Donderdag 26/11/2020

'Wie deze film wil zien, zal het boek moeten lezen'

Het is bijna even interessant als het werk van Joyce, maar wel democratischer van signatuur: Kaartenhuis, zijn net in het Nederlands vertaalde, lijvige eerste roman, is de poging van de jonge Amerikaanse auteur Mark Z. Danielewski om de literatuur aan de lezer terug te geven. En dat zonder die lezer ook maar één moment te onderschatten. 'Het boek stuurt je niet, je mag zelf kiezen hoe je het leest.' Een hoogst Amerikaanse en tegelijk zeer ón-Amerikaanse onderneming - maar in elk geval 'géén cultboek', vindt de auteur.

Na 'tien jaar hard werken' verklaart de auteur zich nader.

Interview door Geert Lernout

Mark Z. Danielewski

Kaartenhuis

Cargo,713 p., 1090 frank.

Het is een prachtige lentedag in Amsterdam en Mark Z. Danielewski, schrijver van de net als Kaartenhuis vertaalde roman House of Leaves, komt na de lunch het hotel aan de Herengracht binnenlopen, iets ouder dan ik had verwacht, Bono-zonnebril op, twee ringetjes in het linkeroor. We krijgen koffie, wisselen beleefdheden uit en ik als ik zeg dat zijn uitgever wel heel erg in zijn toch moeilijke boek moet geloven om hem helemaal van de Amerikaanse westkust hierheen te halen, ontdek dat ik niet de eerste Vlaming ben die hier langskwam. En dus heb ik de eerste vijf minuten van het gesprek nodig om de wat al te goedgelovige schrijver te genezen van de misvatting dat Louie Boen echt even belangrijk is als James Joyce. "Maar ik hou wel van die uitdrukking: Boen is dus alleen wereldberoemd in het noordelijke deel van België."

Van het modernisme komen we bij het postmodernisme en Danielewski vraagt mij of zijn boek postmodern is. "En dat zou ik niet doen als ik zelf het antwoord wist." Nadat ik hem heb uitgelegd wie bij interviews normaal de vragen stelt, komen we samen tot de vaststelling dat het postmodernisme ondertussen geheel definitief voorbij is. "Ik vroeg onlangs aan een paar studenten hoe het nu zat met de hedendaagse literatuur en hoe die moet gaan heten. En na een tijdje heen en weer praten stelde ik een andere vraag: waarom hebben we die termen eigenlijk nodig? En toen werd het pas echt een interessante discussie. We kwamen tot de conclusie dat mensen graag tot een groep behoren. Zelfs verschillende groepen van skateboarders hebben hun eigen kleren en hun eigen taal. Blijkbaar hebben we dat nodig, voelen we ons pas veilig als we tot een groep behoren."Kaartenhuis is een heel merkwaardig boek. De eerste Amerikaanse druk wordt in het boek zelf een tweede druk genoemd, en er zijn ook verschillende versies van gedrukt: eentje in zwart-wit, eentje waarin het woord 'house' altijd in het blauw staat en eentje in full-color waarin 'house' in het blauw en 'Minotaur' in het rood werd afgedrukt.

"De eerste gedrukte versie is echt de tweede. Toen het boek af was, heb ik het op het internet gezet. Ik denk dat dat de toekomst van het net is. Over het internet is zoveel hype ontstaan dat men de goede kanten uit het oog verliest. Dit zijn de naakte feiten: ik had het enorme manuscript van de roman klaar en mijn vrienden waren heel nieuwsgierig. Ik had gewoon niet genoeg geld om zoveel kopieën te maken en die het hele land door te sturen naar mensen die ze dan waarschijnlijk zouden gebruiken als kladpapier. Dus heb ik een website gevonden, het hele manuscript omgezet in een PDF-bestand, zodat de typografie van de tekst bewaard bleef, en dat op het net gezet, met een adres vol streepjes en tildes. Dat was dus de eerste druk van de roman, want zo kon iedereen die het boek echt wilde lezen het van het web halen en uitprinten. Veel vrienden hebben dat niet gedaan. Ze bekeken het even en dachten dan: dit ga ik nooit lezen. Maar er waren er die het wel deden en die gaven het boek door aan hun vrienden en die weer aan die van hen. En zo had ik ineens lezers. Het waren er niet echt veel, natuurlijk, maar de interesse was wel heel breed, met mensen uit verschillende generaties."

