Dinsdag 22/10/2019

Oxfam

Wie helpt de geile hulpverlener? Hoe ngo’s seksuele uitspattingen kunnen voorkomen

Beeld Timon mattelaer / Jan Straetmans

Door het verhaal over een Vlaamse man associeert de hele wereld Oxfam nu met seksfeestjes, machtsmisbruik en doofpotten. Dat wangedrag ook onder weldoeners bestaat, is niet nieuw, maar net van hen tolereren we neokoloniaal machogedrag minder dan van wie ook. "Het idee dat mannen nu eenmaal mannen zijn, is nooit een excuus." 

Overdag nood- en ontwikkelingshulp bieden, ’s nachts de bloemetjes buitenzetten met meisjes van plezier. Jarenlang combineerde Roland Van Hauwermeiren (68) in ramp­gebieden topposities bij Oxfam UK en andere ngo’s met ‘seksfeestjes opgeluisterd door lokale prostituees’. Ondanks klachten daarover kon hij ­ongestoord van de ene ngo naar de andere hoppen. Dat is het beeld dat we afgelopen week in de wereldpers kregen van onze landgenoot.

In een intern onderzoeksrapport van Oxfam gaf Van Hauwermeiren in 2011 toe dat hij ‘prostituees gebruikte’ in het huis dat Oxfam UK voor hem huurde in Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti, die door de zware aardbeving van januari 2010 in puin lag.

Volgens anonieme getuigen in The Times deed hij dat “zoals de Romeinse keizer Caligula”, die een megabordeel in zijn paleis inrichtte. “Het waren seksfeestjes waarbij de meisjes enkel Oxfam-T-shirtjes droegen, en het lijkt erop dat sommigen van hen minder­jarig waren.” 

Volgens dezelfde bronnen stond Van Hauwermeiren toe dat andere sleutel­figuren in zijn team zich dezelfde pleziertjes veroorloofden. Sommige collega’s signaleerden wel dat er iets niet klopte. Dat weten we uit het interne onderzoek dat Oxfam UK in 2011 zelf opzette. Daarin staat: “Personeelsleden waren geïntimideerd en trokken daardoor niet aan de alarmbel. Hoelang bestond die cultuur van straffeloosheid al en waarom is die in Haïti ontstaan?”

Maar de man, die na het interne onderzoek moest opstappen, zou in Haïti niet aan zijn ­proefstuk toe geweest zijn. Na The Times volgden al snel andere media met gelijksoortige aantijgingen. Voor zijn missie in Haïti zou Van Hauwermeiren ook in Liberia (tussen 2004 en 2006) en Tsjaad zijn hoge functie hebben misbruikt om zichzelf en bevriende hooggeplaatste medewerkers geregeld te trakteren op lokale prostituees.

“Hij was daar veertien jaar geleden al mee bezig”, verklaarde de Zweedse Amira Malik Miller tegen Irin News, een site gespecialiseerd in humanitair nieuws. “Ik signaleerde als collega van Van Hauwermeiren in Liberia in 2004 al dat er iets mis was.”

Eerbare volwassen vrouw

Miller kreeg de Belg in 2004 in Liberia als baas bij de Britse noodhulp-ngo Merlin. Daar merkte ze hoe “hij en andere managers er een gewoonte van maakten hoertjes in de stafhuizen uit te nodigen”. Ze signaleerde dat. Er kwam een intern onderzoek, waarna Van Hauwermeiren en de andere betrokkenen werden ontslagen.

Miller dacht dat de kous daarmee af was, tot ze in 2008, toen ze op het Zweedse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking aan de slag was, vernam dat Van Hauwermeiren sinds 2006 ­landendirecteur bij Oxfam UK in Tsjaad was. En volgens de Britse krant The Observer zou de Belg er ook daar voor gezorgd hebben dat hij en sommigen van zijn collega’s konden genieten van seksuele diensten door dames van plezier. 

Meteen na die berichtgeving over Tsjaad stapte de nummer twee bij Oxfam, adjunct-directeur-generaal Penny Lawrence, op, met de volgende boodschap: “We hebben niet doeltreffend gereageerd op bezorgdheden over prostituee-gebruik door het hoofd van de missie en enkelen van zijn stafleden in Tsjaad. Ik schaam me ervoor dat dit is gebeurd toen ik programmadirecteur was en neem de volle ­verantwoordelijkheid op me.”

