Donderdag 26/05/2022

'Wie altijd op een podium wil staan, is geen groot mens'

'In deze tijd van efficiëntie en rationaliteit staat wat ik doe haaks op de wereld, meer nog dan het feit dat ik niet getrouwd ben''Kort, bondig en geestig zijn, dat heb ik van Mark Uytterhoeven geleerd''Natuurlijk denk ik aan zieltjes winnen! Ik voer een zaak. Als je tandpasta verkoopt, moet die van jou ook de beste zijn''Christus heeft iets merkwaardigs. Je bent voor of tegen hem, maar hij laat je niet onverschillig''Seks is niet de grootste zonde, er zijn er eigenlijk veel zwaardere. Voor de Victoriaanse tijd stond men in de kerk onbevangener tegenover seksualiteit dan erna. In de Middeleeuwen hadden Adam en Eva geen complexen in de processie'

Betty Mellaerts / Foto Stephan Vanfleteren

'Het zal straks vijfenveertig jaar zijn dat ik priester ben, maar nog iedere keer word ik gegrepen als ik me de scènes voor de geest haal die Christus in deze periode meemaakte. Op Palmzondag met grote vreugde door de bewoners van Jeruzalem de stad ingehaald en de hemel ingeprezen, en vijf dagen later door diezelfde bewoners weer uitgespuwd. Ik heb nooit begrepen hoe men dat in zo'n korte tijd kan doen. Het Laatste Avondmaal, de kruisiging, het graf en de verrijzenis, dat beleef ik mee. Achter die Christus zit ook ik. Ik ben nog niet aan een kruisiging toe en ik werd evenmin triomfantelijk ingehaald, maar in ieders leven - en zeker in het mijne - zitten er momenten van succes en van verwerping. Het is merkwaardig, maar in de goede week heb ik de grootste beproevingen meegemaakt. De uitspraak in het proces waar ik veroordeeld werd voor mijn burgerlijke verantwoordelijkheid in de zaak van een pedofiele priester was op Witte Donderdag. De problemen met de pastoor van Wezenbeek-Oppem en met Rudy Borremans vielen in de goede week. Op mijn niveau en binnen alle proporties maak ik dus eigenlijk een beetje hetzelfde mee als Christus. Dat is ontnuchterend en tegelijk genezend. Wanneer men mij raakt, raakt men iemand dieper in mij. Bijgevolg deel ik mijn successen met Christus omdat ik zijn woorden spreek, en bij een tegenslag zeg ik hem: 'Het was geen goede dag voor U vandaag'. Daardoor geraak ik nooit helemaal ontmoedigd, maar ook nooit overmoedig. Ik ben gewoon moedig.

"Zulke tegenslagen blijven in je kleren hangen. De wonden groeien dicht, het worden littekens, maar je behoudt ze wel. Gelukkig heb ik de gave gekregen om zowel bij successen als bij mislukkingen heel rustig te blijven. Althans aan de buitenkant. Dat is geen verdienste, meer een karaktertrek die ik verder gecultiveerd heb. Ik heb geleerd mezelf te relativeren en de taak waarvoor ik werk hoger te achten dan mijn eigen persoon. Dat is niet zo moeilijk. De kerk bestaat tenslotte al tweeduizend jaar en ik nog maar zeventig."

"Mijn ouders noemden mij Godfried. Gods vrede. Toch een merkwaardig toeval. Zij konden natuurlijk niet weten wie ik zou zijn en wat ik zou worden, maar ik denk graag dat het een knipoog is die van verder komt. Ik denk niet dat je geloof bepaald wordt door de plaats waar je geboren bent. Misschien was ik in India ook wel langs een omweg in de hemel geraakt, zeker nu de communicatie zo gemakkelijk verloopt. Maar het stemt wel tot nadenken. Ik kom uit een katholiek gezin. De liturgische feesten bepaalden onze agenda. Ik leefde in een katholiek dorp, Kanegem. Briek Schotte is er eveneens geboren, maar vele jaren eerder dan ik. Eén man maar ging niet naar de mis, en dat was de gemeentesecretaris. Iedereen zei over hem: 'Het is een rare'. Het leven in het dorp was idyllisch, met de eenvoudige vreugden. De natuur, de vogels, de dieren, de speelkameraadjes, de folkloristische figuren. Eigenlijk een wereld waarin Toon Hermans zich helemaal op zijn gemak zou hebben gevoeld. Zelfs de humor was de zijne. Lachen met simpele dingen, en nooit ten koste van iemand.

