Maandag 18/11/2019

'Wie getuigt over geweld, stuit op ongeloof'

Wonderboy Edouard Louis laat de Franse literatuur opnieuw op haar grondvesten daveren. Het relaas van zijn verkrachting door een Algerijn roept ongemakkelijke vragen op.Toch neemt Louis zijn belager enigszins in bescherming: 'Het geweld van de onderdrukten weerspiegelt de agressie van de verdrukkers.'

"Excuseer me als ik wat praatziek overkom", zegt Edouard Louis (°1992) met een schalks lachje. Een dik uur lang laat hij zichzelf verbaal leeglopen. Met een heilig vuur in de staalblauwe ogen stelt hij aan de lopende band maatschappelijke diagnoses, veegt hij president Macron de mantel uit of hekelt hij het sluipende racisme bij de Franse politie. En pepert hij ons in dat literatuur nooit of te nimmer vrijblijvend mag zijn. "Ik schrijf geen fictie, ik ben op zoek naar de waarheid." Nadat Louis met Weg met Eddy Bellegueule zijn marginale jeugd in een Noord-Frans ruw arbeidersmilieu evoceerde en er virulent mee afrekende, is zijn tweede roman Geschiedenis van geweld een al even onthutsende wake-upcall.

We zitten behaaglijk genesteld in een achterruimte van Le Select, voormalige pleisterplaats van Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald en andere Amerikaanse emigrés tijdens het Parijse interbellum. Nu hokken in deze hotspot van Montparnasse intellectuele bobo's samen, zij aan zij met goed gesoigneerde dames. De tafelrekeningen zijn navenant. Ze staan in schril contrast met de thema's waarover we praten.

Precies op de bank waar we plaatsnamen, schoof Louis in shock aan bij zijn vrienden Didier Eribon en Geoffroy de Lagasnerie, op die illustere kerstdag 2012, de nacht na zijn verkrachting. Op de Place de la République had de Algerijnse immigrantenzoon Reda de blonde, toen twintigjarige jongen aangesproken en van geen vin meer gelost. Edouard kon hem niet weerstaan en liet hem in zijn appartement toe. Wat een tedere liefdesnacht leek te gaan worden, draaide uit op een horrorscenario. Toen Edouard ontdekte dat Reda zijn telefoon en iPad had gegapt, ontstond er heisa. Daarop werd hij gewelddadig verkracht en bijna vermoord door Reda.

In het complexe Geschiedenis van geweld reconstrueert Louis zijn ontreddering, zijn woede en zijn angst. Op talloze niveaus onderzoekt hij oorzaak en gevolgen van de gebeurtenissen. Sleutelwoorden zijn 'geweld', 'angst' en 'schaamte', altijd weer die schaamte die Louis sinds zijn barre jeugd achtervolgt.

Dat de Franse samenleving op barsten staat en de schrijver weer op de barricaden moet, is volgens Louis overduidelijk. "Ik wil de grenzen oprekken tussen wat je wel en niet kunt zeggen in een roman." Leermeesters Pierre Bourdieu en Michel Foucault wrijven zich postuum in de handen met zo'n discipel die ook als socioloog en wetenschapper furore maakt.

Je eerste roman Weg met Eddy Bellegueule zorgde niet alleen in Frankrijk voor commotie, maar maakte ook in het buitenland flink ophef. Niet zo'n courant verschijnsel voor een Franse roman, tenzij je Michel Houellebecq heet.

Edouard Louis: "Ook voor mij was het succes een totale verrassing. Weg met Eddy Bellegueule verscheen in Frankrijk in amper 1.000 exemplaren en het boek werd door een aantal uitgevers aanvankelijk zelfs resoluut geweigerd. Ze argumenteerden dat niemand zou geloven hoe sjofel mijn jeugdjaren in Le Nord waren. Sommigen beweerden dat zulke armoede in Frankrijk niet eens bestond, dat ik maar wat verzon. En ook over dit nieuwe boek krijg ik te horen: dat kan niet waar zijn."

Zegt die houding iets over de wereldvreemdheid van bepaalde Franse uitgevers?

"Ik vermoed van wel. Het dagelijkse geweld en de spanningen in de samenleving worden al te makkelijk genegeerd en ontkend. Daarom heb ik beide boeken ook geschreven: uit bittere noodzaak. We leven in een extreem gewelddadige wereld, met sociale uitsluiting, met klassendominantie, met homofobie en met racisme. Een wereld die geweld als het ware structureert én reproduceert. Toch komt dat amper aan bod in de hedendaagse literatuur en in het politieke discours.