Als ik hem vertel dat ik dacht dat dit hele verhaal een deel van de fictie van het boek was, een beetje zoals de hype rond The Blair Witch Project, zegt Danielewski dat zijn boek geen cultboek is. "Dat is weer een van die namen die mensen blijkbaar nodig hebben en die voor mij niks betekenen. Wel is het zo dat toen mijn boek uitkwam, iedereen besefte dat het niet direct een gemakkelijk boek was. Ik geloof niet dat er cultboeken bestaan die gemakkelijk leesbaar zijn, zowel qua vorm als qua inhoud. Maar ondertussen heb ik iets heel verrassends ontdekt. Ik liep altijd mensen tegen het lijf die het boek te moeilijk vonden, maar de laatste maand heb ik gepraat met leerlingen van de middelbare school, veertienjarigen, die het boek in twee, drie dagen uitlezen en beweren dat ze er geen problemen mee hebben gehad.

"Dat heeft voor een stuk te maken met het feit dat zij met computers zijn opgegroeid en dus gewend zijn om verschillende soorten tekst naast elkaar te lezen. Ze hebben bij hun geboorte een nieuwe taal gekregen en lezen het boek met meer gemak dan ikzelf. Voor hen is dit niet intimiderend of dreigend, het is gewoon hun wereld. Zij beschikken over een mentale grammatica die met deze fenomenen, met deze vorm van informatieoverdracht kan omgaan. Zij hebben ook geen last van regeltjes over hoe een boek eruit moet zien, dat een roman zo moet beginnen en op deze manier eindigen.

'Wat ik belangrijk vind, is dat Kaartenhuis op de eerste plaats egalitaire fictie is. Heel wat literaire werken hebben eigenlijk een autoritaire structuur: je moet hier beginnen en daar verder gaan. Als er een lange uitweiding is, over Ierse mythologie bijvoorbeeld, dan moet je die lezen voor je met het verhaal verder kan. Maar in mijn boek heb je de keuze. Als je liever nu niet over Magellaan wilt lezen, dan hoeft dat niet: het is een voetnoot en die mag je overslaan. Ik geloof dus niet dat veel van die jongens van veertien of vijftien heel veel tijd besteden aan wat Jacques Derrida allemaal te vertellen heeft over het centrum. Zij lezen gewoon verder, volgen het verhaal. En zo laat het boek de greep los op hoe het wordt gelezen. Het stuurt je niet, je mag zelf kiezen op welk niveau je het leest: als je iets Derridaiaans te weten wilt komen, dan lees je dat maar, en anders niet.

"Daarom ben ik ook niet bang dat lezers het opgeven. Ik ben begonnen met het idee dat ik in geen enkele omstandigheid de lezer zou onderschatten. Ik kom voortdurend jongeren tegen die niet naar de universiteit zijn geweest of die niet zo slim zijn en ik vind het heel erg dat sommige mensen het snobisme zo ver drijven dat ze geloven dat alleen bepaalde mensen boeken kunnen lezen. Dat is gewoon een leugen en het gevolg is dat er minder boeken worden verkocht. Natuurlijk is er concurrentie van film en televisie, en het internet, maar we moeten een nieuw publiek vinden voor literatuur. Er zijn jongeren die willen lezen, maar natuurlijk volgen ze The New York Review of Books niet en natuurlijk vinden ze het niet leuk in die snobistische boekwinkels waar men zo zijn best doet om hen het gevoel te geven dat ze er niet thuishoren."

Kaartenhuis is een heel erg Amerikaans boek, zozeer dat je je kunt afvragen of het in vertaling wel tot zijn recht kan komen. Danielewski wijst op zijn personage Zampano, de blinde criticus die een heel boek heeft geschreven over een film en die hij juist een heel weinig Amerikaanse figuur vindt. "Ik zal niet zeggen dat hij een Europese manier van denken heeft, maar het is toch helemaal niet Amerikaans. Het is pas heel recent dat ik erover ben gaan nadenken, maar ik zie nu dat er een belangrijke invloed is van mijn vader. Die is geboren in Polen, werd naar een kamp gestuurd in de oorlog en kwam uiteindelijk in de Verenigde Staten terecht. Natuurlijk wilde hij altijd echt in Amerika thuis zijn, maar tegelijkertijd was zijn visie altijd breder en sprak hij aan tafel over de hele wereld, de relatie tussen Frankrijk en Duitsland, Polen en Rusland."