"Mijn vader was onderwijzer en mijn moeder zorgde thuis voor het gezin. Zij was twee jaar op pensionaat geweest in Tielt, voor haar Frans en om piano te leren spelen. Het enige stuk dat ze nog kende toen ik klein was - haar vingers stonden stijf van het huishouden te doen - was 'Prière d'une Vierge'. Ik heb het onlangs nog op de radio gehoord, een heel eenvoudig pianostukje. Misschien is daar de kiem gelegd van mijn passie voor muziek.

"Ik ben de oudste van zes. Het was erg plezierig om in zo'n groot nest op te groeien, maar de oudste wordt wel beladen met alle zonden van Israël. Als er iets misloopt, is het jouw schuld, want jij hebt niet goed opgelet. Mijn broers en mijn zussen mochten veel meer dan ik, en de jongste mocht alles.

"Het verstand heb ik van mijn vader en het hart van mijn moeder. Dat is een goede combinatie. Mijn vader was intellectueel ongelooflijk nieuwsgierig. Mocht hij nu leven, dan zou hij ingenieur of professor zijn. Ik heb hem altijd aan de tafel zien zitten, schrijvend of aan het studeren. Hij was leergierig en in alles geïnteresseerd, ook in nieuwe dingen en gadgets. Hij was de eerste in de parochie die een radio en een platendraaier had. Hij ging ook elke week naar de markt in Brugge. Foorkramers prezen er nieuwe middeltjes aan om vlekken te verwijderen. Iedere keer kwam hij met een nieuw product naar huis en probeerde hij het uit, tot grote woede van mijn moeder, want de oorspronkelijke vlek werd alsmaar groter. Van haar heb ik de warmte, de affectiviteit, het realisme en vooral de vergevingsgezindheid. Mijn vader was harder, en als het al eens tot een woordenwisseling kwam, zei mijn moeder: 'We gaan erover zwijgen en er morgen over voortdoen'. Ook dat zit in mij. Ik vind niet dat ik moet vechten tot ik een lijk heb voor de zon ondergaat. Je mag er best eerst een nacht over slapen. Sommigen noemen dat diplomatie of wijsheid, anderen nemen het me kwalijk en stellen mij een ultimatum. Daar ga ik niet op in, ik neem mijn tijd, maar op een bepaald moment moet je toch knopen doorhakken.

"Twee gebeurtenissen uit mijn jeugd hebben mijn geloof sterk bepaald. Ik was misdienaar en in die tijd vond de paaszaterdagviering niet 's avonds plaats zoals nu, maar 's morgens vroeg om vijf uur. Daar kwam niemand naartoe. Ik was er alleen, met de pastoor en de koster. Het was een eenvoudige viering, maar zij deden alles zo serieus. Ik voelde: hier is iets. Daarvan alleen kan mijn roeping natuurlijk niet gekomen zijn, er moet al iets in mij hebben gezeten. Het ene paste waarschijnlijk op het andere zoals in de ruimtevaart het moederschip op de module. Sommige mensen zijn van nature religieus en dat heb ik ook, denk ik. Ik geloof dat het voornaamste in de wereld niet te zien is. De afbeelding van het onzichtbare staat sinds altijd op mijn netvlies gebrand, terwijl anderen er een blinde vlek hebben. Ik oordeel daar niet over, ik stel dat gewoon vast. Op mijn zevende dacht ik er al aan om priester te worden. Het was tijdens mijn eerste communie, een hele ervaring. Op Allerzielen, alsjeblieft. De pastoor had er niet beter op gevonden dan die dag uit te kiezen, maar hij was dan ook niet helemaal in orde in zijn hoofd. Wij kwamen soms wenend naar huis van de 'lering', zoals men dat toen noemde, omdat de pastoor zo moeilijk deed. Mijn vader troostte me dan met de woorden: 'De kerk zal veel langer bestaan dan de pastoors'. Dat knoopte ik in mijn oren.

