Woensdag 08/12/2021

Wie een lief heeft, twijfelt nooit

Terwijl 'de morgen' zijn eerste jaargang volmaakte, noteerde karl van den broeck zijn belevenissen in zijn eerste dagboek

Daar staat ze dan, voor de eerste keer, op 15 augustus 1979: 'Brief geschreven naar Kaatje'. Plompverloren na de mededeling dat hij zijn fiets heeft gepoetst ('hele ambras om achterwiel er terug in te krijgen'). Zijn dagboek is dan al aan pagina 144. Zijn versie van de wereld begint - negen dagen vroeger dan die van De Morgen - op 21 november 1978. Meisjes en liefde kregen er maar een bescheiden plaats in. Feiten en emoties moeten gescheiden blijven, nietwaar. Een dagboek moet gaan over ernstige zaken: over Lucien Van Impe die Bernard Hinault verschalkt met een splijtende demarrage of over Karel Van Miert op de Europese kermis in Mol. 1978-1979 was het eerste jaar van De Morgen; het is ook het jaar dat Karl van den Broeck perfect samenvat.

Turnhout

Eigen berichtgeving

Karl van den Broeck

Kaatje dus. Kaatje Paeleman heet ze voluit en ze was elf jaar, net als ik. Ze was mijn lief. Daar werd niet over gediscussieerd. De hele school, het Koninklijk Atheneum in Turnhout, wist dat. Het begon allemaal in 1977, tijdens een schoolreis op de lagere school volgens de geplogenheden van die tijd. Een vriendin kwam het 'aanvragen' voor Kaatje. Ik zei ja en daarmee was het officieel. Kusjes geven, friemelen, lieve woordjes prevelen, verdrinken in elkaars oogwit; het hoorde er allemaal niet bij. Kaatje en Karl waren een koppel (K+K) en daarmee was de kous af. We zaten wel bij elkaar in de klas in het eerste jaar van de grote school, maar ik speelde met de jongens en zij met de meisjes. Tijdens de vakantie zagen we elkaar nooit, brieven schrijven deden we niet. Hoogstens een kaartje met Kerstmis. Aan elkaar denken deden we des te meer. Kaatje was altijd in mijn gedachten. Onuitgesproken. Onopgeschreven. Haar lange blonde lokken tot op haar onderrug zorgden er ook voor dat ik haar altijd en overal tussen de krioelende menigte op de speelplaats kon ontwaren. Het feit dat wij samen waren, maakte mij haast tot de primus inter pares van mijn klasgenoten. De meesten konden alleen maar dromen van een lief. Ik had er een, en daarmee basta. Het maakte dat ik nooit twijfelde aan mezelf. Wie een lief heeft, twijfelt nooit.

Mijn eerste dagboek is een oranje ruitjesschrift ('klasseboek' heette dat) van de ASLK (met spaarpotlogo) waarop op de voorkant '21/11/1978 tot 9/10/1979. Dagboek van Karl van den Broeck' staat geschreven. Een beetje luguber is de aanduiding °24/12/1966 en + / /2... . Dat ik de millenniumwende zou halen, daar ging ik toen al van uit. Op het schutblad binnenin schreef ik in mijn mooiste, maar toch nog zo goed als onleesbare handschrift: "Ik begin dit dagboek op 21/11/78 om 17.05 u in Turnhout in de Vrijheidstraat 18 aan mijn bureel op de 2de verdieping." De eerste echte dagboeknotitie staat model voor de rest van mijn 'ontboezemingen'.

Opgelet: hoofdletters en leestekens komen maar af en toe voor in mijn dagboek.

