Zaterdag 19/10/2019

Whaam! Pow! Varoom! Wizzz!!

Roy Lichtenstein trok gewoon de lijn van de conceptuele kunst door. Het objet trouvé dat zijn werk heeft vormgegeven, was het stripverhaal

Het zou een minimaal antwoord op de eeuwige vraag 'Wat is kunst ?' kunnen zijn: een kunstwerk is iets wat er nog niet was voor een kunstenaar het had gemaakt. Sinds Marcel Duchamp hoeft de artiest zijn handen zelfs niet meer vuil te maken: kiezen, beslissen of hard nadenken volstaan. Een man koopt een urinoir en smokkelt het binnen op een kunstsalon. Een ander laat zeefdrukken met het portret van Marilyn Monroe vervaardigen. Een derde schrijft een gebruiksaanwijzing voor een werk dat hij nooit zal realiseren; het traktaat is het kunstwerk.

De Amerikaan Roy Lichtenstein heeft eigenlijk niets anders gedaan dan de lijn van Duchamp en de conceptuele kunst doortrekken. Het gat in de markt, het objet trouvé dat zijn werk heeft vormgegeven, was het stripverhaal, meer bepaald de banale en goedkope variant uit het Amerika van de jaren vijftig. Al in zijn eerste werken maakte Lichtenstein dankbaar gebruik van collagetechnieken, wat een criticus de vergelijking met knutselwerkjes van kleuters ontlokte. Hij was natuurlijk niet de enige om krantenstrips en reclamebeelden in schilderijen te integreren, maar de consequentie waarmee hij het deed, leverde wel een herkenbaar oeuvre op. Aan het einde van de jaren vijftig borstelde Lichtenstein zowel uitbundig abstracte doeken als vrije versies van Donald Duck of Bugs Bunny.

In 1961 is het eindelijk zover: een plaatje uit Mickey Mouse belandt in olieverf op doek, tekstballon inbegrepen. Later zouden de uitvergrote dots, de rasterpuntjes van de drukplaat, Lichtensteins handelsmerk worden. Ook technische tekeningen en fragmenten uit gebruiksaanwijzingen zouden opduiken: de fascinatie voor de consumptiemaatschappij in al haar vormen maakte menig artistiek slachtoffer, van Richard Hamilton tot Warhol en Oldenburg.

Eigenlijk maakte Lichtenstein uitsluitend afgeleide kunst - hij beeldde afbeeldingen af, kopieerde schilderijen van Cézanne en Mondriaan naast prentjes uit oorlogsstrips of romantische kletsverhaaltjes. Meer en meer koos hij voor de significante close-up, die een iconische kracht krijgt: meisje pinkt traan weg, machinegeweer ratelt. Naast de tweedimensionale schilderijen zou Lichtenstein ook sculpturen maken, van beschilderde hoofden van mannequins en keramiek tot reusachtige constructies in de publieke ruimte.

In 1968 verschenen op de cover van Time enkele ontwerpen van zijn hand: een portret van Bobby Kennedy en een rokend pistool, bij een kritisch artikel over wapenbezit in de VS. Voor het omslag van een boek over Kuifje posteerde Lichtenstein Hergés held in een fauteuil onder La Danse van Matisse. Als opperpointillist van de popart had hij zowat alles gestippeld.

Lichtenstein, die door een criticus van The New York Times was uitgeroepen tot een van de slechtste kunstenaars van de VS, overleed in 1997 aan een longontsteking. Zijn weduwe Dorothy herinnerde zich dat hij na zijn dood "zijn geest aan de wetenschap zou nalaten".

Dit soort van ironie zat hem als gegoten. De man zou zich tevreden grommend in zijn graf omdraaien als hij het zomerjurkje zou zien dat ik afgelopen week in een Leuvense boetiek aantrof: zijn stripfiguren beginnen er een nieuw leven, als een citaat van een citaat. Kan kunst nog iets anders zijn dan quote ?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234