"Wat me eveneens diep geraakt heeft, was de confrontatie met de armoede in het dorp. Wij hadden genoeg te eten, maar de buren die achter ons huis woonden, leden echt honger. Mijn moeder zei altijd: 'Je mag er nooit blijven eten, ook niet als ze het je presenteren'. Ik speelde met die kindjes, ze zaten in dezelfde klas als ik. Ik zag hun armoede en vond dat Christus daar iets aan moest doen. Later, op het college en in het seminarie, kreeg ik langzaam een ander beeld van Christus, het werd bijgestuurd. Toen ik zeventien werd, schreef ik een brief naar mijn ouders waarin ik vroeg of ik voor priester mocht studeren. Ze vermoedden het al en waren er blij om, maar ze hebben mij nooit gepusht. "Ik heb er zeker ernstig over nagedacht dat ik geen gezin zou hebben en geen relatie, maar daar groei je naartoe. Ik was overigens zo geboeid door het vooruitzicht om priester te worden, door Christus, door de bijbel en de opdracht die ik te vervullen had, dat meisjes mij niet bezighielden. Als je dat niet hebt, moet je er niet aan beginnen, want ik weet heel goed wat ik mis. Als mijn neefjes of nichtjes zich verloven, elkaar vastpakken, trouwen omdat ze elkaar graag zien, dan besef ik: dat heb ik aan mij voorbij laten gaan. Niet dat ik ooit echt verliefd ben geweest. Althans, ik weet het niet goed meer en zij heeft het zeker nooit geweten. Ik heb een paar 'supporteressen' in Kanegem, maar zij zijn, denk ik, nu meer verliefd op mij dan toen. "Het celibaat is voor mij ook niet het lastigste, wel dat ik moet werken met onzichtbare coördinaten. In een tijd van efficiëntie en verificatie, van productiviteit en rationaliteit, staat wat ik doe haaks op de wereld, meer nog dan het feit dat ik niet getrouwd ben. Dat zie ik ook bij de jongere priesters. Het gaat om die aparte leefwereld, gecombineerd met de eenzaamheid. Niet noodzakelijk wat seksualiteit betreft, maar omdat priester worden sociaal gezien geen promotie meer is. Integendeel, je daalt af op de ladder van de maatschappij. Toen ik tot priester gewijd werd, stond het portaal van de kerk vol, als was het koning David zelf die binnentrad. Ik was vijfentwintig en een notabele van de parochie. Dat is vandaag niet meer zo. Niet dat die sociale positie me ooit heeft beziggehouden. Ik heb net de Castar gekregen, een prijs als de markantste figuur van 2003. Ik ben blij met de ets van Raveel en het heeft me plezier gedaan, maar populariteit houdt me niet bezig. Ik heb genoeg gezien tussen Palmzondag en Goede Vrijdag, het kan snel omslaan. "Dat neemt niet weg dat ik graag in het openbaar spreek. Het ligt mij. Het is een natuurlijk gave, ik heb er niet speciaal op getraind. Kort, bondig en geestig zijn, dat heb ik wel van Mark Uytterhoeven geleerd. Jaren geleden vroeg hij mij als gast voor Het huis van wantrouwen. Ik wilde eerst niet, maar hij bleef aan mij trekken en duwen. Ik vroeg raad aan mijn perschef. Hij zei: 'Doe het maar. Als het goed is, is het meegenomen en als het tegenvalt, moet je de komende tien jaar niet meer op de televisie optreden'. En dus ging ik en ik hoorde hoe Mark repliceerde en altijd als een kat op zijn poten terechtkwam. Er zijn een paar regels. Je moet onmiddellijk antwoorden en de begaafdheid hebben dat er iets zinnigs in je hoofd opkomt om te zeggen. Humor speelt eveneens een rol, maar je mag het niet zo bedoelen. Met bedoelde humor ga je af als een gieter. Verder mag je niet te vaak op het scherm komen. De media zijn als de god Chronos, die at zijn kinderen ook op.