21/11/78 (di)

----------

Op school: om ± 8.15 op school. lessen waren vrij vervelend. school gedaan om 16.00 u.

speeltijd: verstoppertje gespeeld

middagmaal: op school: kervelsoep, spinaziepuree, visstick, appel en water

thuis: kamer opgeruimd, huiswerk gemaakt en t.v. gekeken, gaan slapen om 21.15u.

weer: mooi

'Het zal niet lang meer duren of er breekt een opstand uit'

Ik had één reden om met een dagboek te beginnen. Mijn vader. De man die u kent als Walter van den Broeck en ik als 'pa', 'pappie', 'ouwe' of 'vader' had net Aantekeningen van een Stambewaarder geschreven en werkte in die periode koortsachtig aan Brief aan Boudewijn. Voor beide boeken putte hij gretig uit zijn eigen jeugddagboeken. Wanneer ik voortaan elke avond vijf minuutjes zou uittrekken om de dag die voorbij was samen te vatten in een paar korte zinnen zou ik later - als ik groot was - ook mijn hele leven nauwgezet kunnen reconstrueren. In bepaalde zaken was ik nogal maniakaal: aanduidingen van uren, plaatsen en prijzen moesten kloppen (tussen het dagboek zitten vaak reçuutjes van cafés of restaurants waar we gingen eten of drinken). Wat de pot schafte in de schoolrefter wordt minutieus genoteerd.

Wat ik dacht, of iemand in of voor de klas die iets interessants had gezegd, vond ik dan weer niet de moeite van het noteren waard. Ook mijn gemoedsgesteldheid moest geheim blijven. Soms kan ik mijn woede niet bedwingen, zoals wanneer we tijdens de winter niet op de speelplaats mogen omdat die vol sneeuw ligt. In hoofdletters staat er plots (op 30 januari 1979): "HET ZAL NIET LANG MEER DUREN OF ER KOMT EEN OPSTAND OF ZO IETS WE ZIJN HET BEU BINNEN TE ZITTEN."

Ook mijn oudere broer is soms oorzaak van een woede-uitbarsting. Op 22 december: "ruzie met Stefan naar boven gevlogen ONEERLIJK onze stef is nen dikke zak." (Schaarse) overwinningen op mijn broer (bij het pingpongen, verspringen of fietsen) worden dik in de verf gezet (7/7/79: "ping pong: GEWONNEN TEGEN STEFAN 21-17").

Mijn 'liefdesleven' is onzichtbaar. Of toch niet. Elke dertiende van de maand staat er een sterretje na de datum. Het was op de dertiende juni van het jaar 1977 dat Kaatje het 'aanvroeg'. Vandaar.

Met een schaartje naar de bibliotheek

Mijn vriendjes worden vaak genoemd. Marc Lauwers, Filip Van Eemeren, Marco De Clercq kwamen vaak bij ons thuis spelen, ik kwam bij hen over de vloer. Marco was lid van de Turnhoutse Atletiekclub (TUAC) en met hem trainde ik voor de scholencross. Ik werd twintigste op vijftig deelnemers. Maar voor mij waren alleen leden van TUAC of andere atletiekclubs geëindigd. Ik glunderde.

Dat brengt me op een van mijn grootste passies uit die tijd: sport. Wielrennen kwam op de eerste plaats, zowel actief als passief. In de rustige Turnhoutse wijk waar wij woonden, konden de kinderen ongestoord 'hun' Ronde van Frankrijk organiseren. Tijdens de zomer werd er dan ook dagelijks gefietst: tijdritten, bergritten (over de bruggen van de nog niet afgewerkte Ringlaan), veldritten. Mijn tijden hield ik bij. Rond de blok was een parcours van 1.100 meter waarvan de helft over zandwegen liep. Op 18 mei deed ik daar 2 minuten en 34 seconden over. Wanneer 'onze' Tour officieel begon, op 27 juni, reed ik een recordtijd van twee minuten en negentien seconden. Mijn wonderlijke progressie is het bewijs dat mijn lichaam volop aan het veranderen was. Ook daarover geen woord in mijn dagboek.

Het is ook op die dag dat ik besloot om krantenknipsels bij te houden waarin mijn grote idool, Lucien Van Impe, voorkwam. Die werden netjes uitgeknipt en in een album gekleefd. (De meeste knipsels kwamen uit De Morgen, in het eerste nummer stond trouwens een interview van mijn latere baas en mentor Jules Hanot met mijn grote held. Dat was voor mij dé reden om voorgoed een De Morgen-fan te worden, trouwens). Jarenlang reed ik haast elk avond naar de bib, gewapend met een schaartje. Veel Turnhoutenaars moeten vaak hebben gevloekt wanneer ze op de sportpagina van hun favoriete krant plots een gat aantroffen. Daar had dan een artikel over Lucien Van Impe gestaan.

