Woensdag 28/07/2021

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd

Gewezen premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) over hoe staatshervorming aan te pakken

België is, zoals Europa, gebouwd op compromissen en tussenstappen. Ex-premier Jean-Luc Dehaene werkte aan beide mee. Vanuit die ervaring maakt hij zich zorgen over de Wetstraat anno vandaag. De Vlaamse lat werd te lang, te eenzijdig, te hoog gelegd. Tijd is er nauwelijks tot de volgende afspraak met de kiezer in 2009. En het onderlinge vertrouwen om tot een goed akkoord te komen, ontbreekt.

Door FILIP ROGIERS en WALTER PAULI / foto jonas lampens

Vorige zomer, aan het begin van de lijdensweg waarin de Wetstraat na 10 juni verzeilde, werd hij al eens te hulp geroepen. Ook vandaag nog, of weer, werkt hij achter de schermen mee, als "wijze", aan wat de fond moet worden van de zesde Belgische staatshervorming. "Als ze mijn advies nodig hebben, kennen ze mijn telefoonnummer. Ik bel zelf nooit. Die les heb ik wel geleerd. Leo Tindemans en Gaston Eyskens zeiden over mijn generatie ook: 'Wat spoken die leerling-tovenaars toch uit?' Je zal mij niet hetzelfde horen zeggen over mijn opvolgers. Iedereen doet het op zijn manier. Mijn kinderen hebben ook fouten gemaakt die ze hadden kunnen vermijden indien ze naar mij hadden geluisterd, maar zo gaat dat nu eenmaal."

Yves Leterme en co zijn ook maar kinderen van hun tijd. En als de gewezen premier zich wel hoedt voor schoonmoederen, is het ook omdat hij weet dat zijn generatie een verantwoordelijkheid draagt: de huidige politici moeten voortbouwen op hun erfenis, met de mankementen erbij. Dehaene deed hetzelfde met de hervormingen die hij in de schoot geworpen kreeg. "Het vastleggen van de taalgrens in 1963 heb ik in de gazet gevolgd. Bij de hervorming van 1970 stond ik al iets dichter, ik werkte op de studiedienst van het ACW en was lid van het bureau van de CVP-jongeren. In 1968 hadden we met die jongeren ons 'Manifest van de autonomie' geschreven. De culturele autonomie van 1970 vonden we een belangrijke stap in de goede richting."

Vanaf 1980 zat hij als kabinetschef van premier Wilfried Martens op de eerste rij, vervolgens leidde hij als minister van Institutionele Hervormingen en vanaf 1992 als eerste minister de werf nv België.

Een van de blinde vlekken in al die staatshervormingen is en blijft Brussel. Alle broze evenwichten van België doorheen vijf staatshervormingen komen daar samen. Is die knoop ooit te ontwarren?

Jean-Luc Dehaene: "Brussel is het snijpunt van twee fundamenteel verschillende visies op de staat. In Vlaanderen bleef de vraag voor een staatshervorming tot in de jaren zeventig vooral van taalkundig-culturele aard. Dat kreeg een antwoord met de vastlegging van de taalgrens in 1963 en de culturele autonomie in 1970. Daartegenover stond de meer structurele benadering van Wallonië. De Franstaligen wilden sociaaleconomische instrumenten in handen krijgen om hun reconversie van de industriële crisis te kunnen aanpakken. De ironie is dat de Walen met die instrumenten uiteindelijk niet veel gedaan hebben. Vlaanderen daarentegen heeft, onder impuls van de eerste voorzitter van de Vlaamse regering Gaston Geens, die economische autonomie ten volle benut. Vandaag staan de Walen, die in de jaren zestig nog de grote verdedigers waren van een structurele staatshervorming, op de rem.