"Ik ervaar dat de mensen echt naar mij luisteren. Dat komt omdat ik transparant ben. Ik heb nooit een rol gespeeld. Er is niets wat het scherm meer doorboort dan de leugen en het spel. Je moet niet alle talenten van de wereld hebben en misschien is wat je zegt niet altijd geniaal, maar het moet wel authentiek zijn. Dat voelen de mensen. Wat ik zeg, moet herkenbaar zijn en absoluut wars van elke superioriteit. In de parochie zijn ze al overtuigd, maar voor de televisie zitten ook veel andersdenkenden. Ik verplaats me in hun zetel voor de televisie. Natuurlijk denk ik aan zieltjes winnen. Ik voer een zaak, het zou maar erg zijn als ik zeg: dat interesseert mij niet. Als je tandpasta verkoopt, moet die van jou ook de beste zijn."

"Het priesterschap was precies wat ik wilde en de laan waarin ik zou lopen was goed uitgetekend. Ik zou lesgeven, celebreren, de sacramenten toedienen, eventueel in een parochie staan. Daar zijn veel paadjes bij gekomen. Ik heb nooit voorzien dat ik bisschop zou worden, ik was een bibliotheekrat. Ik gaf zeer graag les. Ik was de koning te rijk als ik 's morgens kon beslissen over welk boek we het die dag zouden hebben. En plots werd ik bisschop. Gedaan met de bibliotheek. Nu kan ik met moeite nog de dingen lezen die ik graag lees. Meestal moet ik dossiers verwerken en administratieve problemen oplossen. Wanneer ik 's ochtends opsta, is ieder uur in mijn agenda al vastgelegd met afspraken en bezigheden. 'Als je jong bent', zei Jezus tot Petrus, 'ga je waar je wilt, maar als je ouder wordt, zal een ander jou omgorden en je brengen waar je niet wilt.' Zo is het als je bisschop wordt. Het is een 'ontzelving', en soms roep ik luid tegen de muren van mijn werkkamer: moet het wel allemaal? Maar meestal zie ik in dat het inderdaad moet.

"In 1969 begon ik als docent aan de universiteit in Leuven, ik heb dus de hele maatschappelijke omwenteling van die jaren meegemaakt. Men maakte tabula rasa. Ik begreep waarom, maar ik was het er niet mee eens. Ik vond dat men losgeslagen was, dat er geen referentiekader meer overbleef. Zo was ik niet opgevoed en intussen zijn de mei 68'ers ook allemaal huisvaders geworden op pantoffels. Het Tweede Vaticaans concilie hadden we toen achter de rug. Dat zorgde eveneens voor een aardverschuiving, maar mij verraste het niet. Met die ideeën voor meer openheid was ik opgeleid. Het nieuwe was alleen dat die standpunten van toen af door de hele kerk onderschreven werden.

"In mijn ogen veranderde in die tijd vooral de confrontatie tussen wetenschap en geloof. Wetenschap heeft me altijd geïnteresseerd. Toen ik in 1951 in Leuven kwam om filosofie te studeren, kregen wij ook biologie en fysica. Ik stond in puberale bewondering voor wat die professoren allemaal wisten. Het heeft mij nooit aan het twijfelen gebracht of bang gemaakt. De wetenschap kapt voortdurend stukken van het geloof af. Eerst werden de zes dagen van de schepping vervangen door de big bang. Daaruit leerde de kerk vooral dat de vraag die de bijbel beantwoordt, niet is: wat en hoe is er geschapen? Maar: waarom? De ontdekkingen die de kern van het menszijn raken en straks misschien ook beïnvloeden, vervullen mij soms wel met een zekere duizeling, moet ik eerlijk zeggen. En niet alleen op religieus, maar ook op menselijk vlak. Ik ben niet in paniek, ik denk niet dat de wetenschap alles zal ontrafelen.

