Maandag 29/11/2021

'Wie één mensenleven redt, redt de hele wereld'

De Duitse journaliste Marion Schreiber raakte gefascineerd door het verhaal van drie jonge mannen die in 1943 een aanval pleegden op een deportatietrein en schreef er een boek over. Stille rebellen is niet alleen een ode aan de moed van dappere oorlogshelden, maar ook een eerbetoon aan België.

Interview door Joseph Pearce

Marion Schreiber

Stille rebellen

Atlas, Amsterdam, 168 p., 913 frank.

Een pistool, een stormlantaarn en een nijptang. Met deze wapens overvallen op 19 april 1943 drie jonge mannen in Boortmeerbeek het twintigste deportatietransport naar Auschwitz, een trein met 1.631 joden die kort voordien om tien uur 's avonds uit Mechelen was vertrokken. De Duitse bewakers zijn het noorden kwijt. Het is pikdonker. In de verwarring slagen twee overvallers erin enkele treindeuren open te wrikken. Zeventien mensen ontsnappen. Dan openen de Duitsers het vuur. Het konvooi rijdt door. Aan boord moedigen joodse partizanen de weggevoerden aan uit de trein te springen. Een aantal is in het bezit van messen en zagen die ze de Dossin kazerne hadden binnengesmokkeld. Hoewel er 23 omkomen door een ongelukkige val of door de kogels van de bewakers, ontsnappen er tussen Boortmeerbeek en de Duitse grens nog eens 214 joden. De Belgen langs de spoorlijn, onder andere in Boutersem en Sint-Truiden, schieten ter hulp. Alle joden worden verstopt, niemand wordt verraden. Iedereen overleeft de oorlog. En Youra Livchitz, Jean Franklemon en Robert Maistriau, de drie jonge overvallers? Enige tijd later worden ze alledrie gearresteerd. Livchitz wacht de executie in Breendonk, Franklemon en Maistriau verdwijnen naar de concentratiekampen van Oranienburg en Sachsenhausen, van Buchenwald, Dora en Bergen-Belsen. Zij overleven de kampen.

Over deze unieke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de holocaust schreef Marion Schreiber een aangrijpend boek. Maar Stille rebellen gaat niet alleen over de moedige overval op een transport naar Auschwitz, het is ook een ode aan het leven van enkele jonge mannen die hun leven waagden om het leven van anderen te redden. Ten slotte is het boek ook een eerbetoon aan België. Marion Schreiber beschrijft uitvoerig hoe men in dit land op een onopvallende manier verzet pleegde. "Het werd de hoogste tijd dat de Belgen met dit vergeten stukje oorlog kennismaakten", zegt ze. "Tijdens mijn research voor het boek bleek steeds weer dat zo goed als niemand iets over de overval in Boortmeerbeek wist." Stille rebellen herstelt met brio het geheugenverlies van een natie.

Marion Schreiber (°1942) was tot 1998 correspondente voor Der Spiegel in Brussel. Hoewel ze vaak over de EU en de NAVO schreef, kende ze ons land helemaal niet goed. "Dat veranderde door de Dutroux-affaire", zegt ze. "Ik ben toen voor het eerst door België gereisd. Zo kreeg ik een kijk op de slechte werking van justitie en politieapparaat, op de corruptie en lafheid in de politiek. Mijn kritische stukken in Der Spiegel waren heel hard voor België. Toen las ik in The Bulletin een stuk over joodse kinderen die tijdens de oorlog in België werden verstopt. Ik wilde daarover schrijven, omdat ik ook iets positiefs over dit land wilde zeggen. Zo kwam ik in contact met de advocaat Simon Gronowski. Hij zat op dat twintigste transport naar Auschwitz. Elf jaar was hij. Gronowski is uit de trein gesprongen. Zijn verhaal inspireerde me. Het idee alleen al dat drie jonge kerels een deportatietrein hadden overvallen! Buitengewoon! Toen is mijn onderzoek pas goed begonnen, en hoe meer ik me met de zaak bezighield, des te ongelooflijker en fascinerender werd ze."