"Beide visies hebben zich met Egmont in Brussel geconcentreerd. In de jaren zeventig waren wij, eerst in de Vlaamse Volksbeweging en daarna in de partij, met de overstap van Wilfried Martens van de VVB naar de CVP-jongeren, de eersten in Vlaanderen om ook de structurele visie op de staatshervorming te ondersteunen. Leo Tindemans, met op de achtergrond Gaston Eyskens, zat eerder nog op de lijn van Frans Van Cauwelaert. Die van de Vlaamse strijd voor een erkenning van taal en cultuur, en voor de rest wilde men gebruik maken van de Vlaamse meerderheid op Belgisch vlak. Met het Egmontpact moest Tindemans als premier daardoor een beetje de notaris spelen van een discussie tussen mensen die een andere benadering hadden dan de zijne.

"Martens en Hugo Schiltz hebben de dominantie van die taalkundige benadering aan Vlaamse zijde schromelijk onderschat. Ze dachten dat ze zich inzake Brussel en de rand enkele toegevingen zoals het inschrijvingsrecht in de rand konden veroorloven om structurele hervormingen binnen te halen. De Vlaamse Brusselaars hadden met Egmont potentieel heel wat gewonnen, maar door het verzet tegen de toegevingen in de rand is dat in het water gevallen. Het gaaf houden van de Vlaamse rand primeerde op een meer globale oplossing. Ik heb toen als CVP-voorzitter van het arrondissement B-H-V het engagement genomen dat ik in een volgende fase zou vechten voor de positie van de Vlaamse Brusselaar. In 1988 heb ik die ereschuld kunnen inlossen, met de oprichting van het Brussels Gewest. We hebben toen Brussel grotendeels in handen van de Brusselaars zelf gegeven, wat het samenlevingsmodel in de hoofdstad zeker ten goede is gekomen. Alleen neigen sommige Brusselaars vandaag naar het andere uiterste: ze denken dat ze de anderen niet meer nodig hebben. Een groot deel van het economische leven in de stad hangt nochtans samen met de functie die Brussel heeft als hoofdstad van de andere entiteiten van het land."

Een andere erfenis van de hervormingen in het verleden is de verschillende kijk op wat de deelstaten moeten krijgen van en respectievelijk bijbrengen aan de federale staat.

"Dat is inderdaad een van de splijtzwammen die je zowel in Europa als in België ziet. Op Europees vlak uit zich dat in de spanning tussen communautaristen en gouvernementalisten (de enen zijn voor een overheveling van nationale bevoegdheden naar een sterke Europese gemeenschap, de anderen vinden dat de nationale regeringen het Europese beleid moeten blijven bepalen, FR/WP). In België zijn er spanningen tussen voorstanders van een federalisme met drie gewesten versus federalisme met twee gemeenschappen. En ook tussen diegenen die een consumptiefederalisme voorstaan waarbij er vooral geld van het federale in de deelgebieden moet worden gepompt, versus diegenen die vinden dat tegenover bevoegdheden ook financiële responsabilisering moet staan: no power without taxation." "Om het verschil in visie tussen een federalisme met twee of met drie te overstijgen, hebben we in 1980 de vondst van de persoonsgebonden materies bedacht (bevoegdheden zoals welzijn en cultuur die gelden voor de Franse en Vlaamse gemeenschappen, inclusief Brussel dus, FR/WP). Voor het verschil in visie op de geldstromen dokterden we in 1988 de financieringswet uit. Maar dat was een overgangsfase waarvan we toen al zeer goed wisten dat het vroeg of laat tot een enorm debat zou leiden. Het Lambermontakkoord, waarbij wel geld maar amper bevoegdheden werden overgeheveld, heeft het debat over het financieringssysteem enorm bemoeilijkt. Al die knopen maken dat je vandaag uiterst complexe onderhandelingen krijgt."

Te meer omdat de visies nog verder uit elkaar zijn gegroeid sinds 'uw' Sint-Michielsakkoord, dat de deelstaten volwaardige eigen regeringen en parlementen schonk.

