Zaterdag 05/12/2020

Portret

Werner De Smedt: "Het is gedaan met kansen te laten liggen"

Werner De Smedt: "De fouten die ik heb ­gemaakt ten tijde van 'De zaak Alzheimer' wilde ik nu niet meer maken."Beeld Thomas Sweertvaegher

Ooit werd hij geroemd als de grote acteerbelofte, maar daarna verdween hij compleet uit de spotlights. Nu heeft Werner De Smedt (47) dan toch die hoofdrol te pakken, in Het tweede gelaat van Jan Verheyen. "Deze film moest mijn Tour de France worden."

In De zaak Alzheimer en Dossier K. was Werner De Smedt vooral de sidekick van Koen De Bouw. In opvolger Het tweede gelaat is hij zelf de man waarop alle ogen gericht zijn. Een klein wonder. Want het heeft niet veel gescheeld of hij had in geen enkele van de drie Jef Geeraerts-verfilmingen gezeten.

Erik Van Looy, regisseur van De zaak Alzheimer, had in 2003 eerst een veto tegen de acteur gesteld. Dat had niks te maken met zijn acteerkwaliteiten, wel met te veel verhalen over uitspattingen met drank en drugs. Talloze andere acteurs ­werden op auditie geroepen. Maar niemand die de onbesuisde inspecteur Freddy Verstuyft zo geloofwaardig kon neerzetten als Werner De Smedt. Niemand die zo’n instant­chemie had met Koen De Bouw, alias commissaris Eric Vincke.

Het tweede gelaat is het ultieme bewijs dat hij de enig juiste keuze was. “De Smedt heeft een charme en breekbaarheid als acteur die je niet kunt faken”, vertelt iemand die nauw bij de productie van De zaak Alzheimer betrokken was.

“Hij dwingt aandacht en empathie af. Maar Erik Van Looy kreeg wel gelijk: sommige draaidagen waren een nachtmerrie. Opnames die 27 takes vroegen omdat De Smedt zijn tekst niet kende. Of net iets te opvallend vaak naar het wc verdween.”

Transformatie

Dat was toen, dit is nu. Een half uur na afspraak spurt Werner De Smedt de lobby van een Antwerps hotel binnen. Recht richting koffie­automaat. Haren in de war, het hemd half open. Doorgaans tekenen van een wilde nacht. Een cliché dat hij met zijn eerste zin meteen ontkracht. “Ik ben al lang wakker, maar moest mijn zoon eerst naar school brengen”, klinkt het verontschuldigend. “Roman wil altijd dat ik nog even meega naar de klas. Hij geeft dan aan wanneer ik mag vertrekken. Dat ritueel kan en wil ik niet verbreken. Ik vind het belangrijk dat zoiets in de beste omstandigheden gebeurt. De jongen is tenslotte nog maar zes.”

Een illustratie van de woorden van Jan Verheyen, regisseur van Dossier K. en Het tweede gelaat.

“Zo wild als Werner vroeger was, zo gedomesticeerd is hij nu. Een huismus en toegewijde familyman. Nooit zag ik een acteur op die manier 180 graden transformeren.”

“Ik heb veel kansen laten liggen met De zaak Alzheimer”, vertelt De Smedt. In Humo beschreef hij die periode ooit als een van verdovende middelen, eindeloze katers, leegte en depressie.

“Ik zat toen... (aarzelt) niet echt goed in mijn vel”, zegt hij nu, terwijl hij de zoveelste koffie naar binnen giet, samen met sigaretten zijn enige resterende ‘verslaving’. “Als ik die film opnieuw bekijk, zie ik een man die vecht tegen een soort verdriet. Je doet je best om je privéleven niet mee te nemen naar de set, maar toen lukte me dat niet. Achteraf bekeken was ik veertien jaar geleden wel al op zoek naar die stabiliteit. Alleen vond ik ze niet. Of liet ik ze niet toe. Gelukkig ligt dat ver achter mij.”

De reden voor die huidige stabiliteit heeft een naam: Julie Bafort. Al meer dan tien jaar is ze de vrouw van en achter De Smedt. De twee leerden elkaar kennen tijdens een caféavond in de Gentse Charlatan, in wat Bafort omschrijft als Werners ‘woelige periode’. De periode dat hij de covers van de boekskes haalde met arrestaties na dronken rijden en nachten van te fel doorzakken.

“Hij deed zich stoer voor, maar ik zag achter die façade vooral een verloren jongen”, zegt Bafort, als we haar later bellen. “Iemand die zoekende was. Iemand die niet goed om kon met zijn eigen onzekerheid, met de aandacht en verwachtingen die met het BV-schap gepaard gaan en die dan maar vluchtte in drank en drugs. Tot het punt dat je van een probleem en verslaving kon spreken, ja. Ik heb hem in die periode veel buitengesmeten en weer binnengepakt.”