Marion Schreiber woont met haar man en drie zonen op een boogscheut van de Abdij van Ter Kameren, nu het Nationaal Geografisch Instituut. Het groene Brussel, al dringt tijdens het gesprek voortdurend het gejoel van schoolkinderen op een speelplaats tot ons door. Oorstrelende achtergrondmuziek? "We leven hier inderdaad graag", lacht ze. "Brussel is een aangename stad, de Belgen zijn vriendelijke mensen. Voor mijn kinderen is Brussel hun heimat." In haar boek steekt Schreiber ook de loftrompet van de Belgen. Vooral hun stille verzet tegen de bezetter viel haar op. Schreiber vertelt enkele mooie anekdoten, zoals de gewoonte van de Belgen om op stationperrons en aan tramhaltes met hun sigaretten gaten in het uniform van Duitse soldaten te branden. Schreiber noemt hen kleinburgerlijke anarchisten. Een eretitel. "Dat ingehouden verzet siert de Belgen", zegt ze. "Mag ik het even vergelijken met de toestand in Duitsland in het Derde Rijk? Daar ontbraken zulke daden volkomen. Daarom heet mijn boek ook Stille rebellen. De titel slaat niet alleen op de drie verzetslieden die de trein overvielen maar op de Belgen in het algemeen. Naar boven toe geven ze de indruk dat ze heel braaf en gehoorzaam zijn, maar achter de schermen doen ze hun zin, en vooral: ze doen wat ze denken te moeten doen. Misschien is dat ook de moraal van het verhaal. Regels en voorschriften moet je niet altijd blindelings gehoorzamen. Kadaverdiscipline is niet gezond. Er is een Hebreeuwse spreuk die zegt dat wie het leven van één mens redt, in feite de hele wereld redt. Als iedereen zo redeneerde, zou het met de wereld veel beter gaan."

Ook hooggeplaatste landgenoten, zoals kardinaal Van Roey en koningin Elisabeth, pleegden verzet. Veel succes hadden ze niet. Valt hun falen niet erg op als je het vergelijkt met de acties van de eenvoudige Belgen? Schreiber schudt het hoofd. "Ik heb alleen maar bewondering voor het verzet van de Belgische kerk en het koningshuis", verzekert ze. "In Duitsland hebben de bisschoppen nooit op die schaal geprotesteerd. Ik begrijp jullie Belgen niet. Waarom maken jullie jezelf zo slecht? Goed, de interventies van Elisabeth hebben niets opgeleverd, maar ze heeft het tenminste geprobeerd. En de kardinaal? Hij stuurde brieven naar het Vaticaan waarin hij zijn bezorgdheid uitte over de toestand van de joden in België, maar er is nooit enige reactie gekomen." Waarom staat dan in het boek dat Van Roey in preken de aanslagen van het verzet veroordeelde terwijl hij in een ander sermoen kritiek had op het weghalen van de klokken uit de kerken? "Van Roey heeft inderdaad een tweeslachtige houding aangenomen", geeft Schreiber toe, "maar helemaal te veroordelen is hij zeker niet."

Het Belgische anarchisme spreekt ook uit de daden van Livchitz, Franklemon en Maistriau. Hoewel ze in contact stonden met verzetsorganisaties en dan vooral met de Groupe G aan de ULB, waren het in de eerste plaats vrije geesten die hun gang gingen op een eigenzinnige manier. Livchitz stond onder invloed van de theosofie, een leer die de vrijheid van het individu hoog in het vaandel voert. "Youra Livchitz bezocht de zomerkampen van de theosofen", vertelt Schreiber. "Hij luisterde er onder meer naar toespraken van Krishnamurti."

Livchitz, Franklemon en Maistriau waren Franstalige Belgen. Schreiber constateert in haar boek laconiek dat er meer joden in Brussel en Wallonië dan in Vlaanderen werden geholpen. "Nou, en?", vraagt Schreiber. "Waarom moet de taalstrijd altijd roet in het eten gooien? De trein reed zowel door Vlaanderen als Wallonië, en de mensen die ontsnapten werden zowel door Vlamingen als Walen verstopt. Maar waarom zou je ontkennen dat er in Brussel in vergelijking met Antwerpen veel meer joden werden gered? Vergeet ook niet dat de Walen sinds de vreselijke executies van burgers in Visé, Tamines en Dinant tijdens de Eerste Wereldoorlog altijd zeer anti-Duits waren gebleven. Antwerpen is inderdaad een apart geval. Nergens anders werden de jodensterren op zo'n efficiënte manier verdeeld, nergens anders heeft de lokale politie zo actief aan razzia's op joden meegedaan."