"Dat was een logische stap. In 1970 ging het om culturele autonomie, de cyclus van staatshervormingen die de periode 1980-1992 overspant, introduceerde een structureel federaal model. Vandaag zitten we, what's in a word, in een confederale benadering. Dat wordt nog versterkt doordat de gespreksfora die het geheel bij elkaar kunnen houden nagenoeg verdwenen zijn. Je moet niet vergeten dat tot 1992 de onderhandelaars politici waren van wie de roots nog grotendeels in unitaire partijen lagen. Vandaag zit je met een generatie politici die hun hele carrière hebben doorgebracht in nagenoeg confederaal georganiseerde partijen en parlementen."

De gescheiden verkiezingen, ook een vondst van Sint-Michiels, hebben het probleem verergerd.

"Een staatshervorming moet je tijd geven. Dat speelt zich af in cycli van ongeveer tien jaar. Ik heb me altijd geërgerd aan mensen die daags na een akkoord al begonnen te toeteren over de volgende fase. Maar na tien jaar moet men evalueren en bijsturen. Zo vind ik het totaal contradictorisch om vandaag te zeggen dat je voor meer homogeniteit in de bevoegdheden bent, maar dan wel alleen in de sens unique van België naar de regio's. Dat moet ook omgekeerd kunnen. Ook wat we besloten hebben over de verkiezingsdata moet je nuchter kunnen evalueren. Het was perfect conform de federalistische theorie om de verkiezingen voor deelgebieden volgens een andere kalender te laten verlopen dan de federale. Maar ik heb zoveel jaar later niet meer bewijs nodig dan de verkiezingen van 2003 en 2004 om te weten dat dit systeem in België niet kan werken. Er schijnt nu wel een consensus over te bestaan om dat te herzien tegen 2014, maar voor mijn part vallen de verkiezingen in 2009 al het best samen. Anders krijg je met verkiezingen in 2009 en 2011 vier jaar van instabiliteit en immobilisme."

Evalueren is één zaak, vooruitzien een andere.

"Och, bij iedere fase in de staatshervorming kon ik wel voorspellen wat binnen tien jaar een knelpunt zou worden. Het compromis hield telkens de kiemen in zich van een volgende confrontatie. En sommige problemen kun je dan weer niet voorzien. In de periode tussen 1980 en 1987 was ik tot de vaststelling gekomen dat we zouden blijven sukkelen indien we de voogdij over Voeren niet in handen kregen. In zekere zin vindt de grote hervorming van 1988 haar oorsprong in het pietluttige Voeren. Om dat probleem te kunnen oplossen moesten we de halve staat omgooien.

"Je moet zelf een idee hebben waar je idealiter wilt uitkomen, maar je moet weten dat je er enkel stapsgewijs toe zult komen. En soms zul je genoegen moeten nemen met kleine stappen. Het lijkt misschien logisch dat Vlamingen en Walen zich eerst akkoord zouden verklaren over een einddoel. Maar net zoals het in Europa verloren moeite is om eerst alle lidstaten op één lijn te krijgen over welk Europa precies, is het in België zo. Tussen de beide landsdelen zijn er totaal verschillende en vaak contradictorische visies en concepten. Je kunt enkel tussentijdse en tijdelijke compromissen sluiten die nadien een dynamiek op gang brengen. Als onderhandelaar moet je voor jezelf een een idee hebben waar je naartoe wilt, en erover waken dat het compromis een stap in de goede richting is. Maar altijd in het besef dat het wellicht niet de laatste stap is. Het zou een kapitale fout zijn om zo'n stap af te wijzen omdat die zogezegd te klein zou zijn. Want dan is het resultaat dat je ter plaatse trappelt.

