Donderdag 21/10/2021

Wie arm is, moet lopen

Marokko is arm maar rijk aan looptalent. Zuinig wordt er met die rijkdom niet omgesprongen. Integendeel. 'Atletiek is de sport van de bidonvilles. Wie geld heeft, tennist, golft of gaat jetskiën zoals onze sportieve koning.'

door piet desmet

Casablanca. Een bus vertrekt met de deur open en een jongen rent er achteraan als voor zijn leven... Hij slaagt er zowaar in op de rijdende bus te springen.

We zijn met een huurauto op weg naar een atletiekmeeting in het hart van de havenstad. Rode petits taxis, vuilwitte grands taxis-Mercedesen uit de jaren zeventig en roet hoestende stadsbussen steken ons voortdurend de loef af. God dank is Soufiane onze gids. Hij is geboren en getogen in deze heksenketel, en coacht. Met vier voertuigen naast elkaar op een baan voor twee claxonneren en dringen we mee. Tot de volgende stoplichten: aan die regel houden we ons nog.

Op de ringweg merken we hoe de metropool de snelweg overwoekert. Om de haverklap duiken mensen op die te voet oversteken. Een kerel op rolschaatsen neemt de volgende afrit. We zien een politieman die staat te liften. "Wat wil je?", vraagt Soufiane. "Die agent verdient amper 150 euro per maand. Eén raad: als je in Marokko een bekeuring krijgt, betaal ze vooral niet! Vraag de gendarmen wat de overheid met het geld zal doen en schuif 30 dirham (3 euro) in hun hand. Zo hou je hen te vriend."

Er lijkt geen einde te komen aan de hologige appartementsblokken aan weerszijden van de snelweg. Toch: een lange muur dijkt een bidonville in.

Sinds de jaren zestig is het bevolkingsaantal in Marokko verdrievoudigd tot een kleine 34 miljoen. Eén vijfde daarvan (6,5 miljoen) woont in de agglomeratie Groot Casablanca. In de eigenlijke havenstad leven 3,9 miljoen Marokkanen opeengepakt.

Meestal wonen ze in kleine appartementjes, zoals de benedenverdieping waar Soufiane met zijn ouders en zijn zeven broers en zussen opgroeide. Hun flat zonder ramen bestaat uit één kamer om te wonen én te slapen, een rudimentaire keuken en een staandertoilet met een douchekop erboven. Toen we er gisteren midden in de nacht arriveerden, toverden de vrouwenhanden in geen tijd wel nog verse soep en een ovenschaal met koriander, tomaat, courgette en sardienen op tafel...

Meeting Memoriel Feu Driss Maizat. Veel meetings worden er in Marokko niet georganiseerd. Hoe zou de sfeer zijn? Het niveau?

Er blijkt weinig publiek aanwezig. Wel stapt een tv-cameraman op de piste. En onder een terrastentje ontdekken we enkele coryfeeën van de Marokkaanse atletiek die het talent uit Casablanca een medaille en een diploma overhandigen. Niemand minder dan Nawal El Moutawakel, de allereerste Afrikaanse en Arabische vrouw die olympisch kampioen werd, in Los Angeles in 1984 op de 400 meter horden, zit er te glunderen in haar Italiaanse witte pak. Ze gaat het rijtje oud-topatleten af dat naast haar zit. De eerste, Bakir Benaissa, (officieus) wereldkampioen veldlopen in 1957, vertelt trots dat hij nog wedstrijden tegen Gaston Roelants heeft gelopen.

De cameraman filmt de mijl. Eén loper doet mee op blote voeten. Er wordt gewonnen in 4'02, zonder haas. Vorig jaar liep geen enkele Belg sneller.

In de 800 meter hoort in banen te worden gestart, met acht, hoogstens twaalf atleten in één race. Maar hier worden 28 jongens in een lange rij naar de start geleid. Zij moeten ouderwets aan één lijn vertrekken. Na het dichtklappen van de even ouderwetse startplanken stuiven ze weg. Geduw en getrek, en onvermijdelijk spookt de verkeersjungle buiten het stadion door ons hoofd.

Nog meer atleten bezweren blootsvoets het tartan. Soufiane wordt door oude vrienden omhelsd en ook bevraagd naar atletiekspullen. Soufiane: "Elke keer als ik naar Marokko terugkom, breng ik spikes mee! Er zijn in Casa nauwelijks sportwinkels en de spikes zijn er veel te duur."

