Maandag 20/01/2020

'Wie absolute vrijheid wil, moet zelf maar een nieuwe opera schrijven'

De nieuwe chef-dirigent van de Munt, Ludovic Morlot, is het levende tegenbewijs van de pseudopsychologie die zegt dat vele dirigenten kleine mannen zijn omdat ze in dat dictatoriale beroep kunnen overcompenseren. Morlot is inderdaad klein van gestalte maar hij is ook lacherig, een beetje zenuwachtig. En hij blijkt een heuse democraat, een man van het gesprek en het compromis. Eerste analyse van een atypische dirigent.

De zevenendertigjarige Morlot is een relatieve neofiet in het operawereldje. Eigenlijk heeft hij nog maar één opera gedirigeerd, het kleinschalige Les mamelles de Tirésias van Poulenc in Lyon. Hij heeft wel al een serieuze reputatie als symfonisch dirigent, vooral in de Verenigde Staten: eerst als assistent van James Levine in Boston, later als gastdirigent in Chicago en sinds kort als muziekdirecteur in Seattle. Wat betekent voor zo iemand eigenlijk de opera?

Ludovic Morlot: "Ik hoop dat opera mij tot het einde van mijn dagen zal begeleiden. Sinds ik beslist heb om van het dirigeren mijn beroep te maken, is mijn echte passie altijd de opera geweest. Maar omdat ik van vorming ook violist ben, was de weg langs de kamer- en orkestmuziek natuurlijker. Hoe langer hoe meer word ik er mij echter van bewust dat opera het meest bevredigende medium is. Je kunt vier tot zes weken lang werken aan één stuk. Dan kun je als artiest pas groeien.

In de opera beslis je wel niet alleen. Zelfs niet als dirigent.

"Dat past net heel goed bij mijn persoonlijkheid. Als violist speelde ik al liever kamermuziek omdat je daar teamspirit voor nodig hebt. In de opera is het niveau van die interactie heel hoog. Daardoor ben je nog meer verplicht het werk te dienen. Je maakt compromissen: met de zangers, met het orkest, met de regisseur. Maar door die compromissen te maken, kun je artistiek groeien.

"In de symfonische muziek heb je dat veel minder, omdat daar de tijd in je nadeel speelt. Vier repetities om een programma rond te krijgen: dan moeten je ideeën op voorhand klaar zijn. In de opera mag je tijdens het repetitieproces nog twijfelen. Dat vind ik een gezondere instelling tegenover de partituur."

Welke rol moet de dirigent spelen in die ploeg?

"Hij moet een omgeving scheppen waarin iedereen het beste van zichzelf kan geven. Uiteraard is hij verantwoordelijk voor de muziek, maar hij speelt ook een grote psychologische, bemiddelende rol. Een ander belangrijk element is zijn relatie tot de regisseur. Die moet van tevoren uitgeklaard worden, voordat het eigenlijke teamwork begint. Daarbij kunnen er gerust spanningen bestaan tussen dirigent en regisseur. Beiden kunnen dan hun limieten verleggen. Je moet naar de ideeën van je tegenspeler kunnen luisteren om elkaar uiteindelijk te kunnen vinden in een definitieve oplossing. Maar eens je die keuzes hebt gemaakt moet je ze ook volhouden, anders zul je nooit overtuigend overkomen.

"In elk geval is het bij mij niet zo dat de regisseur verantwoordelijk is voor het libretto en ik voor de muziek. Ik wil evengoed werken aan de literaire betekenis van het stuk, net zoals ik hoop dat de regisseur affiniteit zal hebben voor de muziek."

Wie is voor u de ideale regisseur?

"Mijn ideale regisseur zal diegene zijn die aanvaardt om samen met mij in een productieproces te groeien. Anderzijds hou ik van het contrast. Ik kan heel conservatief zijn als ik denk dat het werk dat verlangt. Maar ik wil ook experimenteren en de grenzen verleggen als het werk dat nodig heeft. De meetlat is het respect voor de literaire en muzikale tekst. Ik ben een tegenstander van knippen in de tekst. Wanneer de componist en de librettist een eenheid hebben geschapen die functioneert, weet ik niet waarom je die uit een gril zou willen veranderen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, waar iets totaal verouderd is: de gesproken dialogen in de 'opéra comique' bijvoorbeeld."