De gelukkigste dag van het jaar was 13 juli. Naast het sterretje in mijn dagboek staat een jubelende notitie: "Toen we thuis kwamen wachtte vader ons entoesiast op. reden: LUCIEN VAN IMPE HAD DE RIT GEWONNEN (Morzine-Les Minuires, 204 km. 1e Alpenrit) 's Avonds vol spanning naar samenvatting gekeken. Lucien klopte Hinault met een demarrage."

Mijn tweede passie waren de indianen van de Verenigde Staten. Die dateerde nog uit mijn lagereschooltijd. Terwijl de meeste jongens voetbalstickers van Panini verzamelden, waren mijn vriend Tony en ik verzot op stickers van de indianen, die je in een bijbehorend album moest kleven. De hele geschiedenis van het Rode Volk, van de oversteek van de Beringstraat in de prehistorie tot de bezetting van Wounded Knee door de American Indian Movement in 1973, werd erin verhaald.

Mijn kamer werd algauw omgedoopt tot 'Indi', een land waar de indianen (in plastic vorm weliswaar) asiel konden krijgen tot de 'blanken' uit Noord-Amerika verdreven zouden zijn. Ik noemde mezelf 'Indian Redder', de man die het rode volk naar de vrijheid zou leiden. Grootheidswaanzin. Toen al.

Indi had ook een eigen krant. Op twee exemplaren. Een voor mijn broer en een voor mezelf. Met de Indi Times speelde ik op vertrouwd terrein, want een jaar eerder waren Stefan en ik begonnen met het 'onafhankelijk tijdschrift' Calamity. Meer dan twee jaar lang leverden wij elke maand trouw een nummer af: acht pagina's (soms zelfs twaalf) vol stripverhaaltjes, puzzels, feuilletons, ja zelfs educatieve bijdragen over... indianen en wielrennen. De afzetmarkt was de speelplaats: 10 frank per exemplaar. We verkochten er op hoogdagen 33. De trouwste lezers waren mijn vriendjes Marc, Marco, Tony en... Kaatje, die in een lezersbrief meer aandacht vraagt voor... ufo's.

'Joris Note was na een 1/2 uur al weg'

Schrijven en krantjes maken had ik natuurlijk van geen vreemden. Mijn vader werkte deeltijds als hoofdredacteur van de regionale krant Turnhout Ekspres en schreef deeltijds zijn literaire meesterwerken. De literaire wereld sluipt soms tot in mijn dagboek. Zo was vader lid van de redactie van Heibel, een legendarisch literair tijdschrift uit die tijd. Nog in de redactie: Daniël Robberechts, Marc Schaevers, Paul Claes, Jos Borré en Joris Note. Ze vergaderden beurtelings bij elkaar en kwamen regelmatig bij ons over de vloer. Op 1 september 1979 noteer ik: "Joris Note (vriend van vader) kwam met zijn lief boeken halen maar was na 1/2 u al weg." Mensenschuw is hij gebleven, die Joris. Op 26 februari waren we naar Beveren gereden om bij Eric Hulsens de gedrukte Heibels te gaan afleveren. Op de terugreis stopten we in de Sarma in Antwerpen om een videetje te eten.

Op 25 november 1979 staat er: "Tante Elvire moest laatste boek van pa lezen (gaat over cité)". Brief aan Boudewijn, de rondleiding van de twaalfjarige Walter van den Broeck in zijn geboortewijk in Olen, zou luttele weken later van de persen rollen. Het leven zou nadien nooit meer hetzelfde zijn ten huize Van den Broeck...

