Dinsdag 07/04/2020

Werkgeversorganisaties strijden om impact op economisch beleid

De overdracht van bevoegdheden naar de regio's. De hete adem van Unizo en Voka. Is er nog een toekomst voor het unitaire Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO)? 'Ach, die vraag werd twintig jaren geleden ook al gesteld. En het VBO is er nog steeds.'

Het weerbericht van donderdag 7 juni 2012 spreekt over turbulentie en hevige buien. Er is zelfs sprake van een kleine windhoos in de late namiddag. In de hoofdstad is er op datzelfde ogenblik ook sprake van hevige turbulentie. De Vlaamse werkgeversfederaties Unizo, Voka, Boerenbond en Verso lanceren een oproep voor een vernieuwd model van sociaal overleg. Dat moet inspelen op de belangrijke overdracht van bevoegdheden naar de deelstaten zoals bepaald in de zesde staatshervorming. Daardoor worden de deelstaten bevoegd voor beleidsmateries die verband houden met de arbeidsmarkt (doelgroepenbeleid, controle werkzoekenden...) en sociale bescherming. Dat impliceert dat het gewicht van het gedecentraliseerde, regionale sociaal overleg toeneemt. Aan de Ravensteinstraat 4, waar het Verbond van Belgische Ondernemers is gehuisvest, verslikt men zich in hun middagkoffie, en via de telefoon worden harde woorden gesproken. Het VBO las in de oproep een aanval op zijn positie binnen het federale gremium van het sociaal overleg.

Ook al zijn de plooien intussen gladgestreken, er is iets blijven kleven. Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO, reageert een beetje laconiek als we hem confronteren met die hamvraag: het opschuiven van het politieke en maatschappelijke gewicht richting regio's heeft toch een impact op de werking en invloed van een Belgische federale organisatie als het VBO? Zijn kernboodschap luidt dat de voornaamste hefbomen nog steeds federaal zijn. "Weet u, in 1981 werd Daniël Janssen (Solvay, LID) voorzitter van het VBO, en de titel in de krant was 'de laatste voorzitter van het VBO'. We zijn zovele jaren later, en ik stel vast dat we er nog altijd zijn. Het VBO is 120 jaar jong, en we zijn springlevend. We zijn de Belgische vertegenwoordiger binnen de Europese vakvereniging Business Europe, we zijn de spil in het sociaal overleg, en we zijn de coördinerende brug tussen federaties en regio's." Versta: niet bepaald kenmerken van een terminale patiënt.

"Een typische wat defensieve reactie", klinkt het bij een vertegenwoordiger van een andere federatie. "Terwijl er geen reden is om zo defensief te zijn." Toegegeven, door die regionalisering is het werk er niet simpeler op geworden. Maar er is ook een paradox: Terwijl er een trend is naar regionalisering, groeit de Europese wetgeving.

Alleenheerschappij

Met de opeenvolging van staatshervormingen is het brede fundament waarover het VBO de alleenheerschappij had als belangenorganisatie voor ondernemingen weliswaar flink uitgedund. Het arbeidsmarktbeleid zit nu voor een groot deel bij de regio's. Daardoor heeft het VBO een flink pak van zijn bevoegdheden zien verhuizen. "Het sociaal overleg is een spel van communicerende vaten", zegt Patrick Humblet, professor arbeidsrecht aan de UGent. "Wat de ene werkgeversfederatie verliest, wint de andere. Enkel de vakbonden lijken zeker van hun verworven plaats." Humblet noemt de vraag naar de toekomst van het VBO in dat licht relevant, maar is niet somber over de eerbiedwaardige Belgische instelling. "Vergis je niet, op arbeidsrechtelijk vlak is het gros van de bevoegdheden nog federaal. En dus blijft het VBO tot nader order een belangrijke rol spelen."

Dat is ook de stelling van Fa Quix, gedelegeerd bestuurder van Fedustria, als sectorfederatie van de textiel- en houtindustrie lid van de algemene vergadering van het VBO. "Sociale zekerheid, sociale lasten, arbeidswetgeving, fiscaliteit, vennootschapsbelastingen, het zijn maar enkele van de bevoegdheidspakketten die het VBO als exponent van de werkgevers nog onder haar vleugels heeft", analyseert Quix. "Ondernemers denken rationeel en zien waar de echte hefbomen zitten. En dat is nog steeds bij het VBO."