Een blinde schrijver... Bespeuren we daarin ook niet de trekken van Jorge Luis Borges, en van Home -

"Natuurlijk zitten al die dingen in het boek,"ontbreekt Danielewski me. "Alles is opzettelijk gedaan. Ik moet nog altijd de eerste lezer tegenkomen die iets in het boek ontdekt heeft dat ik er niet zelf eerst in heb gestopt. Niemand heeft me op iets kunnen wijzen, een idee of een voorwerp of wat dan ook, waarvan ik dacht, hé, dat is wel toevallig. Het boek is dan ook een heel erg goed verteerd werkstuk. Ik heb er lang genoeg aan gewerkt om dat te weten. De meeste dingen in het boek komen driemaal voor, bijvoorbeeld, zo hou je al die materialen bij elkaar."

Maar hoe doe je dat dan? "Tien jaar lang heel hard werken. Ik weet al van mijn tiende jaar dat ik een schrijver zou worden. Toen schreef ik mijn eerste roman, 350 bladzijden. Ik wou altijd al met woorden registreren wat zich binnen in mij bevond. En het is makkelijk, je hebt alleen maar een pen en papier nodig. Ik had al de hele tijd een soort akkoord in mijn hoofd, het begin van een dik boek. En als ik het woord akkoord gebruik dan bedoel ik dat het ook echt iets met muziek had te maken.

"Waar dat eerste begin vandaan komt, dat weet ik niet. Maar ik wist dat het boek er anders ging uitzien en ik had een aantal filosofische thema's. De personages waren er ook al vrij snel en sommige stukken heb ik bijna onmiddellijk geschreven: de onderwijzeres die identieke tekeningen krijgt van twee kinderen die in verschillende klassen zitten, dat heb ik helemaal in het begin geschreven. Maar ik had er nog geen flauw idee van waar dit naar toe ging. Ik was toen heel ernstig bezig met Derrida en met mathematische formules, maar besefte dan ik daar niet mee kon doorgaan. Ik schreef toen ook een paar verhandelingen, die niet in het boek zijn terechtgekomen, over hoe ik filmtechnieken in mijn boek kon toepassen. En dat is dan weer het gevolg van de opvoeding door mijn vader, die ons toen we nog kinderen waren films liet zien, op zestien millimeter, maar dan onmiddellijk vragen begon te stellen over hoe die films in elkaar zaten, hoe er met camerastandpunten gespeeld werd, wat de betekenis was van bepaalde kleuren, waarom er zoveel close-ups waren. Dat zijn technische trucs die de meeste mensen niet kunnen benoemen, maar die grammatica zit wel in hun hoofd.

"In de film werkt men nu al meer dan honderd jaar met een reeks technieken en ik vroeg me af wat men daar literair mee kon doen. Ik wou dus iets doen wat typografisch-experimentele dichters zoals Apollinaire, E.E. Cummings, Van Ostaijen eerder deden, maar dan op een heel formele manier. In mijn negende hoofdstuk gebruik ik een ingewikkelde typografie om het leesproces te vertragen en dat hoofdstuk was oorspronkelijk dan nog eens drie keer zo lang. Maar dit wordt gevolgd door een hoofdstuk met maar een paar zinnen en woorden per pagina, zodat je heel snel begint te lezen. Zelfs als je beseft wat ik aan het doen ben, ook dan nog heeft het een effect. Tegelijk wilde ik mijn lezers zo duidelijk mogelijk leren hoe zij het boek moeten lezen en dat is natuurlijk ook een filmtruc. Mijn boek begint met de heel gewone woorden van een jongen van 26, geen voetnoten. Dan krijg je een academisch essay mét voetnoten, en dan begint alles door elkaar te lopen. Zo heb je als je aan het einde komt, het boek leren lezen.

"Ik wist dus heel goed wat ik wou: een duidelijk verhaal, een goed gestructureerd essay en ik wist dat het een mooi gepresenteerd boek moest worden. Maar ik wist nog helemaal niet hoe ik dat allemaal ging toepassen en hoe het allemaal zou samenkomen. Ik had hier en daar een hoekje waar ik aan werkte en dan weer een ander stukje, maar het geheel was er nog niet. En pas na zeven jaar begreep ik ineens dat het huis alles bij elkaar bracht. Wat dus het centrale thema lijkt, kwam eigenlijk heel laat."