Sociaal onaangepast

Onzeker: het is een woord dat vaak valt als vrienden en collega’s Werner De Smedt omschrijven. De acteur noemt het zelf zijn slechtste eigenschap. Het is er met de jaren en de job niet op verbeterd. “Acteren is ook zo persoonlijk. Je probeert iets te doen in de hoop dat zoveel mogelijk mensen het goed vinden. Maar of dat ook het geval is, heb je niet in de hand.”

Hij kijkt op naar collega-acteurs die eigenlijk zijn gelijke zijn, zegt een producer. Naar zichzelf kijken op het doek of het scherm lukt niet. Want hij ziet het kleinste foutje, dat hem vervolgens maanden achtervolgt.

Het staat haaks op het imago dat De Smedt al sinds het begin van zijn carrière achtervolgt. Dat van de Vlaamse James Dean. Rebel without a cause. De man die meteen de aandacht naar zich toe zuigt. Met zijn wilde haardos, vel vol inkt en gelakte zwarte teennagels.

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Werner wil zich onderscheiden van de massa, maar op aandacht is hij niet uit”, zeggen vrienden. Integendeel. Naast de set verkiest hij bewust de luwte boven de spotlights. Restaurants mijdt hij, omdat hij zich dan bij elke hap bekeken voelt. Festivals doet hij om diezelfde reden niet (al maakt de metalliefhebber in hem soms wel een uitzondering voor Graspop). Op film- of televisie-events zul je hem al helemaal niet snel tegen het lijf lopen. Op een rode loper voelt hij zich niet op zijn gemak. Smalltalk is niet bepaald zijn grootste kracht.

Als hij praat, doet hij dat bedachtzaam. Met lange pauzes, soms zelfs ongemakkelijke stiltes. “Ik ben van nature nogal introvert”, vertelt hij. “Ik kom soms nogal moeilijk uit mijn woorden. Dus heb ik geleerd vijf minuten na te denken voor ik iets zeg.”

Jarenlang probeerde hij het weg te steken. Door ook naast de set een rolletje te spelen. De altijd vlotte, immer zelfverzekerde Werner De Smedt. “Vandaar dat imago, zeker? Met de jaren ben ik veel dichter bij mezelf gekomen. Ik voel die noodzaak ook niet meer. Om bepaalde dingen te verbergen, of ergens de vlotte boy uit te hangen als ik me niet zo vlot voel. Dat heeft weinig zin, heb ik geleerd. Door de mand vallen doe je toch.”

Zijn vrouw noemt hem sociaal onaangepast. Al lachend, maar toch: “Hij mist een bepaald soort vaardigheid. Tegen een wildvreemde achter de kassa van een winkel doet hij soms familiairder dan tegen mijn zus. Bij collega’s die hij al jaren tegen het lijf loopt, gedraagt hij zich vaak stijf, maar een of andere officiële instantie aan de telefoon spreekt hij dan aan met ‘hey makker’.”

Wie de acteur wil bereiken, belt best naar zijn vrouw. Bafort: “Werners gsm staat bijna altijd af, voicemails beluistert hij soms maanden niet. Met mails of sociale media is hij evenmin bezig. Maar zo loop je wel jobs mis. Dus geven we nu standaard mijn nummer.”

Te onzichtbaar

Als De Smedt zichzelf al een titel toedicht, dan die van ‘minst ambitieuze acteur van Vlaan­deren’. “‘Niet ambitieus’ is voor alle duidelijkheid geen synoniem voor lui of snel content. Maar ik zal gewoon nooit zelf bij een regisseur gaan aankloppen. Lobbyen ligt niet in mijn karakter.”

Lastig in een wereldje waar jezelf kunnen verkopen toch een van dé manieren is om aan prestigieuze rollen te geraken. “Ik probeer hem vaak mee naar premières te krijgen om te netwerken”, zegt Bafort. “Soms helpt het om met de juiste mensen in de business op de juiste momenten even te babbelen, te laten merken dat je nog bestaat. Tevergeefs.” (lacht)

Mogelijk verklaart dat waarom de kop van Werner De Smedt niet Matthias Schoenaerts-gewijs op elke cover prijkt, menen kenners uit de Vlaamse film- en televisiewereld. “Hij heeft nochtans het talent, de looks en de charme om de leading man te spelen, een zeldzame combo”, zegt Jan Verheyen. “Maar hij is te bescheiden, te onzichtbaar geweest”, vertelt een andere filmprominent. “Dat heeft hem meer parten gespeeld dan zijn turbulente verleden, dat tot een verre geschiedenis behoort.”