De concurrentie waarvan sprake met andere werkgeversorganisaties ziet hij niet. "Er is een gezonde rivaliteit tussen de verschillende federaties. Maar ik zie voor alles een grote complementariteit, fundamenteel zitten we op één lijn, het is enkel in de nuances dat je verschillende kleurtinten kunt ontwaren."

Belgique de papa

Het is nog steeds een belangrijk pakket, maar in het hele arbeidsmarktbeleid voelt het VBO steeds meer de hete adem van Unizo of Voka. En die laatste is sinds een aantal jaren flink op de deur van het interprofessioneel overleg aan het kloppen. Dat leidt tot spanningen en een zekere animositeit tussen de verschillende federaties, al beseffen ze heel goed dat ze zich best niet uit verband laten spelen. En ondanks de kritiek valt er geen onvertogen woord te horen over de mensen binnen het VBO: "Het zijn klasbakken die hun metier kennen." De organisatie beschikt over een imposante studiedienst, waarvan de expertise door vriend en vijand erkend wordt.

Maar toch, dooft het bestaansrecht van het VBO niet mee uit met de bevoegdheden van het federale België? Luc Vansteenkiste, voormalig voorzitter van het VBO, lacht als we hem dat voor de voeten werpen. "Het VBO zal pas ophouden te bestaan op het moment dat België ophoudt te bestaan. Overigens, het individuele gewicht van ondernemingen op lokaal of regionaal niveau is te beperkt. Dat gewicht zit op sectorniveau. En zowel werkgevers als vakbonden zoeken naar een dergelijk overlegforum." Jan Vercamst, voorzitter van de liberale vakbond ACLVB, sluit zich daarbij aan. "Het VBO staat ook op zijn strepen. Het zal zich niet zomaar laten opzijzetten. Een tanende macht zie ik niet. Het cement van het VBO zijn de leden, verenigd in de sectorfederaties."

Het VBO claimt dat het 75 procent van de werkgelegenheid vertegenwoordigt (zie kader), via 35 sectorale bedrijfsfederaties die 48.000 ondernemingen vertegenwoordigen. Decennia was het VBO ook het cement van het sociaal overleg. En ook vandaag leidt het nog altijd de dans in cruciale overlegorganen, zoals de Groep van Tien, de broedplaats van de interprofessionele akkoorden.

Het befaamde, beruchte, Belgische overlegmodel. Terwijl andere landen er ons om benijden, zit dat model in eigen land de jongste jaren wat in het slop. Het wantrouwen tussen de patrons en de vakbondsleiders werpt zijn lange schaduw vooruit. Ooit was het anders. Illustere mannen als Raymond Pulinckx, Jef Houthuys en Georges Debunne waren de architecten van dat model. Pulinckx was dertig jaar lang hét gezicht van het VBO, en was samen met vakbondsleiders Houthuys (ACV) en Debunne (ABVV) de auteur van de zogeheten centrale sociale akkoorden, waarin afspraken werden gemaakt voor alle takken van de economie. Die legden de basis voor een zekere sociale vrede, al hadden ze in die gouden jaren zestig wel een sterke economische groei mee, die het mogelijk maakte om dergelijke akkoorden te smeren.

Het was de tijd van de sigarenrook in de salons, met mannen in pakken, die bij een goed glas een akkoord konden maken. Een woord was een woord, een handtekening was bindend. Geen geklooi met een achterban die nog geconsulteerd diende te worden. Of die het mandaat van de heren onderhandelaars ter discussie durfde te stellen.

"Net zo kleefde aan het VBO lang het etiket van het 'Belgique de papa', met een geur van mottenballen", glimlacht een waarnemer. "Een unitair redenerende Grande Boîte van het soort UCB, Electrabel, Solvay." Daardoor kampt het VBO wel met een probleem, want het wordt vooral gezien als de pleitbezorger voor de grote ondernemingen en multinationals in ons land. En dat terwijl het economische landschap er voornamelijk een is van talloze kmo's. "Het VBO is blijven steken in het concept van na de oorlog", zegt een vertegenwoordiger van een sectorfederatie. "Dat concept was het grootkapitaal versus de arbeiders. Dat mondde uit in grote collectieve akkoorden Maar vandaag is het model helemaal anders. En de associatie van het VBO met de grote bedrijven is ver doorgeschoten. CEO Pieter Timmermans zucht bij die kanttekening. "Die perceptie kleeft aan ons, al klopt ze niet. Tegelijk stel ik vast dat sommigen dat beeld graag in stand houden, omdat het hen goed uitkomt."