Omdat vader precies in de zomer van 1979 tijd nodig had om Brief aan Boudewijn af te werken, nam moeder elke gelegenheid te baat om met ons op stap te gaan. Dan sloeg ze twee vliegen in één klap: ze bevredigde haar ongebreidelde (maar vaak onvervulde) reislust én vader had een hele dag "het kot alleen". De zomer van 1979 stond in het teken van water: we bezochten Nieuwpoort (op 23 juli), het meer van Virelles (op 6 augustus, met op de terugreis een bezoek aan het café van Raymond Ceulemans in Mechelen!), en het meer van Hofstade (30 augustus). Enkele maanden voordien hadden we de paasvakantie doorgebracht in Sainte-Maxime aan de Franse Azurenkust. Daardoor moest ik wel de sneeuwklassen missen, wat mijn positie bij de vrienden op school enigszins verzwakte. De 'kliek van Ramsau' werd baas op de speelplaats.

Een hele dag 'Space Invaders'

Het jaar had twee absolute hoogtepunten: de kermis en de Boekenbeurs. Daar werd druk voor gespaard. Zakgeld kreeg ik niet van mijn ouders, wel van mijn grootouders (bobonne en bompa): "17/2/79: Ik krijg van nu af aan 100 fr. pree per week", staat er in mijn dagboek. Van pa en ma kregen we geld op verjaar- of feestdagen of wanneer we erom... zeurden. Turnhout Kermis vindt traditiegetrouw plaats tijdens de laatste twee weken van augustus. Dat jaar mogen mijn broer en ik voor de eerste keer alleen gaan 'kermissen', zonder ouders, bobonne of bompa. Het wordt een financiële aderlating: in vier opeenvolgende bezoeken jaag ik er tweeduizend frank door. Evenveel als de prijs van mijn fiets (met vier versnellingen!) die ik twee maanden eerder kreeg... De botsauto's, de 'rappe rups', de schietkraam en vooral het lunapark oefenen een ongelofelijke aantrekkingskracht uit. Space invaders, een van de eerste videospelletjes, kwam uit in 1978. Voor 5 frank kon je, naargelang je vaardigheid, vijf minuten tot een kwartier space invaderen. Ik spendeerde er minstens een vierde van mijn budget aan. Goed voor een volle dag spelplezier.

De Boekenbeurs was nog een grotere aderlating voor mijn ASLK-spaarpot. Op 11 november 1979 spendeer ik in een dag 1.190 frank aan boeken (zie elders).

Men verloochene zijn jeugdhelden niet

Er zijn twee boeken die me dat jaar in de ban houden: Merci Freddy, Merci Lucien van Jan Conrand en André Blancke en Bury my Heart at Wounded Knee van Dee Brown. Het eerste is een relaas van het wielerseizoen 1976, toen Van Impe de Tour won en Freddy Maertens ongeveer al de rest. Het tweede is het enige boek dat ooit écht mijn leven veranderde: het vertelt de geschiedenis van de genocide op de indianen in de negentiende eeuw en voert illustere figuren als Sitting Bull, Crazy Horse, Geronimo en Gall op, die ik tot op heden tot mijn helden blijf rekenen. (Men verloochene zijn jeugdhelden niet!) Dee Browns boek werd ons door 'nonkel Jules' toegestuurd; vaders oudere broer die sinds 1950 in Mexico woont en die getrouwd is met tante Olga, een Mexicaanse... dus ook een indiaanse. Het Engels was me nog een beetje te moeilijk, zodat ik op 17 februari 1979 naar de bibliotheek ging om een "Vlaamse versie" te gaan lenen. Ik weet niet of ik het boek ooit terug heb gebracht... Ik herlees Bury my heart... ongeveer eens per jaar. Met een krop in de keel en gebalde vuisten van opgekropte woede. Elke keer.

'Vader en Karel zijn goede vrienden'

Niet alleen de harde realiteit van een eeuw voordien hield me in 1978-'79 bezig. De politieke en sociale actualiteit duikt regelmatig op in mijn dagboeken.

Op 23 november 1978, een dag voor mijn verjaardag, ontmoet ik een vriend des huizes: "Om 3 uur naar het volkshuis van Mol geweest om met de stoet van Jef Sleeckx mee te gaan (niet zijn stoet maar de stoet ter ere van zijn verkiezing in de kamer)."