"Als ik een Franse boekhandel binnenloop, merk ik dat 95 procent van het literaire proza me amper interesseert. Omdat het aan de échte wereld voorbijgaat."

Auteurs als Annie Ernaux schreven toch al eerder over de arbeidersklasse? Voel je je met haar verwant, zeker omdat ze - net als jij - zogenaamde 'autofiction' bedrijft?

"Annie Ernaux is natuurlijk een boegbeeld, ik heb haar hoog zitten. Maar ik kan me niet vinden in de term 'fictie'. In Geschiedenis van geweld is er geen woord verzonnen. Ik schrijf geen fictie, ik ben steeds op zoek naar de waarheid. Een belangrijke nuance.

"Of die wel bestaat? Er is niets radicaler dan de waarheid. Ik zou het niet aankunnen om verhalen te verzinnen en de ware geschiedenissen uit mijn leven te verzwijgen. Als ik naar het parcours van mijn moeder en mijn vader kijk, besef ik in welke armoede ze leefden en hoe ze daaronder leden. Zou het dan niet schandalig zijn om over frivole onderwerpen te schrijven? Hun geschiedenis is het waard om verteld te worden.

"Toen ik kind was, leed ik daar zelf ook zwaar onder. We werden volkomen weggecijferd. In Weg met Eddy Bellegueule liet ik mijn moeder aan het woord, in Geschiedenis van geweld is het mijn zus Clara die zich uitlaat over mijn verkrachting door Reda, nadat ik bij haar ben gaan bekomen. Allebei gaan ze eronder gebukt dat niemand zich om hen bekommert. En ik pareer het racisme door haar parallellen met mijn eigen jeugd - toen ik ook af en toe gapte, net als Reda - te laten trekken."

Je geeft de arbeiders en de onderkant van de samenleving een stem. Maar tegelijk heerst er altijd weer die bijtende spanning tussen jou en hun wereld.

"Ik sta intussen ver van hen af. Niettemin wil ik hun armoede en hun wrange kijk op de maatschappij tastbaar maken en verhelderen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik de lagere klassen mythologiseer, absoluut niet. Ze zijn slachtoffers van geweld, maar ze veroorzaken zelf evengoed agressie. Ik ben daar niet blind voor: ze zijn misogyn, geobsedeerd door racisme en stemmen voor Le Pen. Toch wil ik vooral aantonen hoe het geweld van de onderdrukten slechts een echo is van het geweld van de verdrukkers."

In Geschiedenis van geweld beschrijf je Reda - met wie je eerst seks hebt en die jou uiteindelijk na zijn diefstal bedreigt en verkracht - met een voorzichtig mededogen. Je geeft zijn Maghrebijnse achtergrond van achterstelling daarbij een plaats. Waarom?

"Omdat ik al snel ontdekte dat je door het indienen van een klacht op alledaags racisme bij politie en overheden stuit. De uitsluiting van Arabieren en zwarten is een ongemakkelijke waarheid in Frankrijk. Dat de arbeidersklasse wordt uitgesloten eveneens. Literair moet je dat niet naar je hand zetten, het zijn gewoon verifieerbare feiten.

"Wél wil ik nagaan hoe je met literaire middelen de waarheid vorm kunt geven. Kijk maar naar De tweede sekse van Simone de Beauvoir. Het is een literair boek, maar brengt wel degelijk iets aan het licht. Het toonde aan hoe het bestaan van vrouwen langdurig bepaald werd door uitsluiting en door de dominantie van mannen. Vrouwen hebben geen toegang tot bepaalde posities.

"In Geschiedenis van geweld probeer ik de waarheid te onderzoeken aan de hand van tweestemmigheid: mijn zus die over mij praat, ik die intervenieer en vervolgens mijn eigen versie breng."

Toon je zo niet zelf aan dat de waarheid ongrijpbaar is? Bovendien worden je boeken meestal aangekondigd als romans. In essayvorm had je dat probleem misschien niet gehad.