Na een week van stilzwijgen reageerde Van Hauwermeiren in een brief dat hij “inderdaad fouten heeft gemaakt en zich diep schaamt”. Hij zegt ook dat hij zich een mededader voelt, “maar niet op de manier waarop sommige media het verkondigen”.

Hij preciseert per land zijn versie van de feiten. Kort samengevat: nooit heeft hij “seksfeesten georganiseerd, prostituees bezocht of het werkingsbudget gebruikt voor seksuele diensten”. Wel is hij in Liberia te laks geweest voor twee medewerkers die dat wellicht wel deden en had hij in Haïti een relatie. “Maar dat was een eerbare volwassen vrouw.”

Hij geeft toe dat dat als directeur geen goed idee was. Ook de manier waarop hij de vrouw leerde kennen, roept vragen op: ze was de zus van een jonge mama die hij hielp “door haar luiers en poedermelk te geven”. In het interne onderzoek naar wangedrag bij het personeel in Haïti gaf de man zijn relatie toe en bood hij zijn ontslag aan.

In zijn brief wijst hij er ook op dat “er in Haïti veel pogingen waren van dames en heren om mijn huis te betreden met allerlei smoesjes om geld te vragen, een job te eisen of seksuele diensten aan te bieden. Maar ik ben nooit op die avances ingegaan.”

Dat hij in het interne Oxfam-rapport toegaf dat hij “prostituees gebruikte” maar dat in zijn verklaring acht jaar na de feiten ontkent, is een pijnlijke tegenstrijdigheid waar nu een groot vraagteken achter staat.

Roland van Hauwermeiren. Beeld RV

Doofpotoperatie

De grote ontzetting gaat deels over hoe Oxfam met dat vraagteken is omgegaan. De organisatie wordt verweten dat ze de Haïtiaanse overheid in 2011 niet inlichtte en de hele zaak in de doofpot stopte.

De ngo, die naast 53.000 vrijwilligers ook 10.000 mensen betaald tewerkstelt, verdedigt zich door erop te wijzen dat ze in augustus 2011 aan de UK Charity Commission, die ngo’s reguleert, meldde dat ze een intern onderzoek had opgezet naar “ongepast seksueel gedrag, pesten en intimidatie van het personeel”. Ook de Britse regering, de Oxfam-bestuurders, de EU en VN-agentschappen kregen die melding. Op 5 september 2011 volgde een persbericht waarin stond dat de ngo een onderzoek naar machtsmisbruik en pesterijen was begonnen, en dat zes personeels­leden de organisatie verlaten hadden op basis van zware fouten en wangedrag die “niets met fraude te maken hadden”.

In zijn brief stelt Van Hauwermeiren dat de hoofdzetel in het Haïti-dossier misschien geen al te grote ruchtbaarheid aan de details wilde geven “om te garanderen dat de toen heel dringende hulp en heropbouw niet door enkelen gecompromitteerd zouden worden”.

Over hoe ze bij Oxfam met de zaak omgingen, zegt Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp (Erasmus Universiteit Rotterdam): “Ze hebben dat niet perfect gedaan. Maar ze hebben wel heel wat gedaan, en worden nu al te hard aangepakt. Er kwam intern onderzoek, de medewerkers zijn binnen de maand de deur gewezen, de betrokken instanties zijn ingelicht en er kwamen pers­berichten en een strikt preventiebeleid. In Haïti hebben ze in radioprogramma’s excuses aan­geboden aan de bevolking. De ontzetting bij het grote publiek is heel logisch. Storend is vooral dat de politiek niet kalmer reageert.”

Dat zeggen ook sommige commentatoren, die het niet toevallig vinden dat feiten van jaren geleden net nu naar buiten komen. Het is zeker geen excuus, zo klinkt het, maar dit vooral Britse schandaal speelt zich ook af tegen een strijd tussen conservatieve en linkse politici in dat land. Toevallig of niet: op de dag van de onthullingen kwam een Britse conservatieve politicus met een petitie van 100.000 mensen tegen het budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Neokoloniaal

Het grote publiek heeft niet veel oren naar die nuances. Waar de consternatie nog veel meer over gaat, is de volgende vraag: was Van Hauwermeiren een soort seksritselaar die telkens door de mazen van het net glipte? Of is hij door de aantijgingen vooral een symbool geworden van een wijdverspreid probleem met haast neo­koloniale machts­verhoudingen?