Op 26 maart 1979 noteer ik: "We moesten vandaag niet naar school omdat de mensen die aangesloten waren bij de ACOD staakten (moeder ook). ze eisten dat de leraars (essen) hun plaaten behielden etc... moeder moest naar school (niet werken maar wel mensen overtuigen) van 8 tot 9 uur." Ook op 4 mei en op 7 december noteer ik stakingen op school. (6/12/79: Nota van school: "Gezien de mogelijke staking van personeelsleden van de school op vrijdag 7 december 1979, zullen de leerlingen, die dag in de school slechts koffie kunnen verkrijgen. de lessen, de summatieve proeven en de examens gaan door in de mate van het mogelijke. De leerlingen die zich niet zouden melden, staan onder de verantwoordelijkheid van de ouders"). Summatieve toetsen. Een term uit een ver vervlogen vso-verleden... (Er ging wel meer mis in het onderwijs toen. Zowel na de kerst-, de krokus-, als de paasvakantie noteer ik dat de leerlingen naar huis worden gestuurd omdat er geen mazout geleverd is voor de verwarming.)

Op 9 juni 1979 lijkt mijn dagboek wel een propagandafolder van de Belgische Socialistische Partij. De sticker met daarop het bekende roos-in-de-vuist-embleem is netjes opgekleefd tussen een aantal papieren vlaggetjes van de soort die in blokjes kaas worden geprikt. Daar was dan ook een goede reden voor: "Naar europese kermis geweest in Mol (van de socialisten) het was een grote tent met 11 standen: België, Denemarken, Duitsland Engeland, Ierland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, italië, de krant De Morgen, de stand van de jongsocialisten en een stand van de Kempen. in elk land kon je specialiteit van dat land krijgen. bv. België fritten, Duitsland braadworst, Nederland kaas, Italië spagetti, Denemarken smørebrøt, Frankrijk wijn enz... er was een permanente show en om 20.30 u kwam de voorzitter van de BSP (Karel Van Miert) een speech houden. Later kreeg ik een handtekening van deze man (vader en Karel zijn goede vrienden.)" De handtekening van Van Miert op een affiche van de BSP heeft lang boven mijn bed gehangen. Die van Lucien Van Impe (gekregen in de Tour van 1983 boven op Alpe d'Huez, maar da's een héél ander verhaal) hangt er nog steeds. Karel Van Miert zou bij elke verkiezing op onze sofa zitten om vader te overhalen om op de (B)SP-lijst te komen staan. Tevergeefs.

Tussen mijn dagboek steekt een historisch document: de eerste Vlaamse zondagskrant: een speciale editie van De Morgen ter gelegenheid van de eerste grote rakettenbetoging in Brussel. Een gestencild pamflet dat ongetwijfeld door een nog piepjonge Jos Geysels (een van de organisatoren van de rakettenbetogingen) werd geschreven, heb ik ook bewaard. Het bevat een aantal aanbevolen slogans. Uit mijn dagboeknotitie van 9 december 1979 blijkt dat ze indruk hebben gemaakt. "Om 12 uur naar Warande gegaan (ik, ma, pa, stef) om bus naar Brussel te nemen naar betoging tegen kernraketten en om 14 uur kwamen we in Brussel aan. We stonden stil voor meer dan 1 uur (om 14.30 vertrokken de buitenlanders wij om 15.45 ) de meest gebruikte slogan was: Godverdomme weg met die bomme! Er was naar schatting 60 à 70.000 man. Om 17.30 vertrok de bus naar Turnhout. we kwamen thuis om 19.30"

'Dat was de 1ste overwinning'

Al die onrust in het door de CVP gedomineerde België van 1979 maakt soms de activist in mij wakker. Zo leid ik op 16 maart 1979 de opstand op school tegen de directie, die de geplande sportdag afgelaste. Lees het verslag van een woelige dag: "Toen het belde moesten we dus naar de les, maar iedereen bleef in het midden van de speelplaats staan om te protesteren omdat de sportdag niet doorging. de leraars(essen) probeerden ons weg te krijgen maar dat lukte niet. ik en nog een paar jongens waren ook op de speelplaats maar de rest van onze klas was naar boven gegaan (ze wisten niet dat er geprotesteerd werd) en was nu opgesloten in de klas van P.O. maar om 8.40 u na veel zagen en mopperen mochten ze dan toch ook naar beneden komen. Dat was de 1ste overwinning. Om 8.53 u verhuisden we naar een voetbalpleintje iets verderop. Daar kwam de studieprefect mr. L. Frans ons toespreken. Hij dreigde met vermindering v. kindergeld. enz... en dat leidde tot een breuk. de grote groep ging verslagen naar de klassen om 9 u. (later begonnen we nog met een handtekeningenenactie - dat de sportdag deze maand nog door zou gaan maar dat hielp niet veel)". Vermindering van kindergeld. Waar háálde hij het...