Na zijn debuut in Wittekerke, en later in Flikken, werd De Smedt als grote belofte van de Vlaamse acteurswereld geroemd. Tegenspeler Koen De Bouw speelde na De zaak Alzheimer vaak in projecten die met hopen aandacht en argusogen werden gevolgd, van Loft en De premier tot nu The Last Tycoon in Hollywood. De Smedt speelde in onder meer Thuis, Iedereen beroemd, Zone Stad, LouisLouise en, nu, als de biseksuele modeontwerper Rudi in Familie.

Ooit noemde Bafort haar man een miskend acteur. “Ik bedoelde daarmee: je ziet vaak dezelfde mensen in de grote rollen. En vaak denk ik dan: Werner had dit perfect gekund. Ik erger me daar meer aan dan hij.”

Het tweede gelaat gaat dit weekend in Chicago in wereldpremière, onder de titel Control. De Bouw heeft al een voetje tussen de deur in Hollywood, maar voor De Smedt hoeft het niet zo. Ja, elke acteur zegt dat. Maar hij meent het. Echt. “Het is Koen absoluut gegund. Maar het is niet voor mij. (aarzelt) Visitekaartjes uitdelen en agenten bellen: ik zit zo niet in elkaar. Ik zie het vooral ook totaal niet zitten om mijn gezin daarvoor achter te laten.”

Dat gezin is ook een van de redenen dat hij enkele jaren geleden toehapte voor Familie. Werkzekerheid, die vertrouwde omgeving waarin hij zich het best voelt en een vast loon. Ook al zwoer hij ooit dat hij nooit of te nimmer in de soap zou opdraven. Dat was niet respectloos bedoeld, zegt hij nu snel. “Ik had destijds niet het gevoel dat ik zou kunnen renderen in zo’n reeks, met dat snelle tempo. Intussen is de kwaliteit van de scenario’s verhoogd en is er veel nieuw volk aangetrokken.

“Ik ben een betere acteur geworden dankzij Familie. Door elke dag te spelen, verzamel je wel wat acteerkilometers op de teller. Het is tenslotte een metier, een ambacht dat het ook van ervaring moet hebben. Zo zag ik het vroeger niet, nu wel.”

Balthasar Boma

Sommige mensen weten al vroeg wat ze willen, en zetten vervolgens alles op alles om het waar te maken. De Smedt is een ander type. Het type dat de dingen op zich laat afkomen. Het type dat zijn instinct volgt en toeval omarmt. Zo begon ook zijn acteercarrière. Zijn neef ging Woord volgen op de Stedelijke Academie van Ninove, en Werner deed nu eenmaal alles wat zijn neef deed.

Leuk detail: het was Marijn – Balthasar Boma – Devalck die hem echt goesting in acteren deed krijgen. “Marijn was docent aan de Academie en deed dat met zo veel plezier dat het aanstekelijk werd. Bovendien kreeg ik al snel door dat ik voor weinig anders deugde.”

Als 9-jarige jongen op de Academie sprong hij er al uit, herinnert Devalck zich. Een heel creatieve jongen, met een gezicht pour le cinéma. Een belhamel ook die regelmatig de les verstoorde met allerlei fratsen en grollen. “Hij had een goed comedyacteur kunnen zijn. Maar je kon er niet kwaad op zijn. Hij had en heeft iets ontwapenend. Je vergaf hem alles.”

De twee komen nog steeds goed overeen. “Ik heb me later even ongerust over hem gemaakt, in de periode voor hij zijn vrouw leerde kennen. ‘Oei, onze Werner – zo noemde ik hem – zal toch niet te diep gaan zeker?' Het zou zonde geweest zijn van zoveel talent.”

Posters van James Dean sierden –ironisch genoeg – de slaapkamer van de jonge Werner De Smedt. Giant en East of Eden zijn nog steeds twee van zijn favoriete films. Als puber en jonge twintiger had ook de Vlaamse acteur een drang om te experimenteren, de beatniks achterna.

Maar daar stopt de vergelijking. “Ik begrijp de figuur James Dean wel, maar ik val er niet mee samen”, zegt De Smedt. “Al was het maar omdat we een heel andere levensloop hebben.”

Dean belandde in pleeggezinnen na de vroege dood van zijn moeder; De Smedt groeide op in een burgerlijk, gelukkig gezin. Zijn moeder deed administratief werk op een school, vader De Smedt was boekhouder. Toen Werner – net geen schoolhater – bekendmaakte dat hij het artistieke pad wilde bewandelen, richting het Brussels Conservatorium, werd dat thuis niet bepaald op gejuich onthaald. Waarom kon hij niet, zoals zijn broer, gaan studeren en in vaders voetsporen treden?

De Smedt: “Mijn vader handelde veel faillissementen af, zag veel miserie. Hij had het daar lastig mee, en projecteerde dat enigszins op zijn kinderen. Hij wilde mij daarvoor behoeden. Logisch, ze kenden de kunstwereld ook niet.”

