Maandag 20/01/2020

Wie durft juichen voor Ahmadinejad?

De verkiezingen in Iran ontlokten talrijke commentaren van talrijke stemmen. Ian Buruma vindt dat de reacties van bepaalde neoconservatieven en radicale linkse moslims verdacht veel op elkaar gelijken: ‘We worden eraan herinnerd hoe nauw de neoconservatieven en communisten bij elkaar aanleunen.’

Nog voor ayatollah Ali Khamenei zich vergaloppeerde in wat overbleef van de ‘democratie’ in Iran, was het al een merkwaardig regime. Iraanse burgers konden een president kiezen en de kandidaten werden doorgelicht door de Raad van Hoeders. De helft van hen werd geselecteerd door een niet-verkozen oppergezag. De raad bestond uitsluitend uit mannen met een smetteloos religieus blazoen. Ze moesten trouw zijn aan een regime dat de belangrijkste beslissingen overlaat aan geestelijken. Mir-Hossein Mousavi was ook zo iemand. Hij werd in 1991 tot eerste minister benoemd door ayatollah Khomeini.Mousavi promootte hervormingen en beloofde een grotere persvrijheid, meer vrouwenrechten en minder beperkingen in het privéleven van de Iraniërs. Hij wou ook flexibelere onderhandelingen met de Verenigde Staten. Toch werd Mousavi in ‘opgezette’ verkiezingen verslagen door een man van de harde lijn: Mahmoud Ahmadinejad. Die nederlaag werd door sommige neoconservatieven in de VS toegejuicht. Max Boot, de gezaghebbende conservatieve commentator in de VS, zei dat hij “een zekere voldoening haalde uit de uitslagen van de Iraanse verkiezingen”. Volgens hem zou Obama de Israëlische aanval op Iraanse nucleaire installaties immers moeilijker kunnen verhinderen. Aangezien Iran een vijand van de VS is, kunnen we het maar beter opnemen tegen een gestoorde president (Ahmadinejad) dan tegen een gematigde figuur die hervormingen belooft (Mousavi).Het is eigenlijk het toppunt van cynisme. We worden herinnerd aan hoe nauw de neoconservatieven en communisten bij elkaar aanleunen. Een compromis is voor radicalen immers een banvloek. Sommige radicale linkse moslims zijn gekant tegen het westerse imperialisme en tegen Israël. Zij waren blij met Mousavi’s nederlaag. Eén activist zei: “Het antizionistische verzet kan zich geen Amerikagezinde fluwelen revolutie veroorloven.” Communisten zijn altijd geneigd om de verschillen tussen kandidaten in liberale regimes weg te wuiven. Het zijn volgens hen verschillende gezichten van hetzelfde rotte systeem. Sociaaldemocraten vinden ze gevaarlijker dan de conservatieven van de harde lijn, omdat hun gematigde discours enkel uitstel van de revolutie betekent. Deze manier van denken hielp de nazi’s in de jaren dertig de Duitse democratie te vernietigen. De reactie van Boot en zij die zijn mening delen, wijst op een groot dilemma. Het duikt telkens op in autoritaire systemen die pretenderen ‘democratisch’ te zijn. Wat moeten oppositiekandidaten doen als hen gevraagd wordt deel te nemen aan verkiezingen die ze niet kunnen winnen? Of die hen, zelfs als ze zouden winnen, toch maar een beperkte macht geven? Als ze deelnemen, rechtvaardigen ze een systeem waarin ze zelf niet geloven. Als ze niet deelnemen, hebben ze geen enkele politieke invloed.

Tweede keuze

Voor beide keuzes valt iets te zeggen. Enerzijds is elke kans om je mening te uiten, zelfs in gemanipuleerde verkiezingen, een waardevolle kans. En aangezien democratie om instellingen én individuele kandidaten draait, is het ook voor burgers de beste manier om van het stemrecht gebruik te maken. Als er later toch veranderingen plaatsvinden, kan niemand zeggen ‘dat de mensen er niet klaar voor zijn’. Anderzijds: als een stembusgang burgers een zekere waardigheid geeft, dan is deelname aan fraude ronduit vernederend. Er is geen maatstaf die zegt hoe je je moet gedragen in zulke situaties. Mensen moeten elke verkiezing dus naar waarde schatten aan de hand van de resultaten. Aangezien 85 procent van de Iraniërs het de moeite waard vond om deel te nemen, moeten we die beslissing respecteren. Hoewel ze niet veel keuze hadden, geloofden voldoende mensen dat de hervormingsgezinde kandidaat verkozen zou raken en dat hun leven wat beter zou worden. Net daarom stemde in 1977 ook 70 procent van de kiezers voor Khatami. Khatami had even goede ideeën over persvrijheid, mensenrechten en democratische hervormingen. Maar die werden grotendeels tenietgedaan door machtige geestelijken. Het feit dat de regering-Bush Khatami liet vallen, heeft evenmin geholpen. Net zoals de neoconservatieven vandaag, zagen de beleidsmakers onder Bush geen verschil tussen hervormers en mensen van de harde lijn. Daardoor werd het gezag van Khatami nog verder ondermijnd. Mousavi was voor heel wat Iraniërs tweede keus. Dat was bij Khamenei niet anders en net daardoor kon Ahmadinejad aan de macht blijven. Het was een slag in het gezicht voor alle Iraniërs die dromen van een waardig, democratisch bestuur. Maar het betekent niet dat ze het fout begrepen hebben, naïef zijn of niet hard genoeg geprobeerd hebben. De hele campagne van Mousavi bewees duidelijk dat zij die liever geen verschillen tussen kandidaten opmerken, het fout hadden. Zelfs al waren de verkiezingen opgezet spel, dan nog klonk het verzet tegen de geestelijke dictatuur luider dan ooit. Het stille protest achteraf betekende zelfs meer voor Iran dan de oorlogszuchtige houding van een populistische president.

Scheuren in de muur

Misschien is er een nog belangrijker gevolg. De verkiezingen, de fraude en de hardhandige aanpak van het protest hebben de barsten in het regime blootgelegd. Dat is de beste motivatie om verkiezingen in twijfel te trekken, zelfs al zijn de omstandigheden niet twijfelachtig. De scheuren in de muur van de dictatuur worden zichtbaar. Ahmadinejad heeft de verkiezing gewonnen maar zijn regime is er verzwakt uit gekomen. Terreur kan het lijden nog vergroten, maar op termijn is het regime gedoemd.Het is niet alleen cynisch om te veronderstellen dat hervormingsgezinden en conservatieven dezelfde vijand met een verschillend gezicht zijn. Plezier scheppen in de overwinning van de laatste categorie is ook een belediging aan het adres van een volk dat al voldoende vernederd werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234