"Ik stel mij het geloof voor als een blok marmer dat een beeldhouwer in de groeve bestelt. Het beeld zit er al in, maar hij bevrijdt het door stukken weg te kappen. Ik heb nog nooit H2O gedronken, ik drink water, en dat is oneindig veel meer dan een wetenschappelijke formule. Voor een concert liggen de partituren ook klaar voor de muzikanten. Alles staat erin, maar daarom heb je nog geen muziek. Zo moet het geloof ook zijn. 'Er zijn nog oneindig veel meer dingen in het universum', zegt Horatio tot Hamlet, 'dan er in het kleine kopje van u binnen kan'.

"Ik heb getwijfeld of ik zou ingaan op de vraag om bisschop te worden. Ik was er niet op voorbereid, ik had nooit een parochiedienst gedaan, ik was een leraar. Een priester die mij al lang begeleidde en die ik raadpleegde, stelde mij een eenvoudige vraag: 'Heb je een fysieke reden om neen te zeggen?'. Ik antwoordde ontkennend. 'Aanvaard het dan', zei hij, 'anders zul je er je hele leven verdrietig om zijn.' En ik accepteerde. Op de dag van mijn benoeming reed ik naar Antwerpen om de vroegere bisschop, monseigneur Daem, te gaan groeten. Ik reed langs Linkeroever en zag de kathedraal staan en al die hoogbouw. Ik zei bij mezelf: 'Moet ik hier het evangelie gaan verkondigen?'. Toen schoot mij een regel van Paulus te binnen toen God hem in een droom verscheen: 'Ga Paulus, in deze stad zijn velen mij toegewijd'. Dat heeft mij een beetje moed gegeven. Ik wist niet eens waar het bisdom lag. Aan een meneer op het voetpad heb ik de weg moeten vragen. David en Goliath, zo voelde ik mij. En dan stelde het nog niets voor, het was maar Antwerpen. Ik stond niet aan de poorten van New York of Rio de Janeiro. Maar ik zag er tegenop als tegen een berg. Geleidelijk aan word je opgevangen door je medewerkers en krijg je de smaak te pakken. Twee jaar later werd ik kardinaal en kwam ik naar Mechelen. Daar hoorde Brussel bij, een tweetalig gebied. Ook toen heb ik er toch even over nagedacht. Dat is allemaal niet niks. Tot 2008 ben ik hier nu verantwoordelijk als sluiswachter bij de sluis en als het zover is, ga ik op rust. Eeuwige rust, misschien. Daar denk ik vaker aan dan tien jaar geleden. Het is begonnen met mijn hartoperatie, zeven jaar geleden. Sindsdien sta ik 's morgens op en ben ik dankbaar dat ik er nog een dag bij krijg. Ik ben niet angstig of paniekerig, maar ik zeg ook niet: laat de dood maar komen, het is mijn kameraad. Ik wacht af. "Ik weet niet hoe ik mij de dood moet voorstellen. Ik hoop dat ik in een moment mijn leven zal kunnen overschouwen. Niet verdrietig, omdat ik weet dat wat ik verkeerd deed vergeven kan worden. Deze week ben ik naar de begrafenis van monseigneur Van Zuylen geweest. Zijn spiritueel testament werd er voorgelezen. Hij vroeg vergiffenis voor alle dingen die hij niet heeft gedaan omdat hij te bang was, te schuchter, te veel aan zichzelf dacht, niet genoeg tijd wilde maken. Dat begreep ik heel goed. Ik hoop dat ik zal kunnen kijken naar iemand die mij zegt: 'Kom, je hebt het niet zo slecht gedaan, rust nu maar'. Van die eeuwigheid verwacht ik dat ik zal blijven bestaan als ik, niet als een vlammetje tussen de melkwegstelsels, en dat alles wat mij nu humaan en gelukkig maakt, in overtreffende vorm aanwezig zal zijn."

"Christus betekent alles voor mij. Hij heeft veel woorden gezegd die mij raken. Ik kan het evangelie niet openslaan of ik kom op een bladzijde waarvan ik niet meer los raak. Hij is een man die vanwege zijn rechtlijnigheid onrechtvaardig werd gedood. Hij ging het gevecht aan met het kwaad en de onwil in de wereld en hij is er aan ten onder gegaan. Niemand geeft zich daar nog rekenschap van. Als ik buitenkom op Goede Vrijdag om in de kathedraal de kruisweg te volgen, kom ik op straat mensen tegen, beladen met dozen chocoladen eieren, het paaskuikentje er nog bovenop. Daar ben ik niet tegen, maar op dat moment sterft de rechtvaardige.