Mijn grootste daad van (artistieke) rebellie besef ik op dat moment zelf niet. Op 30 maart 1979 wordt een ABN-feest gehouden. Daar hoort een toneelwedstrijd bij. Mijn klasgenoten en ik van 1A1 hebben Wat is ABN? ingestudeerd, een stuk dat ik helemaal alleen geschreven heb. Er wordt tijdens de voorstelling geen woord ABN gesproken, alleen maar plat Turnhouts. We worden laatste en ik begrijp er niets van. "Het ABN feest was in de namiddag. ons toneel was heel goed (naar het aplaus te horen). Dat van 1A2 dat ging, dat van 1A3 was bar slecht en dat van 1A4 was ook goed maar toch waren we laatste samen met 1A2. 1A3 was 2e (omdat de dochter van de directeur meedeet) 1A4 was eerst. IK VOND HET ONRECHTVAARDIG want dat van 1A3 was vééééééééél slechter als dat van ons (maar we kregen toch nog een boek)." Ik besluit met de dagboeknotitie: "'s Avonds verbitterd tv-gekeken".

'Om terug kleur te krijgen'

Waren dat de enige problemen in die tijd? Is er dan helemaal niks ergs gebeurd? Heb ik de zwarte bladzijden uit mijn dagboek gescheurd? Schreef ik mijn traumatische ervaringen niet op? Het klinkt misschien ouderwets en melig maar 1978 en 1979 waren zowat de gelukkigste jaren van mijn jeugd. Geen krassen op mijn ziel.

Op 10 januari 1979 heb ik 39,7 graden koorts en mag ik een weekje thuisblijven. Op 27 januari troont moeder mij mee naar haar homeopaat in Oevel, die me "een elexir van de Zweedse soldaten uit 1614" geeft "om terug kleur te krijgen".

Op school ben ik niet altijd even standvastig. Ik volg bijlessen wiskunde, wat op 29 juni 1979 op mijn eindrapport toch resulteert in een 'uitstekend'. Op 25 januari staat er: "ziek geworden in biologie bij de dissectie van het konijn". Meer kommer en kwel is er niet.

'Naar Jeveke geweest'

Fysiek was ik dus een beetje slapjes. Misschien had dat soms wel te maken met mijn nogal wilde... nachtleven. Geregeld bleven mijn broer Stefan en ik tijdens het weekeinde logeren bij bobonne en bompa, die een kilometer verderop woonden. Die hadden een druk sociaal leven, dat zich vooral concentreerde in Café Miami in de Nieuwstad in Turnhout. Daar stond 'Jeveke' achter de toog en bompa was er een prominent lid van de biljartclub Blauw Wit. Achttien keer in een jaar tijd (eens in de drie weken dus), noteer ik dat we "op café" gingen. In mijn dagboek staat het er altijd zo: "naar Jeveke geweest". Meestal is het pas 2 uur 's nachts, een keer zelfs 2.30 uur, als we onder de wol kruipen.

Op 8 september 1979 is er hoog bezoek 'bij Jeveke': "topbiljaarders Ludo Dielis (wereldkampioen), Kobayashi (wereldkampioen) Hara (Jap kampioen juniores), Staf Kelders (kamp Turnhout drieband), Jan van den Ouweland (zoon van Jeveke), Daeleman (kampioen Boom)."

Van elke topbiljarter krijg ik een handtekening.

