Dinsdag 19/11/2019

'Wie goed kijkt, ziet meer'

Meer nog dan fotografie is het de schilderkunst die Robert Polidori (63) inspireert. De schampere fotograaf die Tsjernobyl en New Orleans na de rampen vastlegde, kan René Magritte niet loslaten om door te dringen tot de psyche van de dingen. 'De meeste mensen kijken niet met hun eigen ogen naar de wereld.'

Ooit, in 1997, verscheen de naam van Robert Polidori op het lijstje van winnaars van de World Press Photo. In de categorie 'Arts and Entertainment' won hij toen de derde prijs. Of hij daar blij mee was? "Not important", zegt hij. "Belangrijker is dat er prijzen waren die ik had willen winnen en nooit kreeg."

Robert Polidori is direct, scherp, eigenzinnig en een fotograaf zonder de naam van Salgado, McCurry of Erwitt. Zelfs zijn foto's zijn minder bekend, "but I don't care", zegt hij. "De persfotografen waren een week na de doortocht van orkaan Katrina weer weg uit New Orleans. Ik bleef zes maanden. Daar zit het verschil." Dat verschil zette hij in een boek dat After the Flood heet. Eerder verscheen Zones of Exclusion: Pripyat and Chernobyl en in maart ligt Rio in de winkel.

Die boeken verschenen allemaal bij de Duitse uitgeverij Steidl, gevestigd in de Nedersaksische stad Göttingen, waar Polidori de voorbije maand verbleef. In of vlak bij de uitgeverij. Slapend bijna bij de drukpers, elk detail is belangrijk. Een enkele keer vloog hij voor een opdracht naar Parijs en Brussel. "Ik hou heel veel van jullie hoofdstad", zegt hij. "Het ziet eruit zoals het oude Europa eruitziet."

Iconograaf

Hij wacht geen vraag af. René Magritte, zegt hij, viel hem op toen hij een jaar of zestien was. "Niet vroeger. Ik was geboren in Montréal en toen we verhuisden naar de Verenigde Staten, groeide ik in een afgesloten milieu op. Mijn vader was ingenieur op een luchtmachtbasis. Daar woonden we ook. Tussen al die ingenieurs word je dan niet meteen meegenomen naar musea of kunstgalerieën." Hij hield wel meteen van Magritte. "Nu vind ik dat zijn werk zelfs dieper gaat dan dat van Salvador Dalí. En je zou kunnen zeggen dat mijn werk over Katrina niet zo ver afstaat van de psychologische impact die je bij Magritte ook zag. Bij hem is het misschien beeldmatiger, terwijl het bij mij documentair was. Maar het is allebei surrealistisch."

Al, zo voegt hij er meteen aan toe: "Nog meer dan surrealistisch, vind ik zijn werk psychologisch."

Gek dat we dit interview in het Engels doen, want Frans is zijn moedertaal en dat maakte hem gevoelig voor die Belgische kunstenaar. Zoals voor het werk van de Franse kunstenaar Marcel Duchamp en zoals voor Tintin, Kuifje dus. "Maar het is Magritte die in mijn leven onvervangbaar is. Dit jaar kon ik in Houston in The Menil Collection een stuk of acht van zijn klassiekers zien, heel close, en ik kon zien hoe zijn werk zeer mooi tussen schilderij en illustratie in zit. Iconografisch is het fantastisch en ik wil mezelf graag als iconograaf zien. Zoals ik het werk van Man Ray als níét-iconografisch zie en veel van de zogenaamde 'abstracte kunst' volgens mij enkel decoratie is, hou ik meer van kunst en fotografie waar iconografie centraal staat."

Scrollend door het werk van Robert Polidori wordt straks zacht duidelijk wat hij bedoelt. Hij begon nochtans niet als fotograaf. "Ik wilde films maken", zegt hij. "En dus volgde ik een opleiding tot cinematograaf. Als tiener had ik wat geschilderd, maar ik was niet zo goed en ik wist eigenlijk vooral niet wat ik moest schilderen. Ik vond geen onderwerp. I wasyoung and stupid, zoals iedere tiener young and stupid is. Maar door op te groeien met verschillende talen, leerde ik dat spreken cultureel gebonden is en dat kijken universeel is."

Zoals Sebastião Salgado hier eerder zei: beeldtaal heeft geen vertaling nodig. "Toen ik 19 was, zag ik Wavelength, een film van Michael Snow. Die veranderde mijn leven totaal. Het was het meest briljante kunstwerk dat ik ooit zag en ik besliste de school te verlaten om in New York op zoek te gaan naar mensen zoals Snow."