"Zo gaat het in Europa en zo is het in België ook altijd gegaan. Ik kan u bij elk verdrag precies zeggen wat eraan schort en hoe ver het staat van het ideaal, maar wijs de tussenstappen af en je staat nog minder ver. Het gevaar bestaat dat men dat vandaag wat uit het oog verliest en dat bedreigt de huidige onderhandelingen. Men heeft voorafgaand aan de verkiezingen aan Vlaamse zijde een programma opgesteld dat enkel met de Vlaamse kiezers rekening hield, vergetend dat men met de andere kant zou moeten onderhandelen. Als je ook na de verkiezingen de lat te hoog blijft leggen, riskeer je de mogelijkheid om reële vooruitgang mis te lopen. Dat er amper tijd is tot de volgende verkiezingen vergemakkelijkt de zaken niet. Normaliter heb je tijd om wat afstand te nemen van je verkiezingsprogramma, een stap vooruit te zetten en de resultaten daarvan uit te leggen tegen de volgende verkiezingen. Die tijd is er met verkiezingen in 2009 nu niet. Daar komt bij dat men zich in onmogelijke werkomstandigheden heeft gemanoeuvreerd. De buitenwereld en de pers zitten mee aan de onderhandelingstafel. In zo'n sfeer kom je niet tot een compromis. Elk klein stapje dat wordt gezet wordt de volgende dag al door weer een nieuwe verklaring verbrod."

Hebt u zich ook geërgerd aan de manier waarop de kroon dezer dagen wordt ontbloot?

"Pak uw gazetten van in de hoogdagen van Hugo De Ridder en ge zult zien dat de kop boven het editoriaal van Manu Ruys luidde: 'De kroon ontbloot'. (Gnuift) Het verschil is dat we vandaag De Ridder in real time meemaken. De boeken van De Ridder zorgden ook wel voor commotie en nieuwe lezingen van de feiten, maar je wist inmiddels wel al hoe het was afgelopen. Ik heb ook meegewerkt aan de Panorama-uitzending van Ivan De Vadder, maar ik zou het vandaag niet meer doen. Anders dan de RTBF hield Ivan zich formeel wel aan de afspraak om pas te publiceren ná de formatie. Maar er is natuurlijk nog altijd geen echte regering, hè. Vind maar eens een gedragen compromis in zo'n atmosfeer."

Het Belgische model is tot in het buitenland geroemd, maar de sterkte ervan is tegelijk de zwakte: compromissen worden op compromissen gestapeld, wat het geheel zeer broos maakt.

"Ja, men vergeet nogal vaak de oorsprong van sommige dingen. In 1970 heeft men, om tot een akkoord te kunnen komen, de zogenaamde 'equipolentie' van de rechtsnormen aanvaard. De Walen wilden geen hiërarchie in de normen zoals die in de meeste federale staten bestaat. Daarom hebben we geen gemengde bevoegdheden, maar alleen exclusieve. Dat werkt, omdat er toch gemengde bevoegdheden en een hiërarchie der normen bestaan, namelijk met het Europese niveau. Wanneer Europa niet tussenkomt, zit je in de patatten. Kijk maar naar de geluidsnormen voor vliegtuigen."

B-H-V is een ander zeurend oud zeer.

"Drie vierde van de weg is afgelegd. Het arrondissement is al gesplitst voor het Vlaams Parlement, de provincie Brabant en de kantons zijn gesplitst en voor de Senaat en het Europees Parlement ligt de zetelverdeling ook vast. De reële politieke betekenis van B-H-V is één zetel verschil in de Kamer. Ik heb altijd gezegd dat die splitsing vroeg of laat wel zou gebeuren. Maar men heeft het willen forceren door er een symbolisch dossier van te maken. Symbolische dossiers zijn in de politiek de moeilijkste. En buiten het symbool brengen ze meestal niets op. Het plan voor de Vlaamse rand (met onder meer omkadering voor scholen met veel Franstalige leerlingen, FR/WP) dat de Vlaamse regering heeft uitgedokterd, na het mislukken van de onderhandelingen over een splitsing in 2005, heeft de rand veel meer bijgebracht dan de splitsing ooit zal kunnen. Ik hoop dat men die politiek niet zal opgeven de dag dat de splitsing er toch komt. De Vlamingen hebben het zich niet gemakkelijk gemaakt. Ze hebben de fictie in stand willen houden dat een oplossing vanzelfsprekend zou zijn en maar vijf minuten moed zou vergen. Ik heb van meet af aan gezegd dat je zo'n knelpunt alleen maar in een groter geheel en met een compromis kunt oplossen."

