... Ons voornaamste doel is mensen bij hun eenheid houden. Als ze overweldigd raken door de ervaring, zullen we ze veeleer lichtere taken geven en meer rust voorschrijven dan ze weg te sturen. De achterliggende idee is dat als je hen naar huis stuurt, dat een harde klap is voor henzelf en voor het moreel van het team."

Op de weg naar buiten kan ik er niet aan weerstaan even een enthousiaste blonde Labrador Retriever te knuffelen. Haar naam is Tecka. Ze is een 'rampenhond' getraind om overlevenden in puin op te sporen. Carol Hershe is haar eigenaar en trainer. Zij is de vrouw die ervoor zorgt dat Tecka haar levensreddende werk kan (blijven) verrichten. Want één ding is duidelijk: rampenhond word je niet zomaar. Tecka is nu acht jaar, en is bijna even lang in opleiding. Eens per week gaat Carol naar een recyclagecentrum, waar Tecka naar mensen speurt die zich tussen het betonpuin hebben verstopt. Carol betwijfelt de mascottestatus die Tecka en de drie andere honden van haar US&R team wel eens wordt toegeschreven: "Het hangt ervan af of je een hondenvriend bent of niet. Ze zijn niet bedoeld als mascotte, ze worden verondersteld mensenlevens te redden. Het is als een computer: je gebruikt hem voor je werk, maar ook om er e-mails mee naar je vrienden en familie te versturen". De honden en hun baasjes werken in New York in twee shifts van twee honden. Twaalf uur per shift, dus. Hard werk voor Tecka, maar er zijn ook voordelen: ze wordt in alle restaurants toegelaten. Genoeg om mijn Golden Retriever groen van jaloezie te maken.

'De meeste chiropractors gingen in eerste instantie de straat op om mensen te behandelen waar ze konden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234