Zondag 15/12/2019

Strijd tegen IS

Westerse bommen kunnen IS ook sterker maken

Een Iraakse politieman tussen het puin van Mosul. De VS en hun bondgenoten krijgen steeds meer kritiek over risicobombardementen op dichtbevolkte wijken. Beeld EPA

Nu de VS toegeven dat een luchtaanval op de Iraakse stad Mosul meer dan honderd burgerdoden maakte, kan de discussie beginnen of de risicovolle westerse bommencampagne op dichtbevolkte wijken geen gedroomd pr-cadeau is voor IS.

Eerst de feiten. Op 17 maart, om half negen ’s morgens, gooit een Amerikaanse straaljager een bom op een gebouw in een dichtbevolkte wijk van Mosul. Even voordien waren Iraakse troepen vanuit het gebouw onder vuur genomen door twee IS-scherpschutters. De militairen vroegen om luchtsteun en hun verzoek ging via Iraakse officieren en Amerikaanse experts naar het Amerikaanse commandocentrum in Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan. Officieren van de door de Amerikanen geleide coalitie evalueerden de situatie en besloten een zogenaamde GBU-38 bom op het gebouw te gooien.

De bom treft doel, waarna het gebouw van twee verdiepingen instort.

Al snel blijkt dat naast de twee IS-sluipschutters ook tientallen burgers zijn omgekomen. Het Pentagon weigert wekenlang commentaar te geven, maar komt nu met een rapport waaruit blijkt dat 105 burgers zijn gedood en 36 mensen nog vermist zijn. Het gebouw was eigendom van een gerespecteerde gemeenschapsleider die veel oorlogsvluchtelingen onderdak had geboden. Hoe het komt dat Iraakse en Amerikaanse inlichtingenofficieren deze cruciale informatie hebben gemist, is een raadsel. Mogelijk heeft het te maken met het feit dat het de uren voor het bombardement te bewolkt was om met succes verkenningsvluchten uit te voeren.

In de val lokken

De Pentagon-onderzoekers beweren dat het nooit de bedoeling was om het gebouw te laten instorten. De relatief lichte bom moest enkel de bovenverdieping raken waar de schutters zich schuilhielden. Volgens VS-bronnen hadden IS-strijders op de eerste verdieping zware explosieven geplaatst die ervoor moesten zorgen dat het hele gebouw werd vernield en vele burgers omkwamen. Volgens die theorie was het de bedoeling van IS om de Amerikanen in de val te lokken en de coalitie een pr-nachtmerrie te bezorgen.

Of deze laatste hypothese klopt, is niet duidelijk. Wel lijdt het geen twijfel dat IS de hoge menselijke tol van het Mosul-bombardement aanwendt om wereldwijd zieltjes te winnen en om zijn eigen terreurdaden te verantwoorden. Het is geen toeval dat IS net voor en na de aanslag in Manchester volgende boodschap verspreidde: 'Zij bombarderen ons, wij bombarderen hen.'

Roekeloos

IS kan zijn propagandaoorlog extra kracht bijzetten met het nieuws dat niet enkel de Amerikanen maar ook hun twaalf bondgenoten verantwoordelijk zijn voor veel burgerdoden. Onder meer Foreign Policy publiceert deze week een artikel waaruit blijkt dat de coalitiepartners sinds augustus 2014 zeker tachtig Iraakse en Syrische burgers doodden. Naar verluidt zou het werkelijke cijfer hoger liggen, maar het feit dat de coalitiepartners niet communiceren over burgerdoden, maakt dat precieze cijfers niet publiek zijn. Nochtans informeert het Pentagon zijn bondgenoten telkens wanneer die verantwoordelijk zijn voor burgerdoden.

Ondertussen protesteren mensenrechtenorganisaties tegen het feit dat de VS en hun militaire partners tijdens het Mosul-offensief roekeloos handelen door dichtbevolkte wijken te bestoken. Het feit dat president Donald Trump besliste om via extra aanvallen sneller militaire vooruitgang te boeken, maakt het risico op burgerdoden nog groter. Ook voor de beeldvorming is deze strategie nefast: in plaats van IS te verzwakken, zouden deze bloedige risicobombardementen ervoor zorgen dat IS de haat tegen het Westen kan aanwakkeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234