"Je kunt je afvragen: Socrates was een groot man, net als Plato en Aristoteles, waarom dan die Christus? Wel, hij heeft iets merkwaardigs. Je bent voor of tegen hem, maar hij laat je niet onverschillig. Neem nu de film van Mel Gibson. Er is toch geen enkele andere figuur in de geschiedenis waarover men op die manier bakkeleit of persconferenties houdt waarop iedereen zijn mening verkondigt? Christus heeft zo geleefd, gesproken en gehandeld dat er maar drie mogelijkheden zijn. Ofwel zeg je: iemand die beweert dat hij de zoon van God is, daar moet iets aan schelen. Trouwens, zijn eigen moeder en familie zijn hem op een bepaald moment komen halen omdat zij ook dachten dat hij niet goed bij zijn verstand was. Een tweede mogelijkheid is dat je hem levensgevaarlijk vindt en hem doodt, wat gebeurd is. En een derde is dat je zegt: hij heeft het, en je gelooft. Het is een driesprong, zoals bij Oedipus, en ieder mens moet kiezen welke richting hij uitgaat. Maar geloven is nooit een verworven positie. Elk uur opnieuw moet je dat geloof veroveren.

"Natuurlijk denk ik ook soms: zou hij toch niet gewoon waanzinnig zijn geweest? Geloven is je overgeven op grond van een aantal convergerende lijnen, maar voor de laatste sprong heb je geen stok of geen boot om in te varen. Je gooit je in het water. Daarom twijfel je wel eens. Als ik zie hoe het kwaad in de wereld elk jaar, elke maand, zelfs elke dag groeit, dan vraag ik me soms af waar Christus' verlossing van de wereld goed voor was. Wat kan ik er nog van zien? Het lijkt zo inefficiënt. Maar het goede wordt natuurlijk ook beter. Humanitaire hulp en de geneeskunde, dat groeit evenzeer.

"Dat we ons moeten baseren op teksten die anderen vaak vele jaren later over het leven en de ideeën van Christus hebben geschreven, kan ook een bron van twijfel zijn. Maar eigenlijk ben ik blij dat Christus niets zelf op papier heeft gezet. Nu kan men hem er niet van verdenken dat hij zichzelf heeft aangeprezen. De apostelen werden door iets gegrepen, dat is duidelijk. Het is toch merkwaardig dat die elf mannen op Goede Vrijdag zo hard als ze konden wegliepen, maar dat enkele dagen later twee van hen voor dezelfde rechters die Jezus veroordeeld hadden, verklaarden dat ze niet konden zwijgen. 'Jezus leeft, we hebben hem gezien', zegden ze. Je kunt beweren dat ze hebben afgesproken dat ze allemaal met hetzelfde verhaal naar buiten zouden komen, maar Paulus heeft niets met de apostelen kunnen afspreken. Hij was er niet bij én hij was ertegen. Hij schreef zijn eerste brieven twintig, maximaal dertig jaar na de dood van Christus. De diepe dingen in de evangelies zijn waarschijnlijk juist. Als er in de geschriften staat dat Jezus mensen genas, dan kan men dat wel wat aandikken, maar van mij zal men dat toch niet zeggen. Uiteraard zijn er interpretaties, maar dat geldt voor alles wat over een historische figuur geschreven wordt. Misschien ligt wat de apostelen over Christus zeggen dus nog het dichtst bij de waarheid.

"Weet u wat ook lastig is? Dat de uiterlijkheden van het christelijk geloof zo klein zijn. Ik weet niet wat Maria dacht op het ogenblik dat ze in de kerstnacht haar kind voor het eerst zag, maar ik zou zeker gedacht hebben: de zoon van God, is het maar dat? Ook de sacramenten zijn onooglijke dingetjes, er is absoluut geen decorum bij. Je moet toch een beetje ernstig zijn. Een beetje water over het hoofd van een kind en zeggen: 'Ik doop u', en dan geloven dat God in het kind komt wonen. Het is een bad van wedergeboorte, zeggen we, maar het kindje is minder proper nadien dan ervoor. Brood en wijn, die symbolen vertegenwoordigen alles wat wij van Christus hier hebben. Dat kan een beproeving zijn voor het geloof. Maar dan denk ik: alleen als je heel groot bent, kun je klein worden. Wie altijd op een podium wil staan, is geen groot mens."

