Zaterdag 16/01/2021

AchtergrondCijfers

West-Vlaamse steden en gemeenten bezorgd over verwarrende Sciensano-cijfers

Karine Moykens, voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, wil weten wat er aan de hand is met de cijfers.Beeld BELGA

Officieel raakten vorige week vier mensen besmet in Kortrijk. Maar volgens de stad én volgens de Vlaamse administratie zijn het er 28. Is er iets aan de hand met de cijfers van Sciensano? Vlaams topambtenaar Karine Moykens, voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, vraagt opheldering.

Het was Kortrijks schepen Philippe De Coene (sp.a) die aan de alarmbel trok. Volgens de data die iedere dag gepubliceerd worden op de website van wetenschappelijk instituut Sciensano, raakten vorige week vier mensen besmet in de West-Vlaamse stad. Maar de cijfers die Kortrijk zelf ontvangt van de testlaboratoria, schetsen een veel grimmiger beeld: liefst 28 nieuwe besmettingen werden er vorige week genoteerd. 

Ook in andere gemeenten in Zuid-West-Vlaanderen wijken de eigen cijfers af van de data die Sciensano publiek beschikbaar maakt. Verspreid over veertien steden en gemeenten in de regio rapporteert het instituut 33 gevallen van SARS-COV-2, terwijl de lokale besturen zelf weet hebben van 82 besmettingen tussen 20 en 26 juli. In liefst negen postcodes stemmen de cijfers niet overeen.

Op een overleg met Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) en Karine Moykens, die het testen en tracen coördineert, werd woensdag vastgesteld dat de hogere cijfers niet uit de lucht gegrepen zijn. Het Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid noteert in zijn eigen databank immers ook 28 besmettingen voor Kortrijk. “Het goede nieuws is dat de Vlaamse contact tracers met die Vlaamse databank werken. Er zijn dus wellicht geen besmettingen die we onderweg uit het oog verloren”, zegt Moykens. Voor alle zekerheid heeft ze meteen gevraagd om na te gaan of alle geregistreerde besmettingen ook opgevolgd zijn.

Grote kloof

Noch Sciensano, noch Zorg & Gezondheid kan de verschillen verklaren. Nochtans komen de Vlaamse cijfers ook binnen via Sciensano. Afwijkingen kunnen te maken hebben met een vertraging op de data die publiek gemaakt worden, of kleine verschillen in de rapportering. Maar het is onwaarschijnlijk dat op die manier zo’n grote kloof tussen de databanken kan ontstaan.

“Het verschil is erg groot, dat verontrust mij,” zegt Moykens. Ze sluit niet uit dat de hogere West-Vlaamse cijfers wel degelijk correct zijn, wat zou betekenen dat de publieke cijfers van Sciensano de ernst van de situatie grondig onderschatten. Is het virus dan in werkelijkheid veel wijder verspreid dan we denken? “Dit moet uitgeklaard worden, want het is uiteraard belangrijk dat ook het publiek correct geïnformeerd wordt.”

Ook biostatisticus Geert Molenberghs (KU Leuven/UHasselt) hoopt dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. “Alle modellen, ook de onze, voor de verspreiding van het virus worden gebaseerd op de cijfers van Sciensano. Het laatste dat je wil, is dat die cijfers dan flink achterlopen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234