Het plan voor de overval op een jodentransport kwam oorspronkelijk van Hertz Jospa, een communistische verzetsman en stichter van het Comité de Défence des Juifs. Het comité deelde aan volwassen joden rantsoenbonnen en geld uit, hun kinderen werden verstopt. In een interview na de oorlog vertelde Jospa dat hij met zijn comité een deportatietrein had willen overvallen. Omdat ze over wapens noch logistiek beschikten, lieten ze dat plan varen. Jospa nam contact op met de partizanen, maar ook die vonden een overval te riskant. In die tijd, januari 1943, hadden ze net zware verliezen geleden. Bovendien paste zo'n overval niet in hun strategie. Partizanen voerden snelle aanvallen uit en trokken zich even snel weer terug. Bij een overval van een trein zouden ze ook voor de ontsnapte gevangenen moeten zorgen, en dat was onmogelijk. Pas toen Jospa bevriend raakte met Livchitz, hoorde die van het plan. Livchitz wilde meteen in actie schieten, maar het heeft hem nog enorme moeite gekost om Franklemon en Maistriau te overtuigen met hem mee te doen."

De drie mannen beschikten samen over één pistool. Wat een lichtzinnigheid! Was de overval geen pure zelfmoordactie? "Op het ogenblik zelf moeten ze doodsangsten hebben uitgestaan", zegt Schreiber, "maar eigenlijk waren die treinen nauwelijks bewaakt. Alleen helemaal voorin en achteraan zaten soldaten, en dat was alles. Het verzet had zulke transporten makkelijk kunnen aanvallen. Stel je voor! Drie kerels die zonder noemenswaardige wapens zeventien mensen redden. Met meer wapens en mankracht hadden hele treinen bevrijd kunnen worden. Goed, ik ken niet alle achtergronden en beweegredenen van het verzet. Er liepen verraders rond. Het waren hachelijke tijden." Misschien waren joden quantité négligeable voor het verzet? "Nogmaals, dat weet ik niet", insisteert Schreiber. "Ik weet slechts één ding. Bij het verzet van Duitsers tegen Hitler, zoals bij de aanslag van Stauffenberg in juli 1944, speelde het lot van de joden geen enkele rol! Ook Alexander von Falkenhausen, het hoofd van de Belgische Militärverwaltung, trok zich van de jodenkwestie niets aan, hoewel hij op zijn kasteel toch gesprekken voerde met Duitse verzetsleden als Moltke en Richthofen. Hij schrijft in zijn memoires dat die heren hem niet eens over het bestaan van de vernietigingskampen hebben ingelicht. Ik geloof von Falkenhausen niet. Hij kreeg de beste informatie, hij heeft Breendonk gezien, hij luisterde naar de BBC, hij sprak met hooggeplaatste ambtenaren van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, die hem uitvoerig berichtten over de vooruitgang van de deportatie. Nee, voor Duitsers was het lot van de joden totaal onbelangrijk. Of dat ook zo was voor het Belgische verzet? Ik kan me als Duitse niet permitteren daar een oordeel over te vellen."