"Ik heb inderdaad voor de romanvorm gekozen, met nog méér literaire ambitie dan bij mijn eerste boek. Maar ik zie daar geen tegenstrijdigheid in. Je moet de waarheid 'vormgeven', zodat ze des te harder aankomt. Als je over geweld spreekt - zoals hier over de verkrachting van een man door een man - dan mag je sowieso altijd eerst op ongeloof en ontkenning rekenen. Wanneer een vrouw een verkrachting aangeeft, worden haar woorden altijd even in twijfel getrokken. Toen in Frankrijk het martelen van Algerijnen in de nasleep van de burgeroorlog aan het licht kwam, geloofde niemand dat. Dat stuitte op ontkenning.

"Over Geschiedenis van geweld zeiden sommige lezers me: 'Het maakt me in feite niet uit of je de waarheid schrijft, het is een roman, het is 'maar' literatuur.' Dus begon ik me af te vragen, wat is een roman eigenlijk? Is literatuur dan per definitie onschadelijk?"

Seksueel geweld tussen mannen is wellicht nog een groot taboe?

"Bien sûr, het is zwaar om over verkrachting te spreken. Ik begrijp dat de mensen niet altijd oren hebben naar je verhaal, zeker als je zelf iemand in je appartement uitnodigde én dus 'beter had moeten weten'. Wie getuigt over een verkrachting, gaat tweemaal door de hel. De eerste keer fysiek en daarna opnieuw, bij je verklaringen. Het juridisch systeem zorgt ervoor dat slachtoffers meermaals lijden.

"Na mijn verkrachting door Reda moest ik beslissen of ik naar de politie zou stappen. Ik twijfelde. Want ik was vooral opgelucht omdat ik aan de dood was ontsnapt. Maar ik had geen keuze, ik moest me ook laten onderzoeken. Exact op deze plek waar we nu zitten, hier aan deze tafel in Le Select (tikt driftig met zijn vinger op het blad), hebben mijn vrienden Didier en Geoffroy me overtuigd om toch een klacht in te dienen."

Je twijfelde of je aangifte moest doen, zeg je. Maar later schrijf je er wél een boek over. Uit therapeutische motieven?

"Dit boek is geschreven uit een noodzaak en uit een gevoel van urgentie. Niet om therapeutische redenen. Het was dé manier om mijn eigen geschiedenis te heroveren.

"Op een bepaald moment wilde ik mijn aanklacht terugtrekken, omdat ik opzag tegen alle procedures. Maar de politie zei me: 'Deze geschiedenis behoort jou niet meer toe. We gaan die persoon opsporen en vervolgen, of je dat nu wilt of niet.' Zo functioneert de overheid. De staat eigent zich jouw leven toe om op zijn beurt geweld uit te oefenen. Door iemand in de gevangenis te stoppen of door vergelding af te dwingen. En er wordt niet meer gevraagd of je een minnelijke schikking wilt. Het is kafkaiaans."

Is het niet paradoxaal dat je de verdediging van je verkrachter opneemt?

"Ik werd me ervan bewust dat ik Reda niet haatte. Maar de staat biedt geen mogelijkheid tot een 'pardon', slechts tot repressie en straf.

"Toen ik Geschiedenis van geweld in Frankrijk promootte, kwamen er vaak mensen op me af die slopende procedures te verduren krijgen en er een punt achter willen zetten. Ik had geen zin om elke dag wakker te worden met het besef dat ik iemand in de gevangenis heb doen belanden. Al heeft hij mij wel degelijk iets aangedaan."

Nadat Reda was opgepakt bij een drugsdeal, vier dagen na de verschijning van je boek, wou je hem bij een confrontatie toch niet ontmoeten. Tot zijn grote woede. Waarom niet?

"Omdat ik bang van hem was. Hij heeft me verkracht. Ik minacht hem voor wat hij mij heeft aangedaan. Maar moet ik daarom wensen dat hem op zijn beurt geweld wordt aangedaan? Nee, toch! Ik zie daar geen paradox in.

"Ik ben geïnspireerd door een feministische groep uit de jaren zestig rondom Simone de Beauvoir. Ze pleitten er destijds voor dat vrouwen een klacht konden indienen tegen seksueel misbruik en huiselijk geweld. Maar eenmaal het proces van start ging, verstoorden ze de zittingen en eisten ze de vrijspraak. Zo klaagden ze seksueel geweld aan, maar verzetten ze zich ook tegen repressie.