Vergeet B-H-V dus?

"Nee, het is zoals met Happart. Het stelt op zich weinig voor, maar het weegt wel. Het verlamt het beleid. Maar het is uiterst moeilijk. Het is een zwart-witaangelegenheid. Bovendien is de houding van de kiezer ambivalent. Iedereen vond dat Happart koste wat het kost weg moest uit Voeren, maar niemand vond het een val van de regering waard. Vandaag vindt iedereen dat B-H-V moet worden gesplitst, maar ik ben niet zeker dat de kiezer zou applaudisseren mocht je er een crisis over organiseren."

Van een eventuele splitsing van delen van de sociale zekerheid is sinds 10 juni niet meer zoveel vernomen.

"Dat is in grote mate een discussie die met slogans wordt gevoerd en waarbij niemand eigenlijk een goed dossier heeft. Ik heb dat al in 1988 meegemaakt, tijdens mijn honderd dagen. Ineens zat Vic Anciaux rond de tafel. 'En nu moeten we over de ziekteverzekering spreken?', zei hij. Ik zei: 'Oké, wat wil je?' Ik heb er niets meer van gehoord. (Lacht) Onze sociale zekerheid is zodanig complex dat als je er begint aan te sleutelen, zelfs nog zonder communautaire dimensie, je al snel strop zit.

"De financiële basis van de staat is vandaag de sleutel. De paradox is dat men aan Franstalige kant heel veel belang hecht aan de federale solidariteit, en aan de sociale zekerheid die daar symbool voor staat, maar tegelijkertijd het federale ondermijnt. Door financiële responsabilisering van de deelstaten te weigeren, en ook door steeds meer geld uit de federale kas naar de deelstaten te transfereren, zoals in het Lambermontakkoord is gebeurd."

Riskeert dit land in de instabiliteit van eind jaren zeventig terecht te komen?

"Dat lag toen vooral aan de manier waarop de PS de communautaire onderhandelingen aanpakte. De PS weigerde over het sociaaleconomische of het budgettaire te praten voor de discussie over de staatshervorming van de baan was. Dat heeft toen vier regeringen in vier jaar tijd gekost. Als er vandaag toevallig ook een oliecrisis zou losbarsten (zij het dan om totaal andere redenen dan toen), als we in die omstandigheden opnieuw vier jaar sociaaleconomisch 'non-beleid' zouden doormaken, is dat rampzalig. We hebben het einde jaren zeventig weliswaar overleefd, maar we hebben er een zware prijs voor betaald. We zouden het vandaag ook wel overleven, maar we kunnen het toch best missen."

Gelooft u eigenlijk ten gronde dat een redelijk akkoord nog mogelijk is?

"Ik probeer daar mijn steentje toe bij te dragen. Je weet dat er vroeg of laat een oplossing moet komen. Wanneer of met wie, dat weet ik niet, maar dat was bij vorige hervormingen ook niet altijd het geval. Bij de start van mijn regering in 1992 was mijn partij als de dood dat er geen staatshervorming zou komen. We hebben toen een van onze woeligste congressen meegemaakt. De partijvoorzitter werd belaagd, zelfs fysiek. Ik heb mij toen persoonlijk geëngageerd. En kijk, zes maanden later kregen we op het volgende congres een staande ovatie. Had je dat vooraf gezegd, ze hadden je gek verklaard."

Het zou een kapitale fout zijn om een stap af te wijzen omdat die zogezegd te klein zou zijn. Want dan is het resultaat dat je ter plaatse trappelt

Ik heb niet meer bewijs nodig dan de verkiezingen van 2003 en 2004 om te weten dat het systeem van federale en regionale verkiezingen op verschillende tijdstippen

in België niet kan werken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234