'Verschillende malen de kusjesdans'

En wat met Kaatje? Naarmate ik wat ouder word, duikt ze vaker op. Kan ik ze moeilijk blijven negeren. De eerste keer dus op 15 augustus, wanneer ik haar in volle zomervakantie een brief schrijf. Op 24 augustus gebeurt dit: "Naar de kapper geweest. Gaan spelen met Marc. hij kwam me roepen en zei dat Kaatje me wou zien. ik ging er heen en samen wandelden we (ik en Kaatje) door het stad zij kocht een waterschildpad en samen keerden we huiswaards om ongeveer 17 uur." Het is ons eerste en enige 'romantische' uitstapje.

Wanneer het schooljaar begint, zijn Kaatje en ik close. Ze zit recht tegenover mij in de refter en bijna elke dag van september en oktober noteer ik: "met Kaatje gespeeld".

Op 14 december, vlak voor de start van de kerstvakantie, nodigt ze me uit om 's anderendaags naar het kerstfeest bij haar thuis te komen.

De dagboeknotitie van 15 december is in schoonschrift geschreven, als ware het een Belangwekkende Mededeling.

"Om 14 uur naar Kaatje geweest. Er was 10 man: (...) We dansten verschillende malen de kusjesdans en 4 x een 'trage'. (ik 2 x met Patricia en 2 x met Kaatje). Ook disco kwam dikwijls uit de luidsprekers. De disk jockey was Bart de broer van Kaatje. hij had een oogje op Luela de Leeuw. Om 18 uur gingen Mark Verwimp Patricia Delaplace en Mark Cornelissen naar huis. De rest bleef zitten en tapte moppen. Moeder kwam me ophalen om 19 uur."

Daaronder staat de zakelijke mededeling: "zie ook privé dagboek op 15/12/1979".

Privé-dagboek? Plots begint het me te dagen. In 1978-'79 hadden mijn broer en ik wel een eigen kamer maar we sliepen toch nog vaak in hetzelfde bed. Een dagboek bijhouden was dan ook een hachelijke onderneming, aangezien Stefan maar al te graag over mijn schouder meelas. Ik hield dus in het diepste geheim een tweede dagboek bij. Daarvoor gebruikte ik zelfs een geheimschrift: het omgekeerde alfabet waarbij de z voor de a, de y voor de b, de x voor de c (enzovoort) stond. Mijn privé-dagboek is al decennialang spoorloos. Dat geeft niet, ik herinner me die vijftiende december negentienhonderd negenenzeventig nog als gisteren. Kaatje nam me na een 'trage' even opzij en "maakte het af". Zomaar, zonder reden. Even plots en zakelijk als ze het twee jaar voordien, op schoolreis, had "aangevraagd". Daarmee was ik mijn lief kwijt. Daarna werd alles anders. Niet slechter of beter. Anders.

Nu, een kwarteeuw later, heeft mijn lief-voor-het-leven kort zwart haar. We kussen wel de hele tijd en ik mail of sms haar mijn liefde elke dag duizend keer. Kaatje, die woont nog steeds in Turnhout. Ze runt het beste kapsalon van de stad. Ze heeft nu kort haar en valt niet meer op tussen de Turnhoutse menigte. Ik heb geen enkele foto van haar.

Epiloog.

Op 1 november 1979 belt een redacteur van De Morgen naar mijn vader. Of die iets wil zeggen over de aanslepende stakingen van de BRT. Mijn vader heeft geen zin en geeft de telefoon door aan mij. 's Anderendaags staat mijn naam voor het eerst gedrukt in de krant waarmee ik later met al mijn vezels zou vergroeien. "De 12-jarige scholier Karl Van Den Broeck mist de BRT niet erg. 'Op dit moment zou ik toch niet hebben gekeken. het kan me niet schelen of ze uitzenden of niet.'" Later zou ik meer plaats nodig hebben om mijn gedacht te zeggen, tot spijt van wie het benijdt.

Een vriendin kwam het 'aanvragen' voor Kaatje. Ik zei ja en daarmee was het officieelWat de pot schafte in de schoolrefter wordt minutieus genoteerd. Wat ik dacht, vond ik dan weer niet de moeite van het noteren waard

Het jaar had twee absolute hoogtepunten: de kermis en de Boekenbeurs. Daar werd druk voor gespaard

Achttien keer in een jaar tijd noteer ik dat we 'op café' gingen. Soms tot halfdrie 's nachts

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234