Vijf jaar later las hij The Art of Memory van Frances Yates. "Een boek dat vertelde over oude systemen van herinnering en dat fascineerde me. Studenten moesten bijvoorbeeld lege kamers memoriseren, wat volgens mij niet zo gek ver afstaat van astrologie. Dat alles samen zorgde ervoor dat ik begeesterd raakte door fotografie van kamers. Kamers veranderen niet zo snel. Ze bewegen heel traag en door ze te fotograferen, kwam ik zelf meer tot de psychologie ervan. Freud heeft het over het superego en dat is het: een kamer is de veruitwendiging van het innerlijke. Dertig jaar lang heb ik dat proberen te vatten en zo kom ik weer bij een werk van Magritte. Zijn Les Valeurs Personnelles (een werk uit 1952, RVP) gaat daarover. Over kamers en de objecten die we erin plaatsen. En wat dat dan vertelt."

Toon me je kamer en ik zeg wie je bent? Het is de gedachteoefening waard: interieurs, livings en slaapkamers (zonder de mens zelf erin) als veruiterlijking van de identiteit. Zoals mode en muzieksmaak dat zijn. "Absoluut", zegt Polidori. "Het kasteel van Versailles is toch het beste voorbeeld van het collectieve superego. De kamers daarin zijn door verschillende restaurateurs onder handen genomen, maar Versailles is helemaal geen museum met kunst meer. Het is een historisch museum, gebouwd als een herinnering. Versailles toont aan de wereld: wij zijn het Franse volk.

"De realiteit is vaak vreemder dan fictie en als je foto's of documenten zeer nauwgezet gaat bestuderen, dan zie je dingen die je op het eerste gezicht niet zag. Het probleem is dat de meeste mensen niet langer met hun eigen ogen naar de wereld kijken.Een wereld die constant verandert. En dan mag wat gebeurt wel beschreven worden door historici, vaak zijn foto's betere getuigen. Geschiedenis staat vaak gelijk aan herinnering, maar wie goed kijkt, ziet soms meer."

En dat is wat het werk van Polidori zelf zo fascinerend maakt. Uitvergroot en ingezoomd zie je op zijn beelden uit Tsjernobyl of New Orleans een nieuwe geschiedenis. "Na de doortocht van Katrina kwam je daar in een surreële wereld terecht", zegt hij. "Alsof de wereld er ontploft was, met overal dode lichamen, een beetje zoals in Pompeii. Alleen was deze ramp veroorzaakt door water in plaats van door lava. Maar het resultaat was hetzelfde: de orde van de interne ruimte was compleet overhoop gehaald door de natuurelementen."

Een verstoring die er, denkt hij, ooit moest van komen. "Zoals een patiënt die bij een psychiater komt en zegt dat hij verward raakt. Op dat moment weet die psychiater al: die patiënt wás al verward. Katrina liet alleen fragmenten achter van wat onbewust al verstoord was."

Dat zag Polidori, die zijn camera richtte op binnen en buiten New Orleans. Autowrakken die tegen gevels gekwakt waren. Door puin bedolven bedden. Verrotte muren en op een van zijn beelden zelfs een lijk. Wat voor controverse zorgde. Net als beelden uit After the Flood die gebruikt werden in een antirookcampagne in Brazilië.

Verwoesting en verwaarlozing ook op zijn foto's uit Tsjernobyl. "De twee waren met elkaar te vergelijken omdat het telkens over een opgelegde evacuatie ging. Tsjernobyl is compleet verlaten en grote delen van New Orleans waren dat ook. Die mensen worden vaak vergeten. In New Orleans vielen na Katrina bijna tweeduizend doden, maar 1,5 miljoen mensen moesten het gebied verlaten en elders een nieuw bestaan opbouwen. Aan die impact wordt meestal niet gedacht."

Met boek in de hoek

Nog even terug naar school. Toen hij tien was, verhuisde het gezin Polidori dus van Montréal naar de States. Hij was Franstalig, verstond niet wat er in de klas werd verteld en - zo ging dat in die dagen - werd achteraan in de klas gezet. Hij mocht zich daar rustig houden met wat in boeken te kijken. "1961 was niet zo gek lang na de Tweede Wereldoorlog", zegt hij nu. "In die boeken zag ik veel beelden uit die oorlog, maar eigenlijk hield ik er niet van. Ik vond het vaak pure propaganda. Het werk van Leni Riefenstahl aan Duitse zijde, absoluut, maar ook in Amerika zag ik fotografie die de politiek diende. Het was triomfalisme en dat slik ik niet."

"Dan liever het werk van Mathew Brady, een fotograaf die in de Amerikaanse burgeroorlog actief was. Die oorlog krijgt niet zoveel aandacht, maar de dodentol ervan was voor Amerika véél groter dan bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam. Tot vandaag is dat een wonde in de Amerikaanse psyche en zijn foto's, met enorme glasplaten, legden dat fantastisch vast."