Leven om te acteren of acteren om te kunnen leven? Bij De Smedt is het een beetje van allebei. Theater doet hij niet omdat de lange avonden en weekendvoorstellingen niet combineerbaar zijn met zijn prioriteit, zijn gezin. Hij wil in het weekend langs de zijlijn van een voetbalveld zijn stiefzonen – die hij liever als the boys omschrijft – kunnen aanmoedigen. Of met Roman naar Disney­land Parijs trekken. Tot daar het zogenaamde zigeunerbestaan waar velen hem van verdenken. “Ik heb een passie gevonden in mijn familie. Dat is mijn hoofdbezigheid en mijn grootste plezier. Ik geef me daar graag volledig aan over.”

Twee Werners

Eigenlijk zijn er twee Werners, zegt zijn entourage. Eén voor de geboorte van zijn zoon, en één erna. Bafort: “Kinderen boren zijn aangeboren gevoeligheid nog harder aan. Op de eerste schooldag is hij het die weent. Roman slaapt na vijf jaar eindelijk in zijn eigen bed, in zijn eigen kamer. Werner had het daar toch even moeilijk mee. Ik ben eerder de strenge van de twee, hij de roman­tische dromer. Wanneer gaan we gewoon met ons gezin in een klein kasteeltje, ergens in een bos wonen, vraagt hij vaak.”

Maar fulltime huisvader zal de acteur niet snel worden. Op de set staan werkt toch verslavend. “Je vergeet alles rondom jou, je stapt een andere wereld en dimensie binnen.” Stiekem hoopt hij dat het beste nog moet komen. Dat er nog mooie en grote projecten zullen volgen. Zeker na Het tweede gelaat. “Deze keer ben ik toch relatief tevreden over mijn aandeel.”

De Smedt bereidde zich “maniakaal” voor op de film. Doorgaans gaat de acteur al twee keer per week lopen en is hij evenveel keer in de fitness te vinden – sport is, naast drummen, kuisen (!) en tuinieren, een van zijn weinige echte hobby’s – maar in de aanloop naar Het tweede gelaat verdubbelde hij zijn work-outregime. Ieder moment dat hij vrij was, “of niet vrij was”, stond hij op de PowerPlate. Kleine spoiler: in de film schiet de acteur meermaals zijn kleren uit en het harde labeur laat zich merken.

Overal waar De Smedt ging, ging ook het script mee. Ook op familievakantie naar Griekenland. Regisseur Jan Verheyen kreeg meerdere telefoontjes voor de opnames: ‘Of hij nog wat aparte een-op-eenrepetitiemomenten kon uittrekken om aan wat scènes en dialogen te sleutelen?’

Vroeger zou hij zoiets nooit hebben gedurfd. “Toen teerde ik meer op een talentje dat ik dacht te bezitten”, zegt de acteur. “Ik kan me niet herinneren dat ik me teksten eigen probeerde te maken. Eén keer rap overlezen, en dan alles laten afhangen van het momentum zelf. Maar ik ben 47, niet superjong meer voor een acteur. Alle kansen die zich nu aandienen, moet ik met twee handen grijpen. Er zijn niet zo heel veel goede filmrollen, of ze worden mij toch niet aangeboden. Dit moest mijn Tour de France worden. Ik wist dat ik moest pieken. Gedaan met kansen te laten liggen. De fouten die ik heb gemaakt ten tijde van De zaak Alzheimer wilde ik nu niet meer maken.”

Sans rancune

Opvallend: zo voorzichtig als de acteur praat, zo open is hij over zijn verleden. Een ander zou vragen over die turbulente, vaak donkere periode meteen afblokken. “Misschien omdat ik hoop dat andere mensen iets aan mijn ervaringen hebben? ‘Als Werner De Smedt daaruit kan komen, dan ik ook.’ Dat is volgens mij ook echt zo: als de wil, motivatie en entourage – in mijn geval Julie – er is, lukt dat wel. Hoe diep je soms ook kunt zitten.

“Maar dat zeg ik nu. Toen het allemaal in de pers kwam, was dat lang niet altijd even aangenaam. Sommige dingen werden naar mijn gevoel ook wel uit proportie getrokken, maar goed, voor mij is dat een afgesloten hoofdstuk. Sans rancune. Ergens was het ook een extra motivatie om mijn leven over een andere boeg te gooien. Als het plots op de cover staat, opent dat wel de ogen.”

Anderzijds: mocht er zich ooit een alternatieve dimensie ontplooien waar je een tweede kans zou krijgen, hij zou alles wellicht gewoon opnieuw doen. “Dat klinkt misschien wat raar, maar het waren interessante ervaringen. Ervaringen die me hebben gevormd tot wie ik nu ben. Een gelukkig man. Of klinkt dat te weinig rock-’n-roll?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234