Vragen over andere schrijvers, zelfs Bret Easton Ellis en Jonathan Lethem, die het boek op het achterplat aanprijzen ("We stellen ons Thomas Pynchon, J. G. Ballard, Stephen King, en David Foster Wallace voor: zij knielen aan de voeten van Danielewski, de krop in de keel van bewondering, verrassing, lachen, eerbied"), ontwijkt Danielewski met een grapje. Hij kent geen schrijvende generatiegenoten persoonlijk, heeft hun werk nauwelijks gelezen en over collega's wil hij alleen in algemene termen spreken. Wel houdt hij meer van schrijvers als Pynchon, die de grote thema's in de derde persoon behandelen, dan van iemand als Dave Eggers, die alleen zijn eigen verhaal vertelt. En David Foster Wallace, die toch ook een dikke roman met voetnoten over een filmmaker heeft geschreven, heeft hij helemaal niet gelezen. Maar dat wil niet zeggen dat hij niet door hem is beïnvloed, wat trouwens ook geldt voor Nabokov. Hoewel hij heel wat van de Amerikaanse Rus heeft gelezen, Pale Fire, het boek dat het meest op House of Leaves lijkt, is daar niet bij. Maar Lolita dan weer wel: dat boek begint met een ode aan de naam 'Lolita', wanneer Humbert Humbert in glorierijk detail uitlegt wat een tong doet die deze drie lettergrepen uitspreekt. In House of Leaves vinden we iets dergelijks met het ook wel mooie woord 'fuck'.

Zo keren we maar terug naar het boek zelf. De eerste verteller heet Johnny Truant en hij vindt het manuscript van Zampano, dat hij van steeds langere voetnoten voorziet. In zijn inleiding schrijft Truant dat de geleerde voetnoten niet altijd even betrouwbaar zijn: sommige van de boeken bestaan niet. "Gavin Youngs Shots in the Dark bestaat niet, en The Works of Hubert Howe Bancroft, Volume XXVIII ook niet." Maar als je het gaat opzoeken blijkt Gavin Young wel te bestaan - alleen dat ene boek heeft hij niet geschreven. En het verzameld werk van Hubert Howe Bancroft is wel degelijk uitgegeven, in 39 delen; deel XXVIII is het tweede deel van de studie History of the Northwest Coast.

Danielewski: "Inderdaad. Dat leert de lezer dat Truant geen betrouwbare verteller is en Zampano ook niet, maar geen enkel mens is echt betrouwbaar of helemaal onbetrouwbaar. Dat is nu juist de uitdaging: we zijn allemaal betrouwbaar én onbetrouwbaar, en met dat besef moeten we allemaal leren leven. Zo zit het hele boek ook in elkaar: je hebt het manuscript van Zampano en de commentaren van Truant, maar er zijn ook een paar andere uitgevers aan het werk en nu je een Nederlandse vertaling hebt, is er nog een niveau bijgekomen, want ook de vertalers hebben er dingen aan toegevoegd: zij verwijzen naar klassieke Nederlandse vertalingen van Vergilius."

De vorm van het boek is dus heel belangrijk en de auteur was dan ook ongerust toen hij hoorde dat men in Nederland de index wou weglaten. Ook bij zijn eigen uitgever moest hij daarop aandringen, terwijl het toch niet zo moeilijk is. "Volgens mijn uitgever in New York was het te duur, omdat je iemand een boel geld moest betalen om dat werk te doen. Ik kon mijn oren niet geloven: in twee dagen had ik de juiste software gevonden en ondanks een paar problemen maakte het programma een index in vijf minuten."

De Nederlandse is de eerste vertaling van House of Leaves en Danielewski is erg onder de indruk, vooral omdat men de layout van het boek bewaard heeft. Aan het einde van het jaar komt er een Japanse vertaling uit, Frankrijk, Italië en Spanje zullen volgen. Voor de fotograaf zijn werk gaat doen, vraag ik nog snel of er een verfilming komt van deze beschrijving van een film door een blinde. "Geen sprake van," zegt Danielewski. "Het zou een verraad zijn aan alles wat ik met dit boek wilde doen. Ook al vraagt Spielberg het zelf, het gaat niet door. Wie deze film wil zien, zal het boek moeten lezen."

Op de pagina van mijn exemplaar waarop ook het motto van de roman staat ("This is not for you") tekent hij in het rood een hoek van een kamer en in het blauw ondertekent hij met een Zorro-achtige Z, waaronder de tekst "Dear Geert, This one's for you. Fondest regards." Toffe gast, Mark Z. Danielewski.

'Jongeren willen lezen, maar natuurlijk vinden ze het niet leuk in die snobistische boekwinkels waar men zo zijn best doet om hen het gevoel te geven dat ze er niet thuishoren'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234