Hij noemt ook het werk van Roger Fenton, een 19de-eeuwse Britse fotograaf die toen al de Krimoorlog documenteerde. En Gustave Le Gray, Franse fotograaf van dezelfde generatie. "Hun fotografie was eerlijker", zegt hij.

Op pagina 35, aan het begin van dit artikel, staat een foto van Robert Polidori aan het werk.Zijn overmaatse fotografenjasje is grappig, maar daar kijk je amper naar: zozeer vraagt zijn camera je aandacht. Het is een technische camera, met een enorme balg, je maakt er niet zomaar kiekjes mee. "Je kunt er niet alleen mee werken, ik heb altijd iemand nodig om mee scherp te stellen, mijn arm is niet lang genoeg." Er zit een 700 millimeter-lens op, vandaag gebruikt hij platen van 30 op 40 centimeter. "Die zijn nodig voor details in hoge resolutie. Ik maak er panoramische beelden mee, die ik later aan elkaar vastmaak om nog betere kwaliteit te bekomen."

Dat is dus niet digitaal. "Neen, film blijft betere kleuren hebben, een kwaliteit die het digitale volgens mij nooit zal bereiken. Maar wat ik wel doe, en al sinds de jaren 90, is die analoge films nadien digitaliseren en ze dan bewerken met Photoshop. Het blijft een hybride manier van fotograferen."

Met zo'n camera kom je niet zomaar weg. Niet in het straatbeeld, maar evenmin in luchthavens of in landen met autoritaire regimes waar ze niet van pottenkijkers houden. "In veel landen bestaat er een douaneprotocol. Al dertig jaar lang vul ik alle nodige documenten in om mijn materiaal te kunnen inchecken. Maar waar die afspraken niet erkend zijn, moet ik toch altijd via de douanecontrole passeren en dat is lastig als je films door de X-Ray moeten."

Dat leverde wel eens problemen op, zeker als overijverige ambtenaren de films openden en aan licht blootstelden. Gebeurde in India, het gebeurde ook in de Verenigde Staten. "In San Francisco werden ooit foto's die ik van Steve Jobs moest maken, geraakt door de scanner van de luchthaven. Het was toen Jobs net van Pixar terug naar Apple ging, een magazine had me om een portret van hem gevraagd. Door de scan verschenen er op die negatieven lijnen. Een beetje zoals barcodes. Gelukkig doken ze overal op andere plekken door, waardoor ik door verschillende negatieven te combineren een nieuw gecomponeerd beeld kon krijgen."

Kinderachtig

Dit verhaal begon met de World Press Photo van 1997. Robert Polidori is er naar eigen zeggen nooit mee bezig geweest. "De meeste winnaars werken voor National Geographic en fotograferen in functie daarvan. Ik heb het altijd kunstmatig gevonden, hoe naar pers en magazines werd gekeken.Terwijl de pers zachtjesaan doodgaat. Ik vind dat hun compositorische grammatica kinderachtig is. Sommige van die foto's lijken meer op kindertekeningen, ze respecteren niet eens de rechte lijnen."

"Een jaar later won in een van de categorieën een reeks over Bill Clinton en Amerika, naar aanleiding van die affaire met Monica Lewinsky. Dat werd voorgesteld als een belangrijk politiek evenement, maar wat stelt dat nu voor in de context van de wereldgeschiedenis? Volgens mij niks."

Robert Polidori won met een foto van een interieur in het nieuwe Getty Museum. "Blijkbaar moet iemand van de jury het mooi gevonden hebben. Maar eigenlijk ben ik de minst voor de hand liggende kandidaat voor een World Press Photo. Eigenlijk vind ik die prijs een beetje de modeversie van het nieuws."

Twee keer won hij de Alfred Eisenstaedt Award. "Maar die kreeg ik allicht meer omdat ze de nieuwe lay-out van The New Yorker wilden belonen, dan mijn werk als fotograaf. Die award doet me niks. Ik zou veel liever de Prix Pictet winnen. Die hád ik al eens moeten winnen, vind ik. Of de Deutsche Börse Photography Prize. Maar je kunt er helaas niks aan doen als mensen niet van je foto's houden. Of als ze er wel van houden."

De kerstdagen - die hij trouwens doorbrengt met zijn oude vader in Santa Monica, California - kwamen te vroeg om zijn nieuwe boek onder de kerstboom te leggen. Vanaf maart 2015 is Rio te koop, zijn nieuwste boek, in twee volumes. In het eerste zijn beelden van Rio de Janeiro te zien. In het andere zijn de foto's opgenomen van de Braziliaanse fotograaf Marc Ferrez (1843-1923), die in Rio geboren werd en er stierf. En die zijn stad vastlegde. "Rio is een van de mooiste steden van de wereld", zegt hij. "Met een uiterst interessante urbanisatie. Ik heb er twaalf jaar gewerkt."

Twáálf jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234