Plotseling lijkt het alsof alle ngo’s bestaan uit “mannen die overdag met kindsoldaten werken en ’s avonds kindhoertjes op schoot hebben”, verwoordde Linda Polman het in deze krant (DM 15/2). Zij schetste in De crisiskaravaan ooit een ontluisterend beeld van de humanitaire sector. En omdat dat neokoloniaal getinte beeld weer erg op de voorgrond komt, is de schade niet te overzien, ook niet voor vergelijkbare ngo’s.

Bij Artsen Zonder Grenzen zijn ze zelfs zo bang om meegesleept te worden in de slipstream van Oxfam dat ze prompt zelf met cijfers komen over het aantal gevallen (24) van seksueel misbruik of ongewenst seksueel gedrag binnen hun organisatie met meer dan 40.000 vaste medewerkers.

Oxfam zelf dreigt door de affaire zowat 330 miljoen euro aan inkomsten te verliezen. De Europese Commissie en de Britse overheid ­zeggen de subsidiekraan te zullen ­dichtdraaien ‘als er geen totale transparantie komt’ in een nieuw onderzoek. De Britse minister van Ontwikkelingssamenwerking Penny Mordaunt is woedend en heeft het over verraad, leugens en een gebrek aan moreel leiderschap. Wereld­wijd zijn er mensen die hun steun voor Oxfam opzeggen, en Haïti zou volgens zijn ambassadeur in Groot-Brittannië gerechtelijke stappen overwegen – prostitutie is verboden in Haïti.

Maar de grootste schade is wat bij de goe­gemeente blijft hangen: hulpverleners houden met ontwikkelingsgeld seksfeestjes waar mogelijk minderjarigen bij betrokken waren.

Dat van die minderjarigen en van ‘seksconsumptie met het werkbudget’, daar zijn volgens Oxfam geen bewijzen voor. Over de centen schrijft Van Hauwermeiren: “De – ik dacht tientallen – financiële verslagen en interne en externe audits en controles hebben nooit aangetoond dat er gelden werden gebruikt om feesten en excessen te financieren.”

Oxfam benadrukt vooral dat het sinds de feiten in Haïti zijn preventieve maatregelen heeft aan­gescherpt, zoals een nog strengere ethische code, een hotline in vijf talen voor klokkenluiders, verplichte vormingen om seksueel wan­gedrag te voorkomen en over de valkuilen van het machtsverschil, de aanstelling van vertrouwenspersonen en de begeleiding van slachtoffers. Volgens experts heeft de ngo daarmee een van de strengste ­preventiesystemen.

Machtspositie

Al die initiatieven vallen grotendeels in dovemansoren. Het imago van de ‘weldoeners’ is al te zeer besmeurd. Opnieuw wordt de perceptie gevoed dat uitspattingen als deze onvermijdelijk lijken te zijn, want we krijgen zulke verhalen geregeld te horen.

Mercy Corps, het Amerikaanse Rode Kruis, Save the Children en het VN-personeel kwamen al in het nieuws door dit soort aantijgingen. De voorbije twaalf jaar waren er bijna 2.000 gevallen van seksueel misbruik en uitbuiting door ­ 
VN-blauwhelmen en VN-personeel. In meer dan 300 verhalen ging het om minderjarigen.

In enkele dagen tijd drijven door de onthullingen in het Oxfam-dossier die verhalen weer boven en doemt het beeld op van de blanke man die, zoals in de romans van Jef Geeraerts, vooral erg tuk is op seks met lokale vrouwen.

Dat beeld is niet zomaar een fictief cliché. De meeste ngo’s verbieden hun werk­nemers betaalde seks ‘op het terrein’, en dat heeft alles te maken met de machtsverhoudingen tussen ­hulpverlener en hulpbehoevende. Ook toen Van Hauwermeiren in Haïti aan de slag was, verbood de ethische code van Oxfam medewerkers ­seksuele relaties tegen ­betaling met mensen die de ngo net kwam helpen. “Onder impuls van de #metoo-beweging is die code sinds vorig jaar zelfs verstrengd. Nu verbiedt de code de medewerkers betaalde seks tout court”, zegt Stefaan Declercq, directeur bij Oxfam België.

 Wie als blanke man met hulpverleningsdollars in een regio komt werken waar armoede en ontbering heersen, heeft automatisch veel macht tegenover de bevolking.