"Denk ook aan de kwestie rond filmregisseur Roman Polanski. De vrouw in kwestie wil al langer dat het proces ophoudt en dat Polanski niet meer gestraft wordt. Toch is het vrijwel onmogelijk om de procedure stop te zetten.

"Tegenwoordig triomfeert een soort repressief feminisme bij seksuele misdaden. Zo veel mogelijk geweldenaars in de bak krijgen, daar gaat het om. Maar er zijn toch menselijker manieren om een conflict op te lossen?"

Valt het je zwaar om hier altijd weer over te praten?

"Zeker wel. Maar ik vind het zeer belangrijk om te getuigen over mijn specifieke geval. Toch heb ik meer en meer het gevoel alsof mijn herinneringen zich ergens buiten mezelf bevinden, met mij aan de haal gaan. Of dat ik er mee door de straten wandel en ze aan de leiband houd. Ze hinderen me niet. Ik kan ze oproepen wanneer ik wil. Vreemd is dat."

In deze eerste twee boeken wroet je diep en ongenadig in je eigen leven. Kun je je voorstellen dat je ooit een volkomen verzonnen verhaal schrijft?

"Ik probeer af en toe totaal andere teksten uit. Net voor ik aan Geschiedenis van geweld begon, werkte ik aan een boek over een passionele relatie van mijn vader met een onbekende vrouw. Grotendeels fictie, want ik kende slechts de grote lijnen van de affaire. Maar na mijn verkrachting voelde het vreemd om deze liefdesgeschiedenis op papier te zetten. Ik schaamde me om fictie te bedrijven, ik schaamde me over de liefde. Ik heb het manuscript in de vuilnismand gegooid. Omdat ik vond dat ik moest getuigen. Denkend aan de woorden van Imre Kertész: 'Het geluk is er om te beleven en te doorleven. Over de rest moet je schrijven, dat is belangrijk, het leven in twijfel trekken. Om zoveel mogelijk geluk te veroorzaken en te creëren.'

"Door te getuigen kan ik misschien bewustzijn creëren op langere termijn. Zoals het feminisme, het marxisme en de strijd tegen racisme ook resultaten boekten. Al besef ik wel dat ideologieën hun gevaarlijke kanten hebben. Toch is het bruto nationaal geluk de laatste tweehonderd jaar verhoogd. Het is nu stukken makkelijker om homo te zijn in Parijs dan destijds."

Hoe belangrijk is het label 'geëngageerd auteur' voor je? Veel auteurs gaan daar tegenwoordig weer prat op.

"Vind je? Er is veel minachting voor de politiek bij Franse auteurs. Kijk maar naar Michel Houellebecq. Die doet alsof hij geen maatschappelijke boeken schrijft. Ik denk dat journalisten moeten ophouden deze vraag te stellen. 'Waarom ben je niet geëngageerd?' klinkt veel logischer. (fel) Want vanaf het moment dat je als schrijver iets publiceert, stel je een politieke en publieke daad, ben je geëngageerd. We moeten misschien aan Houellebecq vragen: waarom lieg je? Waarom doe je alsof je je niet met de maatschappij bemoeit? Je schrijft tegen vrouwen, tegen moslims en tegen homo's en je beweert dat de islam Frankrijk zal overnemen."

Is die sterk sociologische en politieke dimensie in je twee boeken mee een gevolg van je wetenschappelijke achtergrond?

"Die dateert van veel eerder. Ik heb de politiek altijd direct aangevoeld in mijn botten, in mijn vlees en in mijn bloed. Een nieuwe regering kon voor ons gezin in Le Nord een wereld van verschil betekenen. We voelden ons voortdurend aangevallen door de politiek. Kunnen we voldoende eten aan het einde van de maand? Kunnen we een beroep doen op sociale hulp of gaan ze die afschaffen? Zullen ze bepaalde medicijnen terugbetalen? Dat hield ons dag na dag bezig. Als je met zulke kwesties geconfronteerd wordt, dan denk je rechtstreeks na over politiek.

"Wie tot de arbeidersklasse behoort, beseft dat politiek een kwestie van leven of dood is. Daarom resoneert de politiek zo fel in mijn boeken. Want al die chique Parijzenaars die romans schrijven, hebben de politiek zelden aan den lijve ondervonden. Welke regering er ook aan de macht was, ze konden lekker gaan eten en intussen toch de grote marxist uithangen. De bourgeoisie is afgeschermd van de politiek, terwijl de armen er voortdurend aan onderworpen zijn.