Hoewel je met boeken over de holocaust een toren tot op de maan kunt bouwen, heeft Marion Schreiber er nooit aan getwijfeld dat zij het verhaal van Youra Livchitz en zijn kameraden absoluut moest schrijven. Haar eigen verleden en haar nationaliteit speelden daarbij een belangrijke rol. "In de eerste plaats werd ik gefascineerd door de overlevenden zelf", zegt ze. "Ze waren zo blij en opgelucht dat ze hun verhaal konden doen. De meesten hadden er tot dan toe altijd over gezwegen. Bovendien groeide ik in Duitsland op in een tijd dat er aan de meeste scholen weinig of niets over de holocaust of zelfs over het Derde Rijk werd gesproken. De geschiedenis van Duitsland eindigde met Bismarck. Ik vind trouwens dat de Duitsers ook vandaag niet een streep onder dat nazi-verleden mogen trekken. Dat is een verkeerd uitgangspunt. Kijk, Duitsers willen nog wel eens overdrijven, zowel in de ene als in de andere richting. Op Duitse scholen zijn er leerkrachten die het in hun lessen alleen over de holocaust hebben, terwijl anderen die geschiedenis verzwijgen. Een evenwichtig en genuanceerd beeld ontbreekt. Ten slotte is er mijn familie. Die heeft zich tijdens het Derde Rijk niets te verwijten gehad, op dat punt voel ik me volkomen vrij. Hoewel mijn grootvader geen verzetsheld was, werd hij wel door de nazi's vervolgd. Hij was burgemeester van Dessau toen de nazi's de verkiezingen in Sachsen-Anhalt wonnen. Toen besloot hij de swastikavlag van het stadhuis neer te halen. Dat heeft hem bijna een proces opgeleverd. Hij was ook de man die het Bauhaus van Weimar naar Dessau haalde. Voor de nazi's was hij uiteraard een verdediger van die Entartete Kunst en een vriend van de communisten. Mijn vader, die evenmin als mijn grootvader partijlid is geworden, hebben ze zonder plichtplegingen meteen de oorlog ingestuurd. Veel te laat besefte ik dat ze moedige mannen waren. Allebei hebben ze boeken over hun leven geschreven, hoewel mijn vader nauwelijks iets over de oorlog kwijt wilde, dat was veel te pijnlijk. Nu weet ik wat het betekende moedig te zijn tijdens het Derde Rijk." Stille rebellen is een ode aan de moed van dappere oorlogshelden. Het boek is spannend, een thriller. Schreiber begint met de gerichte en succesvolle luchtraid in januari 1943 van een Belgische RAF-piloot op het SS-hoofdkwartier aan de Louizalaan in Brussel. Het eindigt met de arrestatie en executie in Breendonk van Youra Livchitz en zijn broer Alexander. Vaak verplaatst Schreiber zich in haar personages. Het Spielberg-procédé? Historische feiten met een laagje romantiek en diepmenselijkheid? "Ik heb hiervoor inderdaad kritiek gekregen", zegt Schreiber. "Ik heb alleen maar mijn best gedaan om het boek voor een zo breed mogelijk publiek leesbaar te maken. Wat heeft een lezer aan gortdroge lectuur? Niet alles is historisch. Ik schilder de gedachten en gevoelens van de personages. Sommigen vinden dat je dit thema niet op deze manier mag benaderen, en daar kan ik mee leven. Ieder zijn mening. Wat voor mij telt, is dat dit verhaal nog niet in zo'n detail werd verteld. Ik doe heus niet aan geschiedvervalsing." Schreiber verrast ook met een onthutsend beeld van het leven in de Dossin kazerne in Mechelen. De meeste informatie over dit Sammellager kreeg ze van de overlevenden van het twintigste transport. Het doorgangskamp was het voorgeborchte van de hel. Boden, de vice-commandant, was een monster. Hij had een assistent, Bubi, een vijfjarig joods jongetje dat net als zijn meester een uniform droeg en met een zweep rondliep. "Dossin was het begin van de ontmenselijking", vertelt Schreiber, "het begin van de vernederingen. Er werd aan de lopende band gefolterd, corruptie was aan de orde van de dag. Soms werden Duitsers voor die corruptie gestraft. De propaganda had het immers altijd over die eerlijke en gedisciplineerde nazi. Dat diezelfde eerlijkheid ook diende om vreselijke misdaden te begaan werd niet bestraft. Dat was de logica van het nazistische systeem. Helemaal schizofreen. Mensen vermoorden mocht, maar als je geld uit een lade stal vloog je naar het Oostfront."

Van alle personages is Youra Livchitz het meest fascinerende. Voor Schreiber is hij meer dan een held. Livchitz is een ideale mens. Een ideale zoon! Schreiber laat een parelende lach weerklinken. "Ik identificeerde me inderdaad vaak met zijn moeder", zegt ze. "Toen ik het boek schreef, was ik net zo oud als zijn moeder toen. De afscheidsbrief die hij kort voor zijn dood naar haar stuurt, is hartverscheurend. Hij zit vol zware zelfverwijten. Wellicht zag hij in dat hij op de duur lichtzinnig was geworden, dat hij dacht dat hij nooit gearresteerd kon worden. Die brief is zo schokkend, zo aangrijpend. Toen ik hem las reageerde ik als een moeder. Ik moet er nog altijd om huilen." Schreiber kan niet verder praten. Een waas van tranen trekt voor haar ogen. Voorzichtig wist ze de ogen. "Die moeder verloor haar twee zonen zeer kort na elkaar. Ze had alleen voor Youra en Alexander geleefd. Een uitstekende opvoeding hadden ze gekregen, en ze was ook bevriend geraakt met hun vrienden. Ze is meer dan negentig jaar oud geworden. Ook dat greep me diep aan." De joelende schoolkinderen weten van geen ophouden. Ik kijk naar buiten. In de terrastuin bloeien de laatste bloemen van de zomer.

Marion Schreiber is te gast op Het Andere Boek op zondag 30 september om 13.00 in Aula 1. Meer info op www.hetandereboek.com

Een aangrijpend boek dat leest als een thriller

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234