Dat enorme machtsverschil kan een gevoel van onaantastbaarheid en straffeloosheid doen ontstaan. Het risico bestaat dat kwetsbare vrouwen en meisjes ‘diensten’ aanbieden in ruil voor cash, voedsel, tenten en andere materiële hulp. Mogelijk kunnen de hulpverleners daar moeilijk aan weerstaan. In de meest extreme vorm leidt dat tot ­uitbuiting, seksueel geweld en verkrachtingen.

Bovendien verwachten we als maatschappij van hulpverleners – terecht – onberispelijk gedrag, niet dat ze wetten overtreden of flirten met de grenzen van wat in de ethische code staat. Een ngo-medewerker met jaren ­ervaring op het terrein zegt: “Wij zijn niet alleen mensen die tenten opzetten en voedsel uitdelen. We belichamen ook een ideaal tegenover al die burgers die ons steunen. Ja, de job is soms zeer zwaar en je voelt je als man na maanden in de miserie misschien gefrustreerd of opgefokt, maar dat is absoluut geen vrijgeleide voor dit soort gedrag.”

Dat benadrukt ook Christine Knudsen, directeur van Sphereproject.org, dat ngo’s bijstaat om de kwaliteit van de humanitaire hulpverlening te verbeteren. “Het idee dat mannen nu eenmaal mannen zijn en het allemaal zo lastig is op het terrein, kan nooit een excuus zijn om zich aan lokale vrouwen te vergrijpen”, zegt Knudsen. “Heel veel hulpverleners slagen daarin, dus waarom zouden we het van enkelen wel moeten aanvaarden?”

Psychologische begeleiding

Maar gaat het wel over ‘slechts enkelen’. Of is seksueel wangedrag door hulpverleners, op de kap van de mensen in nood die ze zouden moeten helpen, toch eerder schering en inslag, zoals onder anderen Polman suggereert?

Het antwoord is niet eenduidig. “De overgrote meerderheid begaat deze misstappen nooit. We weten dat dit een systemisch probleem is, dat tegelijkertijd over een erg klein aantal mensen gaat”, zegt Christine Knudsen van Sphere­project.org.

Ook Hilhorst nuanceert: “Er werken honderdduizenden mensen in deze sector. Dan kun je niet zeggen dat dit veel voorkomt of meer dan in andere sectoren. Wel is het zo dat 95 procent van het personeel lokale mensen zijn en dat zij een andere cultuur hebben, waarbij betaalde seks vaak erg gebruikelijk is.”

Bovendien, zo stelt de hoogleraar, “zijn niet alle vrouwen per se zielige slachtoffers”. Hilhorst: “Wij vroegen het aan 500 vrouwen in Congo. Die prostituees vertellen dat ngo-werkers hun beste klanten zijn, omdat ze het meest betalen en hen het aardigst behandelen. Maar dan heb je het over hulpverleners die op het platteland aan ontwikkelingswerk doen en die in het weekend in de stad dat soort vrouwen opzoeken. Dat is iets helemaal anders dan bijvoorbeeld lokale minderjarigen misbruiken of seks met slachtoffers van een ramp. Veel hangt af van wat we precies bedoelen met ‘seksueel wangedrag’.”

Wat nu? Hilhorst: “Het is helaas onvermijdelijk in zo’n enorme sector, net zoals het onvermijdelijk is bij andere organisaties waar zeer veel mensen werken. De vraag moet vooral zijn: hoe gaan ngo’s ermee om als het effectief gebeurt? En wat doen ze om het zoveel mogelijk te voorkomen?”

Als het over meer en betere preventie gaat, benadrukken experts dat er geen eenvoudige oplossingen zijn. “Je kunt verwachten dat ngo’s al het mogelijke doen, maar niet dat ze een soort politbureaus instellen en het gedrag van alle werknemers 24 uur per dag monitoren”, meent Hilhorst.

Wat bij grote ngo’s alsmaar meer gebeurt, is psychologie inzetten. Enerzijds is er psychologische ondersteuning voor mensen die in heftige omstandigheden werken en soms alleen al daardoor meer risico lopen op misstappen en wan­gedrag. Zo kunnen medewerkers van Artsen Zonder Grenzen voor, tijdens en na een missie in gesprek gaan met een professional.

Wat ngo’s die daar de middelen voor hebben anderzijds ook vaker doen, is gerichter screenen bij aanwervingen. Persoonlijkheids­tests, rollenspellen en psychologische doorlichtingen kunnen niets voorspellen, maar wel een indicatie geven over onder andere een aanleg tot risicogedrag of empathie.