Macht verschuift

Toch zegt een voormalig VBO-voorzitter zich te herkennen in die tekening. "Ik denk dat het een kapitale fout is dat het VBO mordicus vasthoudt aan de federale organisatie, en niet kiest voor regionale koepels. Dat zorgt er nu voor dat federaties als Unizo of Voka zich veel meer als stem van ondernemend Vlaanderen kunnen opwerpen." Waardoor in communautaire debatten het VBO te veel aan de zijlijn blijft, en het zich zelden laat betrappen op een mening. "Terwijl het economische en politieke zwaartepunt steeds meer regionaal geworden is, zwaait het VBO nog steeds met zijn driekleur. Ze opereren in een krimpende markt, en die markt heet België", zegt een politieke bron. "Bij elke staatshervorming verschuift de macht wat meer naar de gewestelijke werkgeversorganisaties, ten nadele van het federale VBO. Ze heeft er dus ook enig particulier belang bij om de staatshervorming niet te ver te laten doorschieten."

Politicoloog Carl Devos: "Op Vlaams niveau moet het VBO inderdaad zijn politieke gewicht delen met Unizo en Voka. En die koek verdelen betekent dat dit niet in het voordeel is van het VBO. Zijn gewicht is niet versterkt. Zeggen dat het tanende is, klopt echter ook niet. Het blijft een belangrijk en eerbiedwaardige instelling. En zolang de sleutels van het beleid op federaal niveau liggen, heeft het VBO zijn rol op het federale te spelen."

Luc Vansteenkiste beaamt: "Ondernemers kijken niet wie het voor hun belangen opneemt, wel of ze opgenomen worden. De twee voornaamste thema's zijn de loonlasten en rechtszekerheid. Loonlasten zijn geen communautair thema, ondernemers zijn niet separatistisch. Dat er een verschuiving is, dat spreekt. Alles is voortdurend evoluerend. Maar ik hoor vooral veel slogans in dit debat, terwijl de machtsverhoudingen zichzelf organiseren, en elke federatie heeft haar rol te spelen daarin."

En die rolverdeling is bijgevolg ook evoluerend. Na de clash van de zomer 2012 werd een nieuw overlegorgaan opgericht. De uitval van het kwartet Unizo, Voka, Boerenbond en Verso viel dus niet op een koude steen. De verschillende federale en regionale interprofessionele werkgeversorganisaties hielden in september van dat jaar een nieuw overlegorgaan boven de doopvont: het Interprofessioneel Werkgeversoverleg (IWO). Het nieuwe overlegmodel formaliseert het informele overleg dat voordien ook plaatsvond. Kort samengevat: Voka zal ook betrokken worden bij de voorbereiding van het federale loonoverleg, het VBO bij de voorbereiding van het Vlaamse overleg.

"De nieuwe overlegstructuur komt er door de veranderende staatsstructuur. Het model van sociaal overleg in België ontstond ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien zijn er zes institutionele hervormingen geweest", zegt toenmalig VBO-voorzitter Pierre-Alain De Smedt tijdens de voorstelling.

Revolutie

Zo logisch het nu klinkt, het was toch een beetje van moeten. De andere partners aan werkgeverszijde vonden dat het VBO te lang en te hard op zijn strepen stond. "Terwijl zij net in dat wijzigende speelveld een voorname rol zouden kunnen spelen, als coördinator en overlegorgaan tussen de regio's, gewesten en het federale platform", zegt een vertegenwoordiger. Carl Devos: "Dat het sociaal overleg zoals we het vandaag kennen niet duurzaam is, klopt ook wel. Het interprofessioneel overleg verliest aan belang, terwijl de regio's en sectoren meer op arbeid en werkorganisaties wegen. Daar zullen de machtsverhoudingen zich nog moeten zetten."

Pieter Timmermans noemt dat veranderen door evolutie, in plaats van blokkering via revolutie. "Er zijn veel historisch gegroeide evenwichten binnen de verschillende overlegorganen en koepels. Veranderen om te veranderen, dat is niet mijn stijl. En zeker niet als het werkt. Overigens, langs de zijlijn de revolutie prediken is me te gemakkelijk. Liever vind ik oplossingen."

Toch pleit Patrick Humblet voor een make-over van het sociaal overleg. "We moeten het systeem herdenken, en niet vasthouden aan de structuren omdat die er nu eenmaal zijn. Ik mis een beetje de visie en het staatsmanschap van weleer. En de vraag is of dat een probleem is van het VBO, dan wel van het sociaal overleg zelf. Feit is wel dat het VBO de belichaming is van dat overleg."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234