"Toen ik in Parijs aan de Ecole Normale Supérieure kwam studeren dankzij een beurs, was ik zeer verbaasd over de manier waarop mijn medestudenten over politiek praatten. Politiek was voor hen een kwestie van stijl, het was divertissement, slechts voer voor conversatie. Het ergerde me, ik ging in debat. Ze lachten met mij: 'Holala, Edouard, hij windt zich op, hij is sectair...' (doet bekakte stemmetjes na)

"Helaas stort de huidige politiek mij in tranen. Bij de verkiezing van Donald Trump was ik in New York en heb ik geweend. Bij de verkiezing van Emmanuel Macron heb ik ook geweend. Omdat ik maar al te goed besefte dat er niks gaat veranderen."

Macron predikt nochtans graag de revolutie van het centrum.

"Macron veracht de gewone man en de lagere klassen. Hij zal de armen nog armer maken. Na zijn verkiezing vroeg ik me meteen af wat mijn moeder nu weer zal doormaken. Zal ze onder Macron eindigen als SDF (sans domicile fixe, DL) of als clochard? Ze is 49 jaar en heeft niet gestudeerd, ze was zwanger op haar zestiende, ze heeft geen rijbewijs... Voor haar wordt het alleen maar erger onder Macron. Hij denkt dat hij de nieuwe zonnekoning is, een ouderwetse monarchist. Hij vindt Assad de legitieme Syrische president, hij inviteert Trump op Quatorze Juillet en nodigt Poetin uit in Versailles. Kortom, hij collaboreert met dictaturen uit de hele wereld."

Ondanks alle felheid kun je zeggen dat er in Geschiedenis van geweld meer tederheid en begrip schuilt voor je familie dan in het harde Weg met Eddy Bellegueule. Je merkt het aan de manier waarop je in het boek je zus over jou laat praten.

"Toen ik net in Parijs aankwam en mensen me naar mijn familie vroegen, antwoordde ik altijd weer: 'Je les déteste.' Maar langzaamaan begon ik me te realiseren dat dit niet helemaal klopte. Dat ik wel degelijk van ze hield. Ik was gewoon te beschaamd om het te tonen. Vergeet niet dat ik tijdens mijn jeugd zélf de zondebok van de familie was, overladen met schaamte en schande. Mijn zus was zeer hard ten opzichte van mij, kafferde me uit voor 'pédé'. Ze vernederde mijn homoseksualiteit. Toch hoorde ik dat ze mij tegenover mijn vrienden verdedigde en me prees als 'superintelligent'. Zoiets heeft ze me zelf nooit rechtstreeks gezegd."

Niet alleen schaamte is een sterke motor in dit boek. Ook angst doordrenkt de pagina's.

"Dat klopt, ja. Angst zit diep in me geworteld, logisch als je het slachtoffer van een verkrachting bent. Als ik op straat loop, ben ik vaak bang. 'I'm a scared, gay child' zoals Allen Ginsberg het ooit zei. Als ik groepjes van vier à vijf mannen samen zie, word ik bevangen door angst. We vergeten vaak hoe angst het leven van veel mensen beheerst. Als zwarte of Arabier ben je dagelijks bang voor politiecontroles."

Toch voel je je veel comfortabeler in de grootstad dan in je dorp, geef je toe. Ondanks de eenzaamheid, die in Geschiedenis van geweld ook een rol speelt.

"De anonimiteit van de grootstad is rustgevend en troostend. In een kleine gemeenschap word je voortdurend op de vingers gekeken en 'gesurveilleerd'. Ik was beroofd van mijn homoseksualiteit in het kleine dorp waar ik opgroeide. Toen ik in Parijs aankwam, moest ik me van die kluisters bevrijden. De stad is de plek waar ik mijn homoseksualiteit kan uitleven, ik wilde zoveel mogelijk mannen ontmoeten, zij het niet zonder risico. Zeker, ik voelde me ook eenzaam en melancholisch. Ik kon me eerst niet zomaar integreren in het Parijse milieu. Maar intussen heb ik zoveel vrienden gekregen, filmmakers als Xavier Dolan, schrijvers als Didier Eribon, kunstenaars... Ja, het voelt écht alsof ik met hen een nieuwe familie heb opgebouwd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234