“Wij merken dat kandidaten gericht screenen op basis van onze ethische code ertoe leidt dat vooral vrouwen en mannen in een stabiele gezinssituatie uit die aanwervingsprocedure komen. Die mensen trekken voor een lange periode naar het terrein en verhuizen meestal met hun hele gezin. De band met de lokale bevolking is dus ook groter. Waarschijnlijk verkleinen die elementen het risico op machtsmisbruik”, zegt Julie Vanstallen, woordvoerster van Caritas International.

Backgroundchecks

Maar niet alle organisaties besteden daar evenveel aandacht aan. Iedereen werkt met eigen regels en middelen, en dat kan en moet volgens kenners nog veel beter. “Bovendien gebeuren er bij aanwervingen te weinig backgroundchecks”, zegt een insider.

Volgens Polman komt dat door een ‘zwijgcultuur’ en wisselen ngo’s onderling geen belastende informatie uit over medewerkers die het al te bruin bakken, om zichzelf te beschermen en uit vrees voor reputatieschade. Hilhorst trekt dat wel in twijfel: “Ze willen iemand die niet deugt net zo snel mogelijk buiten flikkeren uit vrees voor reputatieschade, wat Oxfam dus ook deed.”

Zij en anderen zien dat het in de praktijk ook niet eenvoudig is, omdat dubieus gedrag daarom nog geen crimineel gedrag is dat zo in een dossier kan. “Vaak zijn er geen bewijzen, maar enkel aantijgingen, en dus geen juridische gronden voor actie. Dan haalt een backgroundcheck weinig uit”, ziet Knudsen.

Bovendien is de privacy van werknemers beschermd. Insiders vertellen daarover dat hr-diensten het niet altijd aandurven slechte punten door te geven. De vrees bestaat dat de ex-werknemer daardoor misschien elders naast een job grijpt en hen kan aanklagen voor een schending van de privacy.

“Er wordt nu ook gepleit voor een soort paspoort met referenties op, maar dan bots je op dezelfde limieten. Je kunt daar trouwens mee knoeien als je referentiepersonen opgeeft die bevriende collega’s zijn, iets wat in dit verhaal wellicht is gebeurd”, zegt Hilhorst. Ook Declercq zegt: “We moeten al het mogelijke doen om dit te voorkomen, maar aan de privacy van medewerkers kunnen en willen we niet raken.”

‘Al het mogelijke’ betekent concreet hoe dan ook: alerter screenen, hotlines voor klokkenluiders, goed lokaal toezicht en preventieve vormingen. “Bij Oxfam zijn die sinds 2011 ingevoerd, en hoewel je nooit alles kunt voorkomen, geloven we erin dat dat werkt”, zegt Declercq. “Alleen al het feit dat collega’s in alle vertrouwen naar zo’n hotline kunnen bellen, maakt dat je wel twee keer zal nadenken voor je een misstap begaat. Het gaat erom een cultuur te cultiveren die het onmogelijk maakt dat dit zich herhaalt. Wij geloven erin dat dat werkt.”

Steunende reacties

Dit soort schandalen toont niet alleen aan dat sommige figuren wangedrag begaan, maar ook dat de preventieve maatregelen effect sorteren, zegt Knudsen. “In 2001-2002 was er een groot schandaal omdat VN- en ngo-personeel vrouwen en kinderen die in westelijk Afrika hulp kregen, seksueel uitgebuit had. Toen zijn er preventieve maatregelen ingevoerd. Het is belangrijk om te zien dat meer klachten niet per se een slechte zaak zijn. Het betekent dat de meldingssystemen en opties voor collega’s om te handelen als ze iets opmerken, werken. En dat mensen er meer vertrouwen in hebben dat hun acties ook een verschil zullen maken.”

Ook bij Oxfam België, dat in de klappen deelt, hebben ze er goede hoop op dat interne inspanningen vruchten afwerpen. “Dit is de ergste crisis sinds ons ontstaan. Een kleine 200 mensen hebben hun steun opgezegd”, zegt Declercq. “Maar er zijn in totaal wel 150.000 schenkers. En behalve de kritiek, waar ook onze vrijwilligers op straat mee af te rekenen krijgen, komen er ook erg veel steunende reacties. De meeste boodschappen die wel al ontvingen, een 700-tal, zijn in die zin. Daaruit leiden we af dat mensen die ons altijd al steunden dat zullen blijven doen. We zijn er zo goed als zeker van dat het publiek intelligent genoeg zal blijken om te zien dat één of enkele individuen niet samenvallen met het geheel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234