Lachen Bourazzak, 23 jaar, bestelt er ook een paar. Hij vertelt hoe hij in januari 7.57 liep op de 3.000 meter. Solo. Of hij dan niet thuis hoort in Rabat, bij het nationale team? "Ik werd al drie keer geselecteerd. Maar nu wil ik daar niet meer terug. Neen. Ik wil wel eens een paar meetings komen lopen in België. Euro's verdienen."

Soufiane wil Bourazzak wel aan een uitnodiging voor een meeting in België proberen te helpen. Maar vraag is of Bourazzak een visum zal krijgen. Soufiane: "Voor de Marokkaanse atletiekfederatie is hij daarvoor niet goed genoeg. Die zal aan het consulaat enkel een attest afleveren ter bevestiging van zijn beste prestatie. En dan zal hij moeten hopen dat dat volstaat om een toeristenvisum te krijgen." Droomt hij van Europa? Bourazzak: "Nee, nee, nadien wil ik terugkomen naar Marokko."

Rabat. Zoals bij zoveel gebouwen of kantoren in Rabat houdt ook aan het domein van het nationaal trainingsinstituut in Rabat een gardien de wacht. Wat houdt het trainingscentrum in? Er is een aftands zesbaans atletiekpistje, daarnaast twee roze geverfde internaatsgebouwen met charmante boogramen. Een verzorgde tuin met sierlijke palmbomen en vooraan bij de entree een moskee. Er klinkt geen oproep van de muezzin vanuit de toren van de moskee maar geklepper van een paar ooievaars. Zij hebben de zomeroversteek naar het noorden niet gemaakt: ze broeden hier op hun nest.

"De moskee staat ter beschikking van wie dat wil. Wees gerust: het is niet verplicht", zegt Moustapha Aouchar, sinds 2007 de nieuwe technisch directeur van de Marokkaanse atletiekfederatie FRMA. Aouchar werd begin de jaren tachtig driemaal Marokkaans kampioen hinkstapspringen en is nu, na een lange carrière als opleidingsverantwoordelijke voor álle sportdisciplines, weer in de atletiek geloodst.

Aouchar: "Mijn voorgangers verplichtten de atleten die op 16-, 17-jarige leeftijd in het atletenhotel binnenkwamen om hun studies te laten vallen. Maar ik wil dat atleten zich tot evenwichtige mensen ontwikkelen en dus niet alleen maar trainen, eten en slapen, maar ook studeren. Geen Salah Hissou's meer onder mijn beleid die de pers niet eens te woord kunnen staan nadat ze een wereldrecord breken."

"De atletiek is in Marokko de sport voor de eenvoudigen, de armelui. Veel talenten die we in onze selectie opnamen, komen uit de bidonvilles. Wat dacht je? Wie geld heeft in Marokko tennist, golft of surft. Of gaat jetskiën, zoals onze sportieve koning Mohammed VI. Het is volgens mij een belangrijke reden voor het succes van de Afrikaanse landen in de atletiek: door de armoede zijn de atleten harder, kunnen ze meer pijn verdragen."

De Marokkaanse regering stopte de FRMA voor de komende vijf jaar 26 miljoen euro toe. In totaal vergaart de FRMA 10 miljoen per jaar aan werkingsmiddelen. Dat is een smak geld voor een atletiekfederatie. Voor een Afrikaanse federatie. Voor een kleine federatie ook, want ze telt slechts 23.000 leden, ongeveer evenveel als de Vlaamse Atletiekliga (20.840 leden). Voor een land met 34 miljoen inwoners is dat niet veel.

"Tot nu toe was de federatie gemakzuchtig", zegt Aouchar. "On bouffait le capital! Ze plukte de winnaars van de nationale schoolwedstrijden weg en meer moeite deed ze niet om talenten te ontdekken. Nu wil ik verder kijken dan dat en een testbatterij installeren. Sprinters, springers of werpers wil ik ook veel meer kansen geven. En veel meer dan afstandslopers hebben zij infrastructuur nodig. We gaan daarom twaalf pistes in tartan aanleggen. Vandaag liggen er in héél Marokko twintig. Om een idee te geven: Frankrijk heeft er duizend!"

"Zowat elk ministerie leverde een bijdrage in de nieuwe overeenkomst", gaat Aouchar verder. "De koning en de regering vinden sport heel belangrijk voor de ontwikkeling van onze jeugd. Na de voetbalbond kregen wij het grootste budget. We zullen met het geld ook het aantal kamers (115) in ons nationaal trainingscentrum optrekken naar 220. In Ifrane (in het Atlasgebergte, op 1.600m hoogte) willen we 70 atleten kunnen herbergen. Per provincie komt er één regionaal centrum, zestien in totaal met elk een capaciteit voor 40 atleten. Daarnaast moeten er faciliteiten komen voor atleten in de scholen, want de vrije namiddagen op woensdag en vrijdag zijn al lang geleden afgevoerd en opgevuld met extra lesuren. Ook moeten we onze begeleiders bijscholen. Veel trainers in de rurale gebieden volgden nooit een opleiding en werken louter op ervaring. Sommige zijn zelfs analfabeet."