"Sinds het begin al stelt men de vraag of er plaats is op de wereld voor God en de mens tegelijk. De kern van alles is de verhouding tussen de vrijheid van de mens en het gezag. Kan er gezag zijn zonder dat mijn vrijheid beperkt wordt? Daar hebben we het blijkbaar erg moeilijk mee. We hebben het gevoel dat we onze eigen beslissingen wel kunnen nemen. In de kerk bereikt dat nu een climax en ik stel mij net als iedereen vragen. Maar ik vind tegelijk dat als het gezag al eeuwenlang iets zegt, ik er toch goed over moet nadenken of ik wel zoveel verstandiger ben om het tegendeel te kunnen beweren.

"Men denkt soms dat wij telegeleid bestuurd worden vanuit Rome en onze bevelen per fax of per e-mail krijgen. Dat gebeurt nooit. Ik heb nog nooit gevoeld dat men mij vanuit Rome zit te controleren. Of het moet zijn dat ik het niet zie. Ze weten wel wat mijn standpunten zijn, en daar voeren we gesprekken over. Zo niet worden ze wel voldoende gebrieft door een aantal raadgevers hier die soms minder akkoord gaan met wat ik zeg. Maar ze reageren daar verstandig op. Als er in Rome een brief aankomt met een klacht over wat ik gezegd zou hebben, bellen ze mij eerst op of ze schrijven me een brief waarin ze om uitleg vragen. Het is geen schrikbewind. Ik loop natuurlijk niet helemaal buiten de paden. Niet uit volgzaamheid, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat een aantal dingen juist is en zo gezegd moet worden. Op andere punten heb ik kritiek. Het centralisme in Rome vind ik te sterk, hoewel ik mij er goed rekenschap van geef dat het een puzzel is om de autonomie van de bisdommen in elkaar te passen. Ik ben nog niet direct kandidaat om hem te leggen.

"In al onze kritiek mogen we niet uit het oog verliezen dat de kerk vooraan staat als het gaat over de vredesproblematiek, de honger, het geweld, de mensenrechten, de vrijheid van de minderheden. Maar in de westerse wereld is er inderdaad een discrepantie ontstaan tussen wat er bij de mensen leeft en wat de kerk bepaalt, hoofdzakelijk op het terrein van de seksualiteit. Daar is de kerk te streng en te stug in geweest, hoewel ik mij soms toch de vraag stel of we in deze tijd niet overgeërotiseerd zijn. Maar ik heb het al dikwijls gezegd: seks is niet de grootste zonde, er zijn er eigenlijk veel zwaardere. Dan krijg ik daarover weer brieven waarin mij verweten wordt dat ik laksheid in de hand werk en verwilderde zeden op mijn geweten wil hebben. Zo heb ik het natuurlijk ook niet bedoeld. Het is gewoon een feit dat men voor de Victoriaanse tijd in de kerk onbevangener stond tegenover seksualiteit dan erna. In de Middeleeuwen hadden Adam en Eva geen complexen in de processie.

"Natuurlijk zou ik dingen veranderen mocht ik het in de kerk voor het zeggen hebben, en ik zou het zeker anders doen dan de huidige paus. Wat niet wil zeggen beter, maar je moet altijd jezelf blijven en geen kloon worden van je voorganger. Maar de kerk zelf verandert niet, denk ik. Ze groeit als een boom, organisch. Een aantal slechte takken moet je wegknippen, de andere groeien door. En ook in de kerk wisselen winter en zomer elkaar af. In de jaren van het concilie, van 1962 tot '66, is er enorm veel gebeurd. Zo zullen er nog komen. Maar er zijn ook winters waarin niet al te veel beweegt. Dan kun je niet veel meer doen dan mee een winterslaap houden.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234