U denkt dus niet dat men in de opera, zoals in het teksttheater, vrij kan omgaan met het materiaal?

"Daar geloof ik inderdaad niet in. Als die mogelijkheid wilt hebben, kun je toch een nieuwe opera schrijven? In de creatie van nieuwe opera's ben ik dan weer zeer geïnteresseerd. Welke componisten? Dat hangt ervan af. Ik hou vooral van mensen die een heel duidelijke eigen stem hebben: Julian Anderson, Thomas Adès, Mark-Anthony Turnage in Engeland, Pascal Dusapin of Marc-André Dalbavie in Frankrijk... Maar dat zijn maar voorbeelden, er zijn er vele anderen."

Je hebt in een operahuis als dirigent twee keuzemogelijkheden: specialisatie of je eigen stempel zetten op alles.

"Ik kies resoluut het eerste. Ik zal de muziek waar ik minder affiniteit mee heb overlaten aan collega's die daar meer ervaring mee hebben. Dat geldt voor het barokke repertoire maar ook voor het belcanto. Ik voel me meer thuis in een repertoire waar het orkest een volwaardig personage is. Dus: Mozart, romantiek, hedendaagse opera. Het feit dat ik hier begin met Pelléas et Mélisande van Debussy, is een teken. Wagner, Janacek, Ravel... dat wordt 'mijn' repertoire. Met Verdi heb ik geen haast en als het komt, zullen het de late werken zijn: Falstaff, of Otello bijvoorbeeld."

U treedt in de Munt geen gemakkelijke erfenis aan. Er zijn enkele memorabele voorgangers geweest: Sylvain Cambreling, Antonio Pappano, Kazushi Ono. Daarna was er, na het korte intermezzo met Mark Wigglesworth, geen chef meer.

"Ik heb geen angst van die erfenis. Ik kan aan het orkest aanbieden wie ik ben en we kunnen samen groeien. Wat er voor mij is gebeurd, is integendeel een groot voordeel voor mij. Het orkest is in contact gekomen met vele verschillende stijlen, waardoor het wendbaar is geworden. In die zin krijg ik een bijzonder gemakkelijk hanteerbaar instrument in handen. Ik hoop dat het die diversiteit zal bewaren."

Opera betekent zangers. Wat is uw relatie met hen?

"Tot nu toe is elke samenwerking met zangers een succes geweest (Morlot heeft met de grootsten gewerkt, zoals Renée Fleming en Thomas Hampson, SM). Ik zing zelf ook veel als ik dirigeer en als ik op een partituur werk. Alles begint bij de menselijke stem. We proberen altijd de stem te imiteren, ook als we viool, fluit of zelfs xylofoon spelen. Ik luister ook altijd naar wat zangers te vertellen hebben, voordat ik hen mijn eigen idee meegeef. Ik wil hun stem kennen voordat ik zeg wat ik ermee ga doen. Je moet dat instrument respecteren, je moet er een omgeving voor creëren waarin het het best presteert."

Horen we hier een democratisch dirigent?

"Dat mag u gerust zeggen. Ik hoop dat het zo is. Ik hou van de dialoog, ik dring mezelf niet op. De beste ideeën komen van een zo groot mogelijk aantal mensen. Dat neemt niet weg dat er uiteindelijk een eenheid moet komen. Maar dat is niet het begin van het werk. Eerst moet je luisteren: de dirigent naar de musici en de musici naar elkaar. Bij intelligente musici is het soms genoeg enkele scènes van een opera te repeteren om een eenheid van stijl in het hele werk te krijgen. En dit orkest is zeker intelligent genoeg om die vertrouwensrelatie te ontwikkelen."

De Munt start vandaag het seizoen met een herneming van de opera 'Médée' van Luigi Cherubini. Morlot dirigeert zijn eerste concert als chef in mei 2012. www.demunt.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234