Werk aan de winkel dus. Op haar website presenteert de FRMA zich nochtans als een voorbeeldfederatie: "Een netwerk van duizenden begeleiders, we bereiken 1 miljoen jongeren,..." Aouchar: "Neem die cijfers maar met een korrel zout. Het is propaganda. We gaan die informatie updaten."

"We hebben vandaag weliswaar twaalf atleten die onder de 2 uur 12 kunnen lopen op de marathon, met Goumri en Gharib (nummers twee en vier van de spannende London Marathon 2007, PD) op kop. Het marathonteam wordt onze troef op de Spelen volgend jaar. Maar verder? Na de successen van El Guerrouj is er echt een leemte. In onze nationale selectie zitten slechts vijftien atleten tussen 19 en 25 jaar oud. We moeten eigenlijk al beginnen te werken aan een generatie voor 2012."

Er wordt voortdurend aan de deur van Aouchars bureau geklopt. Enkel atleten en trainers mogen binnen komen. Het is maandagochtend: ze brengen verslag uit van hun verrichtingen in het weekend. Zoals Amine Laâlou, de 25-jarige Marokkaanse recordhouder op de 800 meter (1.43.25) die tot nu toe nog geen medailles kon veroveren in belangrijke toernooien. Hij komt verontschuldigingen fluisteren in het oor van zijn technisch directeur, over zijn valpartij afgelopen zaterdag in de Grand Prix in Hengelo.

Laâlou wandelt nadien terug naar zijn sportieve BMW. Hoe rijk worden de arme atleten in Marokko eigenlijk van de atletiek? Aouchar: "Wees gerust. De topatleten krijgen een maandloon dat gemiddeld overeenkomt met wat de beterbetaalde Marokkaanse bediende verdient. Premiegeld uit buitenlandse wedstrijden mogen ze integraal houden. Wij betalen de bonussen die de IAAF na internationale kampioenschappen uitkeert bovendien dubbel uit."

"Ook hun managers en hun wedstrijden in het buitenland kiezen onze atleten vrij. Op voorwaarde natuurlijk dat de doelen die wij voorop stellen, de internationale kampioenschappen, niet in het gedrang komen. Ook de Golden Leaguemeetings vinden we belangrijk. Die worden uitgezonden op Al-Jazeera."

Aouchar vindt het belangrijk dat de Marokkaanse atletiekjeugd idolen heeft maar ook dat ze haar idolen van dichtbij kan meemaken. "Hicham El Guerrouj liep nooit een wedstrijd op Marokkaanse bodem!", zucht hij. Toch maakt Aouchar er zich druk over dat het aantal wegwedstrijden in Marokko de laatste jaren serieus groeide. "Atleten - ik noem ze les chasseurs de primes - kunnen er 2.000 à 3000 euro per stratenkoers verdienen maar die competities zijn erg belastend voor hun lichaam. Ik wil dat afremmen en in plaats daarvan investeren in goeie veldlopen en pistemeetings in Marokko. Onze beste lopers verklaarden zich al bereid om daarin te starten voor een paar duizend euro. Natuurlijk kunnen ze in andere landen misschien nog méér verdienen. Maar dat geldt evengoed voor pakweg een Marokkaanse leraar. Die kan in Frankrijk ook meer verdienen. Ik vind dat je liefde voor je moederland moet tonen."

De absolute toppers krijgen dus vrij in- en uitgang in Marokko. En de subtoppers? Aouchar: "Bedoel je het probleem van de clandestiene emigratie? Kijk, voor lopers van pakweg 3'40" op de 1.500 meter zijn er in Marokko genoeg meetings. Sommigen onder hen hebben misschien een veel te rooskleurig beeld van wat ze met hun talent in Europa kunnen bereiken of verdienen. In het verleden werd dikwijls misbruik gemaakt van het visum waarvoor wij toestemming gaven om niet meer naar Marokko terug te keren. Maar je kunt toch niet verwachten dat wij aan die clandestiene emigratie meewerken?"

Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij.

technisch directeur:

We moeten onze begeleiders bijscholen. Sommigen zijn zelfs analfabeet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234